Foto: Han Soete
Open brief -

Open brief aan mijn generatie (dertigers, veertigers, vijftigers): “Klimaat is geen hobby”

dinsdag 5 november 2019 10:39

Het is zondagavond aan het einde van de herfstvakantie. Een maand geleden schreef ik een ontslagbrief naar Minister van Onderwijs Ben Weyts. Hij en zijn kabinet hebben in principe 45 dagen om daarop te antwoorden. Ik kreeg nog geen antwoord en ik ben toch weer lessen aan het voorbereiden voor een vervangingsopdracht Aardrijkskunde. Zoals u misschien heeft vernomen, zijn er leraren tekort. Verpleegsters zijn er ook te weinig en buschauffeurs. Politici zijn er wellicht een aantal te veel. We betalen veel voor onze politici, veel meer dan in onze buurlanden.

Onze politici doen uitspraken als: “Spijbelen is als een rood licht negeren, het mag niet” (meneer Ben Weyts). “Ik vind de straatprotesten van de klimaatjongeren welletjes. We hebben het nu wel begrepen” (mevrouw Zuhal Demir).

Vlaanderen zal de klimaatdoelen die we hadden afgesproken tegen 2020 niet halen. De Europese klimaatdoelen tegen 2030 wil de regering-Jambon wel realiseren. Hoe onze ministers dat willen bereiken, daar blijven ze heel vaag over.

Journalisten van De Tijd kijken, niet voor het eerst, vooruit naar 2030 en zien dat België, maar vooral Vlaanderen, compleet op een verkeerd spoor zit om de afgesproken klimaatdoelen voor die datum te realiseren. Wat met de actie Sign for my future van Belgische/Vlaamse ondernemers? Wat met de frustraties van de klimaatbetogers, vragen Geert en Jolien Noels zich af?

Mevrouw Demir zal zich eerst even met de Vlaamse canon bezighouden. Haar klimaat- en energieplan maakt ze later dit jaar. “We lopen daar niet op vooruit”, zegt ze. We bengelen helemaal achteraan in het peloton. Herinnert u zich nog die reclamefilmpjes van de N-VA voor de verkiezingen in mei?

Er komt welliswaar een bouwshift, maar zonder budget. De Vlaamse regering verlaagt de steun voor windmolens en zonneparken, schrapt premie voor elektrische wagens. We wachten met ongeduld op het klimaatplan.

Intussen lanceert de N-VA op haar website een luchtplan. Mevrouw Demir citeert zichzelf in een zelfgeschreven artikel: “Tegen 2030 moet het aantal gereden voertuigkilometers over de weg dalen met 12 procent in vergelijking met 2015”. Een daling van 10 procent van het aantal voertuigen op de weg, kan inderdaad het ergste fileleed verhelpen. Dat zal de luchtkwaliteit ten goede komen. Maar echt moedig vind ik zo’n doel tegen 2030 niet, als het niet wordt vastgelegd in een traject: elk jaar 1,2 procent minder voertuigkilometers. Dat is in principe dezelfde doelstelling, maar met een duidelijk doel voor 2020, 2021, … dus werk voor deze en niet enkel voor de volgende Vlaamse regering. Hoe gaan we dat doen?

De Tijd en HLN hebben het kort over dit luchtbeleidsplan, maar focussen op de salariswagens. De Vlaamse vraagt aan de federale regering om het systeem van salariswagens aan te passen. De slimme kilometer, iets waarover de Vlaamse regering zelf kan beslissen, gaan we voorlopig niet doen. Wat gaat Vlaanderen doen? ULEZ, ultra lage emissie zones. Hoewel, Vlaanderen maakt een wet, die het voor steden en gemeenten mogelijk maakt om zo’n ULEZ in te voeren. Dus als puntje bij paaltje komt, doet Vlaanderen zelf heel weinig.

Mevrouw Demir zou graag willen dat de klimaatjongeren op woensdagnamiddagen en op zaterdagen samenkomen, in hun vrije tijd, om conferenties te organiseren over het klimaat. Ik weet dat algoritmes bepalen wat je online te zien krijgt. Mijn interesse voor natuur en milieu zorgt er wellicht voor dat ik alle conferenties en infoavonden over klimaat, milieu, transitie enz. steevast bovenaan mijn sociale media vind. Het zijn er veel. Bijna elke avond wordt er ergens in Vlaanderen wel over klimaat, milieu en transitie gepraat. Niet enkel aan de keukentafel en op cafe, maar in vergaderzalen, ontmoetingsruimtes, buurtlokalen, theaters, ateliers, sociale ondernemingen, startups, … . Onmogelijk om daar overal naartoe te gaan.

Het zou best kunnen dat mevrouw Demir als nieuwe Vlaamse minister van Milieu haar online voorkeuren aanpast en binnenkort dus zal merken hoeveel van haar onderdanen met deze thema’s begaan zijn. Zouden haar kabinetsmedewerkers haar ook leren dat grote conflicten zoals in Syrië ook te maken hebben met droogte, mislukte oogsten en dat er nu reeds miljoenen klimaatvluchtelingen zijn?

Ik citeer uit het leerplan D/2012/7841/002 van het katholiek onderwijs, voor het vak Aardrijkskunde in het 4e jaar van het secundair onderwijs:

Het thema water in de Arabische wereld handelt over de nood aan water als natuurlijke hulpbron in een gebied waar het wateraanbod van nature uit erg schaars is. In dit subcontinent neemt de vraag naar water toe door een grote bevolkingsgroei en een sterke economische ontwikkeling (in olierijke landen). Deze regio telt landen die politiek vijandig tegenover elkaar staan maar op een gemeenschappelijke waterbevoorrading zijn aangewezen. In dit deel kunnen klimatogrammen zeer functioneel worden aangewend. Met verticale relaties wordt o.m. bedoeld: de relatie klimaat en bodemgebruik.

Horizontale relaties zijn bijvoorbeeld de relatie irrigatie – rivieren; irrigatiemogelijkheden en ligging van landen ten opzichte van de loop van een rivier. De spanningen tussen Israël en Palestina om het Jordaanwater en om de watervoorraden van Cisjordanië (Westelijke Jordaanoever), tussen Soedan en Egypte om het Nijlwater, tussen Turkije en Syrië en Irak in het Tigris en Eufraat bekken zijn mogelijke voorbeeldstudies. Grootse voorbeelden van waterprojecten kunnen gebruikt worden om het thema water te introduceren (bv. Libië, de uitdroging van het Aralmeer, Turkije …).

Ook de eigen ervaringen met waterverbruik in het dagelijkse leven (kwaliteit, gebruikshoeveelheden, verspilling, alternatieven) is een goede aanknoping om de waarde van voldoende drinkbaar water voor de mens vast te stellen.

Sinds 2012 leren onze scholieren dit, maar ik vraag me af hoeveel van mijn generatiegenoten dit weten?

Als de ministers van Onderwijs en Milieu en de burgermeester van Antwerpen het mij vragen, wil ik dit volgende maand opnieuw uitleggen aan onze zestienjarigen. Maar ik wil ook de oproep van onze klimaatjongeren beantwoorden.

De veranderingen die we nodig hebben, horen binnen onze werktijd. Kunnen we nu beginnen met minstens één dag per maand van onze werktijd ons de vraag stellen hoe wij in de toekomst willen leven? Hoe zal onze buurt, ons land, onze wereld er in 2030 en 2050 uitzien?

Willen de werkgevers die Sign for my Future tekenden hieraan meewerken en minstens één werkdag per maand inrichten om dit overleg in hun bedrijf, onderneming of organisatie te organiseren, met alle werknemers, met scholieren, jonge en oude mensen uit de buurt?

Beste Vlaamse mininsters, één werkdag per maand alle burgers hierover informeren, dat is dus geen verloren tijd, maar gewonnen tijd.

Hierover nadenken en ons ervoor inzetten, is geen verloren arbeid, maar gewonnen toekomst.

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!