De community ruimte is een vrije online ruimte (blog) waar vrijwilligers en organisaties hun opinies kunnen publiceren. De standpunten vermeld in deze community reflecteren niet noodzakelijk de redactionele lijn van DeWereldMorgen.be. De verantwoordelijkheid over de inhoud ligt bij de auteur.

Kasteel van Gaasbeek. Foto: FrDr/CC BY-SA 4:0
Column - Erwin Jans

Rechtvaardigheidsverbeelding, een impressie van Erwin Jans

Dramaturg Erwin Jans was op zaterdag 20 april aanwezig in de Ridderzaak van het Kasteel van Gaasbeek, waar Brigitte Herremans de eerste EgmontLezing gaf. Hij schreef deze impressie neer.

woensdag 24 april 2024 15:26
Spread the love

 

Ik heb geprobeerd de oorlog voor je te vertalen van een Semitische taal in een Indo-Europese taal. Toen werd je getroffen door granaatscherven. Ik probeerde je te redden, maar we werden omsingeld door nieuwsberichten.”

Het zijn aangrijpende verzen uit een gedicht van de Syrisch-Palestijns-Zweedse dichter Ghayat Almadhoun. Literatuur als een (on)mogelijkheid om het lijden en het geweld ‘vertaalbaar’ (verstaanbaar, vatbaar, invoelbaar) te maken voor hen die dat lijden en geweld niet moeten ondergaan.

Met andere woorden: voor ons in dit deel van de wereld. Literatuur als een alternatief voor de talloze beelden en commentaren waarmee we dagelijks ‘omsingeld’ worden en die ons manipuleren of onverschillig maken.

Literatuur als ‘een bijl voor de bevroren zee in ons’, om het met het indrukwekkende beeld van Kafka te zeggen. Dat was het thema van de eerste EgmontLezing die door Brigitte Herremans gegeven werd in de Ridderzaal van het Kasteel van Gaasbeek onder de titel “Tegen het uitwissen: kunst as reddingsboei”.

Egmont: symbool van vrijheid en verzet

De EgmontLezing is een nieuw gezamenlijk tweejaarlijks initiatief van De School van Gaasbeek, een kunstenaarsresidentie, en het Kasteel van Gaasbeek, dat sinds de zomer van2023 na een restauratie opnieuw toegankelijk is voor het publiek.

Lamoraal van Gavere, graaf van Egmont. Auteur schilderij onbekend/Public Domain

De koppeling van deze lezing aan de naam en de reputatie van de Nederlandse edelman is niet gratuit. Samen met de Graaf van Hoorn werd Lamoraal Graaf van Egmont in 1568 op de Grote Markt van Brussel door de Spaanse bezetter onthoofd.

Egmont is zeker vanaf de romantiek – denk maar aan Schiller, Goethe en Beethoven – uitgegroeid tot een symbool van vrijheid en van verzet tegen politiek despotisme en religieus fanatisme. Op het ogenblik van zijn terechtstelling was Egmont eigenaar van Gaasbeek (kasteel, dorp en omgeving).

Hij was daarenboven de politieke held van de laatste eigenares van het kasteel, de excentrieke, republikeinse en anti-katholieke Marie Arconati Visconti (1840-1923). Onder de auspiciën van de graaf wil de EgmontLezing “een podium geven aan een uitgesproken stem over de actualiteit en hoe daarbinnen de kunst een meerwaarde is.”

De eerste lezing ‘Tegen het uitwissen. Kunst als reddingsboei’ doet dat in elk geval. Brigitte Herremans is postdoctoraal onderzoeker aan het mensenrechtencentrum van de Universiteit van Gent.

Haar specifieke onderzoeksveld is de strijd voor rechtvaardigheid in Syrië en het potentieel van de kunsten om het onrecht zichtbaar te maken. En daarmee is meteen een van de belangrijkste functies van de literatuur in de context van onrecht en geweld genoemd: literatuur kan soms wat troost bieden, maar maakt in de eerste plaats zichtbaar, voorkomt uitwissing en gaat in tegen het vergeten.

Herremans stelt terecht dat de ultieme daad van wreedheid het marginaliseren en zelfs onzichtbaar maken van die wreedheid is (en dus het onbestraft laten van de daders).

Cancelling van Palestijnse stemmen

Haar twee actuele ‘case studies’ – Syrië en Palestina – maken duidelijk hoeveel er op het spel staat en hoe belangrijk literatuur is om verborgen, onderdrukte en verdrongen geschiedenissen van onrecht en geweld zichtbaar te maken.

Adania Shibli. Foto: National Book Foundation/CC BY-SA 3:0

Een fysieke oorlog is immers ook altijd een oorlog om woorden en narratieven. Denk aan de discussie over het woord ‘genocide’. De oorlog om woorden wordt in de propaganda en in de (sociale) media uitgevochten lang voordat de oorlog begonnen is en tot lang nadat hij geëindigd is. Het is op dit terrein dat de literatuur zijn eigen onvervangbare rol kan spelen, zij het steeds voor een beperkt en open minded publiek.

Dat literatuur wel degelijk iets betekent en een politiek wapen is, bewees de schrapping van een prijsuitreiking aan de auteur Adania Shibli op de Frankfurter Buchmesse in 2023. De cancelling van Palestijnse stemmen is na de Hamas-aanval van 7 oktober 2023 sterk toegenomen, maar Herremans wijst erop dat de systemen van verdoezeling zeer fijnmazig kunnen zijn en zelfs in stand gehouden worden door progressieve krachten.

Zo geeft ze het voorbeeld van Noam Chomsky – een groot verdediger van de onderdrukten – die er bleef op hameren dat er geen alternatief was voor president Assad in Syrië (tenzij ISIS) en op die manier het verzet tegen het regime onzichtbaar maakte.

Vier waarheden

Een van de oorzaken van dit niet kunnen zien, is gebrek aan gemeenschappelijke wereld, aan gedeelde werkelijkheid. Veel Israëli’s tolereren het geweld in Gaza en verdedigen het zelfs, terwijl ook veel Palestijnen de slachtpartij door Hamas rechtvaardigen als een verzetsdaad.

In beide gevallen is er een gebrek aan gedeelde wereld. En gedeelde waarheid. Het eerste slachtoffer van een oorlog is steeds de waarheid. Herremans wijst naar de waarheids- en verzoeningscommissie in Zuid-Afrika die vier soorten waarheden onderscheidt: forensische/feitelijke waarheid, persoonlijke/narratieve waarheid, sociale/dialogische waarheid en verzoenende/helende waarheid.

De feitelijke waarheid is de facto de enige waarheid die telt, maar feiten alleen volstaan niet altijd. Informele waarheidspraktijken – uit het artistieke domein of uit het middenveld – creëren daarnaast ruimte voor persoonlijke ervaringen die dreigen gewist te worden.

Als conflicten steeds meer worden uitgevochten via informatie, de interpretatie van feiten en het verdringen van feitelijke waarheden, dan gebeurt waarheidsvinding op een diffuse manier, via ngo’s, mensenrechtenorganisaties en onderzoekscollectieven en artistieke praktijken.

Herremans gebruikt in dit verband de mooie term ‘rechtvaardigheidsverbeelding’ (zowel binnen als buiten de juridische kaders).

Restitutie en waardigheid

In zijn interventie die op de lezing van Herremans volgde, verwijst schrijver en essayist Stefan Hertmans naar het begrip ‘restitutie’ bij de Duitse auteur W.G. Sebald: “Door het activeren van geheugen en herinnering, door zich te verzetten tegen het verzwijgen van leed en onrecht, door het aan te klagen, is er in elk geval een eerste stap gezet: die naar het herwinnen van menselijke waardigheid.”

Zowel voor Herremans als voor Hertmans schiet het woord ’empathie’ te kort om het potentieel van literatuur te omschrijven.

Hertmans zelf spreekt liever over ‘betekenisgeving’: “Inzicht en betekenis kunnen wel degelijk worden gesticht door verhalen te vertellen. Een alternatieve versie van de feiten brengen dan wat de media oplepelen en gedachteloos verder toeteren, de realiteit, de intimiteit van het leed en het onrecht beschrijven: dat is de plek waar de literatuur haar maatschappelijk recht aan ontleent. Van oudsher is literatuur de plek waar het beschrijven van het lot van het individu tegelijkertijd ook de voorwaarden voor het collectieve samenleven reveleert.”

Literatuur individualiseert het lijden, geeft het een lichaam, belichaamt het. Als de geest van Hamlets vader verdwijnt, zegt hij nog tegen zijn zoon: “Remember me!” Herinner me, maar ook ‘re-member’ me: ‘geef me ledematen, geef me een lichaam, belichaam me.’ Herinneren is een lichaam geven, tastbaar maken. Literatuur is een van die belichamingen.

Je kan je de vraag stellen of er geen Palestijnse of Syrische schrijvers bij deze lezing betrokken hadden moeten worden. Het gaat tenslotte om hun teksten over hun ervaringen. Maar dat zou het perspectief wellicht hebben veranderd.

Herremans ziet het potentieel van literatuur in tijden van onrecht als tweeledig. Ze is een reddingsboei; ze kan het uitwissen van ervaringen en narratieven voorkomen en zo het leed verlichten. Dat is vanuit het perspectief van de slachtoffers.

Daarnaast is literatuur voor de buitenstaanders een venster op onrecht: literatuur opent hun verbeelding voor voorheen ongekende, verdrongen of genegeerde perspectieven. In haar lezing schuift Herremans tussen beide groepen: soms spreekt ze meer vanuit de slachtoffers en soms meer vanuit de buitenstaanders.

Het verre dichtbij

Herremans citeert de Amerikaanse filosofe Rebecca Solnit die zegt dat fictie ‘het verre dichtbij’ maakt. Fictie kan dat omwille van zijn mogelijkheid om de lezer in zijn verbeelding te raken. Maar ook het belang van de non-fictie mag niet onderschat worden.

Je kan niet zonder heel wat feitenkennis om te begrijpen wat je leest als je je met literatuur uit het ‘verre’ inlaat. Je zal andere kaarten en andere geschiedenissen moeten bestuderen. Het lezen van de literatuur uit het Midden-Oosten veronderstelt een historisch, geografisch en cultureel kader dat grondig verschilt van het kader waarbinnen de Westerse literatuur gelezen en begrepen wordt.

Andere jaartallen en andere gebeurtenissen, andere landschappen en andere gewoontes spelen hier een rol. Ik vermeld hier slechts enkele data die de geschiedenis van het moderne Midden-Oosten mee hebben vormgegeven:

Wat zij die er woonden dachten van deze indeling door twee Europeanen was irrelevant in 1916. Map: Royal Geographical Society/Public Domain

  • de Sykes-Picot akkoorden (1916);
  • de Balfour-declaratie (1917);
  • de oprichting van het Brits Mandaatgebied Palestina (1920);
  • zijn verdeling door de VN in een onafhankelijke Joodse en onafhankelijke Palestijnse staat (1947); de stichting van de staat Israël en de Nakba (1948);
  • de Suez-crisis (1956);
  • de Zesdaagse Oorlog (1967);
  • de Jom Kippoeroorlog (1973);
  • de Libanese burgeroorlog (1975-1990); de Iraanse revolutie (1978);
  • de oorlog tussen Iran en Irak (1980-1988) en zo verder tot en met de huidige stand van zaken.

Het zijn data en gebeurtenissen met een enorme politieke, sociale, culturele, psychologische en emotionele impact op het Midden-Oosten. Dat noodzakelijke raamwerk verwerf je niet alleen door het lezen van gedichten en romans.

Brigitte Herremans noemt literatuur terecht een alternatieve vorm van geschiedschrijving, maar dat alternatief wordt alleen maar helder en werkzaam tegen de achtergrond van de feitelijke geschiedschrijving die uiteraard steeds meerstemmig is (wat niet wil zeggen dat iedere stem evenveel waarheid bevat).

De Westerse lezer zal daarnaast ook moeten proberen af te rekenen met kolonialistische en oriëntalistische noties die onbewust zijn lectuur sturen. Die geschiedenis was en is nog steeds een integraal onderdeel van onze verhouding tot het Midden-Oosten.

Trojaanse dichter

Literatuur als een ‘cognitieve dissonant’, als een ‘onofficieel archief’, als ‘een informele waarheidspraktijk’: “Literaire teksten over onrecht zijn een daad van bevestiging dat slachtoffers niet veroordeeld zijn tot leven en dood in stilte. Dat ze niet onzichtbaar moeten leven en sterven”, aldus Herremans. Literatuur kijkt naar het onrecht vanuit het standpunt van zij die het ondergaan.

De Palestijnse dichter Mahmoed Darwish zie hierover; “Ik koos ervoor een Trojaanse dichter te zijn. Ik sta resoluut in het kamp van de verliezers. De verliezers wie het recht is ontnomen om een spoor van hun nederlaag achter te laten en om de nederlaag uit te roepen.”

Precies in het beschrijven van die nederlaag ligt de rechtvaardigheidsverbeelding van de literatuur.

 

Erwin Jans (1963) is dramaturg bij Toneelhuis en hoofdredacteur van het literaire tijdschrift DW B.

Creative Commons

take down
the paywall
steun ons nu!