Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.

Ja, ik wil steunen

Sluit dit venster

about
Toon menu

Wist je dat? Verrassende cijfers over armoede en kantelende wereldverhoudingen

VN-rapporten zijn vaak saai en technisch. Niet zo bij het Human Development Report, zij bevatten een schat aan soms verrassende informatie. Marc Vandepitte presenteert u een aantal in het oog lopende gegevens uit het laatste rapport.
vrijdag 3 mei 2013

Rijker dan je denkt

Bij een gelijke verdeling van de rijkdom zou een gemiddeld gezin (wereldwijd is dat twee volwassenen en drie kinderen) een beschikbaar inkomen hebben van 2.850 dollar per maand. Dat bedrag is meer dan voldoende om alle inwoners van deze planeet te voorzien van sanitair, elektriciteit, drinkbaar water en een comfortabel huis.

Toch beschikt een op drie van de wereldbevolking over geen basis sanitair en een op vier over geen elektriciteit, een op zeven leeft in een sloppenwijk, een op acht heeft honger en een op negen beschikt over geen drinkbaar water.

Kantelende wereldverhoudingen

In 1980 was het aandeel van het Zuiden in de wereldproductie 33 procent, in 2010 was dat al geklommen tot 45 procent. In die periode verdubbelde het aandeel in de wereldhandel van 25 procent naar 47 procent. De snelste stijging was er in de buitenlandse investeringen: van 20 procent naar 50 procent.

Het Zuiden wordt stilaan de visakaart voor het Noorden. Tussen 2000 en 2011 namen de landen van het Zuiden driekwart van de toename van alle buitenlandse reserves voor hun rekening.

In 1950 waren Brazilië, China en India, de drie BRIC-landen uit het Zuiden, goed voor amper 10 procent van het wereldproduct, terwijl de zes grootste landen van het Noorden ongeveer de helft voor zich namen. Tegen 2050 zullen de drie BRIC-landen 40 procent voor hun rekening nemen, zowat het dubbele van de zes grootste landen van het Noorden.

Nieuwe Zuid-Zuidverhoudingen

Het aandeel van de Zuid-Zuidhandel in de totale wereldhandel steeg tussen 1980 en 2011 van 8 procent naar 27 procent. Op dit moment zijn die Zuid-Zuidinvesteringen goed voor 30 tot 60 procent van alle buitenlandse investeringen in de Minst Ontwikkelde Landen.

Indien China en India een gelijkaardige crisis hadden gekend als de landen van het Noorden, zou de economische groei van de ontwikkelingslanden tussen 2007 en 2011 met 0,3 tot 1,1 procentpunten minder geweest zijn.

De vijf jaren vóór de crisis groeide het bnp per inwoner in zwart Afrika jaarlijks met 5 procent, dubbel zoveel als tijdens de jaren negentig. Deze trend was voornamelijk het gevolg van prijsstijgingen van hun belangrijkste exportproducten dankzij de honger naar die producten van de groeilanden, met op kop China.

Tussen 2003 en 2009 verhoogden Chinese investeringen de economische groei met 1,9 procentpunten in Zambia. In Congo was dat 1 procentpunt, in Nigeria 0,9, in Madagaskar en Niger 0,5 en in Soedan 0,3.

Extreme armoede

Tussen 1990 en 2008 daalde de extreme armoede (1,25 dollar per dag) van 36 procent van de wereldbevolking naar 19 procent. Die drastische verbetering is in grote mate toe te schrijven aan China. Dat land zorgde voor een vermindering van 510 miljoen tegenover 110 miljoen voor de rest van de wereld.

China, India en Pakistan

De toename van de Human Development Index (HDI) van China was de afgelopen dertig jaar zowat de hoogste van de wereld, driemaal zoveel als het wereldgemiddelde. Het analfabetisme is in India 6 maal zo hoog en in Pakistan 7 maal zo hoog als in China. Het percentage extreem armen is in Pakistan ongeveer 2 maal zo hoog en in India 3 maal.

In Pakistan sterven 5 maal zoveel kinderen en in India 3,5 maal zo veel. Het rapport voorspelt dat tussen 2010 en 2015 er in verhouding in India 5 maal zoveel kinderen zullen sterven en in Pakistan zelfs 8,4 maal zoveel.

Venezuela en Cuba

In de jaren tachtig en negentig groeide de sociale ontwikkeling in Latijns-Amerika meer dan driemaal zo snel als in Venezuela waardoor de vrij grote voorsprong die het land had gehad, in een achterstand veranderde. Nadat Hugo Chávez president werd schoot de sociale ontwikkeling (HDI) opnieuw in de lucht en nam nu anderhalve keer zo snel toe als in de rest van het continent. In 2010 klom de HDI van Venezuela opnieuw boven het gemiddelde van Latijns-Amerika uit.

Cuba heeft een inkomen per inwoner dat zesmaal lager is dan de rijkste landen. Maar ondanks de gebrekkige economische middelen en schaarste aan bepaalde geneesmiddelen als gevolg van de economische blokkade, behoort zijn gezondheidszorg tot de beste van de wereld.

Cuba heeft het meest aantal dokters per inwoner van de wereld, namelijk 6,4 per duizend. Dat is 2,5 zoveel als in de VS, tweemaal zoveel als in België, driemaal zoveel als Latijns-Amerika en bijna vijfmaal zoveel als het wereldgemiddelde.

Het percentage van de volwassen Cubanen die hoger onderwijs volgen is op Zuid Korea na het hoogst ter wereld, namelijk 95 procent. Venezuela haalt ook opmerkelijk de achtste plaats, met 78 procent.

Gerangschikt volgens het bnp per inwoner komt Cuba op de 103ste plaats in de wereldranglijst. Als je kijkt naar de Human Development Index dan scoort Cuba 77 plaatsen beter, namelijk de 26ste plaats. Cuba haalt hier een score vergelijkbaar met België en zelfs beter dan Groot-Brittannië.

Ecologische voetafdruk en natuurrampen

Slechts negen landen combineren een hoge sociale ontwikkeling met een lage voetafdruk: Georgië, Armenië, Azerbeidzjan, Albanië, Jamaica, Cuba, Ecuador, Peru en Sri Lanka. Indien we de gemiddelde HDI van de 47 rijkste landen nemen dan is het enkel Cuba dat nog overblijft.

De kostprijs van de natuurrampen, die zich vooral voordeden in landen van het Zuiden, liep in 2011 op tot 365 miljard dollar. Dat is bijna driemaal zoveel als de totale ontwikkelingshulp dat jaar.

Indien er geen drastische wijzigingen komen in het milieubeleid wereldwijd, dan zal de extreme armoede wereldwijd stijgen van 1,2 miljard in 2010 naar 3,2 miljard in 2050. Een consequent sociaal en ecologisch beleid zou daarentegen de bittere armoede tegen dan zo goed als helemaal kunnen uitroeien.

Als bijlage vind je de uitgebreide versie met grafieken en bronverwijzingen.

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.

reacties

Eén reactie

  • door Helene P op maandag 6 mei 2013

    Als je toch een HDI kampioen wil hebben, dan is Botswana een veel betere kandidaat! Ondanks het feit dat het land het hoogste percentage AIDS ter wereld heeft (en dus gezondheids- en levensverwachtingsindexen laag zijn), steeg de HDI met 2,7% per jaar. Venezuela "schoot omhoog" (sic) met 'slechts' 0,1%.... Citaat: "Between 1980 and 2012 Botswana's HDI rose by 2.7% annually from 0.449 to 0.634 today, which gives the country a rank of 119 out of 187 countries with comparable data. The HDI of Sub-Saharan Africa as a region increased from 0.366 in 1980 to 0.475 today, placing Botswana above the regional average." Nu deed Botswana dat, evenals Venezuela, met een rentenier-economie (diamanten en ook koper en nikkel). Betere herverdeling door sociaal beleid dus, maar daarom nog niet echt onwikkeling. Zonder te rentenieren maar ook met een enorm Aids probleem, kreeg Zuid-Afrika - het vijfde BRICS land overigens! - , door herverdeling via sociaal beleid haar HDI omhoog met 0,9% per jaar (dus ook sneller dan Venezuela...) Maar ook daar geldt: betere herverdeling, goede armoedebestrijding, maar daarom nog geen grote vorderingen in echte ontwikkeling voor de onderste lagen van de bevolking. Citaat: "South Africa's HDI rose by 0.9% annually from 0.570 to 0.629 today, which gives the country a rank of 121 out of 187 countries with comparable data. The HDI of Sub-Saharan Africa as a region increased from 0.366 in 1980 to 0.475 today, placing South Africa above the regional average." Ook in India steeg de HDI snel, met 1,7% en zonder rentenieren, hoewel dat enorme groeiland onder het gemiddelde van de regio bleef en de HDI nog lager is dan die van Botswana of Zuid-Afrika: Citaat: "Between 1980 and 2012 India's HDI rose by 1.7% annually from 0.345 to 0.554 today, which gives the country a rank of 136 out of 187 countries with comparable data. The HDI of South Asia as a region increased from 0.357 in 1980 to 0.558 today, placing India below the regional average. Vergelijk met Venezuela: Citaat: "Between 1980 and 2012 Venezuela (Bolivarian Republic of)'s HDI rose by 0.1% annually from 0.629 to 0.748 today, which gives the country a rank of 71 out of 187 countries with comparable data. The HDI of Latin America and the Caribbean as a region increased from 0.574 in 1980 to 0.741 today, placing Venezuela (Bolivarian Republic of) above the regional average." In de grafiek zie je ook geen echt 'omhoog schieten' sinds Chavez, behalve in 2007/2008, maar sinds 2008 loopt de lijn voor bijna horizontaal, dus practisch geen vordering meer. Dat komt overeen met analyses aangaande het onregelmatige, niet-systematisch-structurele karakter van de 'missiones' e.d.

    Nu komen bovenstaande landen van een lagere basis dan Venezuela, maar dat maakt het alleen nog veel moeilijker als ze het zonder rentenieren doen. Maar ook in de Zuid-Amerikaanse regio ging de HDI in dezelfde tijd omhoog met 1,2% in Brazilië, 1,0% in Chili en zelfs nog met gem.0,4% in Argentinië ondanks de economische crash... Dus ook sneller dan in Venezuela.

    Andere rentenier-economieën "schoten" ook sneller "omhoog", bijv. Qatar of de United Arab Emirates: Citaat: "Between 1980 and 2012 Qatar's HDI rose by 0.2% annually from 0.729 to 0.834 today, which gives the country a rank of 36 out of 187 countries with comparable data. The HDI of Arab States as a region increased from 0.443 in 1980 to 0.652 today, placing Qatar above the regional average. United Arab Emirates's HDI is 0.818, which gives the country a rank of 41 out of 187 countries with comparable data. The HDI of Arab States as a region increased from 0.443 in 1980 to 0.652 today, placing United Arab Emirates above the regional average." (Citaten van http://hdr.undp.org/en/statistics/ )

    Dus ja, interessante gegevens in dit stuk. Maar na globale trends worden dan opeens Cuba en Venezuela de hemel in geprezen vanwege hun HDI die bovendien op zich weinig zegt over ontwikkeling... Dat Cuba een hoge HDI heeft en zelfs nog verbetert (met gem.0,8%), maar anderzijds de economie in duigen ligt, wisten we allang en geeft de regering inmiddels zelf toe. Maar waarom je Venezuela zo nodig in het zonnetje moest zetten als je betere voorbeelden van een nog veel snellere stijging van de HDI door herverdeling via een goed sociaal beleid had kunnen kiezen, is mij een raadsel. Vooral omdat er zoveel landen zijn die dat beter doen en zonder te rentenieren op bodemrijkdommen, dus op meer duurzame wijze. M.a.w. hoe enthousiast je ook kan zijn over het Chavisme, dat enthousiasme steeds maar staven met herverdeling en human development is mensen om de tuin leiden.

Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties