Foto: the Nation
Longread -

Irak: 25 jaar oorlog, bezetting, dood en vernietiging

Op 2 augustus 1990 staken Iraakse troepen de grens met Koeweit over en bezetten het land. De Iraakse regering had met zo'n aanval gedreigd als Koeweit zijn economische oorlog tegen Irak niet zou stopzetten. Koeweit bleef veel meer olie produceren dan zijn quota's toelieten en zorgde zo voor een scherpe daling van de petroleumprijzen. Iedere prijsdaling van 1 dollar per barrel kostte Irak 1 miljard dollar per jaar.

maandag 18 januari 2016 14:46

Op 6 augustus stelde het Westen een totaal embargo tegen Irak in. Alle pogingen om de situatie met diplomatieke middelen op te lossen werden door de VS geboycot.

De Golfoorlog van 1991

Op 17 januari 1991 viel een coalitie van 34 landen, waaronder enkele Arabische landen, Irak aan. In 43 dagen voerden die 100.000 luchtbombardementen uit, vuurden ze 450 Tomahawk-raketten af en dropten 265.000 bommen, 88.500 ton, zeven maal de kracht van de Hiroshima-bom en meer ton TNT dan wat de geallieerden op Duitsland tijdens W.0.II neergooiden, meer dan 4 kilogram per Irakees. Slechts 7% van de bommen waren “intelligente” lasergestuurde projectielen. Al de rest was een bommentapijt dat doelbewust een groot deel van de sociale en economische infrastructuur van het land vernietigde. Het begin van een 25-jarige oorlog die nog steeds voortduurt.

Een reporter van CNN peilde naar de impressies van een piloot die terugkeerde van de eerste bombardementsvlucht boven Irak. Lyrisch, bijna in extase beschreef hij het wonderlijk schouwspel van licht en explosies, kleuren en vuurwerk, dat hij vanuit de cockpit van zijn bommenwerper had mogen aanschouwen. En hoe trots hij wel was dat hij de choreografie van dit spektakel mee had mogen regisseren. Hoog in de lucht zag hij natuurlijk niet de angst, de ontreddering, de wanhoop en de dood van gewone burgers, die door duizenden goed gerichte voltreffers alles kwijtraakten wat hen dierbaar was

Het Center For Defence Information uit Washington schatte het aantal gedode Iraakse soldaten in 1991 op 100.000 of meer. Enkel en alleen al bij de aanval op de terugtrekkende troepen op de kustbaan van Koeweit naar Irak vielen 25.000 doden. Duizenden Iraakse soldaten werden met bulldozers levend begraven onder het zand. Ramsey Clark, gewezen Amerikaans Minister van Justitie en initiatiefnemer van het Internationaal Oorlogstribunaal (1991): “Er sneuvelden 125.000 Iraakse militairen tegenover 125 Amerikanen, een verhouding van 1.000 tegen 1. Dit was geen oorlog maar een slachting.”

Vernietiging van de civiele infrastructuur

Elektriciteitscentrales werden volledig verwoest, terwijl nog eens zes grote energiecentrales ernstig werden beschadigd. Aan het eind van de oorlog bedroeg de productie van elektriciteit nog slechts vier procent van het vooroorlogse niveau. Bommen vernietigden de bruikbaarheid van alle grote dammen, de meeste grote pompinstallaties en vele rioolwaterzuiveringsinstallaties. Telecommunicatie-apparatuur, havenfaciliteiten, fabrieken, olieraffinaderijen en distributiecentra, spoorwegen en 131 bruggen werden vernield.

Ook de schade aan het milieu was dramatisch: het gebruik van verarmd uranium, het water van Tigris en Eufraat dat niet langer geschikt was voor consumptie, de bombardementen op chemische en nucleaire vestigingen, miljoenen tonnen afval die ter plaatse werden achtergelaten met onherstelbare aantastingen aan het broos ecosysteem tot gevolg.

De gezondheidsdiensten waren nagenoeg volledig verlamd. De drinkwatervoorziening was gestopt bij gebrek aan stroom; Honderden scholen, ziekenhuizen, moskeeën, kerken, schuilkelders, residentiële woonwijken, historische plaatsen willekeurig gebombardeerd, zonder militaire doelen in de buurt. Alle belangrijke ministeriële gebouwen werden vernield.

 Dit schetst een beeld van doelgerichte en precieze uitschakeling van alles wat Irak nodig had, niet om oorlog te voeren, maar om na de oorlog te overleven. Wat had dit nog te maken met de ontruiming van Koeweit, waar de oorlog zogezegd om begonnen was? Deze oorlog was het begin van de “Nieuwe Wereldorde voor Vrede en Veiligheid” die president George Bush senior en zijn minister van Defensie Dick Cheney hadden beloofd na de val van de Berlijnse Muur.

Biologische oorlogsvoering

Een Washington Post artikel, gepubliceerd op 23 juni 1991, citeerde ambtenaren van het Pentagon die toegaven dat de Amerikaanse bombardementen zich niet enkel concentreerden op militaire doelwitten, maar dat de VS “haar strategische doelen wilde bereiken in de Perzische Golf door op grote schaal de Iraakse samenleving uit te schakelen en opzettelijk grote schade toe te brengen aan het vermogen van Irak om zich te herstellen als een industriële samenleving. “

Een ambtenaar van het Pentagon, die meegeholpen had met de planning van de bommencampagne: “Mensen zeggen: ‘je wist toch dat het bombarderen van de infrastructuur een effect zou hebben op de watervoorziening en de rioleringssystemen?’ Wel, wat probeerden we te doen met de sancties, denk je? Het Iraakse volk helpen? Nee, wat we deden met de aanvallen was om het effect van de sancties te vergroten.”

Professor Ian Roberts van de London School of Hygiene and Tropical Medicine oppert dat het opzettelijk bombarderen van watervoorziening, sanitaire installaties, rioleringssystemen en elektriciteitscentrales, een vorm is van biologische oorlogsvoering, omdat epidemieën zoals tyfus en cholera, diarree, hepatitis daarvan het gevolg zijn. Bijkomend vormen het beperken van de toegang tot essentiële geneesmiddelen en verbod op de invoer van medische apparatuur door het embargo, een aanval op toch al kwetsbare bevolkingsgroepen, zoals kinderen beneden 5 jaar, omdat eenvoudige respiratoire virussen, zoals een bronchitis, al fataal kunnen zijn. “Elke kwaadwillige interventie die het vermogen van een burgerbevolking schaadt om te weerstaan aan ??infecties is een vorm van biologische oorlogsvoering”, aldus Roberts.

De ontwapening van Irak

Op 26 februari trok Irak zich uit Koeweit terug. VS-president Bush kondigde de 28ste een staakt-het-vuren af. De Veiligheidsraad van de VN besliste het embargo aan te houden tot alle niet-conventionele wapens (chemische, biologische en kernwapens) vernietigd zouden zijn. De Unscom was met die opdracht belast. Tot augustus 1998 controleerden 340 Unscom-ploegen 9.346 plaatsen waar wapens zouden opgeslagen zijn. Er waren na die controles geen vernietigingswapens meer in Irak. Dit werd bevestigd door de uittredende minister van defensie William Cohen, die verklaarde aan de intredende president George W. Bush in januari 2001: “Irak vormt niet langer een bedreiging voor zijn buren”. In Caïro verklaarde Colin Powell, VS minister van Buitenlandse Zaken, op 24 februari 2001: “[Hoessein] heeft geen significante mogelijkheden met betrekking tot massavernietigingswapens ontwikkeld. Hij is niet in staat om met conventionele wapens geweld te gebruiken tegen zijn buren.”

De International Herald Tribune berichtte op 26 april 1993 dat de Golfoorlog 676 miljard $ had gekost, wat op dat ogenblik overeenkwam met de helft van de totale schuldenlast van de Derde Wereld.

Na de militaire oorlog, de economische oorlog: het embargo

Martti Ahtisaari, speciale rapporteur van de VN, bezocht Irak in maart 1991, net na het einde van de Golfoorlog: “Niets wat we hadden gehoord of gelezen kon ons hebben voorbereid op deze buitengewone verwoesting; Irak is gereduceerd tot het pre-industrieel tijdperk voor een aanzienlijke tijd.”

Twee maand na de oorlog vond het Harvard Survey Team de hospitalen – vele hypermodern en goed uitgerust – en gezondheidscentra buiten werking. Degene die niet waren beschadigd zaten zonder elektriciteit: geen verlichting in de operatiezaal, geen bloedbank, geen laboratorium, liften die niet werkten, en zo meer. In Mosoel stierven meer dan de helft van de kunstnierpatiënten toen de haemodialyse stilviel als gevolg van gebrek aan water en elektriciteit. Voor de oorlog vaccineerde Irak ongeveer 95% van zijn kinderen. Dat liep in Januari-April 1991 totaal in het honderd: bijna alle entstof was verloren gegaan omdat de ijskasten zonder stroom zaten. De gevolgen waren schrijnend: een enorme toename van voordien vrijwel verdwenen ziekten: mazelen (met een belangrijke epidemie in 1992), kinkhoest, polio, enz. 

In het verslag aan de VN Secretaris-Generaal van 15 juli 1991 betreffende de humanitaire noden in Irak, opgesteld door een commissie onder leiding van Sadruddin Aga Khan, concludeerden de leden van de missie dat de omvang van de schade en vernietiging in Irak door de oorlog dramatische vormen had aangenomen. De missie deelde mee dat de laatste reserves levensmiddelen van de rantsoenen bijna uitgeput waren. Verder stelde de commissie ook vast dat “gedurende de afgelopen maanden grote inspanningen zijn gedaan door de regering van Irak om het land te herstellen. (…)

Grote schade werd toegebracht aan het nationale rioleringssysteem als gevolg van bombardementen en het uitvallen van de stroom tijdens de oorlog. De meeste van deze schade is niet hersteld, en ongezuiverd rioolwater stroomt nu door sommige straten van de steden en in de rivieren. In het land werden daardoor al uitbraken van tyfus en cholera vastgesteld. (…) De gezondheid van de Iraakse bevolking wordt zwaar op de proef gesteld door toenemende milieuverontreiniging, onvoldoende toegang tot hoogwaardige medische zorg en ontoereikende voeding.

Publieke gezondheidsprogramma’s werden door een gebrek aan voorraden teruggeschroefd. Ziekenhuizen en openbare gezondheidscentra zijn zwaar getroffen door gebrek aan elektriciteit, water en medicijnen. Medische, chirurgische, tandheelkundige en laboratoriumapparatuur lijden onder het gebrek aan reserveonderdelen, reagentia en onderhoud. Mechanismen moeten dringend worden in het leven geroepen zodat het land zijn eigen medische benodigdheden kan aankopen om de apparatuur in werking te houden. Bij gebreke daaraan zal de gezondheidssituatie verder verslechteren. Kwetsbare groepen, die elke dag talrijker worden, zullen de eerste slachtoffers zijn.”

Wat de watervoorziening betreft, de schade aan waterzuiveringsinstallaties en het onvermogen om de benodigde onderdelen te verkrijgen omwille van het embargo, treffen naar schatting 2,5 miljoen Irakezen. De 14,5 miljoen Irakezen die misschien wel nog steeds hun water ontvangen krijgen gemiddeld maar een kwart van het vooroorlogse volume per dag. Veel van dit water is echter van twijfelachtige kwaliteit vanwege allerlei problemen, zoals gebrekkige behandeling en onvoldoende uur stroom.”

Prof. Richard Garfield van Columbia University (VS): “Irak is het enige voorbeeld in de afgelopen 200 jaar, waar in een stabiele populatie van meer dan 2 miljoen mensen, een aanhoudende stijging van het sterftecijfer werd waargenomen.”

Voor de Golfoorlog voerde Irak 70% van zijn voedsel in: jaarlijks voor 2 tot 3 miljard $. Daar kwam nadien nog nauwelijks de helft van binnen. De lokale productie heeft zich niet kunnen herstellen. Voor de oorlog was ondervoeding in Irak iets uitzonderlijks. Qua groei waren Iraakse kinderen iets kleiner maar overigens perfect vergelijkbaar met Amerikaanse. Gedurende de sancties is de situatie echter verslechterd in bepaalde streken en bij de armste bevolkingsgroepen. Elk jaar waren de kinderen die de bewaarschool ingingen kleiner dan de generatie van het jaar tevoren.

Kinderen, de grootste slachtoffers van oorlog en embargo

In de zes maanden die volgden op de oorlog verdrievoudigde de kindersterfte, goed voor nog eens 46.900 doden. In 1996 waren er volgens UNICEF omwille van het embargo al meer dan 500.000 kinderen beneden 5 jaar gestorven. Het totale aantal slachtoffers, dat omwille van embargo-gerelateerde oorzaken is overleden bedroeg eind 2002, volgens de cijfers van het Iraaks Ministerie van Volksgezondheid, 755.732 kinderen beneden 5 jaar en 1.051.183 mensen ouder dan 5 jaar, dat is samen 1.806.915 burgerslachtoffers omwille van een economische wurggreep die ongezien was in de geschiedenis van de mensheid. Het was een collectieve straf, opgelegd aan de gehele bevolking van Irak, als middel om druk uit te oefenen op de Iraakse regering.

Toen aan Madeline Albright, de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, in 1996 werd gevraagd of ze dacht dat de sancties tegen Irak de dood van een half miljoen Iraakse kinderen wel waard was, antwoordde Albright laconiek: “Het is een zeer moeilijke keuze, maar we denken dat het de prijs waard is.”

Volgens een Unicef-rapport, gepubliceerd in december 2000, was Irak het droevige lot toebedeeld om van al de 188 landen waar de organisatie werkzaam was, het land te zijn met de grootste stijging van de kindersterfte gedurende de periode 1990-1999. De distributie van de hulpgoederen gebeurde nochtans op een bevredigende manier door de Iraakse autoriteiten, daar waren alle hulporganisaties (UNICEF, WHO,FAO etc..) het over eens.

 Anupama Rao Singh, vertegenwoordiger van Unicef in Irak zei op 4 maart 2000 in The Guardian: “De veranderingen die het land de voorbije 10 jaar heeft ondergaan zijn nooit eerder gezien. In 1989 was de alfabetiseringsgraad 95% en 93% van de bevolking had gratis toegang tot moderne medische voorzieningen. Ouders kregen een boete als ze hun kinderen niet naar school stuurden.

Het fenomeen van straatkinderen en bedelende kinderen was onbestaande. Irak had het stadium bereikt waarbij de basis-indicatoren die we gebruiken om het algehele welzijn van de mens te meten, met inbegrip van kinderen, tot de beste ter wereld behoorden. Nu is Irak gezakt naar de onderste 20%. Op 10 jaar tijd is de kindersterfte van een van de laagste in de wereld, tot de hoogste gestegen.”

Hoge VN ambtenaren nemen ontslag: “embargo is genocide”

Denis Halliday, VN Assistant Secretary General, was de humanitaire coördinator van de Verenigde Naties in Irak vanaf 1 september 1997 tot en met 1998. Hij introduceerde het olie-voor-voedsel programma. Hij nam ontslag in 1998 en karakteriseerde de sancties tegen de bevolking van Irak als “genocide”.

Over de bewering dat het Iraakse regime niet zorgde voor haar eigen burgers zei hij het volgende: “Dat is absolute nonsens. Feit is dat, voordat Saddam Hoessein in de problemen kwam in Iran en dan natuurlijk in Koeweit, Irakezen massaal in de civiele infrastructuur hadden geïnvesteerd. Gezondheidszorg, onderwijs, 10.000 scholen verspreid over het land, een educatief en gezondheidszorg systeem dat de afgunst van al zijn Arabische buren was. Irak had een zeer uitgebreid eigen voedseldistributiesysteem voordat wij betrokken raakten.”

En over de redenen voor zijn ontslag: “We zijn bezig een ganse samenleving te vernietigen. Zo eenvoudig maar verschrikkelijk is het. Het embargo is illegaal en immoreel. Ondervoeding bedraagt ongeveer 30 procent voor kinderen onder de 5 jaar oud. Dit betekent dat waarschijnlijk 5 à 6.000 kinderen sterven per maand. Dit is direct toe te schrijven aan de impact van de sancties, die de ineenstorting hebben veroorzaakt van de watervoorziening en de rioleringssystemen, medische voorzieningen en alle dingen die jonge kinderen nodig hebben om in leven te blijven. Dit alles is gewoon onaanvaardbaar. ik wil niet meewerken aan een programma waarvan dit het resultaat is.”

Na het aftreden van Denis Halliday als humanitaire VN-coördinator voor Irak in oktober 1998, nam VN Assistant Secretary General Hans von Sponeck het beheer van de Iraakse operaties en het olie-voor-voedselprogramma over. In februari 2000 namen zowel von Sponeck als Jutta Burghardt, hoofd van het Wereldvoedselprogramma (WFP) van de VN in Irak, ontslag om dezelfde reden als Halliday, om te protesteren tegen het Irak-sanctiebeleid van de VN. Op 2 juli 2002 schreef Von Sponeck in de Toronto Globe and Mail: “Tot mei 2002 bedroeg de totale waarde van alle voedsel, medicijnen, onderwijs, sanitaire voorzieningen, landbouw- en infrastructuurbenodigdheden die zijn aangekomen in Irak, $ 175 per persoon per jaar, of minder dan 49 cent per dag.”

De Iraakse vertegenwoordiger bij de VN verklaarde op 28 juni 2001 tijdens een debat in de VN: “De prijs voor 11 ton voedsel, ingevoerd tijdens de periode juli 1999 -juni 2000, voor de 28 honden die werden ingezet in het ontmijningsprogramma in Iraaks Koerdistan, bedroeg 33.000 dollar. Dat is 1.248 dollar gemiddeld per hond per jaar. Maar hoeveel kreeg een Iraakse burger gemiddeld gedurende dezelfde periode uit het voedsel-voor-olie programma van de VN? Die Iraakse burger kreeg gemiddeld 125 dollar. In dat bedrag was niet alleen voedsel begrepen, maar ook geneesmiddelen en al de rest. Besluit: een hond heeft volgens de VN recht op het tienvoudige van een Iraakse burger”.

Cynthia McKinney, voormalig VS parlementslid, op 14 augustus 2001: “Het is normaal dat de VS-politiek tegen Irak niet meer zoveel steun krijgt. De bombardementen hebben het leven van het Iraakse volk niet verbeterd, noch de oppositie tegen Saddam Hoessein versterkt, noch ons imago in de regio opgesmukt. Bovendien: burgers opzettelijk viseren is tegen de wetten van een beschaafd land. Wat de VS tot nu toe met succes hebben gedaan is de miserie verhoogd van het Iraakse volk en daarbij een aantal internationale wetten en conventies met de voeten getreden. Ook Groot-Brittannië heeft bijgedragen tot deze wreedaardige politiek die de dood van een half miljoen Iraakse kinderen heeft veroorzaakt. Dat is zowel beschamend als misdadig”.

De dagelijkse bombardementen op Irak tussen 1991 en 2003

In een groot deel van het land waren er tijdens het embargo vaak dagelijkse, voortdurende bombardementen op Irak door de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk, zogenaamd om de illegale “no fly zones” in het noorden en het zuiden en de Iraakse burgers te “beschermen”. Om onbekende redenen bombardeerden vliegtuigen kudden schapen en hun kindherders.

Op de vraag waarom kudden schapen werden gebombardeerd, antwoordde het Britse ministerie van Defensie laconiek: “Wij behouden ons het recht voor om robuuste actie te ondernemen als we worden bedreigd.” Regelmatig vernietigden gevechtsvliegtuigen ook de graanvelden ten Noorden van Mosoel met brandbommen.

In 1993 waren er twee massale aanvallen op Bagdad: de ene was een afscheidscadeau van vertrekkend president George Bush senior en de andere een welkomstgeschenk van de intredende president Bill Clinton. Deze laatste aanval doodde onder andere de getalenteerde kunstenaar Laila al-Attar. Al-Attar was de conservator van het Museum of Modern Art. Ze was ook de kunstenares die verantwoordelijk was voor het mozaïek met het gezicht van George Bush senior aan de ingang van het Al-Rashid Hotel. De dood van haar en haar familie door een precisie geleide raket zal dan ook geen toeval zijn geweest.

In december 1998 verlieten de wapeninspecteurs Irak, gevolgd door intensieve bombardementen door de VS en Engeland. Er vielen tijdens die vierdaagse bommencampagne veel Iraakse burgerslachtoffers. In totaal werden er 600 missies gevlogen door 300 gevechtsvliegtuigen en 90 kruisraketten en 325 Tomahawk raketten afgevuurd.

Tussen 1991 en 2001, hebben de Amerikaanse en Britse luchtmacht 280.000 gevechtsvluchten gevlogen over Irak en doodden daarbij honderden burgers. De VS luchtmachtgeneraal William Looney zei in 1999: ‘Zij (de Irakezen) weten dat we hun luchtruim beheersen.(…) Wij dicteren de manier waarop ze leven en praten. En dat is zo geweldig aan Amerika op dit moment. Het is een goede zaak, vooral omdat daar veel olie is die we nodig hebben.”

Oorlog en embargo kunnen de wil van het Iraakse volk niet breken

De oorlog en het embargo die erop gericht waren om Irak klein te krijgen, en die dit eens zo welvarende land naar het stenen tijdperk bombardeerde, hadden net het tegenovergestelde effect dan beoogd was. In iets meer dan één jaar tijd slaagde Irak er in om 129 bruggen, een aantal waterzuiveringsinstallaties, elektriciteitscentrales, rioleringen, olieraffinaderijen, telecommunicatiecentra, de haven van Basra, kortom: een behoorlijk deel van de vitale infrastructuur terug op te bouwen zonder hulp van buitenlandse experts, enkel door te steunen op eigen krachten. Wat Irak toen heeft gepresteerd qua inspanningen voor de wederopbouw van het land, en de creativiteit waarmee de talrijke problemen werden opgelost, is bijna miraculeus. Daar was vooral voor nodig: een zeer grote motivatie bij alle lagen van de bevolking. En Irak had daarvoor zeer veel hooggeschoolde ingenieurs en technici ter beschikking.

Het voortdurend embargo heeft er echter voor gezorgd dat de civiele infrastructuur in de electriciteits-, waterzuiverings-, transport- en communicatiesector onvoldoende kon worden hersteld, omdat a) geen wisselstukken konden worden ingevoerd, en omdat b) zonder normale inkomsten uit olie en c) zonder de hoge investeringskosten, geschat op 200 miljard dollar, het land zijn normale economische activiteit niet kon herstellen. En omdat de economie niet kon worden aangezwengeld, bleven werkloosheid en hyperinflatie hoog. Als gevolg van dit gebrek aan economische heropleving bleef het dagelijks leven voor de gemiddelde Irakees een hel. Zelfs de Britse conservatieve krant The Economist, stelde dat het Olie-Voor-Voedsel programma “de kwaal bestrijdt met een aspirine, daar waar een chirurgische ingreep nodig is. Irak heeft handelsvrijheid nodig en belangrijke overzeese investeringen”, aldus de krant.

Verdere wurging van Irak en de weigering van de VS om hulpgoederen te leveren

Indien Irak goederen wilde aankopen uit het Olie-Voor-Voedsel programma, moest het daartoe een aanvraag indienen bij de speciaal daartoe opgerichte VN commissie 661, die besliste of die contracten al dan niet mochten worden uitgevoerd. In het rapport van de VN secretaris-generaal in oktober 2001 kon men lezen dat de VS en Groot-Brittannië voor 4 miljard dollar humanitaire goederen tegenhielden. Van al de door Irak gevraagde goederen in het kader van het Olie-Voor-Voedsel programma, werd door de Commissie 661 slechts 36,8% geleverd. In hetzelfde rapport werd ook gesteld dat de distributie van de ontvangen hulpgoederen door de Iraakse regering op een uiterst bevredigende manier gebeurde.

De hulpgoederen waarvoor groen licht werd gegeven werden betaald met het geld van de Iraakse olieverkoop dat werd gestort op een geblokkeerde rekening. Daar werd al 30% van ingehouden voor oorlogsschadeclaims, en ook om bv. het VN-personeel in Irak te betalen. Irak had geen beslissingsrecht over zijn eigen oliegeld, en het had ook geen toegang tot de wisselmarkten, dus kon het niets aankopen in het buitenland. 

Omschakeling van dollar naar euro nagel aan de doodskist van Saddam Hoessein

In het najaar 2000 besliste de Iraakse regering om bij verrichtingen op die rekening niet langer te werken met de dollar, omdat dat een “vijandige munt” was. Alle transacties op die rekening gebeurden sinds eind 2000 in Euro, en de zetel van de rekening bevond zich niet langer in de VS, maar in Parijs. Na de aankondiging door de Iraakse regering dat zij in de toekomst enkel wilde handelen met de Euro, steeg de koers van deze munt met 3%. “In de echte wereld (…) is de enige factor die ten grondslag ligt aan de Amerikaanse welvaart het behoud van de dollar als wereldreservemunt. Dit kan alleen gedaan worden als de olieproducerende landen de olieprijs in dollars houden, en al hun valutareserves in dollar activa. De finale nagel aan de doodskist van Saddam Hoessein, was zijn beslissing om te starten met de verkoop van olie voor euro’s”, aldus Richard Benson, Citibank en Chase Manhattan analist.

Sinds december 1998 verminderde de internationale steun voor het voortzetten van de sancties, en vooral de Arabische “frontlijnstaten” wilden wel opnieuw handel drijven met hun vroegere partner Irak. Irak sloot bilaterale akkoorden met Syrië, Jordanië en Turkije voor de verkoop van olie aan een zeer gunstige prijs. Deze landen beseften dat de sancties zonder nut waren geworden omdat Iraks wapenvoorraden niets meer voorstelden.

Waarom moest Irak worden vernietigd? Analyse van 1991

In 1991 had de toenmalige “Koördinatie Tegen De Oorlog In De Golf”, opgericht om actie te voeren tegen de oorlog, reeds een analyse gemaakt van de strategische doelen van de Westerse coalitie onder leiding van de VS:

– zich verzekeren van de controle over de oliereserves van het Midden-Oosten om de geproduceerde hoeveelheden en de prijzen te kunnen bepalen;

– de politieke structuren in de regio behouden, vooral die van de Golf-emiraten en van Saoedi-Arabië, welke de controle door het Westen over de olie verzekeren;

– het economisch en militaire potentieel van Irak vernietigen, het enige Arabische land dat capabel en bereid is de imperialistische en zionistische overheersing van de regio in vraag te stellen;

– permanente militaire bases installeren en oorlogsvloten plaatsen om de dictaten van het Westen op te leggen;

– de Israëlische suprematie over alle Arabische landen veilig stellen;

– de Arabische landen de toegang tot militaire technologie verbieden, die hen zou toelaten het hoofd te bieden aan de imperialistische machten.

Die redenen waren dezelfde om Irak in 2003 aan te vallen. Maar er was meer.

De VS uitgesloten van de toekomstige toegang tot de Iraakse markt na de sancties

Als groot olieproducerend land had Irak zijn olie genationaliseerd in 1972. De Westerse elites en de oliemaatschappijen hebben dit nooit kunnen aanvaarden. In tegenstelling tot Saoedi-Arabië werden olie-inkomsten terug geïnvesteerd in de eigen ontwikkeling, en Irak trachtte andere olieproducerende Arabische landen te overtuigen om hetzelfde te doen. De snelle ontwikkeling van het land en het Arabisch nationalisme hadden een grote invloed op de bevolkingen van de Arabische regio. 

In de jaren 1990 hadden Frankrijk en Rusland deals gesloten met Irak om na het opheffen van de sancties de Iraakse olie te ontginnen. Als die contracten zouden worden uitgevoerd, zou Total / Fina / Elf exclusieve rechten verkrijgen om de Majnoon en Bin Umar olieregio’s te ontwikkelen, ter waarde van 7 miljard US dollar. Een Russisch consortium onder leiding van Lukoil zou exclusieve rechten bekomen om de enorme West Qurna olievelden in het zuiden van Irak, geraamd op 70 miljard vaten, ongeveer de helft van de Iraakse reserves, te ontwikkelen. Ook het Australische BHP onderhandelde met de regering van Saddam Hoessein om het Halfayeh olieveld na de sancties te ontwikkelen. Het totaal van deze contracten werd geraamd op een waarde van 1,1 biljoen US dollar op lange termijn.

De VS werd dus uitgesloten van de toekomstige toegang tot het ontwikkelen van ‘s werelds op één na grootste bewezen oliereserves. Dit verklaart waarom de VS de sancties per se wilden in stand houden, ongeacht of Irak de VN resoluties naleefde of niet. Beëindiging van het embargo zou betekenen dat de Verenigde Staten de toegang tot de Iraakse olie zou verliezen, dus garandeerden de sancties intussen dat ook niemand anders toegang had tot de Iraakse olie. Dit was een van de centrale redenen waarom Rusland en Frankrijk in de aanloop van de invasie in de VN in 2003 weigerden om militaire actie tegen Irak te ondersteunen.

Gesocialiseeerde Iraakse economie doorn in het oog van de neoliberale elite

Irak stelde ook problemen vanwege zijn gesocialiseerde economie. Irak was een fervente anti-neoliberale, anti-Amerikaanse staat, en buitenlandse investeerders zouden worden uitgesloten van deelname aan de heropleving van de Iraakse markten na de sancties. De Iraakse staatseconomie belette de Westerse ondernemingen om te investeren in de Iraakse industrie of om Iraakse bedrijven te kopen. Op basis van ervaringen uit het verleden, van Chili in 1973 tot Libië in 2011, is het beperken of het beletten van de marktoegang voor Amerikaanse bedrijven reden genoeg voor de VS om zeer beslissende actie te ondernemen en de Iraakse markt open te breken en klaar te stomen voor het neoliberalisme en de globalisering.

In 2002 waren de sancties danig uitgehold en niet in staat om Saddam Hoessein van de macht te verdrijven, dit ook al als gevolg van de toenemende internationale verontwaardiging over de verwoestende uitwerking van het embargo op het Iraakse volk, met name de kinderen. Deze mislukking dwong de VS om over te gaan tot drastischer maatregelen: een militaire invasie en verandering van het regime.

19 maart 2003: de illegale invasie en bezetting van Irak

Op 19 maart 2003 begon de grootscheepse aanval op Irak door de VS geleide coalitie: de “Shock and Awe”. Er werden 41.000 gevechtsvluchten uitgevoerd en 27.000 bommen gedropt. Ongeveer 200.000 soldaten namen deel aan de grondinvasie.

De regeringen van de VS en Groot-Brittannië hadden evenwel geen goedkeuring van de VN Veiligheidsraad gekregen voor een dergelijke aanval en de ene na de andere leugen werd opgedist om toch maar Irak te kunnen binnenvallen. Er waren geen massavernietigingswapens. Er was evenmin een link met Al-Qaeda terroristen. Ten slotte werd gezegd dat de oorlog democratie in Irak zou brengen, een voorbeeld voor het ganse Midden-Oosten. De ‘dictator’ Saddam moest worden verwijderd. Deze rechtvaardiging wordt nu nog steeds door Tony Blair gegeven als de belangrijkste reden om Irak binnen te vallen.

De kost van de oorlog tegen Irak: meer dan 3.000 miljard dollar

De Verenigde Staten zijn een oorlogseconomie en om te ontsnappen aan een binnenlandse economische crisis door middel van massale productie, verkoop en het gebruik van wapens en militair materieel kunnen ze het zinkende schip nog drijvend houden. Het defentiebudget van de VS is gestegen van 335 miljard dollar in 2001 tot 637 miljard in 2015. Joseph E. Stiglitz, Nobelprijswinnaar economie berekende de kosten van de oorlog in Irak. Hij concludeerde in 2009: “Er bestaat niet zoiets als een gratis lunch, en er is niet zoiets als een gratis oorlog. Het Irak-avontuur heeft de Amerikaanse economie ernstig verzwakt en de ellende gaat veel verder dan de hypotheekcrisis. Je kan geen 3.000 miljard dollar uitgeven aan een mislukte oorlog in het buitenland en daarvan in het binnenland niet de pijn voelen”.

Amerika, zegt Stiglitz, besteedt op dit moment 5 miljard dollar per jaar in Afrika en maakt zich zorgen dat het in Afrika worden overschaduwd door China: “Vijf miljard euro is ongeveer 10 dagen vechten, dat geeft je een idee van de verspilling van middelen.”

Oorlogspropaganda en leugens

Op een gezamenlijke persconferentie van president Bush en premier van Groot-Brittannië Tony Blair op 27 maart 2003, gaf Blair de wel bijzonder cynische rechtvaardiging voor de invasie: “In de afgelopen vijf jaar stierven 400.000 Iraakse kinderen onder de leeftijd van vijf jaar aan ondervoeding en ziekte door de schuld van het regime waarin ze moeten leven. Welnu, dat is de reden waarom we actie ondernemen.” Dat was niet de eerste of de enige flagrante leugen die ons als waarheid werd voorgeschoteld.

President Bush en zijn ministers hebben exact 935 keer gelogen tussen 11 september 2001 en 19 maart 2003 om hun invasie te rechtvaardigen. Media-spotters hebben dat precies berekend en de massamedia hebben de leugens gretig overgenomen. Maar desinformatie en propaganda mag dan ook wel iets kosten. “Dit jaar bedragen de uitgaven voor de Pentagon Public Relations, voor het ‘winnen van de harten en de geesten’ in binnen-en buitenland, naar verwachting tenminste 4,7 miljard dollar”, meldde de Nieman Foundation for Journalism aan de Harvard University in 2009, zich afvragend waar de grens ligt tussen nieuws en propaganda.

De opzettelijke vernietiging van de Iraakse staat

Enkele dagen na de verwoestende aanslagen van 11 september 2001 verklaarde vice-minister van Defensie Paul Wolfowitz dat ‘het beëindigen van landen die het terrorisme steunen’ een belangrijk aandachtspunt van het Amerikaanse buitenlandse beleid zou worden. Irak werd bestempeld als een ‘terroristische staat’ en dus klaar voor ‘beëindiging’. President Bush duidde Irak aan als de frontlinie van de wereldwijde oorlog tegen terreur. Amerikaanse troepen zijn Irak binnengevallen in 2003 met de uitdrukkelijke bedoeling om de Iraakse staat te ontmantelen. De “Oorlog tegen de terreur” was het vervolg van de oorlog voor de “Nieuwe Wereldorde”. We kunnen, na 25 jaren oorlog, embargo, bezetting en chaos, met grote zekerheid stellen dat de vernietiging van de Iraakse staat een bewuste doelstelling was van het beleid van de VS. 

De Amerikaanse architecten van deze oorlog, die nog steeds hun invasie rechtvaardigen met een retoriek van ‘bevrijding’ en ‘democratie’, hadden al jaren eerder openlijk erkend en voorspeld dat een invasie zou resulteren in het einde van Irak als een eengemaakte staat.

In een follow-up van hun  beleidsdocument uit 1996, ‘A Clean Break: A New Strategy for Securing the Realm’, publiceerden vooraanstaande neoconservatieve intellectuelen een rapport dat een radicale hervorming van het Midden-Oosten bepleitte met militaire middelen.

De auteurs van het rapport voorspelden de onvermijdelijkheid van de ondergang van Irak na een militaire invasie. In dit document waarschuwden de auteurs eveneens dat een militaire ‘regime change’ (regimeverandering) er zou toe leiden dat “Irak uiteen wordt gescheurd door de politiek van krijgsheren, dieven, clans, sekten en belangrijke families”.

Diezelfde auteurs werden nadien niettemin de meest agressieve voorstanders van zo’n invasie. De maatregelen van de bezettende autoriteit na de invasie om het Iraakse leger te ontbinden, sektarische milities te steunen, doodseskaders te creëren en de Iraakse civiele infrastructuur verder te vernietigen worden in dit licht bekeken, veel begrijpelijker.

De chaos waarin het land werd ondergedompeld sinds 2003 is niet een onbedoeld gevolg, maar een politieke optie, voorspeld door de architecten van de oorlog en daarna perfect uitgevoerd. Nog steeds bepleiten Amerikaanse denktanks een opdeling van Irak in etnische en religieuze staatjes, en achten het definitieve einde van Irak onvermijdelijk. 

De gevolgen van de moedwillige ‘beëindiging’ van de Iraakse staat

De rampzalige gevolgen in menselijke en culturele termen van de vernietiging van de Iraakse staat tussen 2003 en 2011, al erg verzwakt door de Golfoorlog in 1991 en de economische sancties, zijn enorm: met name de dood van meer dan 1,5 miljoen burgers; de verdere vernietiging van de sociale infrastructuur, waaronder elektriciteit, drinkwater en riolering en de openbare instellingen, de doelgerichte moorden op academici en professionals, ongeveer 2,5 miljoen binnenlandse ontheemden (IDP) en 2.764.000 vluchtelingen tot en met 2009.

Al deze verschrikkelijke verliezen werden nog verergerd door ongekende niveaus van culturele verwoesting, aanvallen op de nationale archieven en monumenten die de historische identiteit van het Iraakse volk vertegenwoordigen. Onderwijs en gezondheid liggen thans nog steeds ver onder het niveau van voor de invasie. Elektriciteit en schoon water zijn na al die jaren van oorlog, embargo, bezetting en chaos nog steeds niet beschikbaar voor miljoenen Irakezen. Tragisch genoeg zijn de meest getroffen segmenten van de bevolking vrouwen en kinderen. De vrouwenhandel en prostitutie zijn bloeiend.

Nog meer cijfers over de catastrofe gevolgen van de Amerikaans/Britse bezetting tussen 2003 en 2013:

  • 83% van de in Irak ontheemden zijn vrouwen en kinderen, en de meerderheid van deze kinderen jonger is dan 12 jaar; bij de in Irak ontheemde gezinnen werden 93.500 kinderen als vermist opgegeven.
  • Meer dan één op drie slachtoffers van het mondiale terrorisme is een Irakees
  • 8 miljoen Irakezen behoeven onmiddellijke noodhulp; 4 miljoen mensen hebben gebrek aan voedsel en hebben dringend humanitaire hulp nodig.
  • De Iraakse nationale minderheden (Christenen, Assyriërs, Mandeeërs…) staan op de rand van de uitroeiing omdat zij worden geconfronteerd met ongekende niveaus van geweld; sommige van die religieuze en etnische minderheden in Irak hebben gedurende twee millennia vreedzaam samengeleefd in de regio .
  • 84% van Irak’s instellingen voor hoger onderwijs werden in brand gestoken, geplunderd of vernietigd; meer dan 400 Iraakse professoren werden doelgericht vermoord; 20.000 vooraanstaande Iraakse wetenschappers en 6.700 Iraakse hoogleraren zijn het land ontvlucht; Tegelijk met de vernietiging van de educatieve infrastructuur van Irak, werd de intellectuele en technische klasse van Irak onderworpen aan een systematische en permanente campagne van intimidatie, ontvoering, afpersing, willekeurige executies en gerichte moordaanslagen. Ongeveer 40 procent van de middenklasse van Irak was voor het einde van 2006 gevlucht, waaronder artsen, ingenieurs, advocaten, rechters, alsmede politieke en religieuze leiders; Weinigen zijn teruggekeerd. 18.000 artsen zijn gevlucht sinds de invasie; meer dan 2.000 artsen werden vermoord; tot 75 procent van de Iraakse artsen, apothekers, verpleegkundigen en 80 % van het lerarenkorps in Bagdad werden gedood, emigreerden, of hebben hun jobs opgegeven
  • Meer dan 700 basisscholen werden gebombardeerd, 200 verbrand en meer dan 3.000 geplunderd; 31.598 gewelddadige aanvallen tegen onderwijsinstellingen werden gemeld tussen maart 2003 en oktober 2008; onderwijsinstellingen over heel het land werden gebruikt voor de huisvesting van militairen; in 2008 liepen slechts 50% van de basisschool-leeftijd kinderen school, tegenover 80% in 2005. 92% van de kinderen heeft een leerachterstand.
  • Minstens 400 journalisten (waarvan de meerderheid Irakezen) werden in Irak vermoord: een cijfer dat het dodental overtreft van elk ander oorlogsgebied in de geschiedenis.
  • Iraakse vluchtelingen leden aan extreme niveaus van trauma, veel hoger dan bij vluchtelingen uit andere conflicten. 89,5% leed aan depressie, 81,6% aan angststoornissen, 67,6% aan Post Traumatische Stress Stoornis (PTSS), 80% was getuige van een schietpartij, 72% was ooggetuige van een autobom en 75% kende iemand die was vermoord.
  • Vrouwenrechten werden volledig teruggedraaid, zoals het recht op moederschapsbescherming, werkgelegenheid en gezondheidszorg.
  • Irak was lange tijd volgens de Mondiale Vredesindex het meest gewelddadige en minst veilige land ter wereld, na Somalië
  • Bagdad is de minst leefbare stad op de planeet. Dit is te wijten aan de volledige vernietiging van Irak’s zuiveringsinstallaties voor afvalwater, fabrieken, scholen, ziekenhuizen, musea en energiecentrales door het Amerikaanse leger. 70 procent van de Irakezen hebben geen toegang tot drinkbaar water
  • Er zijn 5 miljoen weeskinderen van wie één of beide ouders overleden zijn en meer dan een half miljoen van hen op straat leeft.
  • Er zijn drie miljoen weduwen in Irak; 76% van de weduwen heeft geen pensioen ontvangen; 55% is ontheemd sinds 2003, en 55% is slachtoffer van geweld.
  • 53% of 11 miljoen van de totale 19 miljoen Iraakse stedelingen woont in krottenwijken; voor de Amerikaanse invasie van Irak in 2003 was dat minder dan 20%
  • Irak heeft het grootste aantal vermiste personen ter wereld: meer dan één miljoen.
  • Besmetting met verarmd uranium en andere militair-gerelateerde vervuiling heeft een sterke stijging van genetische afwijkingen en kankers in Irak veroorzaakt en het land onleefbaar gemaakt.
  • Lage waterstanden in meren en rivieren hebben een ramp veroorzaakt omdat gebrekkige riolering het water heeft vergiftigd waardoor het ongeschikt is geworden voor menselijke en dierlijke consumptie.
  • De massale corruptie in Irak is waarschijnlijk het grootste corruptieschandaal uit de geschiedenis; meer dan 30 anti-corruptie rechercheurs werden vermoord sinds 2006; olie werd naar hartenlust gestolen omdat elk spoor ontbrak van een modern meetsysteem, nodig om de productie, het transport en de export van ruwe olie te monitoren.
  • Meer dan 15.000 Mesopotamische artefacten van onschatbare waarde zijn gestolen uit het Nationaal Museum in Bagdad, en 12.000 archeologische sites werden door de VS bezetter onbewaakt gelaten.
  • De VS hebben nog steeds een ijzeren controle over Irak: alle financiële transacties met het buitenland gebeuren in dollar via de Amerikaanse bank JP Morgan.
  • De oorlog in Irak is mede verantwoordelijk voor de wereldwijde economische crisis en heeft aan de Amerikaanse belastingbetaler op 8 jaar tijd meer dan 3.000 miljard dollar gekost: 720 miljoen dollar per dag. Daarmee kan je in de VS per dag 6.482 huizen bouwen, 84 scholen en 1.274.336 woningen voorzien van hernieuwbare energie, zoals zonnepanelen.

William Blum geeft een kort maar verwoestend overzicht van de ‘resultaten’ van deze oorlog: “Het zou aan geen enkele Amerikaan mogen worden toegelaten te vergeten dat het volk van Irak, de samenleving van Irak, zijn vernietigd, geruïneerd: een mislukte staat.

De Amerikanen hebben sedert begin 1991 het land 12 jaar lang gebombardeerd, met een of ander excuus, daarna binnengevallen, vervolgens bezet, regering omvergeworpen, moedwillig gedood, gemarteld de mensen van dat ongelukkige land hebben alles verloren – hun huizen, hun scholen, hun elektriciteit, hun schoon water, hun omgeving, hun buurt, hun moskeeën, hun archeologie, hun baan, hun loopbaan, hun bekwame mensen, hun staatsbedrijven, hun fysieke gezondheid, hun geestelijke gezondheid, hun gezondheidszorg, de verzorgingsstaat, hun vrouwenrechten, hun religieuze tolerantie, hun veiligheid, hun kinderen, hun ouders, hun verleden, hun heden, hun toekomst, hun leven. Meer dan de helft van de bevolking is ofwel gedood, gewond, getraumatiseerd, in de gevangenis, ontheemd, of in het buitenland in ballingschap. De lucht, bodem, water, bloed en genen doordrenkt met verarmd uranium, de meest verschrikkelijke geboorteafwijkingen, niet-ontplofte clusterbommen liggen op de loer voor de kinderen om ze op te rapen.”

De creatie van een gigantisch neoliberaal vrijemarktparadijs

“De fundamentele tegenstelling in dit succesverhaal is het feit dat Irak werd veranderd in een gigantisch vrijemarktparadijs, maar een helse nachtmerrie voor de Irakezen. Ze koloniseerden het land voor het kapitaal – plunderden op grote schaal, een moordend kapitalistisch laboratorium, massavernietigingswapens. Irakezen werden niet betrokken bij de planning, noch werden hen contracten aangeboden die de voordelen verdelen.

Nieuwe economische wetten voerden lage belastingen in, Iraakse activa werden voor 100 procent eigendom van buitenlandse investeerders met het recht om alle winsten naar het buitenland te versassen, onbeperkte invoer, en langetermijndeals en pachtovereenkomsten van 30-40 jaar die Irakezen onteigenen van hun eigen middelen, en geen enkele toekomstige overheid die ze kan veranderen”, schrijft Stephen Lendman.

De bezetter maakte een analyse van de 150 fabrieken en 48 bedrijven van het Ministerie van Industrie om na te gaan of het de moeite waard was om ze te privatiseren. Daarvoor waren 4 mensen ter beschikking. Ter vergelijking: Duitsland had 8.000 mensen die werkten aan de privatisering van de voormalige Oost-Duitse fabrieken na de hereniging.

De verantwoordelijke hiervoor: PeterMcPherson, erkende vrij snel dat het niet mogelijk was om het privatiseringsprogramma te starten voordat Irak gestabiliseerd was. Dus hield hij zich dan maar bezig met het elimineren van de overheidssubsidies, zoals gratis elektriciteit en gratis benzine of diesel, een “besparing” van honderden miljoenen dollars per jaar, een aderlating voor de Iraakse bevolking.

McPherson verliet Bagdad in de zomer van 2003, en werd vervangen door Thomas Foley, een bankmanager en voormalig klasgenoot van Bush. Een week na zijn aankomst vertelde Foley dat hij van plan was om alle Iraakse staatsbedrijven te privatiseren binnen 30 dagen.

Bezetting creëert volksverzet

Voor de oorlog in Irak in 2003, tijdens een bijeenkomst van de Arabische Liga, deed secretaris-generaal Amr Moussa zijn beroemde uitspraak dat een Amerikaanse oorlog tegen Irak “de poorten van de hel zou openen”. En dat geschiedde ook. De Amerikaanse invallers werden niet begroet met bloemen in 2003. Het reguliere Iraakse leger werd al snel ontbonden door de bezetter. Het verzet tegen de invasie en buitenlandse bezetting begon kort na de invasie van 2003, toen de officieren van het Iraakse leger versmolten met de bevolking en een guerrilla-oorlog startten. Het verzet was in de eerste plaats gericht tegen de coalitietroepen en later ook tegen de Iraakse veiligheidstroepen, die als collaborateurs werden aangezien.

Volgens een poll in februari-maart 2007, keurde 51 procent van de Iraakse bevolking de aanvallen op de coalitietroepen goed. Dezelfde poll gaf ook aan dat meer dan 90 procent van de Arabische soennieten in Irak de aanslagen goedkeurde. Uit dezelfde enquête bleek dat het aantal Irakezen, die zeiden dat hun levensomstandigheden goed waren, was gedaald van 71 procent in november 2005 tot 39 procent in 2007.

75 procent van de geregistreerde aanvallen, (op basis van de driemaandelijkse rapporten van het Congres) waren direct gericht tegen de bezettingsmacht, en nog eens 17 procent tegen de Iraakse regeringstroepen. De overige 8 procent was gericht tegen niet nader genoemde burgerdoelen. Het zijn deze laatste incidenten waarover de media steeds weer heeft bericht.

Het gemiddelde aantal aanvallen in juni 2007 was gestegen tot ongeveer 185 per dag. Dat is 1.300 per week, en meer dan 5.500 aanvallen per maand. Een andere manier om deze cijfers te begrijpen, is dat er ieder uur, dag en nacht, 7 à 8 nieuwe mortieraanvallen waren of Improvised Explosive Devices (IED), zoals bermbommen, sluipschutters, enz. Vanaf medio 2007 is het aantal dagelijkse aanvallen afgenomen, samenvallend met de extreme repressie van door de VS gesponsorde doodseskaders en sektarische regeringsmilities.

Al Qaeda is een terreurorganisatie; het Iraaks volksverzet zijn vrijheidsstrijders

Autobommen en andere zelfmoordaanslagen maakten slechts een kleine fractie uit van alle aanvallen. 90 procent van de zelfmoordaanslagen in Irak werd uitgevoerd door buitenlandse strijders verbonden met Al Qaeda in Iraq (AQI), en niet door het verzet, volgens statistieken van het Amerikaanse leger zelf. Hoe groot was dan AQI?

“Al Qaeda in Irak”, aldus specialist Malcolm Nance, “is een microscopisch kleine terroristische organisatie.” Volgens generaal Buchanan omvatte het netwerk van Al Qaeda in Irak 800 tot 1.000 mensen: “van terroristen die betrokken zijn bij media- en financieringsoperaties tot echte strijders.” Een document vrijgegeven door het Amerikaans leger in juli 2010 vermeldde dat Al Qaeda een ‘harde kern’ had van ongeveer 200 strijders in Irak.

Het Iraakse verzet distantieerde zich trouwens van terroristische acties tegen burgers. Een voorbeeld hiervan is het hoofd van de Shura Raad in Fallujah, Abdullah Janabi, die in een verklaring op 21 september 2004 (2 maanden voor de tweede aanval op Fallujah) Zarqawi een ‘crimineel’ noemde.

“We hebben geen Zarqawi nodig om onze stad te verdedigen”, aldus Janabi, die probeerde om een onderscheid te maken tussen wat hij noemde de Iraakse verzetsstrijders “en buitenlandse strijders die zich bezighouden met een campagne tegen de infrastructuur van Irak, buitenlandse burgers en Iraakse veiligheidstroepen. Het Iraakse verzet is één zaak en het terrorisme is een andere. Wij ontvoeren geen journalisten en wij saboteren geen oliepijpleidingen en elektrische centrales. We doden geen onschuldige Irakezen. We verzetten ons tegen de bezetting.” 

Het Iraaks verzet is nooit een allegaartje schimmige islamitische ‘terroristen’ geweest, maar een echte volksopstand, een echt volksverzet tegen de meest wreedaardige imperiale macht die de wereld ooit heeft gekend. Het Iraaks verzet was tijdens de bezetting volledig legaal volgens het internationaal recht. De Amerikaanse invasie en bezetting daarentegen was en is nog steeds ontegensprekelijk wèl illegaal.

Harde repressie van het volksverzet door veiligheidstroepen en doodseskaders

Het aantal Iraakse veiligheidstroepen van de regering bedroeg in maart 2007 ongeveer 330.000. In maart 2011 was dat aantal al gestegen tot 670.000. Ze werden vaak gebruikt als vooruitgeschoven stoottroepen voor het bezettingsleger. Dus is het niet verwonderlijk dat ook zij werden geviseerd door het verzet.

In 2008 moesten 157.800 Amerikaanse militairen, meer dan 155.826 contractors (huurlingen), 41.000 National Police (voorheen de Special Police Commandos of doodseskaders), 144.000 Facilities Protection Services (FPS-bewakingsdiensten) het massale Iraakse verzet proberen te bedwingen. Ambtenaren van de VS en het Ministerie van Binnenlandse Zaken beschreven de FPS eenheden als milities. Iedere eenheid luisterde immers enkel naar de orders van het ministerie of particuliere beveiligingsbedrijf dat hen in dienst had. Ministeries waren sektarisch georganiseerd, de meeste onder de controle van de sjiitische religieuze partijen die de regering van Irak vormden.

Amerikanen zaaien de kiemen van het sektarisme

Toen de Amerikaanse diplomaat Paul Bremer het tijdelijke bestuursorgaan, de ‘Iraqi Governing Council‘ (IGC), creëerde, koos hij mensen op basis van hun sektarische, religieuze en etnische afkomst, en vermeldde hun affiliatie achter hun naam. Bijvoorbeeld, toen de leider van de Iraakse Communistische Partij werd benoemd in de IGC, werd hij als sjiiet vermeld. De Iraakse identiteit werd volledig uit het woordenboek van de bezetters gewist.

De socio-politieke situatie in Irak verslechterde verder door allerlei beslissingen gebaseerd op de premisse dat de sjiieten en Koerden werden onderdrukt en gemarginaliseerd onder Saddam Hoessein. Deze groepen kregen van de VS meer macht en een voorkeursbehandeling. 

De grondwet, door de bezetter geschreven in 2005, illustreert dit duidelijk. In plaats van te bouwen aan een staat met gelijke rechten en plichten voor alle burgers, werden de soennitische Arabieren gemarginaliseerd en werden ze door de regerende sjiitische en Koerdische partijen afschuwelijk slecht behandeld. 

Het sektarische kruitvat in Irak werd dus gecreëerd door de Amerikanen. De situatie vandaag staat in schril contrast met de houding van de Iraakse bevolking tijdens de vroege dagen van de Amerikaanse invasie. De titel van een New York Times artikel in april 2004: ‘Samenwerking tussen soennieten en sjiieten groeit. Dit verontrust de VS’, zegt alles.

Het beschreef de brede steun van sjiitische Irakezen aan hun soennitische medeburgers in Fallujah, die toen belegerd werden door de Amerikaanse troepen. “We hebben orders van onze leider om samen als Irakezen te strijden” zei Nimaa Fakir, een 27-jarige leraar en soldaat in het Mahdi Leger, een sjiitische militie.

“We willen de gevechten intensifiëren, de Amerikanen verslaan en ze het land uitdrijven. Hiervoor moeten we onze krachten bundelen.” Een sjiiet wordt geciteerd: “Soennieten, sjiieten, het maakt niets uit. Dit is een kunstmatig onderscheid. De mensen in Fallujah verhongeren. Ze zijn Irakezen en ze hebben onze hulp nodig.”

De noodzaak om dergelijke uitingen van interreligieuze nationale eenheid tegen te gaan en te ondermijnen en zo de doelstellingen van de invasie te bereiken, werd door Amerikaanse militaire functionarissen reeds in een vroeg stadium erkend. Om het met de woorden van generaal Ricardo Sanchez te zeggen: “Het gevaar is dat soennieten en sjiieten zich verenigen (…) We zullen heel hard moeten werken om ervoor te zorgen dat dit wordt vermeden.”

Preventieve mensenjacht

De Amerikaanse en Britse legers, geconfronteerd met een felle weerstand, veranderden drastisch hun tactiek, zoals beschreven in The New Yorker op 15 december 2003: “Een Amerikaanse adviseur zei: ‘De enige manier waarop we kunnen winnen, is om over te schakelen op onconventionele middelen. We zullen hun spel moeten spelen. Guerrilla versus guerrilla, terrorisme versus terrorisme. We moeten de Irakezen terroriseren en tot onderwerping dwingen.”

(…) “De voorgenomen nieuwe operatie, een zogenaamde ‘preventieve mensenjacht’, zoals een Pentagon-adviseur het noemde (…) zal ‘bloedig’ worden”.

De Verenigde Staten en Groot-Brittannië organiseerden de ‘preventieve mensenjacht’ en gebruikten Israël, Iraanse en Iraakse proxykrachten om miljoenen Irakezen te brutaliseren, gevangen te zetten, te martelen en te vermoorden. Miljoenen anderen werden verdreven uit hun huizen, ontheemd en in ballingschap gedreven.

Op 6 november 2003 al kopte The New York Times dat de VS had besloten om Iraakse milities in te zetten: “De Amerikaanse bewindvoerder in Irak, Paul Bremer, heeft voorwaardelijke steun verleend aan de oprichting van een Iraaks-geleide paramilitaire strijdkracht om verzetsstrijders op te sporen die ontsnappen aan Amerikaanse troepen. Het zou bestaan uit voormalige leden van de veiligheidsdiensten en milities van politieke partijen.”

Drie miljard dollar voor moord en terreur

Op 1 januari 2004 meldde Robert Dreyfuss (nvdr: freelance onderzoeksjournalist) dat de Amerikaanse overheid van plan was om paramilitaire eenheden te creëren, bestaande uit militieleden van de Iraakse Koerden en groepen in ballingschap, om een campagne op te zetten van terreur.

“Onderdeel van een geheim fonds van 3 miljard dollar, verscholen in het krediet van 87 miljard dollar voor de oorlog in Irak dat werd goedgekeurd door het Amerikaanse Congres begin november 2003, is bestemd voor de oprichting van een paramilitaire eenheid bemand door milities verbonden met voormalige Iraakse groepen in ballingschap. Experts zeggen dat dit kan leiden tot een golf van buitengerechtelijke executies, niet alleen van gewapende rebellen, maar ook van Iraakse nationalisten, andere tegenstanders van de Amerikaanse bezetting en zou eveneens duizenden burgerslachtoffers onder de Baathisten kunnen maken – tot 120.000 van de naar schatting 2,5 miljoen voormalige Baathpartij-leden in Irak. (…) Het verborgen 3 miljard dollar fonds zal dienen voor geheime (‘black’) operaties vermomd als een Air Force geclassificeerd programma.”

“Het is tijd voor ‘no more Mr Nice Guy'”, aldus een neoconservatieve strateeg. “Al die mensen die schreeuwen, ’Weg met Amerika!’ en dansen in de straat als Amerikanen wordt aangevallen? We moeten hen vermoorden.”

Tijdens de daaropvolgende periode kwamen rapporten aan het licht over doodseskaders en etnische zuiveringen, beschreven in de pers als ‘sektarisch geweld’, het nieuwe centrale verhaal van de oorlog en de belangrijkste rechtvaardiging voor de voortdurende bezetting. Een deel van het geweld kan spontaan zijn geweest, maar er is overweldigend bewijs dat het grootste deel ervan het resultaat was van de plannen beschreven door verschillende Amerikaanse experts in december 2003.

Een Alternet-artikel van 16 juni 2004, getiteld ‘Hier komen de Death Squad Veterans‘, vermeldde: “Blackwater USA heeft rekruteurs gestuurd naar Chili, Peru, Argentinië, Colombia en Guatemala om één enkele reden”, aldus een inlichtingenofficier in Koeweit.

“Al deze landen hebben ervaring met vuile oorlogen en ze hebben militairen die goed getraind zijn in het omgaan met interne subversieve elementen.

In juni 2004 nam generaal David H. Petraeus de opdracht ter harte voor het organiseren van opleidingen voor alle Iraakse leger- en politie-eenheden, na hun nederlaag tijdens de sjiitische en soennitische opstanden twee maanden eerder. Gedurende deze periode was hij verantwoordelijk voor de vorming van de door de regering gesteunde milities in heel Irak die werkzaam waren als doodseskaders, en die het land bijna in een burgeroorlog hadden gestort.

Vuile oorlog om het volksverzet te breken

Het doel van de vuile oorlog is niet om de echte verzetsstrijders te identificeren, te arresteren en vervolgens te vermoorden. Het doel van vuile oorlog is de burgerbevolking te treffen.

Het is een strategie van staatsterrorisme en collectieve bestraffing tegen een hele bevolking met het doel ze te terroriseren tot onderwerping. Het is een strategie om de band van de mensen met het verzet af te snijden en de steun van het volk voor de guerrilla te breken.

Een zelfde tactiek, gebruikt in Centraal-Amerika en Colombia, werd geëxporteerd naar Irak. Zelfs de architecten van deze vuile oorlogen in El Salvador (ambassadeur John Negroponte en James Steele) en in Colombia (Steven Casteel) werden overgebracht naar Irak om hetzelfde vuile werk te doen. De beruchte Special Police Commandos, waarin doodseskaders zoals de door Iran gesteunde Badr Brigades en andere milities waren opgenomen, werden door hen aangeworven, opgeleid, bewapend en ingezet tegen de Iraakse bevolking.

Amerikaanse troepen zetten een operationeel centrum op poten voor de Special Police Commandos op een ‘geheime locatie’ in Irak. Het commandocentrum had directe verbindingen met het Iraakse ministerie van Binnenlandse Zaken en met alle Amerikaanse basissen in het land.

Toen het nieuws van de wreedheden, begaan door deze troepen in Irak, in de pers verscheen in 2005, zou Casteel een cruciale rol spelen om de schuld voor deze buitengerechtelijke executies te geven aan ‘opstandelingen’ met gestolen politie-uniformen, voertuigen en wapens.

Hij beweerde ook dat martelingencentra werden beheerd door malafide elementen van het ministerie van Binnenlandse Zaken, zelfs als feiten aan het licht kwamen van martelingen binnen het hoofdkwartier van het ministerie waar hij en andere Amerikanen werkten. Amerikaanse adviseurs van het ministerie van Binnenlandse Zaken hadden hun hoofdkwartier op de 8ste verdieping, direct boven een gevangenis op de 7de verdieping waar martelingen plaatsvonden.

In januari 2005 zei generaal Downing, het voormalige hoofd van de Amerikaanse Special Forces, op NBC: “Dit is onder controle van de Amerikaanse strijdkrachten, van de huidige overgangsregering van Irak. Er is geen reden om te denken dat we een moordcampagne zullen meemaken die onschuldige burgers zal treffen.”

Binnen de kortste tijd werd Irak echter overspoeld door precies dit soort moordcampagne die heeft geleid tot willekeurige detentie, marteling, buitengerechtelijke executies en de massale uittocht en ontheemding van miljoenen. Duizenden Irakezen zijn verdwenen tijdens de ergste maanden van deze vuile oorlog tussen 2005 en 2007. Sommigen werden opgepikt door geüniformeerde milities en opgestapeld in vrachtwagens, anderen leken gewoon te verdwijnen.

Elke dag werden tussen 50 en 180 lichamen gedumpt in de straten van Bagdad, op het hoogtepunt van de sektarische moorden. Velen waren onthoofd, neergeschoten of droegen sporen van marteling, zoals het boren van gaten of brandwonden van sigaretten.

De creatie van het sektarisch geweld is onderdeel van de VS-strategie

Veel Irakezen en Iraniërs waren zeker schuldig aan verschrikkelijke misdaden in de loop van deze campagne. Maar de eerste en belangrijkste verantwoordelijkheid voor dit beleid en voor de misdaden die eruit voortvloeiden, berust bij de individuen in het Amerikaanse ministerie van Defensie, de CIA en het Witte Huis, die het terreurbeleid in Irak bedachten, goedkeurden en uitgevoerd hebben.

Het rapport van het Human Rights Bureau van UNAMI (United Nations Assistance Mission for Iraq), uitgebracht op 8 september 2005, geschreven door John Pace, was zeer expliciet en koppelde de campagne van arrestaties, marteling en buitengerechtelijke executies rechtstreeks aan het ministerie van Binnenlandse Zaken en indirect aan de door de VS geleide multinationale strijdkrachten. Veel van de doden, zei hij, werden uitgevoerd door sjiitische moslimgroepen onder de controle van het ministerie van Binnenlandse Zaken.

Het ‘sektarisch geweld’ dat Irak overspoelde in 2006 was niet een onbedoeld gevolg van de Amerikaanse invasie en bezetting, maar maakte er integraal deel van uit.

De VS had niet de bedoeling om de stabiliteit en veiligheid te herstellen in Irak. Ze heeft bewust de stabiliteit ondermijnd in een wanhopige poging om via een verdeel-en-heers-politiek het land te pacificeren en zo nieuwe rechtvaardigingen te fabriceren voor onbeperkt geweld tegen Irakezen die nog steeds de illegale invasie en bezetting van hun land bleven afwijzen.

2011: Volksverzet dwingt de VS om gevechtstroepen uit Irak terug te trekken

Ondanks de immense hoge niveaus van trauma die het Iraakse volk heeft doorstaan ??tijdens de gewelddadige bezetting van hun land, ondanks alle moorden, etnische zuiveringen en gedwongen verplaatsing, werd hun wil tot verzet nooit gebroken. Barack Obama kondigde op 21 oktober 2011 het vertrek aan van de laatste troepen. Het Iraaks verzet had een belangrijk aandeel in de terugtrekking van de VS-troepenmacht. De VS is leeggebloed in het Iraaks ‘moeras’ omdat de bevolking geen buitenlandse bezetting wilde. Nicolas Davies, auteur van het spraakmakende boek “Blood on Our Hands”: “De mensen in Irak hebben dit geweld niet gewild. Het geweld werd hen opgedrongen door een brutale, gehersenspoelde Amerikaanse bezetting in alliantie met gewetenloze Iraakse ballingen. Amerikaanse functionarissen waren volledig voorbereid om het lot van het Iraakse volk te reduceren tot een bloedige strijd, waarbij ze geloofden dat hun eigen veel grotere capaciteit voor geweld uiteindelijk van doorslaggevend belang zou blijken. Net als in Vietnam, ontdekten ze dat hun wapens Irak wel konden vernietigen, maar niet veroveren.

VS blijft stevige greep houden op Irak na 2011

Hoewel het een belangrijke en significante mijlpaal was, betekende de terugtrekking van de troepen uit Irak niet noodzakelijkerwijs een einde van de bezetting. De VS voetafdruk is nog steeds stevig aanwezig in de vorm van private veiligheidsfirma’s die contractors in dienst hebben (onder het eufemisme “onderdanen van Derde Landen”) en huurlingen, zonder toezicht, verantwoording, of transparantie. Een volledige Amerikaanse missie van 16.000 personen werd in Irak behouden, in de grootste VS-ambassade ter wereld. Bovendien heeft de VS nog steeds “raadgevers” in alle Iraakse ministeries. En aan de “gevoelige” ministeries zijn bovendien ook Iraanse raadgevers verbonden.

Vreedzaam verzet van het maatschappelijk middenveld

Naast het gewapend verzet en de vreedzame protesten tegen corruptie, nepotisme en voor vrouwenrechten, heeft Irak ook een sterke arbeidersbeweging en belangengroepen van het middenveld zien ontstaan ??in de jaren na de invasie. Iraakse artsen, verpleegkundigen, taxichauffeurs, universitair personeel, journalisten, politie, douane-en hulpdiensten hebben herhaaldelijk vreedzame protesten, stakingen, sit-ins en walk-outs georganiseerd. Zij hebben dit gedaan om de aandacht te vestigen op belangrijke kwesties, zoals de slechte werkomstandigheden, de inmenging die ze moesten ondergaan van verschillende overheden, de druk waaronder zij werken, oneerlijk ontslag, ondoeltreffende overheidsregelgeving en de gevaarlijke aard van hun werk. De overheid heeft steeds hardhandig opgetreden tegen stakingen omdat er nog steeds geen deftige arbeidswetten zijn. Onafhankelijke vakbonden zijn verboden en werknemers hebben geen recht op collectieve onderhandelingen en geen stakingsrecht.

2011: Arabische lente in Irak

Deze vreedzame protesten geraakten in een stroomversnelling in 2011. De Iraakse verzetsbeweging bereidde zich dan voor op wat zij noemt, “het tweede gezicht van de bezetting.” Volgens een verklaring vrijgegeven door één van de organisatoren van de grote protestbeweging van 2011: Uday al-Zaidi omvat dit gezicht de politieke structuren die werden opgelegd door de VS, zoals de sektarische regering en haar verdeeldheid zaaiende grondwet: “Honderdduizenden Irakezen zijn gedood, gezinnen zijn vernietigd, ontheemd, en gedwongen tot de status van vluchteling in de hele wereld. Wij hebben de plicht om de zelfbeschikking voor de bevolking van Irak te blijven ondersteunen, en schadevergoeding te eisen voor de mensen die al zo diep getroffen zijn door deze oorlog en de nasleep ervan.” 

Basisbehoeften zoals drinkbaar water, elektriciteit, afvalophaling, een goed functionerende riolering, werkgelegenheid, gezondheidszorg, enz. blijven buiten het bereik van de overgrote meerderheid van de Iraakse bevolking. Er zijn groeiende klachten dat zij maar een paar uur per dag over elektriciteit beschikken.

Elke dag sinds februari 2011 werden demonstraties en protesten in veel Iraakse steden georganiseerd, waarover niet werd bericht in de reguliere pers. Op 4 februari schoot de politie willekeurig op honderden demonstranten. Dit waren hun eisen:

“1. Stopzetting van corruptie en het berechten van diegenen die gelden hebben verduisterd of publieke middelen misbruikt.

  1. Herstel van de volledige rechten onder het rantsoensysteem voor iedereen. Onmiddellijke planning voor de verbetering van de openbare basisdiensten.
  2. De vrijlating van gevangenen die worden vastgehouden zonder proces of aanklacht en de onmiddellijke openbaarmaking van alle geheime gevangenissen.
  3. Jobs creëren voor alle jongeren.
  4. Onmiddellijke maatregelen voor de zorg en financiële ondersteuning voor miljoenen wezen en weduwen en verhoging van de salarissen van gepensioneerden.

Dit zijn onze primaire eisen. Het zijn de eisen van de meerderheid van het Iraakse volk.

Wij roepen onze jongeren op om deel te nemen aan deze nationale eisen, die uitdrukking geven aan het oprechte verlangen naar nationale onafhankelijkheid, voor de wederopbouw van Irak en om de eenheid en de waardigheid van de mensen te vrijwaren. Wij betreuren elke poging van een partijdige monopolisering of politieke manipulatie van deze volksbeweging.”

Voordat de belangrijke protestbewegingen uitbraken in verschillende Iraakse steden op 25 februari 2011, hadden de vakbonden in Irak al stakingen en protesten georganiseerd om een nieuwe arbeidswet te eisen die de vakbonden van de publieke sector volledige en universele rechten geeft.

Om de protestbeweging bloedig te onderdrukken wordt thans meer dan 44 procent van de begroting van het regime besteed aan veiligheid: 800.000 soldaten, politie, Special Forces en particuliere beveiligingfirma’s. Een bureaucratie die in omvang verdubbeld is sinds 2003 slokt het grootste deel van de rest van het budget op: een parasitaire sociale klasse.

Ondertussen moet jan modaal het stellen met 18 uur zonder elektriciteit, geen schoon water (70 procent) en geen functionerende sanitaire voorzieningen (80 procent). In Bagdad stroomt bijna tweederde van het afvalwater van de stad nog steeds ongezuiverd in rivieren en andere waterwegen.

Kerstmis 2012: vreedzame protesten in stroomversnelling

Het ongemeen harde repressie tegenover de Soennitische bevolking en andere minderheidsgroepen door de sektarische regering al Maliki, het onvermogen om de meest essentiële basisdiensten te garanderen en het fundamentalistische beleid heeft in de jaren na de bezetting veel kwaad bloed gezet bij de bevolking. Iraakse autoriteiten hebben duizenden Iraakse vrouwen illegaal aangehouden en onderworpen aan foltering en mishandeling, waaronder seksuele aanranding, aldus Human Rights Watch (HRW).

Al deze wantoestanden hadden de Iraakse bevolking ertoe aangezet om massaal en vreedzaam in opstand te komen. Iedere vrijdag sedert 25 december 2012 werden vreedzame protesten georganiseerd. Die vreedzame protesten werden regelmatig bloedig onderdrukt door de veiligheidsdiensten van Maliki. Op vrijdag 25 januari vielen minstens 7 doden en werden honderd gewond, waaronder 6 kinderen en 1 journalist, toen het leger schoot op ongewapende demonstranten.

Die demonstranten eisten o.a. de onmiddellijke vrijlating van opgepakte betogers en politieke gevangenen; de afschaffing van de doodstraf; de goedkeuring van een amnestiewet voor onschuldige gevangenen; de afschaffing van de antiterrorismewetten (in het bijzonder artikel 4); de intrekking van de draconische maatregelen tegen opposanten; eerlijke kansen voor werk op basis van professionaliteit; het verstrekken van essentiële basisdiensten in alle Iraakse provincies; het straffen van alle leden in overheidsdiensten, leger of veiligheidsdiensten, die zich hebben misdragen tegenover opposanten, zeker degenen die de eer van vrouwen in gevangenissen hebben geschonden; een door de VN georganiseerde volkstelling; de stopzetting van de marginalisering en het verdeeldheid zaaien tussen etnische en religieuze groepen; stopzetting van de arbitraire huiszoekingen zonder gerechtelijk bevel, gebaseerd op aanwijzingen van geheime informanten; stopzetting van de financiële, administratieve en juridische corruptie; de bestrijding van het sektarisme in al zijn vormen. 

Het Human Rights Watch (HRW) rapport van 2012 bevestigde dat de mensenrechten van de Irakezen “ongestraft en massaal worden geschonden “. In 2013 meldde HRW dat de Iraakse veiligheidstroepen gebruik bleven maken van “bedreigingen, geweld en arrestaties van demonstranten en journalisten” en dat eenheden van drie ministeries, alsook van het kabinet van de premier zelf, “geheime gevangenissen” hadden geïnstalleerd buiten de wet. HRW meldde ook een “recordaantal executies in 2012”.

Het regime zorgt voor sektarische, etnische verdeeldheid, maar vooral voor corruptie: verspilling van 600 miljard dollar van de olie-inkomsten, veel meer dan wat Irak heeft verdiend aan olie de voorgaande 70 jaar.

Transparant rechtssysteem onbestaand in Irak

“De Iraakse straffeloosheid – of de mate waarin daders aan vervolging ontsnappen voor de moord op journalisten -.. Is de ergste in de wereld. Het is 100 procent. Zelfs vandaag de dag, na de terugtrekking van de Amerikaanse strijdkrachten, hebben de autoriteiten geen enkele interesse getoond om deze moorden te onderzoeken”, verklaarde de mediawaakhond CPJ (Committee For The Protection of Journalists) in 2013. 

Irak voerde terug de doodstraf in en figureert in de top 5 van landen waar het meeste executies plaatsvinden. De VN-Hoge Commissaris voor de Mensenrechten, Navi Pillay, veroordeelde op vrijdag 19 april 2013 de executie van 21 personen in Irak op één enkele dag. Ze zei geschokt te zijn door berichten dat het ministerie van Justitie heeft aangekondigd dat nog eens 150 mensen kunnen worden terechtgesteld in de komende dagen. Zij benadrukte dat het rechtssysteem in het land “té ernstig verstoord was om zelfs maar een beperkte toepassing van de doodstraf te rechtvaardigen, laat staan tientallen executies op hetzelfde moment uit te voeren.”

“Het executeren van mensen in deze aantallen is obsceen”, zei Pillay. “Dit lijkt meer op een slachthuis. Het strafrechtelijk systeem in Irak is nog steeds niet adequaat functioneel, met tal van veroordelingen op basis van bekentenissen verkregen onder foltering en mishandeling, een zwakke rechterlijke macht en procedures die niet aan de internationale normen voldoen. De toepassing van de doodstraf in deze omstandigheden is gewetenloos, omdat de veelvuldige rechterlijke dwalingen als gevolg van de doodstraf niet meer ongedaan kunnen worden gemaakt.”

Bloedige onderdrukking van protestbeweging door sektarische regering van Irak

Na één jaar vreedzame protesten gaf premier Maliki de opdracht om de opstandige gebieden militair te bedwingen. Geen enkele gerechtvaardigde eis van de vreedzame betogers werd ingewilligd. Verschillende steden werden gebombardeerd door regeringstroepen. Soennitische separatistische islamisten begonnen dan ook aan invloed te winnen. De terreurgroep Islamic State of Iraq (ISI), gelieerd aan Al Qaeda, veranderde in april 2013 haar naam in Islamic State of Iraq and the Levant (ISIL), wat de samenwerking tussen de fundamentalistische rebellen in Irak, Libanon en Syrië onderstreepte.

Ondanks de aanzienlijke tegenvallers van de Islamic State (IS) tijdens de bezetting van Irak, slaagde de groep er in om tegen eind 2012 het aantal actieve strijders op te voeren tot ongeveer 2500. Het Syrische conflict heeft de groep vleugels gegeven. De groep wordt ook Daash genoemd, acroniem voor Dawlat al-Islamiyya fi al-Irak wal-Sham.

Het terreur door de Islamitische Staat in Irak en de Levant (ISIL) is angstaanjagend, zoals we ten overvloede in de massamedia hebben mogen aanschouwen.

Als je weet dat de groep wordt gesteund met geld en wapens door Saoedi-Arabië en de Golfstaten; als je weet dat Saoedi-Arabië en de Golfstaten de strategische bondgenoten zijn van de VS in de regio; als je weet dat de meerderheid van de Iraakse bevolking gekant is tegen een opdeling van het land, dan is het creëren van chaos en sektarische terreur de beste manier om het ongenoegen en de weerstand van de bevolking te breken. De VS blijft ondertussen de touwtjes strak in handen houden.

Iraakse bevolking tussen hamer en aambeeld: op de vlucht voor IS en sjiitische milities

Van 1 januari tot 31 mei 2014 telde de International Organization for Migration (IOM) 79.627 families die hun huizen hadden verlaten, of 477.762 intern ontheemden. De oorzaak waren de gevechten in Anbar tegen de aanvallen van de troepen van premier Maliki. Het zomeroffensief van het verzet en IS dat daarop volgde en dat leidde tot de val van Mosul en ongeveer de helft van de Salahaddin- en Kirkuk-provincies in juni 2014, dreef opnieuw bijna 300.000 Irakezen op de vlucht.

De verantwoordelijke van de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR in Jordanië, Daubelcour, zei in juni 2014: “We hebben weinig asielaanvragen van Irakezen ontvangen als gevolg van ISIS-gerelateerde ontwikkelingen. Grote groepen Irakezen, meer dan 40 procent, ontvluchten eigenlijk het gegeneraliseerde en sektarisch geweld in Bagdad.”

Het Internal Displacement Monitoring Centre (IDMC) schat dat minstens 4 miljoen Irakezen intern waren ontheemd op 15 juni 2015.

Geweld en gewapende conflicten blijven de belangrijkste drijfveren van de binnenlandse verplaatsing in Irak, en ongeveer 3,2 miljoen mensen hebben hun huizen verlaten sinds januari 2014. Dit cijfer staat voor een tiende van alle wereldwijd gerapporteerde Intern ontheemde personen (IDP) eind 2014. In 2014 alleen al was Irak het slachtoffer van de hoogste nieuwe ontheemding wereldwijd met ten minste 2,2 miljoen IDP’s.

 Het drama dat zich in Irak nog steeds voltrekt, is helemaal uit de media verdwenen. In maart van 2014 kondigde de Europese Commissie aan dat de humanitaire hulp in 2014 aan Irak met 3 miljoen euro (4,1 miljoen dollar) zou toenemen als gevolg van de volksverhuizing in Anbar omwille van de aanvallen van het Iraakse leger op steden zoals Fallujah en Ramadi, voordat het offensief van IS begon. Dit gebeurde nadat Kristalina Georgieva, Europees commissaris voor internationale samenwerking, humanitaire hulp en crisisbestrijding, had verteld dat een tiendaags bezoek aan Irak haar ogen had geopend. “Wat we toen beseften, was dat onder de radar 370.000 mensen zijn ontheemd, als gevolg van de uitbreiding van de gevechten in Anbar, terwijl 220.000 Syrische vluchtelingen oorspronkelijk het belangrijkste doel van onze reis waren.”

VN stopt activiteiten wegens geldgebrek

Wegens geldgebrek hebben de Verenigde Naties in 2015 de meeste gezondheidsprogramma’s in Irak stopgezet. Op een oproep om ruim 60 miljard dollar te doneren, kwam slechts 5,1 miljoen binnen. Dat is 8 procent van het benodigde bedrag.

Door het stopzetten van de programma’s hebben bijna 3 miljoen mensen geen toegang meer tot dringend noodzakelijke gezondheidszorg. ‘Ondanks waarschuwingen voor sluiting en aanpassingen van de plannen om alleen de basiszorg te garanderen, komt er erg weinig geld binnen’, zei Tarik Jasarevic, woordvoerder van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), gisteren tijdens een persconferentie in Genève.

De Wereld Gezondheidsorganisatie heeft meer dan 184 gezondheidsdiensten moeten sluiten. De getroffen vluchtelingen en ontheemden hebben hierdoor geen toegang tot traumazorg, voedingszorg, basiszorg, vaccinatiediensten, seksuele gezondheidszorg en controle op uitbraak van ziekten. Ruim acht miljoen mensen in Irak, ongeveer een derde van de bevolking, heeft thans humanitaire hulp nodig. Dat is drie miljoen méér dan bij het laatste onderzoek van maart 2015.

2015: Iraakse bevolking verzet zich tegen terreur van IS en sektarische regering

Ondanks de terreur van IS, de sjiitische milities en het regeringsleger geeft het Iraakse volk zich niet gewonnen. Massale protesten op 31 juli 2015 in de zuidelijke steden Basra, Najaf, Amarah en in de hoofdstad Bagdad, verspreidden zich naar noordelijke steden in Iraaks Koerdistan en bereikten hun hoogtepunt op 7 augustus.

Ongeveer een half miljoen mensen kwamen op straat in Bagdad alleen al, met slogans tegen de corrupte en reactionaire regering. Honderdduizenden anderen demonstreerden in de zuidelijke sjiitische steden.

Slogans als “Noch sjiieten, noch soennieten, maar secularisme”, “Het religieuze regime heeft ons opgelicht”, tonen de ware aard van de protesten van de Iraakse bevolking. 

Het gebrek aan watertoevoer tijdens de dodelijke hittegolf in Irak, met temperaturen tot 50°C (met een gevoelswaarde van 70°C was Bagdad de heetste stad ter wereld), was de aanleiding voor de bevolking om hun diepe woede en ontevredenheid te uiten over de armoede, de onveiligheid, het gebrek aan basisrechten en de corrupte en reactionaire Iraakse regering.

Volgens een recente poll in opdracht van de BBC, denkt 66 procent van de Iraakse bevolking dat het land de verkeerde richting uitgaat. 90 procent gelooft dat een diplomatieke oplossing voor de nationale verschillen kan worden gevonden. 84 procent denkt dat Islamitische Staat een “sterk negatieve” invloed heeft; 56 procent verzet zich tegen luchtaanvallen van de coalitie.

De enige oplossing om uit de impasse te geraken: laat Irak aan het Iraakse volk

Er zijn diverse initiatieven van het Iraakse middenveld en voormalige verzetsbewegingen om de nationale geschillen op te lossen op vreedzame wijze. Die pogingen om gezamenlijk rond de tafel te zitten worden door de corrupte sektarische Iraakse regering en haar Amerikaanse en Iraanse raadgevers steeds weer gekelderd. De VS en de NAVO willen enkel spreken door de loop van het geweer. Er zijn al honderden Amerikaanse en Europese militaire trainers aanwezig om het Iraakse leger bij te staan in haar offensief tegen IS en de roep om terug gevechtstroepen naar Irak te sturen klinkt steeds luider. De eerste berichten over gezamenlijk militair optreden van de Koerdische troepen (Peshmerga) en VS militairen tegen IS stromen al binnen. Amerikaanse en Europese overheden bepleiten een militaire escalatie in Irak en Syrië. Er is een snel groeiende consensus om nieuwe grond- en luchtoperaties te beginnen tegen steden in Syrië en Irak. Dit zal de rangen van IS enkel doen aanzwellen en de kans op terreuracties in Europa en de VS alleen maar verhogen. Het Iraakse volk en haar verzetsbewegingen zijn de enige kracht die IS en andere sektarische milities kunnen verslaan.

Irak is niet dood, het is niet alleen maar een woestenij, het land is niet slechts een arena voor buitenlandse invasies en bezetting of geopolitieke strijd. Het verzet en de protesten van de voorbije 25 jaar zijn revolutionair omdat menselijke waardigheid, humanisering en zelfbeschikking het tegengif vormen voor militarisme en bezetting. Het Iraakse volk wil de Iraakse olie terug in eigen handen en wil een gezonde economie in een vreedzame omgeving en in dienst van de mensen. Dat kan de VS onmogelijk tolereren, dus creëert en steunt het liever terreur en chaos dan de volledige soevereiniteit terug te geven aan de Iraakse bevolking. Maar uiteindelijk zal de kracht van de vrede luider klinken dan de kracht van de terreur.

Als de westerse media de redelijke Iraakse stemmen en verhalen van verzet zouden laten horen, als we niet steeds zouden worden overspoeld met eenzijdige verhalen over dood en verderf, als Irakezen niet meer alleen zouden worden voorgesteld als ongelukkige passieve slachtoffers of gewelddadige monsters, als de vredesbewegingen in het Westen de protesten van het Iraakse volk meer zouden ondersteunen, dan is er terug hoop voor de toekomst in Irak. 

Militaire interventie is niet de oplossing. Luisteren naar de stem van de Iraakse civiele maatschappij en steun geven aan verzoeningsinitiatieven is dat wel.

Wordt hoogstwaarschijnlijk vervolgd.

 

Dit stuk is eerder verschenen in de Solidair

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!