Reportage - Sira Blancquaert, Anouk Rasson, Heide Vercruysse, Jorn Verschuere

Arbeid onder Israëlische bezetting: surveillance en uitbuiting

donderdag 1 oktober 2020 13:44
Spread the love

 

Anas begon op zijn 20ste te werken in de bouwsector.1 Hij woont al zijn hele leven in Jalazone, een vluchtelingenkamp niet ver van Ramallah, in de Westelijke Jordaanoever. In 1977 vestigden Israëlische kolonisten zich in de buurt van het kamp en stichtten ze er Beit El, een illegale nederzetting. Voor inwoners van het Jalazone kamp zijn permanente militaire aanwezigheid, uitkijktorens bemand door Israëlische soldaten en regelmatige patrouilles een dagelijkse realiteit. Sinds de Oslo akkoorden valt Jalazone onder wat men ‘area B’ noemt. Deze B-gebieden van de Westelijke Jordaanoever staan onder civiele controle van de Palestijnse Autoriteit, het overheidsorgaan van Palestina, en onder militaire controle van Israël. Omdat het leven in Palestina duur is, er weinig werkgelegenheid is, en de lonen erg laag liggen, besloot Anas om in Israël naar werk te zoeken. Hiervoor heeft hij een werkvergunning nodig, zonder mag hij Israël niet binnen.2

Het verhaal van Anas is geen uitzondering. Het is de realiteit van leven onder een koloniale bezetting en het apartheidssysteem dat dit met zich meebrengt. De bevolking van Israël/Palestina is in twee verdeeld, men leeft er onder twee totaal verschillende juridische systemen. De Israëlische kolonist versus de bezette Palestijn.3

In dit artikel spitsen we ons toe op hoe de bezetting de dagdagelijkse realiteit van een Palestijns leven vormgeeft en beïnvloedt. We focussen op de rol van Palestijnse arbeiders in dit systeem, hoe zij worden misbruikt en wat dit voor hen betekent. Dat doen we aan de hand van online diepte-interviews met mensen uit het veld. Arbeidersorganisaties, mensenrechtenorganisaties, onderzoekscentra, journalisten en arbeiders spraken met ons over hun situatie. In dit artikel trachten we inzichten te bieden in de politieke en economische verwevenheid tussen Israël en Palestina. Zo maakt Israël Palestina heel bewust politiek en economisch afhankelijk. Daarbij speelt het werkvergunningsysteem, als één van de manieren waarmee Israël haar controle op het Palestijnse leven vergroot, een belangrijke rol.

De politieke economie van de bezetting

Palestina werd in 1948 bezet toen David Ben Goerion in Jeruzalem de Israëlische staat uitriep. Hoewel Palestina voordien het gehele territorium van Jordanië tot aan de Middellandse Zee besloeg, spreken we de dag van vandaag echter vaak over Israël. De sinds 1967 durende militaire bezetting van de Westelijke Jordaanoever en Gaza gaat gepaard met een opgelegde economische en politieke afhankelijkheid. Dit alles valt samen te vatten onder het begrip ‘bezettingskolonialisme’.4 Israël is erin geslaagd om de Palestijnse economie en samenleving op systematische wijze te incorporeren in haar eigen koloniaal politiek project. De doelstelling van het Zionisme was altijd duidelijk: de claim op Palestina om er een Joodse staat van te maken.5

We kunnen vaststellen dat dit doel vandaag de dag nog steeds nagestreefd wordt. Elke politieke beslissing wordt gemaakt binnen dit denkkader. Zo manifesteren er zich een hele reeks aan pijnlijke praktijken met directe gevolgen voor het Palestijnse leven. We interviewden onder andere mensenrechtenorganisatie Al-Marsad. Zij vertelden ons dat “zolang het Zionistische ideaal en de bijhorende verdrijving van Palestijnen niet is voltooid, alle mogelijke middelen ingezet zullen worden om ons economisch uit te buiten. Voor hen zijn wij niets meer dan instrumenten in de vorm van goedkope arbeidskrachten.”6

De geschiedenis van Israël/Palestina kent een sterke verwevenheid tussen enerzijds het politiek project van de staat Israël en anderzijds de politieke en economische afhankelijkheid van Palestina via militaire onderdrukking. Hierdoor ontstaat de contradictorische relatie tussen het Zionistische project en de Palestijnse afhankelijkheid. Enerzijds is het Zionisme gericht op het verdrijven van de Palestijnen maar anderzijds kunnen ze dit doel enkel bereiken door goedkope Palestijnse arbeidskracht uit te buiten én de gecreëerde perceptie van een ‘Palestijnse dreiging’ voor te houden. Israël heeft deze arbeidskracht en de zogezegde Palestijnse dreiging nodig om haar bestaansrecht en de bezetting van de Westbank en Gaza te legitimeren.

Afhankelijkheid door de-development en neoliberalisering

Palestina wordt bewust in een afhankelijke positie geduwd. Dit fenomeen wordt de-development genoemd. Het is een bewuste politieke keuze om via economisch beleid de Palestijnse samenleving te ontmantelen. Dit gebeurt onder andere door het stilleggen van vrij verkeer van goederen en diensten door de militaire bezetting, maar ook het systematisch onteigenen van vruchtbare grond of het externaliseren van arbeid zijn typische voorbeelden van de de-development politiek. Zo nam Israël na de Zesdaagse oorlog in 1967, 87% van de Palestijnse landbouwgronden in beslag.7 Deze waren voordien eigendom van Palestijnse boeren die voor een groot stuk zelfvoorzienend waren.

Ontnomen van hun landbouwgronden zagen velen zich genoodzaakt om voor de bezetter te werken. De middelen die nodig zijn voor de uitbouw van een economie zoals land, water, wegen, grenzen, luchtruim, elektriciteit, vrije handelsrelaties en mensen worden beheerd en gecontroleerd door Israël. Palestijnen zijn dus voornamelijk aangewezen op Israëlische producten die vaak duurder zijn. Ook op politiek vlak slaagt Palestina er maar niet in om zich volledig autonoom op te stellen. Dit is deels een gevolg van de opgelegde economische onafhankelijkheid en daarnaast ook een gevolg van de Israëlische annexatiepolitiek. Doordat Israël steeds meer illegale nederzettingen bouwt, neemt deze steeds meer Palestijns gebied in beslag. Dit zorgt ervoor dat er zowel geografische als demografische verdeeldheid gecreëerd wordt tussen de Palestijnen, wat voorkomt dat ze kunnen functioneren als een coherente entiteit.8

De economische situatie van Palestina staat niet los van globale economische evoluties. Ook zij maakte in de jaren 80 de opmars van het neoliberalisme mee. Deze kentering in economisch beleid heeft verregaande gevolgen voor het dagelijks leven van de Palestijn, alsook voor hoe zijn/haar arbeid gebruikt en misbruikt wordt. Neoliberalisme kenmerkt zich door een combinatie van privatiseringen, economische deregulering en vergaande besparingen.9 Er ontstaat een totale vrijheid voor ondernemingen en minimale uitgaven aan sociale voorzieningen. Het zorgt voor de commodificatie10 en privatisering van de gezondheidszorg, het onderwijs, het water, de sanitaire voorzieningen en het wegnemen van subsidies voor essentiële voedingsmiddelen.11 Voor het invoeren van het neoliberalisme werden deze voorzieningen mee uitbetaald in het loon. Dit zorgt er voor dat Palestijnen vandaag bovenop hun loon extra kosten moet maken om gebruik te maken van deze publieke diensten.

In het interview met het Palestijns onderzoekscentrum Bisan werd ons verteld dat de Palestijnse bevolking hierdoor geconfronteerd wordt met een hoge levenskost, mede door de afhankelijkheid van dure Israëlische producten, wat een negatieve invloed heeft op de koopkracht.12 Als gevolg van deze hoge levenskost zien veel Palestijnen zich genoodzaakt om leningen aan te gaan. Dit om bijvoorbeeld een auto, een huis, of grond te kunnen kopen. Hoewel het aangaan van leningen, samen met de psychologische druk om deze terug te kunnen betalen, een wereldwijd fenomeen is, is die druk in Palestina extra belastend. Immers, hierdoor heeft men vaak geen andere optie dan voor de bezetter te gaan werken.

In een situatie die zich kenmerkt door uitbuiting en onderdrukking heb je als arbeider weinig onderhandelingsmacht om sociale rechten op te eisen. Dit verhoogt de kwetsbaarheid van Palestijnse arbeiders en bijgevolg ook de precaire situatie waarin zij zich bevinden. Bij Al-Marsad vertelden ze ons dat “het vergemakkelijken van individuele leningen ongetwijfeld deel uitmaakt van het politieke spel dat de bezetting heet. Dit was nooit bedoeld als een manier om onze levensstandaard te verhogen, dit was altijd bedoeld om ons stil te krijgen. Het hebben van schulden leidt ons af van waar het echt om draait, namelijk vrijheid.”

De wereldwijde neoliberalisering heeft er ook voor gezorgd dat we minder collectief en meer individualistisch denken. De oorzaak en verantwoordelijkheid van falen wordt bij het individu gelegd. In het geval van Palestina manifesteert zich dit duidelijk in het feit dat zij vooral gefocust zijn op het terugbetalen van schulden en genoeg geld verdienen in plaats van de bezetting te bestrijden. Dit ondermijnt de idee van zelfontwikkeling op basis van een collectieve sociale strijd, met een negatief effect op de mobilisatie rond verzet tegen de bezetting.13 Daarnaast creëert Israël door middel van de combinatie van bezetting, de-development, en neoliberalisme een situatie waarin de Palestijnse economie geen eigen industriële of productieve sector kan creëren, hetgeen ertoe leidt dat er amper capaciteit is om jobs te creëren. Hierdoor worden de Palestijnse gebieden geconfronteerd met een torenhoge werkloosheidsgraad van maar liefst 30,8%. Dit cijfer wordt vooral de hoogte ingejaagd door de blokkade van Gaza, maar desondanks heeft 17,6% van de beroepsbevolking in de Westbank ook nog te kampen met werkloosheid.

Het samengaan van die hoge werkloosheid, de stijgende levenskost, de lage lonen en de torenhoge schulden enerzijds, en de combinatie van bezetting, de-development en neoliberalisering anderzijds bestendigd het feit dat veel Palestijnen zich genoodzaakt zien om werk te zoeken op de Israëlische arbeidsmarkt. Dit legt een contradictie bloot waarbij Palestijnen gedwongen worden om hun arbeid ter beschikking te stellen aan de Israëlische economie en tot in vergaande mate de bezetting zelf. Voor vele Palestijnen is het bewustzijn van die contradictie zeer pijnlijk, maar de situatie dwingt hen om deze arbeid te verrichten aangezien hun primaire behoefte gericht is op het generen van een leefbaar inkomen en het overleven onder de bezetting.

Uitbuiting met oog op goedkope arbeid

Werken voor een Israëlische werkgever bezorgt Palestijnen een hoger inkomen dan tewerkstelling in de Westbank. Maar dit betekent echter ook dat deze arbeiders een makkelijk slachtoffer zijn voor uitbuiting.14 Palestijnen werken bijvoorbeeld vaak met dagcontracten, wat betekent dat ze weinig werkzekerheid hebben. Daarnaast verdiende 70% van de arbeiders amper het Israëlische minimumloon (gebaseerd op cijfers van 2018).

Daarnaast waren de mensen die we bevroegen unaniem over het feit dat Palestijnse arbeiders quasi geen sociale rechten hebben en dat ze niet kunnen terugvallen op een vakbond. Ook Anas kreeg nauwelijks bijstand toen hij niet meer kon werken vanwege een werkongeval. Ondanks problemen aan de zenuwen van zijn handen en gekneusde botten had hij geen recht op financiële ondersteuning. “Je moet al halfdood zijn vooraleer je financiële steun krijgt”, zegt hij.15 Palestijnse arbeiders worden dus maar al te vaak slachtoffer van extreme uitbuiting. Israël maakt gretig gebruik van die positie waarin ze Palestijnse arbeiders omvormt tot een reservoir aan goedkope arbeid.16

Werkvergunningen: paradoxaal evenwicht tussen uitbuiting en surveillance beleid

De hierboven beschreven situatie van bezetting en (navolgende) uitbuiting wordt in stand gehouden en genormaliseerd door middel van het ‘controle en surveillance systeem’ van Israël. Surveillance is de praktijk waarbij een persoon of plaats zorgvuldig in de gaten wordt gehouden, met name door de politie of het leger.17 Het is dus de controle over gedrag, activiteiten en informatie met als doel het kunnen controleren, beïnvloeden en beheersen ervan. Al-Marsad legde deze belangrijke link duidelijk bloot: “Je kan de rol van Palestijnse arbeiders in Israël en hun kwetsbaarheid niet begrijpen zonder het surveillance aspect in rekening te nemen.”

Het surveillance beleid van Israël vertaalt zich in verschillende aspecten: ruimtelijke controle zoals de vele checkpoints en de apartheidsmuur, het gebruik van technologie om geweld te organiseren, het beperken van de bewegingsvrijheid van Palestijnen, de rol van de militaire industrie van Israël die hun surveillance beleid promoot, het overschrijden van meerdere mensenrechten zoals privacy, of de controle op het inkomen van Palestijnen. Kortom, surveillance is een cruciaal aspect van de Palestijnse bezetting. “If you want to use people, you need to control them,” vertelt onderzoekscentrum Bisan.18

Het werkvergunningsysteem is een van deze surveillance maatregelen die Israël gebruikt om controle op de Palestijnse samenleving te bestendigen. Om kans te maken op een Israëlische job moeten Palestijnen een werkvergunning aanvragen. De regels om deze te krijgen zijn echter streng omdat de Israëlische overheid op die manier een sterke controle kan uitoefenen op wie er Israël wel en niet binnen komt. Enkel Palestijnen die 35 jaar of ouder zijn, een gezin hebben, geen uitgesproken politieke voorkeur verdedigen en geen familienaam hebben die gelinkt kan worden aan verzet tegen Israël, maken kans op een werkvergunning.19

Het werkvergunningensysteem werd sinds kort biometrisch gemaakt waarbij vingerafdrukken, gezichtsherkenning en geautomatiseerde pasjes gebruikt worden. Deze informatieverzameling zorgt voor een nog grotere controle. Ook de dreiging om werkvergunningen in te trekken is een strategie van intimidatie die willekeurig door Israël gebruikt wordt. Je kan bijvoorbeeld je werkvergunning verliezen wanneer je niet de juiste papieren kan voorleggen. Ook te laat komen op het werk of te vaak ziek zijn, zijn vaak voorkomende redenen waarom werkgevers werkvergunningen intrekken.

Wanneer een Palestijn een werkvergunning krijgt, is deze rechtstreeks verbonden aan één specifieke werkgever. Dit zorgt voor een extra controle mechanisme. Werkgevers kunnen ook de facto een arbeider ontslaan, maar hem ervan weerhouden om een nieuwe job te zoeken, omdat de arbeider nog officieel ingeschreven staat bij zijn vorige werkgever. Israël speelt dit slim. De controle over Palestijnse arbeiders werd door de Israëlische overheid rechtstreeks uitbesteed aan de werkgevers. Het is dus de verantwoordelijkheid van Israëlische werkgevers om hun arbeiders in toom te houden.

Het vergunningensysteem is naast een controle mechanisme ook een drukkingsmiddel dat Israël gebruikt in haar surveillance beleid. Israël zet Palestijnse arbeiders die een vergunning aanvragen onder druk om informatie over het Palestijns verzet te verkrijgen. ‘Arbeiders hebben deze jobs echt nodig dus ze beantwoorden alle Israëlische vragen om deze werkvergunningen te krijgen’, vertelt de Workers Hotline ons in een interview.20 Palestina Solidariteit vertelde ons dat Israël dit ook gebruikt als disciplineringsmechanisme.21 De continue angst van mensen om hun werkvergunning en dus ook hun inkomen te verliezen, zorgt er voor dat mensen minder snel verzet plegen tegen de bezetting van Israël. Zo gebeurt het vaak dat werkvergunningen worden teruggeschroefd wanneer er in bepaalde Palestijnse dorpen te veel opstanden plaatsvinden. Het vergunningensysteem laat arbeiders afzien van het creëren van vakbonden, het eisen van sociale rechten, of deelname aan gelijk welke vorm van politieke actie.

Israël gebruikt dit vergunningensysteem ook als een politieke strategie, wanneer het op zijn internationaal imago aankomt. Ze creëren een nobel voorkomen door Palestijnen werkgelegenheden te bieden in Israëlisch gebied. Of zoals een professor in de ontwikkelingsstudies aan de Birzeit University voor ons goed heeft samengevat: “Israël is er in geslaagd om de door hen gecreëerde noodzaak aan tewerkstelling bij Palestijnen in hun voordeel uit te spelen. Elke job die een Palestijn krijgt in Israël lijkt zo een teken van goede wil. Ze gebruiken dit om zich te profileren als goede staat en zo trachten ze andere overheden en de internationale gemeenschap ervan te overtuigen dat illegale nederzettingen op de een of andere manier toch gerechtvaardigd kunnen worden”.22 Door het aanzien te creëren waar Israël Palestijnen aan jobs helpt, wordt de schending van internationale rechten goedgepraat. De focus op de illegaliteit van de nederzettingen en de uitbuiting van onderdrukte Palestijnen wordt op deze manier verlegd naar de goede wil van Israël.

De bovenstaande paradoxale situatie is een continu evenwicht dat Israël moet zoeken tussen het gebruik van werkvergunningen als een business- of als surveillance aspect. Enerzijds worden de werkvergunningen gebruikt als een business waar Israël gretig profiteert van de uitbuiting van goedkope arbeidskrachten. De combinatie van het niet moeten betalen van verzekeringen en de lagere lonen maken Palestijnse arbeiders aantrekkelijk voor werkgevers die meer winst willen opstrijken. Anderzijds heeft Israël de vergunningen nodig als controle- en drukkingsmechanisme. Dit zorgt soms voor conflicten binnen de Israëlische overheid zelf. Het Ministerie van Economie wil bijvoorbeeld de quota voor werkvergunningen verhogen, zodat er meer goedkope arbeidskrachten voorhanden zijn. Terwijl het Ministerie van Binnenlandse Zaken meer handelt vanuit veiligheidsoverwegingen want als er meer Palestijnen toegelaten worden in Israëlisch gebied, moet er ook meer meer geld geïnvesteerd worden in het surveillance beleid.

Normalisering van de bezetting

Sinds de Israëlische staat werd uitgeroepen in 1948 heeft deze een politiek van annexatie en de-development gevoerd door middel van militaire bezetting. Op die manier werd de Palestijnse economie een inherent deel van de Israëlische, waarbij een wederzijdse afhankelijkheidsrelatie ontstond. Dit impliceert echter geen gelijke relatie, integendeel. Het is een relatie waarin de Palestijnse economie compleet afhankelijk en ondergeschikt is gemaakt aan de Israëlische, waarbij Palestijnse arbeid een onlosmakelijke voorraad aan goedkope arbeid zijn geworden ten dienste van de staat Israël. Als gevolg van de bezetting en de bewust gecreëerde afhankelijkheid, zijn vele Palestijnen genoodzaakt te werken voor hun bezetter.

Deze contradictorische situatie waarbij Israël enerzijds gebruik maakt van Palestijnse goedkope arbeidskracht, maar anderzijds de Palestijnen volledig wil buiten duwen, zie je in het mechanisme van de werkvergunningen ook terugkeren. Met behulp van deze vergunningen is Israël er in geslaagd om Palestijnse arbeid aan hen te binden en uiteindelijk als een disciplinerings-, drukkings- en controlemechanisme te gebruiken. Het is dus met andere woorden de zoveelste strategie om de Palestijnse economie, en het Palestijns leven an sich, te ondermijnen en uit te buiten. Naast het bestendigen van de bezetting zorgt het surveillance aspect ook voor een normalisering van de bezetting.

Een Palestijnse journaliste vertelde ons dat Israël het systeem van de werkvergunningen louter afschildert als een beveiligingsmaatregel, maar het werkelijke doel van dit werkvergunningensysteem is het vergroten van de grip op de Palestijnse samenleving.23 Deze zogezegde nood aan surveillance en het portretteren van Palestijnen als existentiële bedreiging plaatst Israël in de slachtofferpositie en wordt op die manier de bezetting en haar gewelddadige controlemechanismen genormaliseerd.

 

Bibliografie

Abu-Laban, Y., Lyon, D., & Zureik, E. (2010). Surveillance and Control in Israel/Palestine : Population, Territory and Power. Hoboken: Taylor & Francis.

Al-Waara, A. (2020). Coronavirus: Israeli settlers exploit lockdown to annex Palestinian land. Geraadpleegd op 02 mei op 2020, van https://www.middleeasteye.net/news/coronavirus-palestine-israel-settlers-exploit-lockdown-annex-land

Arraf, S. (2020). We have nobody but ourselves: Palestinians in ISrael unite to combat coronavirus. Geraadpleegd op 28 april 2020, van ://www.972mag.com/coronavirus-solidarity-palestinian-citizens/

Arraf, S. (2020) The moment a worker is sick, they throw him to the checkpoint like a dog. Geraadpleegd op 9 mei, van https://www.972mag.com/checkpoint-palestinian-laborers-coronavirus/?fbclid=IwAR1AcTzix3R7e05y3B9iD0C729JaPaygsZ2SIiEU9uAlB0fDJXXHinarwmY

Barghouti, M. (2017, mei 24). Those responsible for the high cost of living in Palestine—Opinion. Geraadpleegd 1 juni 2020, van Ahram Online website: http://english.ahram.org.eg/NewsContentP/4/268667/Opinion/-Those-responsible-for-the-high-cost-of-living-in-.aspx

B’Tselem. (2018, 13 maart). Life under shadow of Beit El settlement: Travel restrictions on residents of al-Jalazun R.C. Geraadpleegd op 27 mei 2020, van https://www.btselem.org/freedom_of_movement/20180313_jalazun_travel_restrictions

Borms, K. (1980). De kinderen van Abraham: de Palestijnen en Israël. Leuven: Kritak.

Busbridge, R. (2018). Israel-Palestine and the Settler Colonial ‘Turn’: From Interpretation to Decolonization. Theory, Culture & Society, 35(1), 91 – 115.

Chomsky, N. & Pappe, I. (2010). Gaza in crisis Reflections on Israel’s War Against the Palestinians.Chicago, Illinois: Haymarket Books.

De Brabander, L. (2002). Palestina, kroniek van een bezetting. Gent: vzw Vrede.

ETUN. (2019). European complicity with Israel’s occupation: Undermining Palestinians’ right to decent work. ETUN.

Garbett, L. (2020, 15 mei). Palestinian Workers in Israel Caught Between Indispensable and Disposable. Geraadpleegd op 20 mei 2020, van https://merip.org/2020/05/palestinian-workers-in-israel-caught-between-indispensable-and-disposable/

Hanieh, A. (2013). Lineages of Revolt. Amsterdam, Nederland: Adfo Books.

Hever, S. (2012). Exploitation of Palestinian Labour in Contemporary Zionist Colonialism. Settler Colonial Studies, 2(1), 124–132. https://doi.org/10.1080/2201473X.2012.10648829

Konečny, M (2019). Gastles georganiseerd door Parker, C. 9/12/2019.

Lloyd, D. (2012) Settler Colonialism and the State of Exception: The Example of Palestine/Israel. Settler colonial Studies, 2(1), 59 – 77.

Nakhleh, K. (2014, 10 april). Oslo: Replacing Liberation with Economic Neo-Colonialism. Geraadpleegd op 23 mei 2020, van https://al-shabaka.org/commentaries/oslo-replacing-liberation-with-economic-neo-colonialism/

Pappe, I. (2006). The Ethnic Cleansing of Palestine. Londen: Oneworld Publications.

RLFPalestine. (2011). DONOR OPIUM, the impact of international aid to Palestine [Videobestand]. YouTube. Geraadpleegd van https://www.youtube.com/watch?v=wVTYyRLMljc

Ross, A. (2018). Who Built Zion? Palestinian Labor and the Case for Political Rights. Geraadpleegd 1 juni 2020, van New Labor Forum website: https://newlaborforum.cuny.edu/2018/08/28/who-built-zion/

Roy, S. (1999). De-development Revisited: Palestinian Economy and Society since Oslo. Journal of Palestine Studies XXVIII, 3, 64–82. Geraadpleegd van https://www.jstor.org/stable/2538308?seq=1#metadata_info_tab_contents

Saïd, E. W. (1979). The Question of Palestine. New York (NY): Vintage Books.

Salamanca, O. J., Qato, M., Rabie, K. & Samour, S. (2013). Past is Present: Settler Colonialism in Palestine. Settler colonial Studies, 2(1), 1 – 8.

Usher, G. (2005). Unmaking Palestine: On Israel, the Palestinians, and the Wall. Journal of Palestine Studies, 35(1), 25 – 43.

Who Profits. (z.d.). Industrial Zones in the Occupied Palestinian Territory. Geraadpleegd 1 juni 2020, van Who Profits website: https://whoprofits.org/dynamic-report/industrial-zones

Wolfe, P. (2007). Palestine, Project Europe and the (un-)making of the new Jew. In memory of Edward Said. In Edward Said: the legacy of a public intellectual (pp. 313–337). Carlton, Victoria, Australië: Melbourne University Press.

Young, E. (2006, maart 23). Palestinian Economic Dependence on Israel. Geraadpleegd 1 juni 2020, van The Washington Institute website: https://www.washingtoninstitute.org/policy-analysis/view/palestinian-economic-dependence-on-israel

 

Noten:

1 Onze respondent wenst anoniem te blijven, Anas is een pseudoniem.

2 Anas, Persoonlijke communicatie, 20 mei 2020

3 Konečny, M. (2019), Gastles bij ‘Area Study Mashrek’, Conflict & Development studies Ugent.

4 Busbridge, R. (2018). Israel-Palestine and the Settler Colonial ‘Turn’: From Interpretation to Decolonization. Theory, Culture & Society, 35(1), 91 – 115. en Lloyd, D. (2012) Settler Colonialism and the State of Exception: The Example of Palestine/Israel. Settler colonial Studies, 2(1), 59 – 77.

5 Salamanca, O. J., Qato, M., Rabie, K. & Samour, S. (2013). Past is Present: Settler Colonialism in Palestine. Settler colonial Studies, 2(1), pp. 1 – 8.

6 Al-Marsad, Persoonlijke communicatie, 20 april 2020

7 Hanieh, A. (2013). Lineages of Revolt. Amsterdam, Nederland: Adfo Books.

8 Usher, G. (2005). Unmaking Palestine: On Israel, the Palestinians, and the Wall. Journal of Palestine Studies, 35(1), 25 – 43.

9 Klein, N., Lagrand, D., & Stoltenkamp, M. (2009). De shockdoctrine : de opkomst van rampenkapitalisme. 4e druk Breda: De Geus.

10 Commodificatie is een begrip dat werd geïntroduceerd door Marx dat verwijst naar ‘het verhandelbaar maken’ van iets. Het handelen van mensen (zoals arbeid of zorgende taken) worden steeds meer gezien in functie van hun marktwaarde, hoeveel geld ze kosten. Arbeid, maar ook land en grondstoffen worden sinds het kapitalisme gecommodificeerd.

11 Shivji, I. (2017). The concept of ‘working people’. Agrarian South: Journal of Political Economy, 6(1), 1–13.

12 Bisan, Persoonlijke communicatie, 18 april 2020

13 Hanieh, A. (2013). Lineages of Revolt. Amsterdam, Nederland: Adfo Books.

14 Hanieh, A. (2013). Lineages of Revolt. Amsterdam, Nederland: Adfo Books.

15 Persoonlijke communicatie, 20 mei 2020

16 Naast een reservoir aan goedkope Palestijnse arbeidskracht beschikt Israël ook over veel buitenlandse arbeiders. Ook vluchtelingen of migranten uit Afrikaanse en Aziatische landen worden in Israël dagelijks geconfronteerd met discriminatie en uitbuiting op het werkveld. Een respondent van de Workers Hotline vertelde ons dat institutionele racisme eigen is aan de Israëlische staat. Dit manifesteert zich niet enkel ten opzichte van Palestijnen in het zogezegde ‘conflict over grondgebied’. Iedereen die geen deel uitmaakt van het ‘Westers-Israëlische ideaal’ wordt behandeld als tweederangsburger. Via de Oslo akkoorden werd dit verder geïnstitutionaliseerd (Workers Hotline, persoonlijke communicatie, 13/05/2020).

17 Zureik, E. (2001). Constructing Palestine through Surveillance Practices. British Journal of Middle Eastern Studies, Vol. 28, No. 2, pp. 205-227.

18 Bisan, Persoonlijke communicatie, 18 april 2020

19 Zoals je ziet kunnen veel Palestijnen geen werkvergunning krijgen. Deze arbeiders zonder werkvergunning, bevinden zich vaak in nog moeilijkere situaties. Een getuige vertelde ons hoe werkloze Palestijnen zonder vergunning vaak op publieke plaatsen, zoals checkpoints of grote wegen, in groep staan te wachten tot een Israëliër uit een settlement of grootstad hen een kleine job aanbiedt. Zij moeten het vaak stellen met jobs voor één dag of enkele dagen, zonder contract en dus ook zonder sociale bescherming. Ook de lonen van deze arbeiders zijn lager. De Bank van Israël stelde in 2013 bijvoorbeeld vast dat arbeiders met een werkvisum gemiddeld 48$ verdienen en arbeiders zonder een werkvisum gemiddeld 40,7 $ verdienden.

20 Workers Hotline, Persoonlijke Communicatie, 18 mei 2020; Workers Hotline is een organisatie die focust op het verdedigen en waarborgen van arbeidsrechten van een ieder die in Israël tewerkgesteld is. Zij maken geen onderscheid tussen Israëliërs, Palestijnen, migranten of vluchtelingen.

21 Palestina Solidariteit, Persoonlijke Communicatie, 18 mei 2020

22 D, Persoonlijke communicatie, 11 mei 2020, onze respondent wenste anoniem te blijven. D is een pseudoniem.

23 S.A, Persoonlijke communicatie, 12 mei 2020, onze respondent wenste anoniem te blijven. S.A. is een pseudoniem.

Creative Commons

take down
the paywall
steun ons nu!