Analyse -

Rechts rukt verder op in Israël

De verkiezingen in Israël zijn uitgedraaid op een onverwachte overwinning voor Netanyahu, die in de laatste weken van de campagne niet aarzelde om verder op te schuiven richting extreemrechts.

woensdag 18 maart 2015 16:48

Zijn Likoed-partij zou volgens de
voorlopige resultaten 30 zetels bemachtigen. Meteen na zijn
overwinning riep hij dan ook de andere extreemrechtse partijen, zoals
het openlijk racistische Joods Huis (8 zetels) en Yisrael Beiteinu (5
zetels), op om zo vlug mogelijk een regering te vormen.

Israëlische leiders
gaan er prat op dat Israël de ‘enige democratie is in het
Midden-Oosten’. Daar vallen wel vraagtekens bij te plaatsen,
wanneer een uittredend premier openlijk een alarmerende oproep
lanceert over Palestijnse Israëli’s die in ‘drommen’ (dixit
Netanyahu) naar de stembus trekken. In Israël worden de nazaten van
de oorspronkelijke inheemse bevolking, die niet gevlucht is bij het
uitroepen van de staat Israël in 1948, consequent ‘Arabieren’
genoemd, om hen te onderscheiden van de Palestijnen in de bezette
gebieden, hoewel ze tot dezelfde bevolkingsgroep horen.

Uittredend
minister van Buitenlandse Zaken, Avigdor Lieberman, tweette
vervolgens dat “als de Arabieren in drommen gaan kiezen, alleen een
sterke Lieberman hen dan kan stoppen”. Dit openlijk opbod tegen de
Palestijnse Israëli’s, is symptomatisch voor een land waar een
racistisch discours en het indienen van discriminerende wetgeving tot
de normale politieke orde van de dag zijn gaan behoren. Zo steunde een
derde van de Knesset – het 120 zetels tellende Israëlische
parlement – een voorstel om Israël uit te roepen tot een
natiestaat voor het joodse volk, wat het de facto al is. Nieuw is dat
het ingediende voorstel om een basiswet gaat, wat in een land zonder
formele grondwet, een constitutioneel karakter geeft aan de
degradatie van de Palestijnse Israëli’s tot tweederangsburgers. Het
voorstel leidde mee tot de val van het kabinet, maar lijkt met de
winst van extreemrechts meer kans te maken. Volgens dit voorstel van
basiswet, kunnen alleen joodse burgers beroep doen op
gemeenschapsrechten, is het Hebreeuws de enige officiële taal, wordt
de Hebreeuwse kalender de officiële kalender en vormen traditionele
joodse wetten een belangrijke bron voor jurisdictie.

Ander teken aan de
wand: De verhoging van de kiesdrempel van 2 naar 3,25 procent, die deze
verkiezingen voorafging, was duidelijk bedoeld om de
‘Arabische’ partijen uit de Knesset te houden. De ironie van het lot
wil dat die kiesdrempel ervoor zorgde dat de Arabische
partijen met een gemeenschappelijke lijst opkwamen, een lijst die met 14 zetels
– volgens de voorlopige uitslag – de derde partij is geworden.
Dat zal weinig ter zake doen. Geen enkele partij is er happig op om
met de ‘Arabieren’ samen te werken. Sinds het ontstaan van Israël in
1948 schopte slechts één Israëlische Palestijn het tot minister.

Geen democratie
voor bezette Palestijnse gebieden

Deze ‘democratie’ is
ook een bezettende macht, die heerst over 4 miljoen Palestijnen die
zelf niet de kans krijgen om hun toekomst te bepalen. De
afgelopen decennia hebben we gezien dat het hele Oslo-proces een
Palestijns bestuur en parlement heeft gebaard zonder echte
soevereiniteit. Als het erop aankomt telt alleen de macht en het
geweld van het Israëlische leger, belanden kritische stemmen of zij
die zich verzetten achter de tralies, houdt de regering de
Palestijnse economie in een wurggreep en worden douane-inkomsten naar
believen ingehouden. Gideon Levy, de linkse columnist van de
Israëlische krant Haaretz, schreef smalend dat de democratie alleen
maar geldt voor de ‘meesters’ die heersen over de toekomst van de
Palestijnen.

Tijdens de campagne
deed Netanyahu niet eens de moeite om de VS en de EU te paaien met
een verhullend façadediscours, door botweg te verklaren dat er met hem
als premier gewoon geen Palestijnse staat komt. Hij zet daarmee een
stap terug ten opzichte van 2009, toen hij in een speech een (aan
weliswaar beperkende voorwaarden verbonden) twee-staten-oplossing
verdedigde. Vraag is nu of hij daarmee zijn land in een diplomatiek
isolement zal duwen.

Voor de Palestijnen
in de bezette gebieden zou het sowieso weinig verschil hebben
uitgemaakt of Netanyahu dan wel Herzog de verkiezingen won. De
Zionistische Unie is een alliantie van de Arbeiderspartij met Hatnua
(‘De Beweging’) onder leiding van Isaac Herzog en Tzipi Livni, die 24
zetels in de wacht zou slepen. De Zionistische Unie staat achter het
huidige beleid inzake Gaza, waartegen Israël een moordend embargo
handhaaft. Ook vindt de partij dat bestaande grote nederzettingen
verder mogen worden uitgebreid en bij Israël mogen worden
aangehecht. Het programma van de Zionistische Unie laat aan
duidelijkheid niets te wensen over: “Demilitarisering van de
Palestijnse staat, behoud van de nederzettingenblokken in Judea en
Samaria [zionistisch taalgebruik voor de Westelijke Jordaanoever] onder Israëlische soevereiniteit; versterking van Jeruzalem en zijn
statuut als eeuwige hoofdstad van de Israëlische staat… de
oplossing van het Palestijnse vluchtelingenprobleem middels de
oprichting van een Palestijnse staat en niet in Israël”. Wat hier
een Palestijnse staat wordt genoemd zou veeleer een territoriale
verzameling van enclaves zijn.

Onder de joodse
partijen van het partijpolitieke landschap in Israël, lijkt er dus een consensus te bestaan om de resoluties van de VN
Veiligheidsraad, die de ontruiming vragen van de Palestijnse bezette
gebieden en die bevestigen dat de daar gevestigde joodse
nederzettingen illegaal zijn, naast zich neer te leggen. Daarmee
strijken alle Israëlische hoofdrolspelers meteen ook tegen de haren
in van hun westerse bondgenoten in Washington en Brussel, die
vooralsnog formeel blijven stellen dat er een Palestijnse staat moet
komen op basis van de grenzen van 1967. Echt nieuw is dat allemaal
niet, maar nooit eerder werd dat zo openlijk gesteld.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!