Essay, Nieuws, Europa, Politiek, Extreemrechts, Nederland, Geert wilders, Tmd, Pvv -

De ideologie van de PVV (deel 4)

Deze serie beschouwingen handelt over het boek 'De schijn-élite van de valse munters' van PVV’er van het eerste uur Martin Bosma, vertrouweling van PVV-leider Geert Wilders. Dit vierde deel van de serie handelt over de visie van Bosma en de PVV op Links.

dinsdag 19 juli 2011 10:49

Die goeie ouwe Partij van de Arbeid

Als Geert Wilders over links en in het bijzonder over de PvdA spreekt, bezigt hij vaak bijvoeglijke naamwoorden die afschuw uitdrukken. Het woord ‘verschrikkelijk’ is hem op de lippen bestorven als hij verwijst naar de linkse partijen, en hij rekent ook D66 daartoe.

Je zou dan ook denken dat De schijn-élite van Martin Bosma grossiert in de meest negatieve uitlatingen over alles wat links is. Maar dat is toch niet waar. In zijn vierde hoofdstuk, getiteld Berendans, verhaalt Bosma van zijn entree in de Kamer.

Hij kwam in een “weinig glorieus pijpenlaatje” te werken maar: “Toch is het voor mij een vorm van thuiskomen (p. 38)”, waarna hij vol weemoed en verlangen verwijst naar de tijd en de streek waar hij is opgegroeid. “De rode Zaanstreek waar bijna iedereen PvdA stemde, en de rest CPN”.

“Waar voor de oorlog op 1 mei massaal de rode vlaggen wapperden en er optochten waren (p. 38)”. Zijn opa en vader waren senang in de rode zuil, lid van de VARA, lid van de socialistische vakbond het NVV en natuurlijk werd Het Volk en later Het Vrije Volk gelezen. “Ze waren er trots op tot die zuil te behoren (p. 39).” “Zulke mensen vormden eens de ruggengraat van de Nederlandse sociaaldemocratie (p. 39)”.

Bosma beschrijft, Bosma veroordeelt niet, Bosma koestert zijn rode wortels. Hij wekt de indruk dat de SDAP en later de PvdA van zijn opa en vader degelijke partijen waren, die voor hun idealen stonden, die het een en ander bereikten en waar je trots op kunt zijn. Bosma is positief over die tijd. Maar over de PvdA van nu niet meer want: “Ergens is het vreselijk misgegaan met de partij van mijn opa (p. 39).” Wat is er dan precies gebeurd?

De revoluties van de jaren ‘60

De Partij van de Arbeid is aan het einde van de jaren ’60 teloorgegaan en niet langer meer de partij van opa en vader Bosma door de machtsovername van “de jonge turken van Nieuw Links (p. 39)”. Mensen als Han Lammers, André van der Louw, Arie van der Zwan, Max van der Stoel, Marcel van Dam en Jan Nagel namen de macht over op een PvdA-congres. Na de overname “wachtten de sixtiesidealen een stralende toekomst (p. 39).”

Die stralende toekomst bestaat, volgens Bosma, uit het openzetten van de grenzen, voor wat de PVV massa-immigratie noemt en de vorming en acceptatie van de multiculturele samenleving. Nieuw Links is verantwoordelijk voor deze twee drama’s die Nederland, aldus Bosma, overkomen zijn en die ons land naar de gallemiesen zullen brengen als we niet ingrijpen. Toch komen er nuances in zijn verhaal voor. Zo maakt hij regelmatig melding van het feit dat “het maar een kleine elite is die radicaliseert, de gebalde vuist opheft en roept om Che Guevara of Ho Chi Minh (p. 40).”

“30 tot 50 procent van de Nederlandse studenten stemt in de jaren zeventig op de VVD of op een van de voorlopers van het CDA (p. 40).” “Nieuw Links maakt onderdeel uit van een kleine, maar bloedfanatieke elite (p. 41)”. En er zijn ook mensen die helemaal niets van dat Nieuwe Links willen weten. Bosma gaat tamelijk gedetailleerd in op de positie van de oude en jonge Drees, en in deze context is het volgend citaat over Drees jr. veelzeggend: “Het is goed te onderstrepen: de eerste partij (Bosma refereert hier naar de door de jonge Drees opgerichte partij DS ’70) die zich verzet tegen massa-immigratie, is een oersociaaldemocratische erflater van de authentieke traditie van de Partij van de Arbeid, geleid door iemand met de roemrijkste achternaam van de moderne arbeidersbeweging (p. 44)”.

Let overigens op de positieve bijvoeglijke naamwoorden in deze zin: de Partij van de Arbeid van toen is oersociaaldemocratisch en authentiek, maar dit terzijde. Uitgebreid gaat Bosma in op de oppositie tegen massa-immigratie van vader en zoon Drees, het mocht echter allemaal niet baten. Ook niet het feit dat in 1974 bij de bespreking van de Nota Buitenlandse Werknemers in de Kamer, “de PvdA met een heffing bedrijven wil straffen voor het naar Nederland halen van buitenlandse werknemers. De socialisten verzetten zich ook tegen het generaal pardon (dat toen onderwerp van discussie was, JJdR; p. 60)”.

“De jaren zeventig laten zich lezen als een periode van extreem linkse machtovernames. Eén voor één gaan ze voor de bijl: kranten, omroepen, universiteiten (p. 71).” En de linkse bovenwereld slaat dan ook nog eens de handen in elkaar met de linkse onderwereld, met name als het gaat om de aanpak van de Centrumpartij van drs. Hans Janmaat waarbij geweld en aanslagen niet werden geschuwd (p. 79). Links, klein en fanatiek, en ondersteund door de ondergrondse tak, heeft Nederland in haar greep en levert het land uit aan massa-immigratie en multiculturaliteit. Bosma’s hoofdstuk 5, getiteld Een sterk afwijkend leefpatroon, laat zich lezen als is het links en links alleen dat het land opgezadeld heeft met migratie en multiculturaliteit.

Linkse regeringen?

Toch ontkomt Bosma er niet aan antwoord te geven op de vraag waar parlement en regering in deze kwesties stonden? Het is toch ondenkbaar dat een en ander zonder parlementaire goedkeuring zou worden toegestaan? Op pagina 77 geeft Bosma, het lijkt wel noodgedwongen, antwoord op deze vraag: “De conclusie is dan ook gerechtvaardigd dat de implantatie van een miljoen moslims in Nederland hooguit in formele zin een democratische legitimiteit kent.

Dat klopt. Maar veel verder gaat die legitimiteit niet”. Als ik de zinsnede “in formele zin” zou vervangen door “in informele zin”, dan krijgt het citaat iets grotesks. Een democratische legitimiteit is altijd formeel en ik zou niet weten hoe democratische besluitvorming informeel gelegitimeerd wordt. Naar mijn smaak zegt Bosma hier dat parlement en regering in de eerste en laatste plaats verantwoordelijk zijn voor wat hij massa-immigratie noemt en multiculturaliteit.

En werden de diverse parlementen en regeringen gedomineerd door links? In de onderhavige periode 1967-1989 was het DS’70 dat in het kabinet Biesheuvel zat van 1971-1972, maar DS’70 had een volgens Bosma juiste visie op massa-immigratie en multiculturaliteit, dus aan die regering lag het niet. Het kabinet Den Uyl was van 1973-1977 aan het bewind, en pas in 1989 kwam de PvdA weer langduriger aan de macht in Lubbers III (1989-1994), de periode dat de PvdA in Van Agt II zat, besloeg slechts één jaar (1981-1982, 260 dagen). Den Uyl komt in Bosma’s boek maar zijdelings aan bod en krijgt zelfs nog enigszins het voordeel van de twijfel als Bosma vaststelt dat Den Uyl bij de revolutie van Nieuw Links nog de “kont tegen de krib probeert te gooien”, samen met Willem Drees maar later “de kant van de opstandelingen kiest (p. 40).”

Bovendien meldt Bosma dat in 1974, tijdens het kabinet Den Uyl, de PvdA nog niet veel wil weten van massa-immigratie zoals ik hierboven aangaf. Dus op basis van deze feiten links de schuld geven van massa-immigratie en multiculturaliteit is op zijn minst krom. Maar Bosma is dan toch weer niet helemaal blind voor deze gegevens: “Het meest liberale gezinsemigratiebeleid dat Nederland ooit heeft gekend, wordt gevoerd door de (CDA/VVD) kabinetten-Van Agt en -Lubbers I en II (p. 63).” Toch blijft Bosma maar hakketakken op links en legt hij bij links de schuld van de massa-immigratie en multiculturaliteit. Dat heeft ongetwijfeld te maken met de volgende observatie: “De jaren zestig zijn tot op de dag van vandaag springlevend (p. 72).”

Bosma kent de geschiedenis drommels goed maar houdt stug vast aan zijn stelling dat linksom of rechtsom links de oorzaak is van de problemen met massa-immigratie, multiculturaliteit en natuurlijk de aanwezigheid van de moslims hier te lande waarover beneden meer. Het past in de in eerdere delen van deze reeks beschreven manier van denken van Bosma en de PVV, gebaseerd op vers 20 van Jesaja 5: “Wee hen die het kwade goed noemen en het goede kwaad, die van het duister licht maken en van het licht duisternis, van bitter zoet en van zoet bitter.” Links is kwaad, links is niet goed, ook al heeft rechts aandeel in “de schuld”. Over schuld kom ik aan het einde van dit betoog nog een keer te spreken. Eerst behandel ik de historische wortels van links in de volgende paragraaf.

(Nationaal) socialisme

Het zal Bosma niet zijn om de aloude geschiedenis van het fascisme en de Tweede Wereldoorlog op te rakelen en deze keer te linken aan zijn beschouwingen over links en het zal nogmaals Bosma niet zijn om een in zijn ogen linkse renegaat aan te halen, Jacques de Kadt (1897-1988), die van 1948-1963 Kamerlid voor de PvdA was: “Van communist wordt hij communistenvreter (p. 207).”

De Kadt schetste, aldus Bosma, “het nationaal socialisme als een vorm van socialisme (p. 207).” Bosma haalt tevens de gerespecteerde historicus Jacques van Doorn aan die aan het einde van zijn leven een monumentaal werk publiceerde over socialisme en nationaal-socialisme. Bosma concludeert uit Van Doorns boek dat deze stelt dat het nationaal-socialisme bijna harmonieus ontstaan is uit het socialisme, maar dat valt toch niet uit diens werk te halen. De titel ervan spreekt al boekdelen: Duits socialisme. Het falen van de sociaal-democratie en de triomf van het nationaal-socialisme. In de titel komen de woorden sociaal en socialisme voor, maar hij maakt toch echt onderscheid tussen beide stromingen.

De portee van zijn overwegingen is dat de sociaal-democratie er niet in is geslaagd het nationaal-socialisme te voorkomen. Het had Bosma verder gesierd om de haakjes, die hij meermalen om het woord nationaal in de combinatie nationaal-socialisme zet, weg te laten (met die haakjes staat het ook in het PVV- verkiezingsprogramma. De door hem zo geprezen Van Doorn deed dat ook niet. Niet gehinderd door enig relativeringsvermogen gaat Bosma in hoofdstuk 22, om met voormalig CDA-kamerlid Ab Klink te spreken, “vol op het orgel”. De titel van het hoofdstuk is wederom veelzeggend: Adolf Hitler, socialist. Wat Bosma tot zijn overwegingen triggert wordt duidelijk uit volgend citaat: “Het beeld dat ons wordt voorgehouden, ziet er zo uit: Hitler was een rechtse gek, gefinancierd door de grote bedrijven (p. 246).” Maar dat is niet waar, Hitler was, Bosma parafaserend, een linkse gek, die de grote bedrijven in zijn op socialistische geest geschoeid model dwong.

“De waarheid is: Hitler maakte juist een einde aan de vrijemarkteconomie (p. 246).” Over Hitlers’ NSDAP schrijft Van Doorn immers: “Het basisprogramma uit 1920… ademde in onderdelen een socialistische en in zijn geheel een antikapitalistische geest (p. 247).” Verder citeert Bosma Liberal Fascism van Jonah Goldberg die stelt dat “Nationaal socialisme eenzelfde oorsprong heeft als de New Deal van Roosevelt en het Italiaanse fascisme: de wil om de economie centraal te organiseren en planmatig te beheren (p. 249).” Bosma verhaalt van andere doelstellingen van Hitlers NSDAP zoals de klasseloze maatschappij, duurzaamheid en ecologische diversiteit (SS-leider Himmler die de hele SS wilde laten overschakelen op biologisch voedsel (p. 254). “Niet echt begrippen uit het rechtse lexicon. Wat maakte Hitler dan toch rechts? (p. 254).”

Verder verhaalt Bosma van Stalin en het communisme in de toenmalige USSR en besluit aldus zijn visie op de Tweede Wereldoorlog: “De oorlog is een oorlog over wie de baas is op links (p. 251)”, de nationaal-socialisten van Hitler of de communisten van Stalin. Verder maakt Bosma nog gewag van het feit dat het verkiezingsprogramma van de NSB van de jaren dertig allerlei thema’s bevat die bij voorbeeld bij een partij als D66 ook in goede aarde zou vallen: “Wie is de partij die in Nederland pioniert met de Europese gedachte? Opnieuw de NSB (p. 261).”

En vervolgens stelt Bosma de vraag waar Mussert op uit zou komen als hij vandaag de Stemwijzer zou invullen, suggererend dat dat niet anders dan links kan zijn, een onderwerp waar ik later in deze serie op terugkom. Bosma trekt in het volgende hoofdstuk 23 de lijn naar de moderne tijd toe, de titel ervan spreekt wederom boekdelen: De nieuwe nazi’s.

“Het is gelukt Hitler tot symbool van rechts te maken. De logische volgende stap is dat de moslimmigranten de nieuwe joden zijn, de omdraaiing aller omdraaiingen (p. 267).” Naar de interpretatie van Bosma ziet het huidige links de PVV als rechts extremistisch “net als Hitler” die het gemunt heeft op de joden van de nieuwe tijd, de moslims, en heeft links de taak op zich genomen de moslims te beschermen tegen dit gevaar, aldus massa-immigratie en multiculturaliteit bevorderend en zo past de PVV in de traditie van rechts. Niets is minder waar, aldus Bosma.

Het huidige links is de erfgenaam van het links van Hitler en zijn trawanten en de schuld van de vele doden van de Tweede Wereldoorlog die we elk jaar herdenken ligt bij het links van toen en dientengevolge ook het links van nu. Deze redenering die rijkelijk laat begrepen werd, een jaar na het verschijnen van De schijn-élite, door ex-PvdA-Kamerlid Mei Li Vos bracht haar ertoe een oproep te doen de 5 meiherdenking zonder PVV vertegenwoordigers te houden, wat haar hoongelach en stemmen van afkeuring opleverde hoewel ze feitelijk een punt had. In aflevering 2 in deze reeks over de islam stelden we vast dat Bosma deze godsdienst ook weet aan te haken bij het nationaal-socialisme en zo is de cirkel weer rond.

Erfzonde

Het beeld dat De schijn-élite oproept van links is slecht zoals ook de islam slecht is. Hoe kan dat ook anders met zo’n nationaal-socialistische voorganger? En het begon al slecht. Immers: “Genocide als beleidsinstrument duikt al op bij de oorsprong van het socialisme. Friedrich Engels (1820-1895) bestempelt Schotten, Bretonnen en Basken als ‘Völkerabfall’ (p. 258).“ Het was nooit wat met dat socialisme en ook nu is het niets. Het is “verschrikkelijk” zoals partijleider Wilders telkens zo treffend weet te verwoorden. Het denken van Bosma past in een strakke –christelijke en dus ‘goede’- oudtestamentische lijn, zoals verwoord in Leviticus 14: 20: God… ”laat niet alles ongestraft en laat voor de schuld van de ouders de kinderen boeten, en ook het derde geslacht en het vierde.”

De socialisten van nu moeten boeten voor de schanddaden van hun – verre – voorouders. Maar hoe zit het dan met de vader en opa van Martin Bosma, die toch, Bosma’s karakteristiek parafraserend, “authentieke oersociaaldemocraten” waren? En de oude en jonge Drees hadden het toch ook bij het rechte eind? Hoe werkt zoiets? De start van het marxisme-socialisme was scheef, de strijd op links liep uit op een gigantische wereldoorlog en vandaag de dag is links nog steeds verschrikkelijk. Maar de periode van, zeg, de jaren ’50 tot eind jaren ’60 toen de Zaankant nog een gelukkig rood bolwerk was, was blijkbaar anders. Dat was die goeie ouwe rooie tijd.

Het is een merkwaardige draai in de gedachten van Bosma, en het siert hem in zekere zin zelfs. Hij doet niet aan nestbevuiling: hij zal toch zeker nooit willen beweren dat zijn vader en opa (nationaal) socialisten zijn? Maar de uitzondering die hij het authentieke links van die tijd en van die streek gunt, plaatst zijn integrale beschouwing over links in een merkwaardig daglicht en maakt zijn analyse er niet geloofwaardiger op. Eens te meer stellen we vast dat wat kwaad is zomaar goed kan zijn en wat goed is zomaar kwaad, of, om met de grote christelijke denker Augustinus (354-430) te spreken: slangengif doodt, slangengif is gevaarlijk, slangengif is kwaad, maar slangengif, mits deskundig gebruikt en toegepast, geneest ook. Deze christelijke denker,die, aldus Bosma, bij heeft gedragen aan het fundament van onze beschaving, zal er toch niet naast zitten?

Jan Jaap de Ruiter

Jan Jaap de Ruiter (www.janjaapderuiter.eu en @janjaapderuiter) is arabist aan de Universiteit van Tilburg. De komende weken zullen door hem deze onderwerpen worden behandeld: Massa-immigratie en multiculturaliteit (5), De PVV (6), Feiten en cijfers (7), De NSB stemwijzer (8), Gezelligheid (9) en Epiloog (10).

take down
the paywall
steun ons nu!