Essay, Cultuur, De 10 beste cd's van het decennium -

Luisterpost: het beste van het afgelopen decennium

Misschien had u het niet gedacht, maar het vorige decennium is nu pas echt netjes voorbij. Daarom grijpen we de kans om achterom te kijken. We presenteren u dan ook in deze bijlage de tien platen van de jaren 2001 – 2010. Een fascinerende trip.

zaterdag 29 januari 2011 10:15

Eerst moet ons iets van het hart. Eind 2009 verschenen er overal lijstjes van de zogenaamde noughties (de jaren nul). Ze werden vaak zelfs gebombardeerd tot de lijst van het beste van het eerste decennium van de 21ste eeuw. Maar achter al die heisa zat wel een foute kennis. Het nieuwe decennium en millennium gingen immers maar van start in 2001. De lijstjes vingen steevast aan in 2000 en dat was het eindjaar van de twintigste eeuw. Consequent doorgeredeneerd waren misschien wel de jaren nul ten einde, maar niet het eerste decennium van de 21ste eeuw. We waren dan ook flink teleurgesteld dat er eind 2010 geen verzamelingen het licht zagen. 

Waaraan is die collectieve fout dan te wijten? Blijkbaar aan de niet-kennis van de geschiedenis (terwijl dit al in de lagere school wordt aangeleerd) en de tijdrekening. Waarschijnlijk denken deze lui – die tellen van nul tot negen – ook dat er zoiets als het jaar nul bestaat (nee, dat is niet zo). Onze jaartelling begint immers bij het jaar één na Christus en daarvoor ligt één voor Christus (min één). 

Natuurlijk zegt u nu: het is maar muziek (want daarover gaat deze rubriek) en het zijn maar lijstjes. Dat klopt. Toch hebben wij het gevoel dat de mainstream media op die manier weer hun minachting voor het grote publiek ten toon spreiden. Gemakkelijk om te zetten in twee frasen: ‘Ze zullen wel denken dat het decennium nu gedaan is’ en ‘Iedereen brengt nu een lijst uit, dus zullen wij dat maar ook doen.’ 

In deze ‘Basta’-tijden is men hopelijk een beetje alerter geworden en daarom dus deze lijst, geput uit het opvolgen van wat er allemaal van 2001 tot 2010 zo buitengewoon op muzikaal gebied was. 

We hebben daarbij onszelf een paar limieten opgelegd. Eén ervan is dat we maar één plaat per band of artiest hebben opgenomen. De reden daarvoor was om de persoonlijke smaak zo deels binnen de perken te houden. De andere beperking was om slechts één plaat per jaar mee te nemen. Terwijl we van elk jaar moeiteloos een top 50 konden geven. Bij die selectie speelde onder meer onze iPod (aangeschaft in 2004, een 4G die inmiddels al 7 jaar meegaat) een grote rol, want die liet ons met gemak zien wat we het meest afgespeeld hadden.

Al lijken de alles overspoelende trends in de ernstige rock-, pop- en dancemuziek iets van de oudere decennia, toch bleek ook in deze nieuwe tijden dat bepaalde ‘stijlen’ ineens naar de oppervlakte kwamen drijven en soms een van de smaakbepalende platen opleverden. Zo zal u bij voorbeeld naast rock en pop ook dubstep en NU folk in het lijstje aantreffen en dan weer een moderne klassieke cd. De afstand van vele jaren geeft ook aan dat bepaalde bands slechts één hoogtepunt hadden, terwijl andere soms ver voor hun bekendheid al werk maakten dat essentieel is om gehoord te worden.

In elk geval: hier zijn ze, in volgorde van de jaren waarin ze uitgebracht werden. Tien kroonjuwelen van platen die elke muziekliefhebber naar een onbewoond eiland moet meegraaien. Een flinke neus naar al de oude kankeraars die oreren dat er geen ‘echt goede’ muziek meer gemaakt wordt.

2001: Elbow ‘Asleep In The Back’ (Rock)

Elbow is een band die veel mensen maar tegen het einde van het decennium in het snuitje kregen. Maar hun debuut ‘Asleep At The Back’ is voor ons een plaat die tien jaar later nog steeds overeind blijft. De groep rond Guy Garvey bestond al een tijdje en had reeds een volledige cd ingeblikt in de jaren ’90, maar die was toen door hun platenfirma geweigerd. De Mancunians krabbelden echter weer recht en kwamen toen met dit meesterwerk op de proppen. We hebben het al elders geschreven: Elbow is een band die de artistieke ziel van Radiohead combineert met de toegankelijkheid van Coldplay. De som van die twee wijd uiteenlopende referentiepunten is echter volledig uniek. Guy Garvey is een meester-observator en een tekstschrijver die met een paar woorden een diep gevoel oproept zonder dat het ooit sentimenteel wordt. En dan is er de muziek. ‘Asleep In The Back’ mag dan de minst toegankelijke plaat van de groep zijn, maar ze geeft meteen aan – door kanjers als ‘Newborn’, ‘Scattered Black and Whites’ en ‘Powder Blue’ – dat een klein beetje moeite een hele wereld openbaart. De muziek is sterk doorgearrangeerd, maar steeds in functie van de nummers en Garveys stem is een genoegen om naar te luisteren. Ja, wij werden bij deze plaat verliefd op de band en tot nu toe kunnen wij niet over onze lippen krijgen dat de groep ook maar één slechte cd maakte. Wij raden u dan ook graag ‘Cast Of Thousands’, ‘Leaders Of The Free World’ en ‘The Seldom Seen Kid’ aan. Magisch spul.

2002: Wilco ‘Yankee Hotel Foxtrot’ (indierock/alt country)

Ook al een band die door haar label bruusk gestopt werd. Yankee Hotel Foxtrot was al klaar in 2001, maar de platenfirma zag de nieuwe richting van de groep – die tot dat ogenblik bij de alt country werd gerangschikt – niet zitten. Pas bij een nieuwe platenfirma kon de plaat eindelijk het daglicht zien. Tot vandaag blijft het een belevenis, want dit is echt het voorbeeld van een band die letterlijk alles omgooit. Het begint al met de vage elektronica en een aarzelend begin, alsof de band zelf twijfelt of dit wel de juiste weg is die ze inslaat. Maar dan hakken de drums en begint één van de songs die ons het meest aangrepen in die tien jaar: ‘I Am Trying To Break Your Heart’. Geen statement waarmee je je populair maakt, maar van een eerlijkheid die weinigen gegeven is. Ondertussen hoor je een piano die wel met een bijl lijkt bespeeld te worden. Het nummer geeft aan wat de plaat allemaal wel is: provocerend, moeilijk en tegelijk meeslepend, melodieus en vooral boordevol fantastische rockmuziek. 

Verandering klonk nog nooit zo goed én – de wraak moet zoet geweest zijn – het werd ook Wilco’s best verkopende cd ooit.

2003: The White Stripes ‘Elephant’ (Rock)

Soms is omkijken een stap vooruit zetten. Jack White is een figuur die geboetseerd is uit de klei van de Britse bluesboom, maar tegelijk ook een modernist. Een man die artistieke verfijning camoufleert met rauwe, minimalistische rootsgeluiden en zo muziek maakt die zeldzaam begeesterend is. Op ‘Elephant’, hun vierde plaat, voegt het duo een heleboel exuberante elementen aan dat minimalisme toe en al die grandeur drijft de luisteraar geregeld naar euforische momenten. Voeg daarbij de scherpe teksten, het fabelachtige gitaarspel van White en de Moe Tucker-drums van Meg en je krijgt een mammoet van een dubbel-LP.

2004: Max Richter ‘The Blue Notebooks’ (modern klassiek/ambient/home listening)

We hadden nog nooit van Max Richter gehoord, voor we deze cd in onze brievenbus aantroffen. Maar sindsdien is hij één van onze favoriete obsessies geworden. Max Richter is een klassiek geschoold pianist en componist, maar al vroeg in zijn carrière kwam hij in contact met elektronicamuzikanten (Future Sound Of London, Reprazent) en dat heeft zijn op zich akoestische muziek een definitieve draai meegegeven. De in Duitsland geboren Brits forte is dat hij onvergetelijk intense muziek schrijft en ze op geïnspireerde wijze vormgeeft. Maar daar houdt het bij de man niet op, want Richter vertelt met zijn platen ook een verhaal. Op ‘The Blue Notebooks’ vertrekt hij van boekfragmenten van Kafka en Czes?aw Mi?osz die hij laat voorlezen door de bekende Britse actrice Tilda Swinton. Tussen die tekstflarden injecteert hij dan zijn muziek. Het geheel voelt aan alsof je in een andere wereld binnenstapt. Richters andere platen zijn even inventief: ‘Memoryhouse’ 2002), ‘Songs From Before’ (2006), ‘24 Postcards in Full Colour’(2008) en ‘Infra’ (2010) zijn allemaal ijzersterk en onmiskenbaar groots. Richter is ondertussen een carrière als soundtrackcomponist begonnen met onder meer de muziek voor ‘A Waltz With Bashir’, ‘Henry May Long’, ‘Elle s’appelait Sarah’ en ‘Die Fremde’. Voor ons begon de spannende reis bij deze blauwe notieboekjes.

2005: Sufjan Stevens: ‘Illinois’ (singer-songwriter)

De klik van Sufjan Stevens maakten we bij ‘Seven Swans’, de plaat die net voor ‘Illinois’ uitkwam. ‘Illinois’ was Stevens ‘ tweede cd in een reeks over alle staten van Amerika. Van dat plan is niet veel terechtgekomen, want een derde  volgde er niet. We zouden ook niet weten hoe, want met ‘Illinois’ heeft de man een cd gemaakt die een hele wereld oproept en werkt als een wonderlijke caleidoscoop. Stevens is een singer-songwriter die in de jaren ’90 naast het succes greep met de groep Marzuki (onterecht als we op de twee platen van de band mogen afgaan) en daarna langzaam recht krabbelde met steeds betere platen. Op ‘Illinois’ verzamelt hij een aantal liedjes die direct met de staat of Stevens ervaringen daar te maken hebben. Hij doet hier ook iets wat weinigen hem ooit nog zullen nadoen: een ontroerende song schrijven over een van de meest omstreden creaturen die de staat ooit heeft voortgebracht: de seriemoordenaar John Wayne Gacy, Jr. Een ander hoogtepunt is ‘Casimir Pulaski Day’ dat vertrekt bij een officiële feestdag in Illinois. Stevens bleek de plaat gehaald hebben uit een ware berg van materiaal, want een jaar later verscheen ‘The Avalanche’ dat nog eens 21 nummers uit  de ‘Illinois’-sessies bevatte. Daarna leek het alsof hij even de weg kwijt was, want hij kwam aanzetten met allerlei aparte projecten waaronder een vijfdelige box met kerstmuziek en een heel hoop instrumentale releases, tot hij in 2010 met de dubbele triomf ‘All Delighted People’ (een EP die maar liefst een uur duurt) en het duizelingwekkende ‘The Age Of Adz’ aankwam. U heeft het al door: ook Stevens is een van onze obsessies geworden. Een gezonde.

2006: Joanna Newsom ‘Ys‘ (Nu Folk)

Een vrouw met een harp die ellenlange liedjes maakt? Het lijkt niet echt de soort van stuff waar rock- of popliefhebbers van wakker liggen. Maar dat is precies wat Joanna Newsom heeft bereikt. Vorig jaar viel heel het wereldje voor haar ‘Have One On Me’, maar ‘Ys’ is minstens een even sterke plaat en dat komt onder meer door de orkestrale arrangementen van legende Van Dyke Parks. Newsom is onvervaard ambitieus, maar ze slaagt erin om niet alleen overtuigend over te komen, maar ook nog mateloos de luisteraar te fascineren. Met deze plaat hadden we voor het eerst het gevoel dat ze een klasse hoger speelt dan de rest van het songwritersgilde. Briljant.

2007: Burial ‘Untrue’  (Dubstep)

Hypes worden vaak afgedaan als zeepbellen en het was bij het dubstep-genre lang wachten voor er uit de wirwar van tracks en obscure maxi’s een consistente full-cd opdook. Maar dat is precies wat de Londenaar Burial op ‘Untrue’ voor mekaar kreeg. Vanuit diverse ‘gevonden’ spoken wordfragmenten triggert hij zijn loops en bassen tot ze samen als een donkere maar rustgevende deining opduiken. Muziek die een sterke thriller evenaart, zonder schokeffecten of misstappen. Burial leverde niet alleen een serie ijzersterke tracks af, maar slaagde er ook in om ze als één naadloos klankendeken te laten klinken. Niet alleen groots op sfeergebied, maar ook muzikaal memorabel en na ontelbaar veel draaibeurten nog steeds niet kapot te krijgen. 

2008: Sigur Ros ‘Með Suð I Eyrum Við Spilum Endalaust’ (pop)

Nog een band waar we met alle moeite van de wereld niet van kunnen zeggen dat ze een slechte plaat hebben afgeleverd. Telkens weer zaten de IJslanders ergens hoog in de lijstjes genesteld als ze een plaat uitbrachten. En dat is ook zeker waar voor wat – hopelijk alleen maar voorlopig – de laatste plaat uit de rij is. De reden dat we voor deze cd kozen is omdat de groep hier misschien wel het meest durft. Niet alleen laten Jonsi en zijn maats hier horen dat ze ook onvervaard zonnige muziek kunnen maken, maar tegelijk blijft de schoonheid waarvoor ze synoniem zijn hier volledig intact. Niet dat dit hun ‘commerciële’ cd zou zijn, want wie zou er anders met zo’n tegendraads ding als ‘Gobbledigook’ als opener (en single) aanzetten? De esthetiek en de levensvreugde komen daarna en voegen een essentieel, bij vlagen verheven hoofdstuk toe aan meesterwerken als ‘Ágætis byrjun’, ‘( )’, ‘Takk… ‘ en ‘Heima’.

2009: Animal Collective ‘Merriweather Post Pavilion’ (indiepop)

Je moet het maar doen: jarenlang op volstrekt eigenzinnige wijze je ding doen en dan ineens daarmee the talk of the music world worden. Animal Collective was een band die altijd gekoesterd werd door liefhebbers, maar veel te moeilijk werd bevonden om verder dan de incrowd te reiken. Maar zie, soms is kwaliteit wel voldoende om opgepikt te worden. Het Amerikaanse gezelschap combineert hier experimentele songs met de vocale rijkdom van The Beach Boys en het geheel voelt even heilzaam als een massage van de ziel aan. Niemand kan exact de vinger leggen op de muziek van Animal Collective, maar net dat zorgt ervoor dat je als luisteraar naar de plaat gezogen wordt. 

2010: Arcade Fire ‘The Suburbs’ (rock)

Eigenlijk moeten we hier niet veel woorden aan vuil maken. Deze plaat haalde heel wat keren de top van de eindlijstjes vorig jaar en met recht en reden. Waar anders vind je een cd die zich presenteert als een conceptalbum, maar tegelijk toegankelijk, licht en toch verre van onnozel is? De Canadezen weten hier als geen ander hoe ze tegelijk warm en koud moeten blazen en heel diverse stijlen in één denderende mal te gieten. De eenvoud is bedrieglijk, de arrangementen zijn nooit gratuit en de sterkte van zoveel creativiteit, ambitie en zorgeloze referenties zorgt ervoor dat deze plaat meer dan hun andere twee topstukken ‘Funeral’ en ‘Neon Bible’ hier een melding  verdient. 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!