about
Toon menu

Camping Lissabon, een tentenkamp voor migranten

Enkele braakliggende terreinen aan de rand van Lissabon vormen al enkele jaren de uitvalsbasis van een grote groep immigranten. Een honderdtal voornamelijk Roemeense bewoners verblijven er in tentenkampen onder een viaductencomplex, langsheen één van ‘s lands drukste spoorlijnen. Ze wonen er in hutjes gemaakt van riet, karton en kledingresten en leven er zonder enige vorm van sanitair of andere basisvoorzieningen.

“Ik woon hier al acht jaar,” vertelt een bewoner die liever anoniem wenst te blijven. “Iedere twee à drie maanden komt een ambtenaar langs met de boodschap onze belangrijkste documenten bij te houden omdat een schoonmaakploeg onze barakken komt opruimen. Toch verzoeken ze ons nooit om te vertrekken. De autoriteiten weten dat we hier verblijven maar in plaats van ons met rust te laten of een oplossing voor te stellen, heb ik sterk de indruk dat ze ons door deze actie proberen weg te pesten. In Roemenië heb ik niks meer te zoeken. Ondanks de crisis slaag ik erin om hier te overleven. In mijn thuisland zou ik moeten vechten tegen de honger. Hier leef ik in miserabele omstandigheden maar heb ik tenminste voldoende te eten.”

Statistieken

Met om en bij de 25.000 officieel geregistreerde inwoners vormen Roemenen de vijfde grootste groep immigranten in Portugal. De Roemeense migratiestroom begon eind jaren 1990 en kende een grote groei na de toetreding van Roemenië tot de Schengenzone (van 2661 in 2001 naar 24356 in 2011, een stijging van ruim 800 procent). De bewoners van de tentenkampen, voornamelijk moslims uit Tulcea, een stad in het oosten van Roemenië met een Turkse minderheid, maken echter geen deel uit van deze statistieken. Zij trachten een weg te vinden in een illegaal circuit van allerlei klusjes, zwartwerk en bedelarij.

Ahmed (26) arriveerde begin september in Lissabon. Zijn vier kinderen bleven achter bij zijn schoonouders nabij Boekarest. “Mijn vader verbleef hier al enkele jaren en spoorde me aan om hierheen te komen. In Roemenië werkte ik één jaar bij een bouwbedrijf. Ik verdiende er een aardig loon, zo’n 150 euro per maand, maar het bedrijf ging failliet. Ik werd werkloos en besloot om samen met mijn vrouw mijn vader achterna te gaan. Een echt duidelijk beeld van de levensomstandigheden hier kreeg ik pas na mijn aankomst. Mijn vader had me niet verteld dat hij al die jaren onder een brug verbleef.”

Bovendien was Ahmed totaal niet op de hoogte van het huidige klimaat op de Portugese arbeidsmarkt. “Ik dacht hier wel aan de slag te kunnen in een bouwbedrijf, maar dat is voorlopig niet het geval. Daarom ga ik dagelijks op zoek naar allerlei klusjes. In september werkte ik in Torres Verdas (zo’n dertig kilometer ten westen van Lissabon) tijdens de aardappeloogst. Ik verbleef er in een huis met een vijftiental andere Roemenen. We werkten er zeven dagen per week, van zeven uur ‘s ochtends tot acht uur ‘s avonds. Per dag verdiende ik er twintig euro. Momenteel wacht ik op een telefoontje, de kooloogst gaat bijna van start en ik hoop ook daar aan de slag te kunnen.”

Zich in de toekomst definitief in Portugal vestigen is voor Ahmed voorlopig echter geen doel. “In het voorjaar keer ik terug naar Roemenië om er op het land te werken. In de winter is het veel te koud en kan ik er niks beginnen. In Roemenië heb ik een degelijk huis maar geen inkomen. Hier zijn de woonomstandigheden miserabel maar heb ik ten minste geld om te eten. Daarnaast probeer ik nog wat te sparen en op te sturen naar mijn kinderen.”

Hoopvol

Mihail (58), een Roemeense Bulgaar, woont al een tweetal jaar in het kamp. “Ik beschik over de juiste documenten om met iedere type voertuig de baan op te gaan en doorkruiste volledig Rusland en Turkije met de vrachtwagen maar gezien mijn leeftijd kan ik nergens meer aan de slag. Tegenwoordig probeer ik wat te verdienen door het aanwijzen en bewaken van parkeerplaatsen. Het levert me acht à tien euro per dag op.”

Ibram (27) verblijft al een pak langer in Portugal. “Zo’n tien jaar geleden kwam ik met mijn ouders in Portimão terecht.” Na omzwervingen via onder andere in Porto en Vila Real belandde hij in Lissabon. “Ik verblijf ieder jaar zeven à acht maand in Portugal of Spanje. Door samen met mijn vrouw te bedelen halen we samen tijdens deze periode enkele duizenden euro’s op. Op zondag heb ik mijn vaste stek bij de kerk waar ik regelmatig meer dan vijftig euro per dag verdien. Binnenkort keren we terug naar Roemenië om er met familie de winter door te brengen. Ik heb er een zoon en een dochter die momenteel bij familie verblijven.”

Pedro (50) heeft Portugese roots maar werd geboren in Angola. Hij kwam in 2005 onder de brug terecht. “Na een echtscheiding keerde ik terug naar Lissabon. Ik werk elke nacht als schoonmaker in de dierentuin maar blijf voorlopig hier wonen. Ik stuur bijna mijn volledige loon op naar mijn kinderen in Angola, op die manier blijft er niet genoeg over om huur te betalen.” Toch blijft Pedro opgewekt en hoopvol. “Vergeleken met anderen hier heb ik het nog zo slecht niet. Aangezien ik altijd ‘s nachts werk hoef ik de koude winternachten tenminste niet in mijn barak door te brengen.”