about
Toon menu

Elie Wiesel (1928-2016), strijder voor rechten van de mens met blinde vlek

Joods-Amerikaans schrijver Elie Wiesel overleefde de Holocaust. Voor zijn levenslange strijd tegen racisme, onderdrukking en genocide kreeg hij de Nobelprijs voor de Vrede in 1986. Er is echter ook een andere, minder flatterende kant aan Elie Wiesel, zijn blinde vlek voor het Palestijnse onrecht.
dinsdag 5 juli 2016

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

Elie Wiesel had in zijn strijd voor de mensenrechten, voor de bescherming van minderheden en tegen genocide een grote, blinde vek. Hij had namelijk geen oog voor de onderdrukking, de discriminatie en de moordpartijen tegen het Palestijnse volk. Erger, hij was een rabiaat zionist.

Zo was hij van mening dat Jeruzalem een uitsluitend Joodse stad is (hoewel er 200.000 Palestijnen wonen) en dus bij Israël hoort. Dit is in tegenspraak tot het internationaal recht (o.a. Resolutie 478 van de VN-Veiligheidsraad van 20 augustus 1980) dat Oost-Jeruzalem als bezet gebied beschouwt.

Steun voor de koloniale nederzettingen

Toen in oktober 2014 Joodse kolonisten 25 Palestijnse appartementen bezetten in Silwan, een Palestijnse wijk in Oost-Jeruzalem, plaatste Elie Wiesel zijn naam onder een advertentie in de Israëlische krant Haaretz om hen daarvoor te feliciteren. De activiteiten van deze kolonisten in Silwan worden geleid door Elad, een organisatie die de verjoodsing van Silwan nastreeft. Wiesel was niet zomaar een medeondertekenaar van de advertentie, vermits hij voorzitter van de ‘publieke raad’ van Elad was.

Wiesel was een militante aanhanger van de kolonisatie van Oost-Jeruzalem. Hij bekritiseerde president Obama toen die Israël onder vuur nam voor de kolonisatie achter de Groene Lijn (de demarcatielijn van de VN die de Palestijnse bezette gebieden afbakent).

Wiesel hing een complete negatie van de Palestijnse en moslimaanwezigheid in Jeruzalem op, hoewel de grote meerderheid van de bevolking in het oude stadsgedeelte Palestijn is: “Voor mij, de jood die ik ben, staat Jeruzalem boven de politiek... het behoort toe aan het joodse volk...” (zie de website van de Elie Wiesel Foundation for Humanity).

"Ant'-Israël is gelijk aan anti-joods"

Voor Elie Wiesel was kritiek op Israël niet legitiem. Het joodse volk en Israël waren voor hem synoniem: "Als je tegen Israël bent, dan ben je ipso facto anti-joods" (geciteerd in Robert Franciosi, Elie Wiesel: Conversations, 2002, p. 20).

Hij zei ook: “Ik steun Israël... Ik identificeer me met Israël... Ik val Israël nooit aan en zal het nooit bekritiseren wanneer ik niet in Israël ben” (geciteerd in Chomsky, The Faithful Triangle, 1983, p 16).

Het Goldstone-Rapport over de Gaza-oorlog van 2008-2009, dat in opdracht van de VN was opgesteld,  stelde vast dat er sprake was van Israëlische oorlogsmisdaden. Daarom veroordeelde Wiesel het rapport als een “misdaad tegen het joodse volk, maar ook als “onnodig”, want “Ik kan niet geloven dat Israëlische soldaten mensen vermoordden of kinderen neerschoot. Dat kan gewoon niet.”

Hij voerde campagne om de VN-conferentie tegen Racisme in Genève van 2009 te boycotten, omdat bij de vorige conferentie in DUrban het Israëlisch zionisme als racistisch was gebrandmerkt. 

"BDS is het nieuwe antisemitisme"

Wiesel zetelde ook in de adviesraad van NGO Monitor, een rechtse organisatie die alle organisaties van Human Rights Watch en Amnesty International tot de militante BDS-beweging onder vuur neemt telkens als Israël door hen wordt bekritiseerd. NGO Monitor omschrijft de BDS-campagne (Boycott, Divestment & Sanctions) als "politieke oorlogsvoering" en deel van het nieuwe antisemitisme’.

Elie Wiesel droeg daarenboven actief bij tot de demonisering van deze organisaties. Zo verweet hij Human Rights Watch (in een opiniestuk in de New York Times dat hij samen met de rabiate zionist Alan Dershowitz schreef) Israël er uit te lichten als het over mensenrechtenschendingen gaat en dat de organisatie zijn originele ethiek was kwijtgespeeld.

Wiesel was een tegenstander van het ‘nucleaire akkoord’ met Iran en verdedigde publiekelijk de komst van de Israëlische premier Netanyahu naar het Amerikaans Congres (maart 2015) om te waarschuwen voor Iran, door te insinueren dat dit akkoord mogelijkerwijze de deur voor een nieuwe Holocaust open zou openen.

Hij was zelf aanwezig en Netanyahu maakte in zijn speech in zijn referenties naar Iran graag gebruik van Wiesel's faam als Holocaust-overlever. Een paar jaar eerder zei Wiesel dat hij “niet zou treuren als hij hoorde dat (de Iraanse president) Ahmadinejad vermoord was”.

Kritiek van andere Holocaust-overlevers

Tijdens de jongste oorlog tegen Gaza van 8 juli tot 26 augustus 2014 vergeleek Wiesel Hamas met de Nazi's, hoewel het nu net het Israëlisch leger was dat verantwoordelijk was voor grootschalige vernietigingen en meer dan 2.100 doden, grotendeels burgers. Hij weigerde toen opnieuw om het Israëlische optreden te bekritiseren. Verschillende lotgenoten van Wiesel die net als hij de Holocaust hadden overleefd reageerden op Wiesels uitlatingen met volgende woorden:

"Wij verafschuwen en zijn verontwaardigd over Elie Wiesel’s misbruik van onze geschiedenis om te rechtvaardigen wat niet gerechtvaardigd kan worden: Israëls massale poging om Gaza te vernietigen en de moord op meer dan 2.000 Palestijnen, waaronder honderden kinderen. Niets kan het bombarderen van VN-schuilplaatsen, huizen, ziekenhuizen en universiteiten rechtvaardigen. Mensen van elektriciteit en water beroven valt niet te rechtvaardigen."

Dit alles belet blijkbaar niet dat Elie Wiesel bij zijn dood door zowat alle media en politieke leiders zonder enige nuance op een sokkel wordt geplaatst.

Van Ludo De Brabander verscheen zopas 'Oorlog zonder Grenzen' (Uitgeverij EPO)

reacties

4 reacties

  • door Jan Hertogen op dinsdag 5 juli 2016

    Lijden kan aanzet zijn tot medeleven voor wie nog altijd lijdt en begaan zijn met de toekomst van allen, het kan ook een masker worden waarmee men onrecht niet meer ziet of het mee in stand houdt. Wat niets afdoet aan het lijden dat men zelf ervaren heeft.

  • door antond op dinsdag 5 juli 2016

    Velen, ook ik, zijn met u eens dat Israël een en ander aan te rekenen valt.

    De reden dat Wiesel op een sokkel is geplaatst is niet vanwege zijn activiteiten in / voor Israël, maar vanwege de wijze waarop hij de Holocaust, aan den lijve ondervonden, op een positieve wijze heeft verwerkt.

    Degenen die hem hier op zijn fouten wijzen, hebben vermoedelijk nog geen fractie van het leed dat Wiesel is wedervaren gezien, laat staan beleefd. Wel staan ze meteen klaar met hun oordeel.

    Men zou in gedachten kunnen houden dat een mens misschien wat nuance verliest, als hij met de strijd om het naakte bestaan geconfronteerd is geweest. Wij weten het vanuit de leunstoel allemaal beter.

    Afgezien van het gelijk of ongelijk vanuit het huidig perspectief, getuigt deze houding van een nare vorm van gelijkhebberigheid en ook van weinig respect (waarschijnlijk géén idee) van het leed van de Holocaust en wat dit bij de slachtoffers teweeg heeft gebracht. Mogen die slachtoffers alsjeblieft een beetje onredelijk zijn? Uw ijver om dit meteen keihard te veroordelen is als een juiste noot, die op de piano te hard wordt aangeslagen. Die juiste noot, klinkt dan flets en -vooral- vals.

    • door Didier op woensdag 6 juli 2016

      "Verschillende LOTGENOTEN van Wiesel die de Holocaust hadden overleefd" uiten “hun afschuw en VERONTWAARDIGING over Elie Wiesel’s misbruik van de geschiedenis om te rechtvaardigen wat niet gerechtvaardigd kan worden” staat er in deze zeer evenwichtige tekst. Jouw subjectieve asserties raken kant noch wal.

  • door Eric Hulsens op dinsdag 5 juli 2016

    Een mooi overzicht over het optreden en de standpunten van deze ontspoorde man.

    Het illustreert, voor zover dat nog nodig zou zijn, dat onrecht en vervolging ondergaan mensen niet noodzakelijk beter, ethischer of wijzer maakt.

Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties