Foto: Filip Keymeulen
Opinie - Filip Keymeulen, Diogenes vzw

D’autres valeurs: Hardhandig politieoptreden als het nieuwe normaal. Een relaas.

maandag 31 augustus 2020 12:09
Spread the love

Isaac zont. Hij heeft de nacht onder één van de bomen van het parkje aan de Varkensmarkt doorgebracht. Met de rug tegen het monument van de oorlogsduif warmt zijn stramme lijf zich op. Isaac en de collega’s van Diogenes, dat zijn kennissen geworden. Al is de uitwisseling beperkt, we zijn altijd blij hem tegen te komen. We praten niet, we delen een terrein, blikken kruisen elkaar net niet. Iedereen van ons heeft wel al enkele keren geprobeerd met hem in contact te treden, maar steevast draait hij zijn hoofd weg en wanneer de man toch een beetje ‘bavarde’ lijkt te zijn, vraagt hij stilletjes om onze weg verder te zetten. Als er iemand in het centrum sowieso in quarantaine zit, dan is het deze jongeman wel. Hij is nauwelijks dertig, ondanks barre leefomstandigheden in goede fysieke conditie, geïsoleerd van iedereen. Hij wandelt van Noord naar Zuid en omgekeerd. Als Isaac zit of slaapt, staat er altijd een schoteltje voor hem. Het nodigt uit om er iets in te deponeren. Als hij het merkt, kijkt hij uit dankbaarheid even op, geeft een glimlach, maar vermijdt oogcontact. 

We staan iets verder met Youssef een koffie te drinken. Dit bakje troost hadden we bij de nachtwinkel op de hoek op de kop kunnen tikken. Cafés, snackbars en niet-noodzakelijke winkels waren toen nog tot nader order dicht. Terwijl vooral mijn collega het relaas van Youssef aanhoort over de moeilijkheden die hij ondervindt om zijn dopkaart binnen te brengen, zwaai ik naar Isaac zonder een retour te verwachten en observeer hem.  

Naast het monument stopt een eerste politiewagen. Twee agenten stappen uit, openen de koffer en halen er een drone uit. Ze prutsen wat en na enkele ogenblikken is de helikopter op afstandsbediening airborn. Ze lijken zich te amuseren om het toestel te laten slalommen tussen de bomen. Het cirkelt enkele meters boven de hoofden van de mensen en maant hen aan om door te stappen. Absurd en grappig tegelijk: twee agenten die een vliegende robot gebruiken om evenveel mensen te sommeren hun weg verder te zetten.

Een tweede en een derde combi komen aan op het pleintje en de sfeer slaat om. Er stappen heel wat agenten uit, ze doen hun handschoenen aan en begeven zich, duidelijk opgewonden, naar het monument. De kleinste van de groep voert het woord en roept. Het getier is zo luid dat ik hoor wat hij Isaac probeert duidelijk te maken. ‘Dégage d’ici!’ De drommel aan zijn voeten reageert zoals altijd: hij kijkt weg. De agenten menen hier een vorm van arrogantie in te zien en roepen door elkaar dat meneer weg moet, dat hij zich moet verplaatsen. Er wordt gezwaaid met een bus traangas.   

Voor ik goed en wel doorheb wat er zich voor mijn ogen afspeelt, is mijn collega al halverwege het tafereel. Aan haar tred merk ik dat we een heftige discussie tegemoet gaan. Ze wordt ingesloten door de politiemannen en -vrouwen. Ik doorbreek hun cirkel en sluit me bij haar aan. De agenten met de drone staken hun bezigheid en lijken ons gade te slaan. Ze stellen me gerust door er te zijn.

Foto: Filip Keymeulen

Tijdens de lockdown bleef Diogenes heel actief op het terrein. We deden aan noodhulp, maar al snel namen we de draad van onze core business opnieuw op: relationeel werken en werken aan mensenrechten. Terwijl niets nog mogelijk leek, slaagden we erin om zo maar eventjes meer dan 30 mensen structureel te huisvesten. We gaven mensen de mogelijkheid zich af te zonderen, organiseerden medische hulp, zorgden voor identiteitskaarten, pakten de problemen rond verblijfsdocumenten aan, deblokkeerden uitkeringen en zorgden voor een menswaardige begrafenis voor enkele overledenen.

Bij het uitvoeren van onze job werden we echter geconfronteerd met fout politioneel optreden. Straffer nog, de politie viseerde ons! Dit staat in schril contrast met het constructieve werk dat de politie levert en dat we eveneens op het terrein zien. Het is mooi om te constateren hoe de wijkagenten, secties zeden, lokale recherche, mensenhandel en jeugd zich openstellen voor een publiek dat het moeilijk heeft een verhaal coherent te vertellen. De dienstverlening van de daklozenpolitie, het Herscham-Team, is van onschatbare waarde om mensen weer tot hun recht te laten komen. De inzet van deze politiemensen wordt jammer genoeg overschaduwd door het brute en ongenuanceerde optreden van sommige agenten met de blauwe vouwhoedjes. 

Sinds het begin van de coronacrisis stelt deze sectie van de politie zich heel autoritair op naar de dakloze medeburgers in de stad. Mensen mogen niet stilstaan, laat staan zitten. Banken worden overspannen door plastieken blauw-witte linten. Boven de voetgangerszone en parken schreeuwen drones van veel te hoog dat het verplicht is om door te stappen. Combi’s rijden af en aan en pushen mensen via luidsprekers om zich te verplaatsen.  

De stad is stil en wordt bijna enkel onderbroken door de bruutheid waarmee men iedereen aanspoort zich te schikken. De interventies die we gezien en ondervonden hebben, waren grimmig. De sfeer was heel snel dreigend en agressief. Op sommige momenten was het gewelddadig tout court. Dat was zeker zo naar de daklozen en naar de mensen die zodanig slecht gehuisvest zijn, dat ‘in hun kot blijven’ geen optie was. Onderling voorspelden we accidenten die wel eens heel fout zouden kunnen aflopen. 

Deze akelige sfeer zorgde voor stress. De mensen met wie wij in de straten van Brussel werken, kunnen niet in quarantaine gaan. Sommigen mankeert het aan fatsoenlijke woningen, anderen aan huisvesting tout court. Hoe dan ook, niemand had de middelen om zich zolang tussen vier muren gedeisd te houden. Deze onmogelijkheid werd uiteindelijk innerlijke permissie om de gevaren te ontkennen die gepaard gaan met het virus. In plaats van zich te voegen en de maatregelen zo goed mogelijk op te volgen, legden ze die naast zich neer. Je kan het een vorm van burgerlijke ongehoorzaamheid noemen omdat de regels in acht nemen niet binnen hun mogelijkheden lag. Alles wat ze deden, stond haaks op wat verwacht werd. Ze bleven in groep, respecteerden de afstand niet, gaven blikjes, flessen en sigaretten aan elkaar door.

Overdag kwam de politie regelmatig de mensen wegjagen en ‘s avonds, nadat de nachtwinkels gesloten waren, marcheerden de agenten schouder aan schouder door de voetgangerszone om iedereen te verdrijven. Als er al alternatieven werden aangeboden, was de informatie telkens foutief. Mensen werden verwezen naar hotels die niet bestonden, doorverwezen naar centra die gesatureerd waren. Ze moesten vooral verdwijnen, weg uit het straatbeeld en zeker uit het historische centrum van de stad.

Naarmate we opnieuw meer vrijheden kregen, werd de politie steeds ‘kieskeuriger’. In het begin van de periode werd iedereen aangesproken. De manier waarop en de heftigheid waren veelal afhankelijk van wie ze voor zich hadden. Naarmate er meer winkels en horecazaken opnieuw de deuren openden, werd die ‘iedereen’ selectiever. De politie viseerde uitsluitend de zitbanken met de havelozen en maande ze aan om te vertrekken. Het straatmeubilair met andere burgers, die evenmin de anderhalve meter respecteerden, lieten ze met rust.  

Alsof het viseren van mensen met een gedeeld kenmerk nog niet genoeg was, werden ze nadien ook preventief opgepakt. Voordat de eerste pint gedronken werd of er sprake was van openbare dronkenschap en ruzies dreigden te escaleren, werden ze al gearresteerd. Nauwelijks wakker, net voet aan de grond in de voetgangerszone, konden ze voor twaalf uur brommen. Niet om wat ze toen deden, maar om wie ze zijn: daklozen en daarmee volgens de politie potentiële overlastbezorgers. Gearresteerd en gestraft zonder feiten te hebben gepleegd. Administratief opgepakt en volgens de agenten op het terrein in opdracht van hogerhand. Ik hoop op een reactie die me hierin tegenspreekt. Laat het een foute indruk van mij zijn dat de politie tot een privémilitie is omgevormd die de straten schoonveegt om handelaars een plezier te doen. Net zoals de Nieuwstraat me het gevoel geeft geen openbare ruimte meer te zijn, krijg ik die indruk steeds meer over de voetgangerszone en alle straten die uitgeven op de Beurs. 

Die administratieve arrestaties gebeurden niet zonder slag of stoot. Ze gingen gepaard met vernederende opmerkingen, met mensen hardhandig aanpakken. Meerdere mensen spraken over naaktfouilles. Het zou er in de combi’s en in het politiebureau nog hardhandiger aan toegaan. Een mevrouw vertelde me dat ze werd uitgescholden voor ‘hoer’ toen ze werd buitengezet uit het Metrostation Anneessens. Bovendien waren er agenten die haar naar het hoofd slingerden dat ze geen ‘echte vrouw’ zou zijn.  

Als burger zaten we in de eerste coronagolf allemaal binnen om de kudde die we samen vormen te beschermen tegen het virus. Een logisch gevolg was dan ook dat er geen kudde meer was om individuen zoals deze dame te beschermen. Enkele nachten nadien werd ze in het verlaten station aangerand en verkracht. Met horten en stoten heeft ze ons dat verhaal verteld. De ervaring met de man in uniform die haar op die manier heeft aangepakt, maakte dat we haar niet konden overtuigen iets met deze gemene daad te doen. We weten dat het centrum in de Hoogstraat schitterend werk verricht, we weten dat de collega’s van de zedenpolitie alle tijd zouden willen nemen om deze dame te aanhoren. Maar we krijgen geen toestemming van haar om hierin ook maar enige stappen te ondernemen.  

Het gegeven dat deze vrouw hulp afwijst als gevolg zien van het gedrag van één agent alleen, zou de realiteit geweld aandoen. Wanneer zulke uitspraken door politiemensen kunnen gedaan worden, wil dat zeggen dat niemand hen corrigeert: noch directe collega’s, noch mensen hogerop in de hiërarchie. Dit gaat over een cultuur, over waarden en normen gedragen door een korps. Deze agenten stellen zich zo op doordat ze hiervoor impliciet de toelating krijgen. Wanneer uitspraken vallen die mensen reduceren tot figuren die moeten worden opgekuist, dan creëert men de indruk dat er praktijken toegelaten zijn die niet door de beugel kunnen. Ik hoop dat de opdrachtgevers beseffen dat er slachtoffers kunnen vallen door het taalgebruik waarop ze hun manschappen aansporen. In dit geval is een verkrachte dame de dupe: ze zal geen beroep doen op andere politionele diensten omwille van de manier waarop ze door deze agent is aangesproken.

Er zit iets heel efficiënt in dreigementen, geweld en vernederingen. Het zijn allemaal onderdelen van een strategie die werkt, namelijk terreur. Er hangen minder mensen rond in het Centraal Station, het groepje dat zich steevast luidruchtig voor de bioscoop aan De Brouckère bevindt, lijkt te zijn verdwenen en aan de Beurs is het rustig. De banken worden niet meer ingepalmd door daklozen, maar zijn omsingeld door terrassen die steeds meer vrij spel krijgen. Het probleem van de overlast in het historisch centrum lijkt te zijn beslecht. Sommige handhavers denken dat ze puik werk hebben geleverd, enkele commerçanten zijn tevreden. 

Buurtbewoners en handelaars uit de omgeving van de Varkensmarkt, zijn dat net iets minder. De daklozen die de politie verjaagden, zijn niet opgelost in het niets. Ze hebben zich enkel onder dwang verplaatst. Aangezien deze mensen nergens in de stad nog getolereerd worden, behalve op en rond de Varkensmarkt, blijven ze daar massaal aanwezig. Met de groep die daar de buurt frequenteerden, was er gaandeweg een zekere entente ontstaan. Die verstandhouding wordt nu grondig verstoord. Men heeft iedere betrokkene daar een pad in de korf gezet. De daklozen van de verschillende wijken kunnen elkaar niet meer ontlopen, de buurtbewoners worden geconfronteerd met een overlast du jamais-vu. Men lijkt er ook alles aan te doen om een samenleven onmogelijk te maken. Er zijn nauwelijks openbare toiletten, waardoor veel mensen hun behoefte links en rechts doen. De stewards van Brucity die in het centrum mooi werk doen, blinken in deze wijk uit in afwezigheid. De commerçanten en de bewoners van dit kwartier lijken op zichzelf te zijn aangewezen.

Tot half juli. Het gegrom van de buren weerklonk zodanig luid dat het werd opgevangen. Opnieuw werd dezelfde remedie ingezet: politie de wijk insturen om er met de grove borstel door te gaan. Zonder enige bekommernis over wie ze voor zich hadden of rekening te houden met de regels die gepaard gaan met de coronacrisis, stelden ze zich alweer grof op. Samen met een collega hebben we dit zelf mogen ervaren. 

Mateo is overstuur en begint in de supermarkt te schreeuwen. We halen hem buiten om hem te kalmeren en het personeel te ontlasten. Wanneer we met hem op de bank zitten, komt hij op verhaal en wordt rustig. Die dag had hij zoals gewoonlijk geld verwacht op zijn rekening. Zijn bewindvoerder stort driemaal per week een kleine som. Toen hij echter sigaretten ging kopen, leek zijn saldo ontoereikend. Zijn ongeduld is vaak zo groot dat hij al de dag voordat er geld op zijn rekening staat, gaat proberen in de winkels in de buurt. Telkens speelt frustratie op en hij begint dan te roepen. Vrij onschuldig, maar hoogst vervelend. Mateo is maar pas tot rust gekomen of we worden omringd door zestien agenten. Hij wordt zonder uitleg gewelddadig omhooggetrokken, geboeid en afgevoerd. Wanneer ik verbaal wil tussenkomen, dreigt een agent me ook mee te nemen. 

Samen met mijn collega worden we met de daklozen van het pleintje in een hoek gedreven. Ik schat dat we in totaal met twintig zijn, maar nergens zitten er meer dan vijf bij elkaar. Sommige mensen, het was toen nog niet verplicht, hebben een mondmasker op, anderen niet. Sommigen hebben een blikje bier vast, maar niemand is op dat ogenblik dronken. Er wordt naar ons geschreeuwd dat we ons aan een gasboete mogen verwachten wegens samenscholing en dat we onze identiteitspapieren moeten afgeven. Mensen die daar niet over beschikken, worden apart gehouden. Eén voor één worden we uit de groep gehaald en worden we gefouilleerd. Geen enkele agent draagt op dat moment een masker of handschoenen. Niemand ontsmet zijn handen na een aftasting. Ik zie hoe men mijn collega tegen de muur zet, zijn benen worden uit elkaar gehaald en hij wordt grondig gefouilleerd.  

Wanneer het mijn beurt is, maak ik er een opmerking over. Ik vraag de agent een masker te dragen en zijn handen te ontsmetten. Meneer wordt boos en vraagt zich af of ik denk dat hij ziek is. Ik wil hem uitleggen dat iedereen geacht wordt voorzorgsmaatregelen te nemen. Ik ben nog niet uitgesproken of ik word kwaad tegen de muur gekwakt, krijg een schop tegen mijn voet zodat ik gespreid kom te staan en word wel heel grondig gefouilleerd. Ik heb zijn handen echt overal gevoeld. Wanneer hij gedaan heeft, is mijn jeansbroek tussen mijn billen geduwd. Is dit om nadien aan zijn vingers te ruiken of om me te intimideren? Ik gok op het laatste. Die agent weet nochtans wie ik ben en dat ik daar aanwezig ben om mijn job uit te oefenen.

Nadat we onze identiteitskaarten hebben teruggekregen, richt ik me tot hun overste. Hij beaamt dat hij weet dat we sociaal werkers zijn en hij kent zelfs de naam van de vzw waarvoor we werken. Toen ik hem erop wees dat geen enkele procedure aangaande Covid-19 gerespecteerd werd, reageerde hij minachtend dat mijn opmerkingen genoteerd zijn. De mail die ik nadien heb opgestuurd naar het commissariaat werd beantwoord met de belofte het voorval te onderzoeken. De commissaris was eveneens verontwaardigd over de manier van handelen van zijn korps. Hij verzekerde ons dat de agenten regelmatig te horen krijgen dat ze een voorbeeldfunctie hebben aangaande de afspraken rond Covid-19.

Sindsdien komt de politie dagelijks langs. Mensen worden tegen de muur gezet en worden gefouilleerd. Wie dronken is, wordt meegenomen. Wie assertief antwoordt, ook. Wanneer we daar aanwezig zijn, worden we vaak gefotografeerd en worden onze identiteitskaarten opgeëist. Men vertelt ons dat onze aanwezigheid zal worden doorgegeven. Aan wie en waarom, is ons een raadsel. Alweer denken we dat intimidatie de enige verklaring is. 

Tijdens de lockdown nam een collega deel aan de wekelijkse vergaderingen van de lokale politie omtrent de covid-maatregelen. Hij kaartte er de situaties aan waarmee we geconfronteerd werden. We kregen er de vraag om ons via klederdracht kenbaar te maken dat we maatschappelijk werkers waren. We hebben dat geweigerd omdat dit helemaal ingaat tegen onze filosofie van echt tussen de mensen te zijn.  

Het is ook in dit kader dat we het op zich niet zo erg vinden dat we mee gefouilleerd worden of dat onze identiteitskaarten gevraagd worden. Alleen heeft het ook een ranzig kantje. Wij zijn in de publieke ruimte aanwezig met een mandaat. We horen er te zijn om onze job uit te oefenen. Net zoals de dakloze mensen worden we niet geviseerd omdat we gedrag vertonen dat niet kan, maar om wie we zijn, sociaal werkers, straathoekwerkers, potentiële getuigen voor als het echt fout loopt. Er worden pogingen ondernomen om ons te beletten onze job naar behoren uit te oefenen en om ons te intimideren. Als dit met journalisten zou gebeuren, stonden we allemaal, heel terecht, op onze achterste poten. 

We weten dat dit zo niet hoeft te zijn. Terwijl we dit aankaarten, werken we samen met andere afdelingen van de politie. Collegiaal, maar telkens met het respect voor ieders deontologische code zoals het beroepsgeheim en het geheim van het onderzoek. Zij spelen heel vaak een rol bij het verbeteren van iemands administratieve situatie; wij staan vaak slachtoffers bij wanneer ze moeilijk hun verhaal kunnen vertellen. In enkele Brusselse gemeenten zit de sociale sector samen met de nabijheidspolitie om een alternatief te bieden tegen de repressieve aanpak van overlast. De collega’s van Brucity die zorgen voor de veiligheid in de voetgangerszone hadden een goed contact met de straatbewoners en konden zonder gebruik van repressie of dreigen met geweld, de mensen tot rust laten komen zodat iedereen zijn stuk van de openbare ruimte naar behoren kon innemen. Voldoende alternatieven voor de huidige aanpak. 

Foto: Filip Keymeulen

Aan het standbeeld van de duif staan we schouder aan schouder, omringd door een zevental agenten. Er wordt geroepen dat we ons niet mogen bemoeien en ze dreigen ons mee te nemen. Wanneer we onze attesten willen tonen dat we daar zijn met een reden en toelating hebben, worden die niet bekeken. Ze zeggen ons dat de straat van hen is. We krijgen het verwijt dat wij de mensen naar ons lokken en dat ze daarom in het straatbeeld blijven. Een agent vertelt ons dat er voor de mensen met wie we werken maar één oplossing is en legt nadien zijn hand op zijn revolver. De vragen en opmerkingen worden door verschillende agenten afgevuurd. Telkens we willen antwoorden, overroept iemand anders ons met een andere bedenking of vraag. Tot plots iemand begint te kakelen als een kip en andere agenten hem hierin volgen. Ze schreeuwen nadien nog enkele verwijten naar ons en vertrekken dan luid claxonerend terug met hun combi’s.  

We blijven wat verweesd achter, niet goed begrijpend wat er zich net heeft afgespeeld. We zien dat tijdens het tumult Isaac verdwenen is. De agenten die bezig waren met de drone staan nog naast hun wagen en excuseren zich voor hun collega’s: “Vraiment désolé, eux, ils ont d’autres valeurs, vous voyez …”

 

Filip Keymeulen werkt als straathoekwerker voor Diogenes vzw.

Diogenes vzw is een organisatie die in Brussel aan straathoekwerk doet en er zich richt tot de daklozen. Onze stiel speelt zich af in de publieke ruimte tussen de mensen. Via veelvuldige contacten gebeurt er op den duur iets. We bouwen een vertrouwensrelatie op en gaan daarmee aan de slag. Mettertijd komt wat er knelt naar boven en trachten we daar een antwoord op te bieden. Het cliché wil dat we werken naar wonen, maar vaak stuurt het parcours samen met de mens in kwestie ons andere richtingen uit om al dan niet tot huisvesting te komen. 

Men zou kunnen stellen dat we relationeel aan mensenrechten werken. Onafhankelijk van welk verblijfsstatuur iemand al dan niet heeft, zijn er een aantal rechten waarop ze kunnen beroep doen. Sommige rechten laten deze mensen zelf gelden, anderen worden geschonden. We zoeken met hen naar partners om die te laten gelden, maar ook om hun administratieve, medische en familiale situatie aan te pakken. We permitteren ons de tijd die nodig is.

 

Meer info:

https://www.diogenes.brussels/

https://www.facebook.com/diogenesbxl

Creative Commons

dagelijkse newsletter

Unite Talks: Mohamed Barrie

This interview is one to to take your time for! 🙏 🔆 45 minutes of Mohamed Barrie!🔆 💥 Mohamed is a dedicated social worker, organizer and advocate for veganism. He shares his view on structural racism, power, exclusion and veganism. 🌏 Based on his own experiences he shines a new light on the vegan movement and on the role of racism within these movements. 〄 PS: We just started doing these interviews, so feedback is much appreciated!

Geplaatst door u:nite op Dinsdag 20 oktober 2020

take down
the paywall
steun ons nu!