Oeps! Van basisinkomen naar basisarmoede
Opinie -

Oeps! Van basisinkomen naar basisarmoede

Voer je een basisinkomen in, dan creëer je een maatschappij van geëmancipeerde, vrije en gelukkige burgers. Het idee klinkt dan ook fantastisch: iedereen krijgt gratis geld zonder enige voorwaarden en je mag er mee doen wat je wil, no strings attached. Toch zijn er ernstige vragen te stellen bij het idee: is een basisinkomen een ei van Columbus, of eerder een doos van Pandora?

dinsdag 24 maart 2015 21:16




Het basisinkomen: volgens de Volkskrant is het de ‘de grootste economische hervorming aller tijden’ en volgens de Nederlandse historicus Rutger Bregman is het ‘een idee wiens tijd gekomen is’. Als een echt wondermiddel zou een basisinkomen een heleboel maatschappelijke problemen doen verdwijnen als sneeuw voor de zon. De armoede zou afnemen, sociale ongelijkheid zou dalen, maar niet enkel dat: we zouden er ook allemaal gezonder, blijer en gelukkiger van worden. Voer je een basisinkomen in, dan creeër je een maatschappij van geëmancipeerde, vrije en gelukkige burgers. Het idee klinkt dan ook fantastisch: iedereen krijgt gratis geld zonder enige voorwaarden en je mag er mee doen wat je wil, no strings attached. Toch zijn er ernstige vragen te stellen bij het idee: is een basisinkomen een ei van Columbus, of eerder een vat van Pandora?

Een basisinkomen: qué?

Het idee is simpel: we schaffen de sociale zekerheid zoals we ze nu kennen af. Weg met het huidige systeem van uitkeringen, toeslagen en terugbetalingen: in plaats daarvan komt er een onvoorwaardelijk basisinkomen als ruggensteun boven op je loon. Op die manier heb je altijd iets om op terug te vallen in tijden van nood: word je ziek en kan je niet meer werken, blijf je gewoon een basisinkomen ontvangen. Wil je langer blijven studeren? Geen probleem! Ook studenten ontvangen een basisinkomen, waardoor je zonder stress dat diploma Chinees of Sociologie kan bijhalen. Op die manier zou niemand ooit nog in de armoede hoeven te verzeilen of studies hoeven stop te zetten wegens een gebrek aan geld.

In theorie klinkt dit allemaal prachtig, want wie wil er nu niet gratis geld? Wie wil er nu niet de armoede afschaffen? Als klap op de vuurpeil zorgt een basisinkomen ook nog voor een enorme besparing: het hele overheidsapparaat dat nu de sociale zekerheid beheert, kan je gewoon afschaffen. Toch is het basisinkomen geen goed idee, omdat het een antwoord is op een foute analyse van de werking van onze maatschappij en onze economie. Om dat aan te tonen, moeten we eerst kijken welke problemen het basisinkomen wil oplossen en hoe het die probeert aan te pakken. Grosso modo kunnen we daarin drie problemen onderscheiden: globalisering, flexibilisering en armoedebestrijding.

Sociale onzekerheid

Theoretisch gezien is een basisinkomen bedoeld om ons te helpen overleven in een tijd van hyperkapitalistische globalisering. Omdat technologische ontwikkeling steeds verder en steeds sneller ingrijpt op ons leven, zullen almaar meer jobs verdwijnen. De economie zal grotendeels geautomatiseerd zijn en een basisinkomen zou dan nodig zijn om het verschil tussen de haves (mensen met een baan) en de havenots (alle anderen) te compenseren. Een bijkomend voordeel is dat het meer zekerheid biedt: een basisinkomen is onvoorwaardelijk. Daardoor zou het mensen zonder baan de kans geven hun eigen toekomst beter uit te stippelen. Wou je altijd al een theehuis openen in het centrum van Gent? Nu krijg je de kans: de overheid geeft je met een basisinkomen de mogelijkheid om die droom eindelijk te verwezenlijken!

Er is echter een groot probleem waar mensen zoals Bregman nauwelijks rekening mee schijnen te houden: een economie zonder sociale zekerheid gedraagt zich anders dan een met. Iedereen die spreekt over een basisinkomen doet alsof alles bij het oude blijft, maar dan met extra ‘gratis geld’. De samenleving zou dus rijker én stabieler worden zonder dat ‘logge overheidsapparaat’. Maar de sociale zekerheid heeft een enorm stabiliserende impact op de onvoorspelbare natuur van een kapitalistische economie. Ook negeren voorstanders volledig de kostreducerende effecten van collectivisering: in een wereld zonder sociale zekerheid is alles een pak duurder. In de VS bijvoorbeeld, het walhalla van de vrije markt binnen de gezondheidszorg, kan iets simpels als een (exact dezelfde!) bloedtest tussen de $10 en de $10.000 kosten.

Als we de logica van Bregman doordenken, komen we terecht in een wereld waar publieke goederen als gezondheidszorg en onderwijs volledig geprivatiseerd zijn. Hierover zwijgt hij echter in alle talen, en het is alsof een basisinkomen alleen maar pais en vree brengt en geen enkele negatieve effecten in zich draagt. Dat dit toch een logisch gevolg is, wordt bewezen door iemand als Roland Duchâtelet, die openlijk pleit voor verregaande en massale privatiseringen van publieke goederen. Je hoeft geen genie te zijn om in te zien dat de omvorming van onderwijs en gezondheidszorg naar for-profit sectoren kosten de hoogte in zal jagen, sociale ongelijkheid zal vergroten én de kwaliteit van die sectoren teniet zal doen.

Het vaak aangehaalde Mincome-experiment in Canada bewijst dan ook helemaal niets. De grotere structuur (die van een kapitalistische economie met welvaartsstaat) bleef onaangetast. Onderwijs en gezondheidszorg bleven publieke goederen, net zoals een resem andere basisvoorzieningen. Wat er eigenlijk gebeurde in Mincome, was dat mensen een hogere uitkering kregen die onvoorwaardelijk was. Iets wat de welvaartsstaat bij ons ook deed tot in de jaren 1970.

Mens als product

Een belangrijker bezwaar is dat een basisinkomen veel nieuwe problemen schept, maar geen enkel economisch kernprobleem aanpakt. Het is moeilijk om in te zien hoe de massale privatisering van de sociale zekerheid zal leiden tot een meer egalitaire samenleving, laat staan dat het mensen emancipeert. The devil’s in the details: achter de holle retoriek ligt een meer duistere werkelijkheid. Zo zegt Bregman openlijk in zijn artikel op De Correspondent dat

Ook het minimumloon zou kunnen worden afgeschaft, wat de werkgelegenheid aan de onderkant van de arbeidsmarkt goed zal doen. Ouderen zouden makkelijker aan de bak komen – omdat hun loon omlaag kan – en de totale arbeidsparticipatie gaat zo omhoog.

Het valt me moeilijk uit te leggen hoe iemands loon verlagen hem kan emanciperen. Laten we niet vergeten dat er in deze wereld geen publieke goederen meer zijn en levenskosten dus de hoogte zijn ingegaan. Stijgende kosten en een dalend loon: klinkt als een recept voor emancipatie, toch?

Een groot probleem binnen het kapitalisme is wat Marx de ‘commodificatie van arbeid’ noemde. De mens wordt beschouwd als koopwaar die winst moet genereren: hij/zij is slechts een rader in een complex systeem en wordt gelijkgesteld aan andere kostenposten, zoals bouwmaterialen of brandstof. Op die manier worden we volgens Marx stukje bij beetje ontdaan van onze menselijkheid, omdat de band tussen de werknemer en zijn werk doorgeknipt is. De creativiteit die elke mens in zich draagt, wordt onderdrukt omdat de belangen van de werkgever (meer winst maken) fundamenteel in strijd zijn met de belangen van de doorsnee werknemer (betere levenskwaliteit). Een werknemer is onderhevig aan stricte discipline en heeft niets te zeggen over datgene wat hij produceert, want dat eindproduct is eigenlijk van de werkgever. Laten we hier wel op wijzen dat het niet gaat over individuele werkgevers en werknemers, maar over de rollen die ze toegewezen krijgen in het systeem.

Het is duidelijk dat het basisinkomen geen antwoord biedt op dit probleem, maar het net verergert. In theorie zou een basisinkomen zekerheid moeten bieden, maar in de praktijk zouden de kosten voor publieke goederen als gezondheidszorg en onderwijs zo sterk de hoogte in gaan dat een basisinkomen tekort zou schieten om ons in die basisnoden nog te helpen voorzien. Omdat het tegelijkertijd de bedoeling is verworvenheden als het minimumloon af te schaffen, zouden mensen verplicht worden langer te werken voor minder loon. Ook het pensioen wordt natuurlijk afgeschaft, en we spreken dan nog niet over de generaties studenten die zouden afstuderen met torenhoge studieschulden. Het enige mechanisme dat op dit moment het kapitalisme ietwat tempert, de welvaartsstaat, moet plaatsruimen om de vrije markt meer ruimte te geven. Dat die vermarkting misschien net het probleem is, daar wordt geen rekening mee gehouden. In een notendop: alles moet veranderen, zodat alles hetzelfde kan blijven.

Armoede en vooroordelen

Op het vlak van armoedebestrijding is een basisinkomen echter wél een goed idee. Zoals Bregman aanhaalt in een artikel op De Correspondent (‘Waarom we iedereen gratis geld moeten geven’, 14/10/2013), is uit verschillende onderzoeken gebleken dat geld geven aan armen hen in staat stelt hun leven opnieuw op te bouwen. Wat echter vooral opvalt aan die onderzoeken is niet hun conclusie, maar eerder de verbazing die de onderzoekers uitten over hun eigen conclusies. Bregman zelf publiceerde niet zoveel later een artikel met de veelzeggende titel: ‘Free money might be the best way to end poverty’ (Washtington Post, 29/12/2013). Er wordt aangenomen dat armen er bewust voor kiezen om hun leven te vergooien aan drank en drugs, alsof ze op één of andere magische manier genieten van hun problemen. Het is stuitend hoe ver we de logica van de individuele verantwoordelijkheid soms doorvoeren: ben je verslaafd aan drank en/of drugs? Eigen schuld, dikke bult! Dat de maatschappij je uitgekotst heeft, maakt helemaal niets uit: je was gewoon te zwak, te lui of te stom. Er wordt dan ook helemaal geen rekening gehouden met het feit dat als iemand geen manier meer ziet om uit zijn problemen te geraken, hij vast blijft steken in een vicieuze cirkel. Hen meer geld geven, is hen dus een uitweg bieden.

We kunnen ons dan ook de vraag stellen of het niet interessanter zou zijn om ‘het activeringsbeleid’ gewoon af te schaffen en mensen wat meer te vertrouwen.

Basisarmoede: is er een alternatief?

Aan het einde van de rit zou een basisinkomen vooral basisarmoede verzekeren, omdat het eigenlijk slechts een goedklinkende slogan is om sociale verworvenheden af te breken. Het biedt geen antwoord op globalisering en flexiblisering maar versterkt net de ergste aspecten ervan: door de sociale zekerheid af te breken, zouden kosten de hoogte ingejaagd worden en de kwaliteit van basisdiensten als gezondheidzorg en onderwijs sterk dalen. Terwijl het de bedoeling is zekerheid te bieden, zouden die kosten de onzekerheid net verhogen omdat ook sociale verworvenheden als het minimumloon afgeschaft worden. Dat is geen doemdenken, dat is de harde realiteit die zowel bij Bregman als Duchâtelet voorgesteld wordt als een utopie.

Die wereld is echter een dystopie: het versterkt de slechtste tendensen van het kapitalisme en biedt geen antwoord op de structurele ongelijkheid en vervreemding die dat systeem veroorzaakt. Als een doos van Pandora zou het een heleboel onbedoelde (en bedoelde) neveneffecten hebben, die een stuk erger zijn dan de problemen ze wilden oplossen. Het is dan ook vooral een holle slogan: ‘gratis geld’ klinkt fantastisch, maar bij nader inzien blijkt een basisinkomen vooral neer te komen op hogere kosten, en dus minder geld.

Gelukkig is er een alternatief. We kunnen ook een volledig andere weg inslaan en de sociale zekerheid net uitbreiden: het principe van de onvoorwaardelijke uitkering is op zich geen slecht principe, zolang het goed toegepast wordt. Zo kunnen we het activeringsapparaat volledig afschaffen en mensen wat meer vertrouwen. We kunnen de minimumlonen verhogen en de uitkeringen optrekken tot boven de armoedegrens. Basisgoederen die op dit moment in privéhanden zijn, zoals elektriciteit en telecommunicatie, kunnen we opnieuw publieke diensten van maken. Banken zouden opgebroken kunnen worden en gedeeltelijk in publieke handen genomen worden. Investeringen in nieuwe technologieën zoals groene energie zouden nieuwe industrieën kunnen creeëren die bijdragen aan een betere planeet, in plaats van een slechtere.

Onderwijs zou volledig gratis kunnen worden, ook het hoger onderwijs, met ondersteunende maatregelen om mensen die al werken ook de kans te geven nog verder te studeren. Ook in cultuur zou er veel geïnvesteerd moeten worden, aangezien de mens veel meer is dan enkel een ademende machine. Hiervoor kunnen we als maatschappij perfect betalen door de belastingen op vermogenden te verhogen en terug een progressief belastingsstelsel in te voeren. Op die manier zou de politiek opnieuw zeggensschap krijgen over de structuur en de richting van onze economie, en zou onze democratie er een stuk gezonder uitzien. Dat kunnen we dan koppelen aan grotere democratisering en eventuele decentralisering naar de provincies en gemeenten toe.

Dit ruw geschetste en beknopte alternatief beidt veel meer ademruimte voor de mens en de economie dan een basisinkomen ooit zou doen. Zo kunnen we weg evolueren van een kapitalistische wereldeconomie naar een socialistisch alternatief. Uiteindelijk mogen we niet vergeten dat het kapitalisme ook niet in a puff of smoke ontstaan is, maar een lang ontwikkelingsproces heeft doormaakt. Mensen konden pas beginnen spreken over ‘vuile kapitalistische zwijnen!!!!’ toen het kapitalisme bestond en ook als kapitalisme herkend werd. We kunnen onze economie en onze maatschappij dus sturen: laten we dat doen richting democratie, vrijheid en gelijkheid, en niet richting basisarmoede.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!