Charles Landry komt naar Gent
Essay, Nieuws, Samenleving, België, Gent, Stedenbeleid, Gent, Charles Landry, Creativiteit, Economische innovatie, Stedelijke creativiteitstheorie, De Scheppende Stad, Consensusdenken, Theorie -

Zijn creatieve steden emancipatorisch?

Op zoek naar een nieuwe toekomst profileren steden zich als broedhaarden van creativiteit. Ze presenteren zich als motor van economische innovatie die alle bevolkingsgroepen ten goede zou komen. Als kers op de taart nodigen ze graag een spraakmakende expert uit. Het is dan ook niet toevallig dat Charles Landry naar Gent komt. Hij is een van de gezichten van de stedelijke creativiteitstheorie.

donderdag 18 november 2010 15:30

Het is van belang stil te staan bij de oorsprong van dit gedachtegoed, en te zien hoe een stad als Gent dit vandaag in de praktijk brengt. Die oorsprong situeert zich begin de jaren tachtig. Als reactie op het asociale marktgedreven beleid van de toenmalige Britse premier Thatcher, ontwikkelden zich in het Verenigd Koninkrijk denktanks die later de New Labour-ideologie van ‘De Derde Weg’ zouden voeden.

Ideologische positionering

De ideologische positionering was duidelijk: een consensusdenken ‘voorbij ideologische breuklijnen’ van sociale democratie én marktontwikkeling. Charles Landry speelde een centrale rol in COMEDIA, één van die denktanks die heil zochten in nieuwe ontwikkelingsstrategieën gebaseerd op ‘sociale en culturele innovatie’ in plaats van enkel platte marktontwikkeling en technologische innovatie.

Deze denksporen zouden de bakens uitzetten voor een ‘en-en’-strategie met zowel economische opleving door middel van investeringen in innovatie, cultuurmarketing en creativiteitseconomie, als het versterken van sociale en culturele netwerken via creatieve cultuurprojecten vanuit de alledaagse leefwereld.

Het is dan ook niet vreemd dat gemeenschapsvorming via culturele projecten op de kaart wordt gezet in stads- en wijkontwikkelingsprojecten. Het beroemde boek waarin Landry deze ideeën neerpende, The Creative City: A Toolkit for Urban Innovators, kwam er in 2000, net twee jaar voor het verschijnen van Richard Florida’s invloedrijke The Rise of the Creative Class.

‘Creatieve klasse’

De dubbelstrategie van Landry onderscheidt zich van Richard Florida, die veeleer eenzijdig gericht is op economische ontwikkeling en de versterking van één bepaalde ‘creatieve klasse’. Binnen het debat over creatieve industrie was Landry’s bijdrage daarom meer democratisch, gezien creativiteit als de drijvende kracht van en voor iedereen centraal gesteld werd.

‘De Scheppende Stad’, het Leitbild van de stad Gent voor 2020, omvat diezelfde dubbelstrategie. Het gaat enerzijds om het zich inpassen in de globale arbeidsdeling via investeren in kennis, innovatie en technologie alsook over ‘creatieve klassen’ aantrekken (via het departement Stadspromotie en Sport), en anderzijds over het ‘bundelen van àlle creatieve krachten’ via de ‘Gent 2020’-missie (via de stafdiensten).

Net in die dubbelzinnigheid steekt de valkuil, want het ene verhindert het andere: hoe meer het spoor van innovatie en creativiteit op maat van de markt gevolgd wordt, hoe kwetsbaarder dit net die groepen maakt die aan de toekomst van de stad zouden moeten participeren.

Paarse consensusdenken

‘Cultuur en creativiteit’ worden zo geïntegreerd in de strategie van het paarse (‘Derde Weg’) consensusdenken. Meer aandacht voor cultuur is uiteraard niet slecht, integendeel. We vinden dit ook terug in ‘De Scheppende Stad’ met zijn geïntegreerde visie op cultuur en creativiteit als hefboom voor stads- en wijkvernieuwing. De voordelen van dergelijke aanpak werden duidelijk in het stadsvernieuwingsproject ‘Zuurstof voor de Brugse Poort’, dat niet onlogisch op Landry’s programma staat de dag na zijn lezing.

Daar werd door een lokale ontwikkelingscoalitie, sterk van onderuit gedreven, heel wat gerealiseerd voor de buurt. Echter, dit amalgaam van creatieve projecten is nog steeds te veel ontkoppeld van de sociale en woonproblematiek in de wijk. Die problemen blijven er aanwezig, ondanks de sterke creatieve projecten. Recent werd het creatieve beeld van deze zich opwaarderende volkswijk doorbroken door de tentoonstelling ‘Lijn 3’ van Jan Beke, die de reële en rauwe sociale ellende in de wijk blootlegde.

Heel wat actoren actief in de wijk toonden hun ontgoocheling over deze kritische tentoonstelling, door het contrast met de positieve beeldvorming op gang gebracht door culturele interventies. Toch was precies dit breukmoment vruchtbaar voor het inbrengen van nieuwe claims die buiten het vizier lagen.

De filosoof Jacques Ranciere zou stellen, dat zulke creatieve breukmomenten hét politieke moment bij uitstek zijn waarop in- en uitsluitingsprocessen worden bevraagd en het ‘niet-behoren tot’ wordt gecontesteerd.

Op momenten waar de geijkte machten en krachten tekort schieten ten aanzien van kwetsbare groepen, zoals in het ‘woonbeleid’ of ‘armoedebeleid’ in achtergestelde wijken, moet de focus worden verlegd naar die kwetsbare doelgroepen.

Maar, dat vraagt soms ook ‘breukmomenten’ te creëren in de gangbare (beleids-)praktijken en consensus van de stedelijke overheid en/of private actoren. We kunnen ons niet van de indruk ontdoen dat door de tijd heen ‘cultuur’ en ‘creativiteit’ sterk zijn veranderd.

De tijd dat deze een kritisch-pedagogische invulling kreeg als een emancipatorisch proces vanuit de alledaagse leefwereld door een echte bundeling van ‘creatieve krachten’, strevend naar de collectieve hefbomen voor, door en mét kwetsbare groepen, lijkt steeds verder af.

Stad op mensenmaat

Als je naar het Gent van de jaren zeventig en tachtig kijkt, was creativiteit onderdeel van een sociale strijd vanonderuit voor een stad op ‘mensenmaat’, waarbij (ook kwetsbare) buurtbewoners sterker betrokken werden. Creativiteit liet met andere woorden toe om mensen te laten participeren vanuit de alledaagse leefwereld, vooral omdat het complexe sociale en materiële vraagstukken begrijpbaar maakte voor àlle participanten.

De vraag is of we niet opnieuw inspiratie moeten halen uit deze emancipatorische culturele beweging? Voorwaarde is wel dat het ook deze vanonderuit-invulling krijgt met een open vizier wat betreft het streefdoel – wat veelal haaks staat op de consensuslogica – en dat het niet enkel ‘vanbovenaf’ geregisseerd wordt, zoals nu met de door de overheid geregisseerde Gentse ‘De Scheppende Stad’-strategie wel het geval is, met haar combinatie van citymarketing en het goedbedoelde stadsbrede debat.

Bas Van Heur omschrijft het huidig creativiteitsdiscours als volgt: “Aangezien ook Landry’s ‘theorie’ alleen maar mogelijkheden en geen obstakels ziet, wordt het snel geneuzel over potentie zonder aandacht voor in- en uitsluitingsprocessen. Het leidt tot een ‘feel good’-verhaal waarmee iedereen het alleen maar eens kan zijn.”

In het huidig stedelijke beleid vormt ‘creativiteit’ daardoor te weinig onderdeel van een groter emancipatorisch verhaal; vooral in het voordeel van die groepen die uit de boot vallen. En daar zal de lezing met Landry in Gent deze week, hoe goed ook gebracht, waarschijnlijk niet zoveel aan veranderen.

Pascal Debruyne en Dirk Holemans

Pascal Debruyne is medewerker van de Vakgroep Studie van de Derde Wereld aan de UGent en Dirk Holemans is hoofdredacteur van het tijdschrift OIKOS.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!