De Stemtest op maat gesneden van de Wetstraat. Wie heeft er schrik van de PVDA+?
Opinie, Nieuws, Politiek, België, Verkiezingsprogramma's, De Stemtest, PVDA+ -

De Stemtest op maat gesneden van de Wetstraat. Wie heeft er schrik van de PVDA+?

De linkse PVDA+ zit niet in De Stemtest van De Standaard. Dat heb ik tot mijn verbazing gisteren zelf vastgesteld. Verbazing, inderdaad, omdat ik vorige week een telefoon en een mail kreeg van De Standaard Online om me te vragen deel te nemen. Het criterium was dat alle acht partijen die overal opkomen aan bod zouden komen in De Stemtest.

woensdag 26 mei 2010 18:36

We hebben efficiënt en snel de 38 voorbereidende stellingen beantwoord en beargumenteerd, ruim binnen de vastgelegde deadline. Ik kreeg daarvoor nog een lief extra dank-je-mailtje toegezonden. Maar gisteren bleek het dan toch anders te zijn gegaan.

Zonder me opnieuw te contacteren, werden we geruisloos verwijderd uit De Stemtest. Bleek dat De Standaard in laatste instantie toch voor een andere ‘parameter’ heeft gekozen. Alleen partijen die al in het parlement zetelen, kunnen deelnemen aan De Stemtest. Nou moe, De Stemtest op maat gesneden van de Wetstraat.

Bij VTM hanteren ze hetzelfde criterium. Wie zetelt in het halfrond krijgt exposure, wie nog niet zetelt, krijgt niets. Bij de openbare omroep VRT is de nieuwsredactie gelukkig meer breeddenkend en zal ook de linkse oppositiestem van de PVDA+ in enkele debatten aan bod komen.

Niet dat iedereen daarmee tevreden is. De belangrijkste ‘aandeelhouder’ van de VRT is immers … de politiek. De gepolitiseerde Raad van Beheer heeft er dan ook op aangedrongen om in de laatste verkiezingsweek enkel de grote partijen aan bod te laten komen tijdens de debatten. De politiek die zichzelf bedient.

Bij verkiezingen kan je twee principes hanteren. Ofwel start je van het gelijkheidsbeginsel, dat – het zou geen detail mogen zijn – officieel door de grondwet wordt gehanteerd. Bij verkiezingen komt iedereen gelijk aan de start, en is het de kiezer die de grootte en omvang bepaalt.

Er kunnen wel minimale formele criteria bestaan, zoals het opkomen met volle lijsten in alle kieskringen, maar in principe krijgen alle deelnemers min of meer gelijke toegang tot de publieke ruimte en tot de media. Zulk systeem bestaat bijvoorbeeld bij de presidentsverkiezingen in Frankrijk, waar alle kandidaten exact even veel tijd krijgen tijdens de debatten. En deels ook in Nederland waar alle landelijke deelnemers allen drie clipjes van zes minuten krijgen op de openbare omroep.

Ik pleit voor de ideeënstrijd, voor discussies rond de maatregelen die de komende regering wel of niet zal nemen. Kortom om de democratische weegschaal te hanteren bij de verkiezingen.

Ofwel neem je een totaal andere invalshoek, het grootheidsbeginsel. Dat is wat er bij De Stemtest, bij VTM, maar ook elders vandaag gebeurt. Grote partijen krijgen, op basis van de zetels die ze reeds hebben, meer toegang tot de publieke ruimte en tot de media. Deze aanpak werkt uiteraard systeembevestigend: hoe groter en machtiger, hoe meer invloed, hoe meer toegang in de media, hoe meer stemmen.

Nieuwe partijen die de gevestigde orde uitdagen, vertrekken dan niet van op de startmeet, maar van twintig meter achter die startmeet. Dat is een ernstig democratisch deficit dat in stand wordt gehouden door de machtspartijen zelf.

En dit systeem heeft ook grote collateral damage. Het fnuikt het inhoudelijke debat. De neoliberale consensus en de nationalistische consensus worden niet in vraag gesteld. Het vergroot de vervlakking en eensgezindheid onder de traditionele partijen. Er komt geen of weinig sociale kritiek op hun beleid.

De kritiek die komt, is nu bijna uitsluitend voorbehouden aan nationalistische of neoliberale krachten. En tot slot, niet onbelangrijk, dit zelfbevestigend systeem versterkt ook een zekere arrogantie en wereldvreemdheid van een kaste van politici die zeker van hun zeteltje zijn (tegen 5.000 euro of 10.000 euro per maand).

Dit leidt ertoe dat de Wetstraat geen pottenkijkers verdraagt. In Nederland werd Jan Marijnissen met 1,2 procent in de Tweede Kamer verkozen, een percentage dat de PVDA+ vandaag ook bij ons haalt. In ons land zou Marijnissen geen schijn van kans maken… door de kiesdrempel.

Die kiesdrempel is door de politieke partijen zelf opgericht als een slotgracht voor de versterkte burcht van het parlement. Maar, de kiesdrempel is niet de enige hindernis. Er is ook het systeem van de 15.000 voordragende kiezers, of ‘peters’, die nodig zijn om te mogen deelnemen.

De PVDA+ heeft op nauwelijks een week tijd 21.000 handtekeningen opgehaald. Alleen maar om te mogen deelnemen. Nadien volgde het circus met de nationale lijstnummers. De PVDA+, die trouwens als enige partij in het hele land opkomt, werd van die lijstnummers uitgesloten.

Het deel van de Open VLD dat luistert naar de naam Vivant, hij komt in geen enkele Nederlandstalige kieskring op, kreeg wel een ‘nationaal’ lijstnummer.

Vervolgens zijn er de honderden steden en gemeenten die kiesborden plaatsen… enkel voor de grote partijen (en ook voor de liberale deelpartij Vivant, die niet eens deelneemt). Maar niet dus voor de PVDA+. En tot slot is er de uitsluiting van de linkse oppositiestem uit de voorzittersdebatten op TV en uit De Stemtest.

In het noorden van het land zijn er acht partijen die met volle lijsten opkomen in alle provincies voor de Kamer, en voor de Senaat. De achtste partij, de PVDA+, is nog niet parlementair vertegenwoordigd en wordt daardoor in een deel van de media uit het debat geweerd.

Politiek gezien betekent dit dat in Vlaanderen de zwarte loper wordt uitgerold voor de rechtse en nationalistische krachten. Zij krijgen het monopolie van de kritiek op het regeringsbeleid, zij krijgen vrij spel om als enige gemediatiseerde krachten het ongenoegen te kanaliseren naar (eng) nationalistische en (nog meer) neoliberale hoek.

Over de essentiële kwesties zoals de massale besparingen, over langer werken, over rechtse hobby’s als aandeelknuffelrij, het pamperen van de grootste vermogens en de zelfverklaarde onmacht om ook maar één vinger uit te steken naar winstgevende multinationals die tot massa-ontslag overgaan, over dat alles bestaat een roerende eensgezindheid. Er is geen enkel ander geluid te horen.

De Wetstraat verdraagt geen pottenkijkers. De Wetstraat verdraagt evenmin een sociale tegen-stem. De uitsluiting van de sociale oppositiestem is een ernstige aderlating voor elk democratisch debat.

Vorige zondag kon ik deelnemen aan een debat op de Antwerpse zender ATV samen met CD&V, Vlaams Belang en Lijst Dedecker. Uit de reacties nadien bleek dat zo ook het thema van het debat veranderd werd. Naar concrete problemen zoals het brugpensioen.

Hoe het komt dat parlementsleden zelf wel op 52 jaar mogen vertrekken tegen een pensioen van 3 à 4.000 euro? Terwijl diezelfde heren, vooral heren toch nog met een overaanbod aan juristen, advocaten en andere vrije beroepen, het onderling wel roerend eens zijn dat na de verkiezingen maatregelen moeten worden goedgekeurd om de gewone werkman en vrouw drie, vier tot vijf jaar langer te laten werken.

Maar ook over de crisis, en bij welke bevolkingslaag de regering nieuwe inkomsten zal zoeken. Over hoe politieke moed ook kan gaan over een vermogensbelasting of miljonairstaks, zoals die in buurland Frankrijk bestaat. Door zulke thema’s op de agenda te zetten, verliezen Vlaams Belang en Lijst Dedecker een deel van het monopolie op de oppositie. En wordt het duidelijk dat zij op die punten geen oppositie voeren. Dat kan het democratisch debat toch alleen maar verrijken, niet?

Nu, Goliath mag brullen en de spelregels naar eigen goeddunken veranderen. Daarmee is David nog niet verslagen. De establishmentspartijen waren er van overtuigd dat wij geen 15.000 handtekeningen op nauwelijks een week tijd konden inzamelen. Het werden er 21.000.

Ze waren er van overtuigd dat de PVDA+ nooit tot een ledenaantal zou kunnen groeien dat vergelijkbaar is met een parlementaire partij. Het werden er meer dan 4.000, dat is een ledenaantal van de grootte van Groen! en wellicht groter dan Lijst Dedecker (het gezond verstand is daar nog niet bij de ledenadministratie doorgedrongen).

Kortom, een partij beoordeel je niet alleen op haar electorale uitslag. Maar ook op haar ledenaantal, op haar slagkracht, op haar invloed in de vakbeweging en de sociale beweging, op de grondigheid van haar programma en voorstellen, op het serieux van haar woordvoerders, enz.

Verkiezingen moeten dienen om de kaarten door elkaar te schudden. Zo klonk het toch enkele weken geleden. Wel, laat dan toe dat alle jokers in het spel zitten. Beperk het niet tot de drie geelzwarte jokers, maar laat ook de sociale oppositiestem van de PVDA+, de vierde joker, in het dek zitten.

Peter Mertens

Peter Mertens is voorzitter van PVDA+

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!