De essentie van een historisch klimaatakkoord in vier vragen

De essentie van een historisch klimaatakkoord in vier vragen

dinsdag 15 december 2015 11:07

Het langverwachte klimaatakkoord van Parijs is een feit. Wij analyseren het verdrag aan de hand van vier vragen. Is het echt een succes of hapert er hier en daar wat? Hoe bindend is dit akkoord, ofwel: wat met landen die hun beloftes niet nakomen? Wat betekent dit voor Europa en voor ons in Vlaanderen? En ten slotte: hoe zit het nu met de klimaatfinanciering, de hulp aan de ontwikkelingslanden voor hun strijd tegen de klimaatverandering?

1. Is het klimaatakkoord een succes?

Het klimaatakkoord van Parijs betrekt alle landen bij dé uitdaging van de 21ste eeuw. Dat is: de overstap maken van een samenleving die draait op fossiele brandstoffen naar een op basis van schone energie. Bovendien is het doel van die transitie aangescherpt. Om gevaarlijke klimaatverandering te voorkomen, wil de wereldgemeenschap de opwarming beperken tot 1,5 graden. Om dat doel te halen willen de landen beroep doen op de beste wetenschappelijke inzichten. De klimaatwetenschap is eenduidig: fossiele brandstoffen moeten we zo snel mogelijk uitfaseren. De resterende uitstoot van landgebruik en de veestapel zullen in de tweede helft van deze eeuw in evenwicht moeten komen met de mate waarin ecosystemen in staat zijn broeikasgassen opnieuw op te nemen..

De ombouw van de wereldeconomie krijgt een duidelijk doel door het klimaatakkoord. Maar tegelijk stelden de onderhandelaars in Parijs vast dat wat de landen plannen te doen, ruimschoots tekortschiet. Denk aan Vlaanderen. Het is momenteel voordeliger om met de bedrijfswagen naar het werk te gaan, op stookolie te verwarmen of een biefstuk te eten dan om voor klimaatvriendelijke alternatieven te kiezen. Dat is de situatie in de meeste landen: het fossiele systeem is er nog dominant. Die realiteit konden de onderhandelaars niet wegtoveren. De zwakke prestaties en klimaatplannen van overheden zetten ons in de realiteit nog steeds op weg naar 3 graden opwarming. En dat betekent klimaatchaos.

De oplossing die het klimaatakkoord van Parijs voorziet, is het vijfjaarlijks bijstellen van de nationale klimaatplannen. Daarmee legt de VN de verantwoordelijkheid daar waar het schoentje knelt: bij overheden, ondernemingen en burgers die nog onvoldoende doen. Het klimaatakkoord zal dus pas een succes zijn als voorlopers bij die overheden, ondernemers en organisaties van burgers erin slagen de ombouw naar de hernieuwbare, circulaire economie voldoende te versnellen. Enkel zo kunnen de emissiereducties die daadwerkelijk gebeuren, het langetermijndoel uit het klimaatakkoord benaderen.

Wat het akkoord doet is cruciaal. Het stelt duidelijk wie aan de goede kant van de geschiedenis staat: de toekomstgerichte, hernieuwbare economie en iedereen die daarvoor ijvert. De verwachting is dat het akkoord een sterk signaal uitzendt, zodat miljarden nieuwe investeringen de goede richting uitgaan.

2. Is het klimaatakkoord bindend?

Het akkoord wordt van kracht als ten minste 55 landen het in hun eigen land laten goedkeuren én als die landen samen goed zijn voor 55% van de broeikasgasuitstoot. Dat lijkt een haalbare kaart. Daarna is het akkoord bindend volgens internationaal recht.

Maar dat garandeert niet dat de landen netjes zullen doen wat ze beloofd hebben. Als het erop aankomt, is er helaas geen wereldwijde politiemacht die landen kan bestraffen als ze de afspraken in het akkoord niet nakomen. Het enige drukkingsmiddel dat dit akkoord bevat, is dat het de inspanningen van landen onderling vergelijkbaar maakt. Zo kunnen landen die goed presteren hun nalatige collega’s politiek onder druk zetten.

Een ander drukkingsmiddel zijn de procedureregels die helpen om landen tot actie aan te zetten. Zo is er bijvoorbeeld de verplichting om een nieuw klimaatplan op te maken vóór een bepaalde datum. Wel valt het op dat veel van die deadlines niet in het eigenlijke akkoord staan, maar zijn overgeheveld naar een aparte beslissing. Dat soort beslissing is flexibeler te wijzigen.

Als dit plan van aanpak ooit in de problemen komt — bijvoorbeeld omdat grote vervuilers zoals de VS of India duidelijk onvoldoende inspanningen leveren — zullen er extra instrumenten moeten komen om druk uit te oefenen. Handelssancties of naming and shaming, bijvoorbeeld.

3. Wat betekent dit akkoord voor Europa en Vlaanderen?

De Europese Unie heeft al een doelstelling voor 2030: ze wil in dat jaar minstens 40% minder broeikasgassen uitstoten dan in 1990. Dat doel heeft Europa ingediend als haar bijdrage aan het klimaatakkoord in Parijs. In elk geval zal de EU voor 2030 haar streefcijfer moeten updaten en haar inspanningen verhogen.

De huidige Europese doelstelling is al verdeeld tussen de industrie en energieproductie (die de emissies in de Europese emissiehandel ETS met 43% moeten verminderen tegen 2030) en de lidstaten. Die laatste moeten tegen 2030 samen de emissies met 30% laten dalen ten opzichte van 2005, en dat in de sectoren die buiten de emissiehandel vallen (gebouwen, transport, landbouw).

Voor België zal de reductiedoelstelling ook rond die 30% tegen 2030 liggen. De gewesten en federale overheid zullen dus opnieuw moeten onderhandelen over een intern Belgisch klimaatakkoord. Hopelijk klaren ze dat klusje deze keer sneller dan binnen 6 jaar.

Ter vergelijking: het recente Belgische klimaatakkoord stelt een streefcijfer van -15,7% voorop voor Vlaanderen. In 2013 lagen de emissies in Vlaanderen slechts 1% lager dan in 2005.

Er ligt dus nog bijzonder veel werk op de plank. Het Vlaamse beleid om de uitstoot van gebouwen, transport en landbouw te verlagen, moet dus dringend een paar versnellingen hoger schakelen. Zeker als de Europese doelstelling nog eens wordt verhoogd.

4. Hoe ziet de bijdrage van ontwikkelde landen naar ontwikkelingslanden eruit?

Het akkoord verplicht ontwikkelde landen financiering te voorzien om ontwikkelingslanden te helpen in de strijd tegen de klimaatopwarming. Het moedigt ook andere landen aan om vrijwillig steun te verlenen. Dit was een van de hete hangijzers tijdens de onderhandelingen. De regeling is een compromis geworden. De ontwikkelde landen moeten vanaf 2020 100 miljard dollar klimaatfinanciering per jaar voorzien. Pas in 2025 zal dat bedrag verhogen, maar men liet in het midden met hoeveel. Bovendien staat die bepaling in de beslissingstekst, niet in het echt akkoord.

Johannes Nissen
Mathias Bienstman

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!