Waar Palestijnen leren vliegen
Nieuws -

Waar Palestijnen leren vliegen

Mohammed Othman, Palestijnse mensenrechtenactivist en fervent voorvechter van de Stop de Wall-campagne, was vorige maand in België op uitnodiging van Amnesty International. Hij had het in het bijzonder over de effecten van de muur in zijn geboortedorp Jayyus, zijn detentie als gewetensgevangene en beschreef zijn nieuw filmproject, genaamd ‘Qalqilya, waar Palestijnen leren vliegen’.

maandag 5 augustus 2013 12:12

U voert reeds zeven jaar protest tegen de muur. Kan u nader verklaren wat deze muur voor de Palestijnen betekent?

“In 2002 startte Israël met de bouw van de muur op de Westelijke Jordaanoever. Deze muur wordt door de Israëlieten ‘het Veiligheidshek’ genoemd, maar voor Palestijnen is het de ‘Apartheidsmuur’. Het discours van Israël dat zegt dat de muur dient als schild tegen de aanslagen van Palestijnse gewapende groeperingen is pure nonsens. De muur volgt de bestandslijn van 1967 niet, maar slorpt zestien procent van de Westelijke Jordaanoever op. In 2004 verklaarde het internationaal gerechtshof dat Israël de bouw van de muur direct moest stopzetten. Het is tegen het internationaal recht, samen met de nederzettingenpolitiek die Israël voert. De muur is het grootste project in de geschiedenis van Israël. Het is 799 kilometer lang en elke kilometer kost Israël 1.000.000 dollar.”

“Ik vind de muur een vreselijk vertoon. Vroeger was Palestina één geheel, maar onze staat wordt alsmaar meer verdeeld in verschillende eilanden. Het is één lichaam geworden, met twee bonzende harten. De Israëlieten hebben al zeker 1.000.000 olijfbomen ingepalmd samen met ons water, onze grond en ze hechten geen enkele waarde aan ons leven. Het effect van de muur is heel moeilijk in woorden te vatten, maar het doet mij alleszins het punt bereiken Israël als apartheidsstaat te beschouwen.”

In je geboortedorp Jayyus heeft de bouw van de muur al voor ettelijke problemen gezorgd.

“Inderdaad. De inwoners van Jayyus leven van hun olijf- en fruitbomen, maar de muur blokkeert de toegang tot de landbouwzone. Boeren kunnen hun land niet betreden, tenzij Israël hen een vergunning toekent. Die vergunningen worden op basis van willekeur toegeschreven en minder dan de helft van de boeren bekomt er één. Daardoor bevinden veel boeren in Jayyus zich in de armoede.”

“In 2009 oordeelde het Israëlisch Hooggerechtshof dat de muur in Jayyus heraangelegd moest worden ten gunste van de Palestijnen. Zo zouden de Palestijnen terug toegang verkrijgen tot een deel van hun landbouwgrond. De hoop flakkerde terug op onder de bevolking, maar pas in 2013 zijn de Israëlische autoriteiten van start gegaan met het opnieuw aanleggen van de muur. Dit hield Israëlische kolonisten echter niet tegen een illegale nederzetting te plaatsen op het nieuwe Palestijnse grondgebied. Deze ‘outpost’ bemoeilijkt andermaal de toegang tot landbouw. De inwoners van Jayyus zijn terug begonnen met wekelijkse demonstraties tegen de illegale nederzetting en de muur.”

Is de opkomst groot tijdens de wekelijkse demonstraties?

“Nee vroeger wel, maar nu vrezen de mensen een verdere confiscatie van hun land en een verlies van inkomsten als ze deelnemen aan het protest. Vroeger stonden de burgemeester en alle inwoners van Jayyus als één blok achter de betogingen. We voelden ons verenigd, mannen en vrouwen, ouderen en jongeren. De samenhorigheid was enorm! Maar nu zijn de bewoners van Jayyus tot de conclusie gekomen dat demonstreren meer kost dan dat het oplevert. Gelukkig krijgen we veel steun van de internationale gemeenschap. Indien die steun wegvalt, zullen de mensen volledig stoppen met protesteren. De intimidatie van Israël is te sterk.”

In 2009 resulteerde de legitieme protestcampagnes die u tegen de bouw van de muur voerde in een detentie. Ondanks de toenemende druk, blijft u vechten.

“Die maandenlange detentie zonder in staat van beschuldiging te worden gesteld, heeft mijn activisme juist versterkt. Ik werd vernederd en gemarteld. Ik zag geen licht, geen zon en wist niet of het dag of nacht was. Mijn gevangenschap heeft mijn hersenen kapot gemaakt, maar ik ben er juist strijdlustiger door geworden. Het merendeel van de ex-gedetineerden zwijgt in alle talen over hun ervaringen in de gevangenis. Ik niet en ben er op dit ogenblik een boek over aan het schrijven. Ik beschrijf van A tot Z wat er gebeurt is in de gevangenis en hoop dat mijn verhaal zo de wereld rondgaat.”

“Vroeger telde de West Bank ongeveer 1200 activisten. Dezer dagen blijven er slechts 5 over, met mij inbegrepen. Die eeuwig durende strijd vergt heel veel energie, maar ik vind het belangrijk niet op te geven en te strijden voor waar ik in geloof. Ik weet dat ik gevaar loop met mijn acties, maar er is simpelweg geen alternatief. Anders zou ik de realiteit van de bezetting aanvaarden. Ik sterf liever hier, dan te vluchten naar een buurland.”

Vandaag neemt uw verzet een andere vorm aan. U maakt een documentaire over jonge skaters die campagne voeren tegen de muur. Welke boodschap wil u hiermee overbrengen?

“In mijn boek getiteld ‘Onderwijs onder bezetting’ deed ik een studie bij de jonge Palestijnse generatie waarin ik onderzocht wie in zijn leven al in Jeruzalem was geweest en wie de zee al heeft gezien. De resultaten waren letterlijk benauwend! Vijfennegentig procent had nog nooit een voet gezet in Jeruzalem en niet één participant had de zee al gezien.”

“Die beperking op de bewegingsvrijheid is één van de redenen waarom jongeren in mijn nieuwe documentaire leren vliegen. De film handelt over een groep Palestijnse jongeren die leven in een stad volledig omgeven door de muur. Al hiphoppend, beatboxend en skatend nemen ze het op tegen die betonnen constructie. Ze leren van elkaars talenten en maken zich verschillende kunstgenres eigen.”

“Het verhaal is geen rechtstreekse aanklacht op het beleid van Israël, maar tezelfdertijd is de boodschap enorm politiek. De kinderen in de documentaire beschrijven immers het leven onder bezetting. Zo vertelt het hoofdpersonage bijvoorbeeld over de invasie van de stad in 2005. Hij spreekt over hoe tanks de straten van Qalqilya vernielden en over het hartzeer dat daarmee gepaard ging. Op een bepaald moment zegt hij; ‘Het enige waar ik aan kon denken was of ik wel nog kon skaten in die geruïneerde straten.’ Iedereen dacht dat hij over het geweld zou praten, maar hij zei bezorgd te zijn de volgende dag niet te kunnen skaten. En dat is een zeer duidelijke boodschap. Hij beschrijft politiek op een heel simpele doch voor iedereen op een niet mis te verstane manier. Ik wou die kinderen een stem geven en tonen dat zij niet gewelddadig zijn maar identiek aan al de kinderen in de wereld.”

 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!