Het relancedebat (2): Economische heropleving kan niet zonder koopkracht
ABVV, Automatische loonindexering, Relanceplan -

Het relancedebat (2): Economische heropleving kan niet zonder koopkracht

maandag 16 juli 2012 11:11

Tegen 21 juli presenteert de federale regering haar relanceplannen. Wij zorgen in tussentijd nog voor broodnodige kritische inspiratie.

Het begin van iets moois?

De federale regering wil een relanceplan opmaken voor onze economie. Daarmee heeft ons land de kans om als één van de eerste Europese lidstaten een nieuw economisch verhaal te brengen dat niet vastzit in de oude modellen van bezuinigingen en kostencompetitiviteit. De overheid moet durven inzetten op duurzame koopkracht en de ondersteuning van succesvolle economische activiteiten.

Het relanceplan moet daarom een tweeledig verhaal zijn dat zowel de duurzame gezinsconsumptie ondersteunt als de structurele competitiviteit van onze ondernemingen verbetert.

In dit gefederaliseerde land kan een succesvol relanceplan niet alleen gedragen worden door de federale overheid, ook de Gewesten (Vlaanderen, Wallonië, Brussel) moeten middelen durven vrijmaken voor het stimuleren van duurzame groei en werkgelegenheid.

Koopkracht als groeikracht

Een stevig pleidooi voor koopkracht vanuit het ABVV zal de lezer natuurlijk niet verbazen. Critici zullen meteen opwerpen dat inzetten op koopkrachtverhoging in een Belgisch relanceplan voor een groot deel ten goede zal komen aan buitenlandse ondernemingen, gezien het open karakter van onze economie.

Hoewel deze kritiek deels terecht is, betekent dit echter niet dat de overheid geen enkele mogelijkheid heeft om door slimme koopkrachtstimulansen de binnenlandse economie te ondersteunen.

Een bekend voorbeeld hiervan is de renovatie van ons woningpark. Hoe goedkoop de Chinezen of andere landen ook produceren, voor de verbouwing van onze woning zullen we toch altijd op een lokale onderneming een beroep moeten doen. Het schrappen van de belastingverminderingen voor energiebesparende maatregelen door de federale regering in de besparingsronde begin dit jaar was daarom contraproductief.

Een actieve overheid kan ook met een sociaal en innovatief aanbestedingsbeleid haar eigen koopkracht aanwenden ter ondersteuning van bepaalde bedrijven en markten.

Wat de overheid dan weer vooral niet moet doen is de koopkracht van de gezinnen verminderen door te morrelen aan de automatische loonindexering. In België, waar het consumentenvertrouwen op niveau bleef door de automatische indexering, werd ook in de crisisjaren een hogere economische groei opgetekend dan in Duitsland. Met een werkloosheidsgraad van 6,64% in maart 2012 hoeft Vlaanderen trouwens niet onder te doen voor het Duitse gidsland.

Competitiviteit is meer dan lage lonen

In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, is ook het ABVV voorstander van een grondige discussie over de competitiviteit van onze economie.

Pleidooien voor lineaire loonmatiging en lastenvermindering zijn echter ouderwetse recepten die op Europees en mondiaal vlak enkel tot een race-to-the-bottom leiden.

Een toekomstgerichte invulling van het competitiviteitsdebat verlegt daarom de focus naar investeringen in infrastructuur, opleiding en innovatie. Ook het federaal planbureau kwam onlangs tot deze conclusie.

Wat het tekort aan voldoende geschoold personeel betreft zal iedereen een inspanning moeten doen. De overheid door voldoende te blijven investeren in opleiding. De werknemers door zich aan te passen aan de wijzigende noden op de arbeidsmarkt. Maar ook de werkgevers moeten hun duit in het zakje doen.

Het is daarom des te schrijnender dat de afspraak uit het Interprofessioneel Akkoord (IPA) 1999-2000 (!) om ten minste 1,9% van de loonmassa in opleiding te investeren nog steeds dode letter blijft. Vandaag bedragen deze investeringen nog steeds slechts 1,02% van de loonmassa. Veel minder dan in Duitsland, Nederland, het Verenigd Koninkrijk of de Scandinavische landen.

Een ander teer punt in onze competitiviteit zijn de investeringen in onderzoek en ontwikkeling. Zowel de Vlaamse overheid als het bedrijfsleven zijn nog ver verwijderd van de 3%-doelstelling uit de EU 2020-strategie.

Wie investeert in innovatie, creëert exportpotentieel. Niet zozeer loonkosten spelen een rol, wel het innovatieve, betrouwbare karakter van je producten. Het is daarom hoog tijd dat ook onze economie met grondige investeringen omgevormd wordt van een economie die voornamelijk halffabricaten produceert naar een innovatieve economie die haar mannetje staat in de wereldeconomie.

Aanvallen op de loonvorming zijn hierbij eerder contraproductief omdat ondernemingen hierdoor niet voldoende voor hun verantwoordelijkheid worden geplaatst in het competitiviteitsdebat.

Koken kost geld

In deze tijden van begrotingstekorten blijft de vraag naar de financiering van een sterk relanceplan een teer punt.

Hoewel er zeker nog veel mogelijkheden zijn om bijkomende overheidsinkomsten te vinden via fraudebestrijding, een meer rechtvaardige fiscaliteit die ook grote vermogens durft te belasten en de afschaffing van de notionele intrestaftrek, kan er ook nu al op korte termijn een belangrijke impuls gegeven worden door bestaande middelen op een meer doordachte manier aan te wenden.

We denken daarbij in de eerste plaats aan de fiscale loonsubsidies. Loonsubsidies zijn voorheffingen en bijdragen die van het werknemersloon afgehouden worden, maar die niet naar de fiscus doorgestort moeten worden. De werkgevers behouden deze inhouding, wat de productiekost doet dalen. De bekendste van deze loonsubsidies is die voor nacht- en ploegenarbeid.

Er bestaat echter ook een algemene loonsubsidie voor alle werkgevers ten belope van 1 miljard euro per jaar. We pleiten ervoor dat in het relanceplan deze middelen doelgerichter worden aangewend voor bedrijven die durven investeren in innovatie en opleiding voor hun personeel.

Lars Vande Keybus, adviseur studiedienst federaal ABVV
Mehdi Koocheki, adviseur studiedienst Vlaams ABVV

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!