VOKA-studie biedt geen waar voor je geld
ABVV, VOKA, Pact 2020 -

VOKA-studie biedt geen waar voor je geld

woensdag 23 oktober 2013 19:00

De Vlaamse werkgeversorganisatie VOKA maakte begin oktober met veel bombast de resultaten bekend van een eigen studie waarbij de prestaties van de Belgische staat worden vergeleken met alle 23 Europese OESO-landen. Wat zou blijken: de overheidsprestaties vallen mager uit, zeker in verhouding tot de belastingdruk of het ‘overheidsbeslag’. De remedies van VOKA: verlaag de belastingen en maak betere en slimme beleidskeuzes.

De ‘Waar voor je geld’-index wordt bovendien voorgesteld als een soort nulmeting van de welvaartsstaat en als een uitgestoken hand naar de vakbonden. “Laten we stoppen met te discussiëren over de problemen en die eindelijk erkennen. Dan kunnen de regering en de sociale partners eindelijk samen naar oplossingen zoeken,” zegt VOKA.

Vraagtekens bij het opzet

De prestaties van de welvaartstaat gaan ons allen aan en zijn zeker voor syndicalisten een belangrijk thema. Daarom lijkt het ons ook wijzer om eerst te discussiëren over de zogenaamde ‘problemen’ alvorens ze te erkennen. Ook al beweert VOKA namelijk dat het niet de bedoeling is om de welvaartsstaat aan te vallen, dergelijke studie versterkt sowieso de perceptie dat er heel wat fout loopt met die welvaartsstaat.

Het overheidsbeslag is de laatste jaren net sterk gegroeid omwille van de bankencrisis

Een te groot overheidsbeslag bijvoorbeeld, zegt VOKA. Ja, maar dan moet je er wel bij vertellen dat het overheidsbeslag de laatste jaren sterk is gegroeid omwille van de bankencrisis die in ons land sterker op onze overheidsschuld weegt en dat er vooral veel fout loopt bij de verdeling van de lasten. Vooral de gewone werknemer betaalt onevenredig bij.

In elk geval versterkt dergelijke studie het aanvoelen dat de overheid deel van het probleem is. Terwijl steeds meer bewijsmateriaal erop wijst dat net het omgekeerde waar is: enkel via een sterke overheid kan de huidige economische malaise worden gekeerd, een overheid die sterk investeert, maar ook radicaal herverdeelt (zie de analyse van Nobelprijswinnaars economie als Krugman en Stiglitz).

Vraagtekens bij de methodologie

Nog los van de inhoudelijke boodschap die hier wordt gepresenteerd, stellen we ons  bovendien grote vragen bij de gehanteerde methodologie. Er worden namelijk een heel aantal indicatoren gemeten waarbij we ons de vraag stellen wat ze met overheidsperformantie te maken hebben: wie is er verantwoordelijk voor het aantal onderzoekers binnen de bedrijven? Of hoeveel vat heeft de overheid op het aantal dagelijkse rokers of het aantal obesitaspatiënten onder de burgers?

Bovendien getuigt het van een laag kritisch wetenschappelijk vermogen dat er nergens melding wordt gemaakt van hoe de indicatoren werden gemeten, wat mogelijke kanttekeningen zijn bij zulke metingen en in welke mate dergelijke indicatoren vergelijkbaar zijn tussen verschillende landen. Tenslotte maakt men een ondoorzichtige mix van uiteenlopende indicatoren die elk op zich wel iets te vertellen hebben, maar door de mix veel betekenis verliezen.

Vraagtekens bij de conclusies

Precies daarom kunnen heel wat vraagtekens geplaatst worden bij de conclusies van de studie. De centrale conclusie luidt dat we het slecht doen in vergelijking met buurlanden als Nederland en Duistsland. We kunnen zonder veel moeite het tegendeel bewijzen met officiële cijfers in de hand.

  • Zo is de laatste 5 jaar de armoede (licht) gedaald in Vlaanderen, maar (licht) toegenomen in Nederland en sterk toegenomen in Duitsland.
  • De groei is de afgelopen 5 jaar licht gedaald in Nederland, maar licht gestegen bij ons.
  • De welvaartsspreiding is iets beter bij ons dan in Duitsland.
  • De welvaart per hoofd is hoger bij ons dan in Duitsland.
  • En als je rekening houdt met huisbezit en financiële activa doen we het beter dan Nederland.
  • De werkloosheid is in Nederland sterker gestegen dan in Vlaanderen…

Zo zie je maar: de ene ranking is de andere niet.

Pact 2020 betere meetlat

Onze grootste bedenking bij deze oefening is echter de volgende: waarom een nieuwe meetlat ontwerpen als we er al één hebben én waarover een brede consensus bestaat: namelijk de indicatorenset van het Pact 2020. Een Pact, jawel. En wel een van de goede oude soort: tussen politiek, sociale partners en middenveld over de te bereiken beleidsdoelstellingen in 2020. Met een goede mix aan economische, sociale en duurzaamheidsdoelstellingen. Waarbij Vlaanderen wordt vergeleken met 15 innovatieve regio’s of met de EU 27. Met een jaarlijkse meting.

Het lijkt ons veel verstandiger om hierop voort te werken in plaats van steeds opnieuw het warm water uit te vinden en door een inflatie aan meetinstrumenten elke vorm van beleidsopvolging en beleidsvergelijking te ontwaarden. Wat meer is: de metingen geven aan dat we (inderdaad) best niet al te veel palaveren, maar bij uitstek werk moeten maken van … de sociale uitdagingen. De meting 2013 toont aan dat vooral de sociale indicatoren slecht zijn.

De globale welvaart blijft vooruitgaan, maar er zijn vele minpunten:

  • Kansengroepen blijven het jaar na jaar slechter doen op de arbeidsmarkt.
  • Deelname aan levenslang leren blijft dalen.
  • Kinderen van laaggeschoolde ouders en uit lagere sociaal-economische milieus blijven het slechter doen in het onderwijs.
  • Het aandeel mensen die in een gebrekkige woning leven, blijft stijgen: bijna een kwart van de bevolking heeft hiermee te maken.
  • Steeds meer mensen stellen gezondheidszorgen uit. De  kansarmoede-index van Kind & Gezin blijft jaar na jaar stijgen.

Voorwaar allemaal uitdagingen die al meetbaar zijn en die een sterke en herverdelende overheid broodnodig maken. Het is dus inderdaad tijd voor de sociale partners om, samen met de regering, naar oplossingen te zoeken voor reeds erkende én gemeten problemen.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!