Vakbonden, Europa, Unizo, Lonen, Index, Energieprijzen, Gezondheidsindex, Afgevlakte index, Groene index, Aanbevelingen, Sociale partners -

Het indexdebat in kaart gebracht

vrijdag 18 november 2011 10:11

Alles komt terug, zo ook de discussies over de aanpassing van de automatische loonindexering. Maar kan iemand nog volgen in de soep van uitspraken, commentaren, constructieve en minder constructieve voorstellen? Een poging om wat duidelijkheid te scheppen in deze discussie.

In een vorige bijdrage (hier) werd reeds duidelijk dat ‘de index’ niet bestaat. De automatische indexering van de lonen krijgt in België vorm doorheen een hele reeks verschillende systemen van indexering. ‘De’ index aanpassen of afvoeren is dus iets moeilijker dan vaak wordt voorgesteld en elke aanpassing heeft een aantal effecten en neveneffecten. In dit stuk ontleden we kort het discours over de index en belichten we een aantal van de voorstellen die ter tafel liggen.

De automatische indexering, uniek in België?

Een automatische indexering van de lonen houdt in dat de lonen van de meeste Belgische werknemers automatisch aangepast worden aan de evolutie van de prijs van een aantal courante producten. Hiermee wordt de koopkracht van de werknemers gegarandeerd, blijft de interne markt in stand gehouden en worden vele sociale conflicten voorkomen. Tegenstanders wijzen echter op het risico op een zogenaamde ‘loon-prijs spiraal’ waarin hogere prijzen leiden tot hogere lonen, die op hun beurt weer hogere prijzen veroorzaken. Daarnaast maakt een automatische loonindexering een ‘loonmatiging door inflatie’ onmogelijk. In andere landen zou dit wel mogelijk zijn, wat de oorzaak is van onze zogenaamde ‘loonhandicap’.

Tegenstanders van de automatische loonindexering wijzen er vaak op dat we het ‘enige’ land zijn in Europa dat een dergelijk systeem kent. Hoe kunnen we nu zo zot zijn om dit systeem te behouden, terwijl alle andere landen het al lang afgevoerd hebben. Maar is dit wel zo? Is ons systeem zo uniek?

De automatische loonindexering in België is gebouwd op verschillende aparte systemen van loonindexering. Ten eerste is er de indexering van de uitkeringen en de wettelijke minima. Deze hebben een wettelijke basis en zijn algemeen toepasbaar. Daarnaast worden ook de lonen van de ambtenaren automatisch en veralgemeend aangepast aan de spilindex. In de privé sector is dit echter niet het geval, hier is er geen wettelijke basis voor de indexering. De sociale partners komen via collectieve arbeidsovereenkomsten (cao’s) tot een akkoord over hoe de indexering van de lonen in hun sector verloopt. Dit gebeurt op basis van verschillende systemen (via de spilindex of een periodieke aanpassing) maar nog steeds zijn er 29 paritaire comités waar geen enkele indexering van de lonen voorzien is (meer info: vorig artikel en Eurofound).

In vele Europese landen zijn er vergelijkbare praktijken: In Spanje en het Verenig Koninkrijk worden uitkeringen en pensioenen aangepast aan een index, in Tsjechië en Griekenland gebeurt hetzelfde met de minimumlonen, in Cyprus, Malta & Luxemburg is er een algemener indexeringsysteem, en in vele andere landen wordt een indexering ingevoerd via sectorale- of bedrijfsakkoorden. En daarnaast bestaat er ook een indexeringsysteem voor de euroambtenaren, inderdaad. Het unieke aan de Belgische loonindexering is dus niet de structuur of de werking ervan, noch de manier waarop hij uitgevoerd wordt in de privé sector. Het unieke aan de Belgische loonindexering is de (bijna) algemene verspreiding ervan.  

De index afschaffen, negeren, aanpassen, behouden of nog iets anders?

Naar aanleiding van het recente rapport van het CRB (hier), waarin staat dan onze ‘loonhandicap’ ten opzichte van onze buurlanden is toegenomen, staat de index alweer ter discussie. De index zorgt ervoor dat onze lonen moeilijk trager kunnen stijgen dan de inflatie, wat op zijn beurt negatief zou zijn voor onze concurrentiepositie. Dus worden uit allerlei hoeken hervormingsvoorstellen geformuleerd. We belichten er hier enkele.

Een eerste mogelijkheid is relatief eenvoudig: schaf de index af. Hoewel dit relatief eenvoudig wettelijk geregeld kan worden, is dit in de praktijk onrealistisch. Dergelijke voorstellen kunnen dus eerder als ‘stemmingsmakerij’ geklasseerd worden. Daarnaast kan men een indexsprong maken, dit zou betekenen dat we het systeem even negeren en enkele indexaties niet doorvoeren. In de jaren ’80 is dit tot drie maal gebeurd. Een derde voorstel is een ‘index in centen, niet in procenten’. Hierbij zou de automatische indexering van de lonen, in procenten, vervangen worden door een lineaire verhoging van de lonen met een bepaald bedrag (centen). Hoge lonen zouden dus relatief minder stijgen dan lage lonen. Een neveneffect is dat de lagere lonen dus relatief sneller zullen stijgen en het zijn net deze jobs die te lijden hebben onder buitenlandse concurrentie en te hoge loonkosten.

Een vierde voorstel komt van Prof. Peersman van de UGent. Hij stelt voor om de index af te schaffen, maar de lonen te koppelen aan de inflatieraming van de ECB. De Belgische lonen zullen zo niet meer afhankelijk zijn van de Belgische, maar van (een raming van) de Europese inflatie. UNIZO stelde voor om de index te hervormen met behoud van de koopkracht door een indexering van de netto lonen door te voeren, een netto-indexering, in plaats van een indexering van de bruto lonen. Hoewel dit op het eerste zicht aantrekkelijk klinkt betekent een dergelijke hervorming wel een afname van de staats- en RSZ-inkomsten. Deze worden namelijk berekend op de bruto-inkomens van de werknemers, hierdoor worden de staats- en RSZ-inkomsten als het ware ook ‘geïndexeerd’.

Nog een ander voorstel komt blijkbaar van de FOD economie en werd aangehaald in een recent editoriaal in De Standaard (hier). Deze stellen voor om de loonindexering niet elke maand te berekenen, maar per trimester. Concreet betekent dit enkel een uitstel van de aanpassing van de lonen, hetgeen men reeds vroeger bereikte door gebruik te maken van een afgevlakte index (gemiddelde van de laatste 4 maand) in plaats van een maandelijkse.

Wat momenteel het meest besproken wordt is een aanpassing van de indexkorf. De producten die momenteel het sterkst in prijs stijgen of sterk fluctueren, zouden zo uit de ‘korf’ gehaald worden. Hierdoor zou de index minder snel stijgen en zouden de lonen dus minder snel aangepast worden. Concreet kijkt men voornamelijk naar de energieproducten die de laatste jaren fel in prijs gestegen zijn. Organisaties zoals UNIZO spreken hier over een ‘groene index’.

Al deze alternatieven (behalve de eerste) zijn bedoeld om tot een afzwakking van het indexeringssysteem te komen en tot een reële daling van de lonen. Afhankelijk van het voorstel wordt de kost gelegd bij de staat of bij de werknemers, of zijn er belangrijke neveneffecten.

Het voorstel dat vooral door de vakorganisaties verdedigd wordt is het volgende: reguleer de prijzen die aan de oorzaak liggen van de snelle overschrijding van de index. Door prijsstijgingen van bijvoorbeeld de energieproducten te voorkomen, wordt niet enkel de index minder snel overschreden, maar winnen onze bedrijven ook rechtstreeks aan concurrentiekracht omdat ze minder moeten betalen voor hun energie, wetende dat onze energieprijzen bij de hoogste van Europa liggen. Maar niet enkel de energieprijzen maken het onze bedrijven moeilijk, ook de sterk fluctuerende en veel te hoge voedselprijzen in België zijn nefast voor onze concurrentiepositie (zie stuk Chris Serroyen: hier).

Moeten we van Europa?

Tegenstanders van de automatische indexering verwijzen graag naar de Europese aanbevelingen aan België (hier) en ook Europees commissaris Oli Rehn waarschuwde recent nog dat België deze aanbevelingen beter serieus neemt. Daarin stond dat: “In overleg met de sociale partners en conform de nationale praktijken het systeem voor het voeren van loononderhandelingen en het loonindexeringssysteem te hervormen, teneinde ervoor te zorgen dat de loonstijging beter aansluit bij de ontwikkeling van de arbeidsproductiviteit en het concurrentievermogen.” het is

Moeten we dus ons indexeringsysteem helemaal overboord gooien? Geenszins. Moeten we het überhaupt aanpassen? Niet noodzakelijk. Zolang de lonen ‘beter aansluit bij de ontwikkeling van de arbeidsproductiviteit en het concurrentievermogen’ is er voor de EU geen vuiltje aan de lucht. Hoog tijd dus dat onze eeuwige onderhandelaars Europa van antwoord bieden.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!