about
Toon menu

Hoe kijkt Burkina Faso naar de gebeurtenissen in Libië?

De chaotische gebeurtenissen van de laatste dagen in Tripoli en de propagandastrijd kunnen ook in de rest van Afrika op belangstelling rekenen. Khaddafi had immers in het verleden meer dan eens grootse plannen met het continent. De Afrikaanse Unie kreeg financiële steun en menig ontwikkelingsproject werd met Khaddafi's oliegeld gul ondersteund. Hoe kijkt Burkina Faso nu naar Libië?
donderdag 25 augustus 2011

Het West-Afrikaanse Burkina Faso behoort als een van zee afgesloten Sahelland, zonder noemenswaardige grondstoffen, tot de tien armste landen ter wereld.

Het land heeft de voorbije maanden een bijzonder woelige periode meegemaakt die werd gekenmerkt door betogingen, stakingen, muiterijen in het leger en een complete herschikking van de regering en de legerleiding. Alleen president Blaise Compaoré overleefde (voorlopig althans) de politieke en sociale stormen.

Arabische lente in Burkina Faso?

Sommige analisten maakten zelfs een vergelijking met de volksprotesten in Tunesië en Egypte. Zou de Arabische lente ook overslaan naar Afrika ten zuiden van de Sahara? En daarbij Burkina als eerste land aansteken? Het zag er een tijd naar uit, maar na de zoveelste muiterij in het leger in de tweede stad van het land Bobo Dioulasso, begin juni 2011, maakte de president met harde hand duidelijk dat de speeltijd nu echt wel over was. Sindsdien lijkt de rust weergekeerd.

Als arm land kon Burkina in het verleden voor de financiering van enkele ontwikkelingsprojecten ook aankloppen bij Libische overheidsdonoren. De relaties tussen Ouagadougou en Tripoli waren zelfs uitgesproken vriendschappelijk ten tijde van het kortstondige revolutionaire bewind van Thomas Sankara (1983-1987), de visionaire president die het land zijn huidige naam gaf (Burkina Faso, letterlijk: 'het land van de integere mensen') en wilde breken met allerlei neokoloniale banden en structuren.

Ten tijde van Sankara kreeg Burkina heel wat ontwikkelingshulp uit Libië, zeker toen de relaties met het ex-koloniale moederland Frankrijk fors waren verslechterd door de nationalisering van Franse bedrijven. Maar ook na de moord op Sankara in 1987 bleven de hechte banden met Tripoli bestaan.

Compaoré kijkt kat uit de boom

In tegenstelling tot andere Afrikaanse landen die al in de loop van juli de Libische Nationale Overgangsraad (de rebellen met basis in Benghazi) erkenden als 'enige legitieme vertegenwoordiger van het Libische volk', heeft de regering van Blaise Compaoré lange tijd de kat uit de boom gekeken en geen duidelijke kant gekozen in het Libische conflict.

Het officiële standpunt van de Afrikaanse Unie (UA), dat een onderhandelde oplossing tussen beide strijdende partijen te verkiezen was boven een buitenlandse militaire interventie, was ook lange tijd het standpunt van de Burkinese diplomatie.

Overgangsraad officieel erkend

Pas op woensdag 24 augustus heeft Djibril Bassolet, de minister van Buitenlandse Zaken en Regionale Samenwerking van Burkina, in een mededeling laten weten dat zijn regering de Libische Overgangsraad heeft erkend.

"Kolonel Khaddafi kan niet langer Libië besturen, hij heeft alle geloofwaardigheid en steun van het volk verloren. Deze overwegingen heeft de Burkinese regering ertoe aangezet om de Overgangsraad te erkennen als vertegenwoordiger van het Libische volk. Wij willen op een constructieve manier samenwerken met de nieuwe autoriteiten en hopen dat er nu snel een einde komt aan het bloedvergieten", aldus de officiële mededeling.

Een journalist van de Burkinese krant Le Pays vraagt zich af waarom zijn regering zes maand lang geen kant heeft gekozen, en nu wel de rebellen gaat steunen.

Op een persconferentie in Ouagadougou gaf minister Bassolet woensdag antwoord: "De Afrikaanse Unie wou de dialoog mogelijk maken en de contacten met beide kampen openhouden. Wij hebben die houding altijd verdedigd, gehecht als we zijn aan vrede en samenwerking tussen de volkeren van Afrika, maar de gebeurtenissen van de laatste 48 uur in Tripoli maken duidelijk dat kolonel Khaddafi niet meer kan rekenen op de steun van zijn bevolking en beter zou aftreden om meer geweld en wraakpogingen te voorkomen, die nog vele extra burgerslachtoffers zouden kunnen maken."

Hopen op voortzetting samenwerkingsakkoorden

De Libische ambassadeur in Ouagadougou mag van de autoriteiten in het land blijven, maar wordt wel aangeraden om de Overgangsraad te erkennen. Burkina Faso hoopt dat de lopende samenwerkingsakkoorden door de nieuwe leiders in Tripoli zullen worden voortgezet.

De overheid zegt wel bezorgd te zijn over het lot van Burkinese arbeidsmigranten in Libië, die ook in het verleden al wel vaker slachtoffer waren van discriminaties. "Wie wil terugkeren, kan rekenen op steun van de regering", luidt het.

Houding Afrikaanse Unie is te 'passief'

Voor politiek commentator Abdoulaye Tao in de krant Le Pays hebben de Afrikaanse landen zich veel te weinig beziggehouden met de Libische crisis. Hij verwijt de Afrikaanse Unie 'passiviteit', waardoor andere spelers, en met name de NAVO onder druk van Frankrijk en Groot-Brittannië, het laken helemaal naar zich toe hebben kunnen trekken.

"De Afrikaanse Unie, via haar Raad voor Vrede en Veiligheid, was zeker voorstander van een onderhandelde oplossing. De Afrikaanse staatshoofden en regeringsleiders hadden echter geen controle en invloed meer op de onvoorspelbare houding van de 'Gids van de Libische revolutie'. Zij hadden hem van bij het begin moeten duidelijk maken dat de situatie ernstig was en dat hij in het belang van zijn land zou moeten aftreden. Meer dan 40 jaar aan de macht is al veel te lang. Dat is een Afrikaanse ziekte waar we zo snel als mogelijk moeten van verlost geraken."

"Nieuwe leiders in Tripoli zullen hun ware vrienden bedanken"

"Afrikaanse staten hebben alleen het minimale gedaan, terwijl Frankrijk en de NAVO de VN-Veiligheidsraad hebben gepusht in de richting van een militaire oplossing. Senegal heeft het aangedurfd om de Rubicon over te steken, en resoluut de kant van de Libische Overgangsraad te kiezen. Een moedige positie van de oude president Wadé. Vandaag, na de feiten en de duidelijke nederlaag van Khaddafi en zijn dictatoriaal regime, staan Afrikaanse staten in de rij om de Overgangsraad van de rebellen te erkennen. Maar de nieuwe meesters van Tripoli zullen hun ware vrienden wel bedanken."

"De meeste Afrikaanse landen misten creativiteit in hun diplomatie. Frankrijk, dat lessen trok uit zijn enorme gestuntel tijdens de Tunesische Jasmijnrevolutie, nam nu het voortouw als de nieuwe 'kruisvaarders van de democratie' onder de vlag van de NAVO. Welk plan hebben zij voor ogen met de rijke oliebronnen van het land? Het Libische volk betaalt zeker een zware prijs in bloed, de nationale cohesie is verzwakt, en om een ​​democratie op te bouwen, is een buitenlandse militaire interventie niet bepaald het meest geschikte middel. Toch houdt het einde van Khaddafi beloftes in voor een nieuw begin, dat van een echt democratisch Libië", aldus nog Aboulaye Tao in zijn commentaarstuk.

Stem van het volk in Ouagadougou

De krant stuurde ook enkele reporters de straat op in Ouagadougou om de mening van de 'gewone' Burkinees te kennen. Aimé Evariste Bouda, voorzitter van COPAC (Conseil Patriotique d’Action Citoyenne), is ervan overtuigd dat Khaddafi "als een martelaar, al strijdende zal sterven", omdat hij zich "tot het uiterste zal verzetten tegen een nieuwe kolonisering van Afrika, net zoals Thomas Sankara dat deed". Hij betreurt de militaire interventie door westerse legers en vindt dat een nederlaag en een vernedering voor heel Afrika.

Ook Aboubacar Ouédraogo is niet gelukkig met de gang van zaken. Hij ziet de hele zaak als een poging van Frankrijk om de Libische oliebelangen te controleren. "De Libiërs hadden een goed leven, dankzij de olie en Khaddafi. Het vertrek van Khaddafi zal een negatieve invloed hebben op de armere landen van Afrika die op steun uit Libië konden rekenen. Is armoede misschien democratie?"

Vele mensenlevens op geweten, maar wil van Westen doorgedrukt

Studente Fatou Yaméogo van de universiteit van Ouagadougou vindt het een goede zaak dat Khaddafi eindelijk van de macht verdwijnt, maar heeft veel vragen bij de manier waarop dat gebeurt. "Echt, ik vind het niet goed dat Europese landen in Afrika militair tussenkomen. Maar Khaddafi was beslist een dictator en heeft vele mensenlevens op zijn geweten. Hij liet schieten op zijn eigen burgers die alleen maar veranderingen vroegen."

Boukary Bamouni, een inspecteur bij de douane, ziet altijd weer de wil van het Westen opduiken. "Als de westerse landen een leider weg willen, dan gebeurt dat ook, wat ook de aanleiding is. Zo gaat het altijd, nu weer in Tripoli. Khaddafi was zeker geen heilige, maar hij heeft veel gedaan voor de ontwikkeling van zijn land en had plannen voor heel het continent. De Libiërs willen hem nu weg, zeggen de media. Maar is dat ook zo? Wat moet je nog geloven? Geweld kan nooit een oplossing bieden."

Leiders moeten naar de bevolking luisteren

Verkeersagent Ernest Kombelem vindt dat Afrikanen onder elkaar tot een consensus moeten komen en zelf hun problemen oplossen. "De Afrikaanse Unie is niet in staat gebleken om crises te beheersen en democratische structuren mogelijk te maken. Daarom kon de NAVO Libië bombarderen. Ik ben ontgoocheld."

Zaakvoerder Théodore Diasso wil de geschiedenis laten oordelen over Khaddafi: "Hij had verdiensten, maar je moet weten dat er een tijd is dat je beter opstapt. Meer dan 40 jaar dezelfde leider aan de macht, dat moet fout aflopen." Mahamadi Nikiéma, die als kleermaker werkt, sluit zich bij die mening aan: "Wat er nu in Libië gebeurt, zou ook in Burkina kunnen gebeuren. Onze leiders zouden beter naar de bevolking moeten luisteren. Dat is toch democratie?"

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.