about
Toon menu

Onder ieders ogen wordt Gaza welbewust kapotgemaakt

Israël vermindert de toevoer van elektriciteit aan Gaza met veertig procent. Dat brengt het aantal uur dat de Palestijnen er per etmaal over kunnen beschikken terug tot minder dan drie. Door deze maatregel wordt de humanitaire crisis in Gaza welbewust verergerd.
dinsdag 4 juli 2017

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

In de loop van mei en juni 2017 rapporteerde The Rights Forum over de humanitaire crisis waarin de Palestijnse Gazastrook wegzinkt. Een substantieel tekort aan elektriciteit en brandstof heeft een spiraal van destructie in gang gezet.

Talloze organisaties, waaronder de VN, de Wereldbank en het Rode Kruis, riepen de internationale gemeenschap op tot actie om een catastrofe te voorkomen. Het tegendeel gebeurt: met de nu aangekondigde, drastische rantsoenering wordt het laatste restje energie uit Gaza geperst.

De enige elektriciteitscentrale van Gaza bij Al-Nusayrah is stilgelegd (Ateyya Darwish / ICRC) 

 Deze rantsoenering gebeurt op verzoek van de Palestijnse Autoriteit (PA), die het in (sinds de Oslo-akkoorden door Israël afgebakende) delen van de Westelijke Jordaanoever voor het zeggen heeft en als ‘officiële regering’ de Palestijnse geldstromen beheert. Dat wapen wordt ingezet om het gezag te ondermijnen van Hamas, de partij die in 2006 via (internationaal gemonitorde en erkende) verkiezingen aan de macht kwam en sinds de gewelddadige breuk met Fatah – de dragende partij van de PA – alleen regeert in Gaza. Eerder halveerde de PA zestigduizend salarissen van ambtenaren in Gaza en werd de levering van medische voorraden en babymelk teruggeschroefd.

Israël verantwoordelijk

Gaza is voor de levering van elektriciteit volledig afhankelijk gemaakt van Israël. Gaza’s eigen elektriciteitscentrale werd in 2014 door Israël goeddeels verwoest, en op minimumniveau aan de praat gehouden. In april 2017 ging de stekker eruit: de centrale is op, de brandstof onbetaalbaar en geldschieters Qatar en Turkije hebben zich teruggetrokken.

Op hetzelfde moment besloot Egypte zijn stroomleveranties aan Gaza te staken, volgens eigen zeggen vanwege technische oorzaken. Het feit dat Gaza vanwege de Israëlische blokkade niet in staat is om zelf energie te importeren, laat slechts één leverancier over: Israël.

Studeren bij kaarslicht in Palestijns vluchtelingenkamp Khanyounis in de Gazastrook (Mohammed Seba/EPA)

 Als bezetter – de blokkade van Gaza geldt internationaalrechtelijk als vorm van bezetting – heeft Israël de verplichting om de lokale bevolking een fatsoenlijk bestaan te garanderen. De aanvoer van voldoende brandstof en elektriciteit maakt deel van uit van die verplichting. De Israëlische NGO Gisha, die opkomt voor de Palestijnen in Gaza, wees de Israëlische regering op 11 juni 2017 in niet mis te verstane bewoordingen  op haar verantwoordelijkheid:

“De toevoer van elektriciteit naar Gaza verminderen is een rode lijn die we niet mogen passeren... Er moet dringend actie komen om de infrastructuur van Gaza op een niveau te brengen dat tegemoetkomt aan de noden van de bevolking... De collectieve verantwoordelijkheid van de Palestijnse Autoriteit, van de de-facto regering van Hamas (in Gaza), van Egypte en van de internationale gemeenschap voor de lamentabele toestand van de infrastructuur van Gaza vermindert de overduidelijke aansprakelijkheid van Israël niet, noch van zijn onontkoombare rol in het herstellen van die infrastructuur.”

Open riool in Wadi Gaza, Gaza’s enige centrale op de achtergrond (CC)

 “Israël is niet zomaar een leverancier van dienst, die neutraal antwoordt op de verzoeken van een kliënt. Gezien zijn uitgebreide controle over het leven in de Gazastrook is Israel verantwoordelijk voor het mogelijk maken van en normaal leven van de bewoners. Israël is verplicht oplossingen te vinden voor de voortgezette levering van elektriciteit op het huidige niveau. Israël moet actieve stappen ondernemen om in toenemende mate voorraden te leveren, die de bewoners – wiens belastingen door Israël worden geïnd - toelaten in aanvaardbare omstandigheden te leven.”

Wat Israël betreft bestaat er echter noch een bezetting, noch een verplichting. De blokkade van Gaza is voor Israël een uitkomst: bijna twee miljoen Palestijnen, opgesloten op minimaal grondgebied, worden op deze manier effectief afgehouden van hun legitieme recht van terugkeer naar de huizen en dorpen in Palestina/Israël waaruit zij of hun (groot)ouders door Israël werden verdreven.

Vluchteling voor altijd, sinds de Nakba in 1948 (CC by 3.0) 

 Israël heeft dus alle belang bij de onbarmhartige blokkade – en kan zich die veroorloven: de internationale gemeenschap weigert druk op het land uit te oefenen om de blokkade te beëindigen, en neemt Israël bovendien de verplichting uit handen om de Palestijnse bevolking een fatsoenlijk bestaan te garanderen; de meeste inwoners worden middels kostbare internationale hulpprogramma’s net in leven gehouden.

Eén-tweetje met de Palestijnse Autoriteit

Israël heeft één uitgesproken wens: Hamas verdrijven, in de hoop het gezag van de PA tot Gaza uit te breiden. Dit in de reële veronderstelling dat de PA vérgaand met Israël zal blijven samenwerken en onder meer zijn goedgetrainde veiligheidstroepen tegen de bevolking van Gaza zal inzetten om sporadische raketaanvallen op Israël te verhinderen.

Wat betreft het ondermijnen van Hamas lopen de belangen van Israël en de PA dus parallel, waarbij de laatste cynisch genoeg opdrachtgever is van de eerste. Israël laat zich namelijk door de PA betalen voor de aan Gaza geleverde stroom: het houdt de kosten in op de namens de PA gecollecteerde belastingen.

De ongelijke strijd tegen het democratisch gekozen Hamas wordt uitgevochten over de rug van de bevolking van Gaza, en daarbij zijn alle middelen toegestaan. De kleine Gazastrook is al volstrekt onbewoonbaar. Israël leverde tot dusver slechts dertig procent van de elektriciteitsbehoefte. Daar gaat nu nog bijna de helft vanaf.

Het wachten is op grote aantallen slachtoffers en epidemieën, op een milieuramp zonder weerga, op chaos en geweld. De wereld kijkt toe. Ook in Nederland zwijgen regering, politieke partijen en NGO’s als het spreekwoordelijke graf. Met één uitzondering: deze maand startte de jongerenorganisatie van GroenLinks de campagne Dorst naar Vrede. Het wachten is op het moment dat deze uitgroeit tot een landelijke actie.