In Halle keken velen, en alleszins vele Afro-Belgen en Congolezen, verstomd, ja zijn zij zelfs boos omdat het Stadsbestuur zich zo ‘haastte’ om het borstbeeld van Leopold II (voorlopig?) terug op zijn sokkel te hijsen. Na de koninklijke spijtbetuiging (30.06.2020) is dat nog merkwaardiger. Foto: Miel Clement
Opinie - Miel Clement

Spijtbetuiging van Koning Filip is niet genoeg

dinsdag 14 juli 2020 17:32
Spread the love

 

Congo conquête pacifique: een leugen!

De Vader van de Afrikanistiek, Jan Vansina, schrijft in het voorwoord bij Daniel Vangroenweghe’s Rood Rubber. Leopold II en zijn Kongo (1985): ‘Geweld was de norm, omdat aan de basis van elke koloniale bezetting het recht van de sterkste ligt en bijgevolg de onderwaardering van de autochtone bevolking, die door haar minderwaardigheid de kolonisering rechtvaardigt. Zoiets noemde men: mission civilisatrice. Geweld was de norm, omdat men een reusachtige kolonie had veroverd zonder de geldmiddelen om die te organiseren en te exploiteren.’

Een absoluut monarch heerst over zijn Congo Vrijstaat zonder leiband

Overeenkomstig artikel 62 van de Belgische grondwet verleenden de Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat eind april 1885 met de vereiste tweederde meerderheid de Koning der Belgen, Leopold II, toestemming om soeverein te worden van een reusachtige kolonie in het Congobekken. Een zogenaamd personele unie trad in werking: Leopold II werd, naast constitutionele koning der Belgen, ook de absolute monarch van Congo Vrijstaat.

In 1890 en 1895 stond Congo Vrijstaat aan de rand van een faillissement, maar werd gered door leningen verleend door de Belgische Staat. In ruil daarvoor verwierf België in 1890 het recht om Congo in 1901 te annexeren, alsook om zich jaarlijks inlichtingen te doen verstrekken over de economische en financiële toestand van de Vrijstaat. In 1901 kwam het (nog) niet tot een annexatie. België behield toen weliswaar zijn annexatierecht, maar verloor de financiële controle over zijn toekomstige kolonie.

Aldus heerste Leopold II vanaf 1901 (opnieuw) zonder leiband over zijn Congo, al moet dat toch enigszins worden gerelativeerd. De afstand maakte het bijvoorbeeld krijgsheren zoals Dhanis en Lothaire mogelijk om in Congo eigengereid op te treden. Dhanis ontketende zo op eigen initiatief de Arabische Veldtocht (1892 – 1894): hij lapte de bevelen uit Brussel aan zijn laars.

Rood Rubber stoot Leopold II, na hardnekkige weerstand, van zijn sokkel

Rubberzones bevonden zich voornamelijk in Aruwimi, Bangala, Evenaar, Kasaï, Leopold II-meer en Ubangi. Overheid en concessiebedrijven (Anversoise, ABIR, S.A.B., e.a.) dwingen de bevolking om wilde rubber te oogsten. Als een dorp onvoldoende rubber produceert, volgt er geweld: platgebrande dorpen, verminkingen, verkrachtingen, gijzelingen, moordpartijen.

Op 31 januari 1899 schrijft Leopold II: Er moeten voorbeelden worden gesteld. Deze afschuwelijke zaken moeten stoppen of ik trek mij terug uit Congo. Rond 1904 neemt de internationale kritiek op het exploitatiesysteem van de Congostaat toe. De Britse beschuldigingen – voornamelijk op basis van het rapport van Roger Casement, Brits consul in Congo en van de publicaties van E.D. Morel, journalist – worden in België afgedaan als een complot tegen Congo Vrijstaat. In 1904 verloochent Leopold II ook zijn verontwaardiging van 1899. Hij oordeelt dat de Belgische consul in Liverpool het Casement-rapport terecht heeft bestempeld als een smaadschrift.

Onder groeiende druk ziet Leopold II zich tenslotte echter genoodzaakt een onderzoekscommissie naar Congo te sturen. Voorzichtig erkent deze commissie in 1905 de wantoestanden. Over de wreedheden aan het Leopold II-meer – het Kroondomein – was echter niets uitgelekt, omdat dit gebied niet op het voor de onderzoekscommissie uitgestippelde traject lag.

In België stellen de jurist F. Cattier (“Etude sur la situation de l’Etat Indépendant du Congo”) en de jezuïet A. Vermeersch (“Question congolaise”) in 1906 de veroordeling van het exploitatiesysteem van Congo Vrijstaat nochtans op scherp en bepleiten de annexatie. Hetzelfde jaar worden er weliswaar hervormingsdecreten voor Congo afgekondigd, maar de aandacht daarvoor wordt afgeleid door Leopolds brutale boodschap dat zijn rechten over Congo niet kunnen worden gedeeld en dat de wijze waarop de openbare macht in Congo wordt uitgeoefend enkel en alleen aan Hem, als stichter van de Vrijstaat toekomt.

In tegenstelling tot de mythe dat Leopold zijn kolonie aan België schonk, liet de koning Congo tenslotte niet zomaar gaan. Hij probeerde zoveel mogelijk controle te behouden. Door moeizame onderhandelingen kwam de kolonie pas in 1908 in Belgische handen.

De ironie van de geschiedenis: Het koloniale genie Leopold II (sic) als sleutelfiguur van de koloniale propaganda

Na de dood van Leopold II nam de Belgische koloniale propaganda vrij snel een hoge vlucht. Zij kende daarbij een centrale rol toe aan Leopold II en rehabiliteert zijn Congo Vrijstaat (1885 – 1908). Matthew G. Stanard schrijft daarover in I. GODDEERIS, A. LAURO & G. VANTEMSCHE, Koloniaal Congo. Een gechiedenis in vragen: ‘De geschiedenis kan ironisch zijn: na 1908 werd de periode van de Onafhankelijke Congostaat gerehabiliteerd om de Belgische aanwezigheid in Centraal-Afrika te rechtvaardigen, terwijl het wanbestuur en de illegitimiteit van de Onafhankelijke Congostaat in de ogen van de internationale gemeenschap Leopold II er juist toe gedwongen hadden om zijn Congo aan België over te dragen.’

Voor 1908 waren er nog maar weinig koloniale monumenten in België, maar na de Grote Oorlog kwam er een groot aantal bij. Toen werden ook de twee grote ruiterstandbeelden van Leopold II gebouwd: op het Troonplein in Brussel (1926) en op de zeedijk in Oostende (1931). Naast honderden herdenkingsmonumenten, werden in de periode 1920- 1930 zo’n 170 straten naar een koloniale held genoemd. Op lokaal niveau verenigden veel (ex-)kolonialen zich in cercles coloniaux. Koloniale geschiedschrijving die de heldendaden en het beschavingswerk van de Belgen in Congo hoog prees, was tijdens het interbellum ook erg in trek. De pro-koloniale ideologie van toen droeg uiteraard bij tot de onkritische hagiografieën.

Fiévez de duivel van de Evenaar (1893 -1896) in 1952 aangeklaagd door pater Boelaert

Meer dan 4 decennia na de annexatie (in jaargang 1952 van het tijdschrift Aequatoria ), schetste pater Boelaert een beeld van het schrikbewind van districtscommissaris Fiévez (1893 – 1896): ‘Gedreven door honger, keerden de dorpelingen terug naar hun door de militairen bezette velden en woonplaatsen. Ten teken van onderwerping moesten zij dan niet alleen rubber aanbrengen, maar ook rekruten voor de Weermacht (Force Publique), vrouwen voor de soldaten, mannen én vrouwen voor het werk op de staatsposten en kinderen voor de schoolkolonies van de staat. Ontelbare manden met afgehakte handen werden door de soldaten aangevoerd ter verantwoording van de door hen gebruikte munitie.’

In de jaren 1950 draait de koloniale propagandamachine op volle toeren

Hoewel de koloniale rijken tussen 1945 en 1975 instortten, draaide de Belgische koloniale propagandamachine vooral in de jaren 1950 sterker dan ooit tevoren.

Overal in het land werden nieuwe monumenten ingehuldigd ter ere van Leopold II en zijn toenmalige koloniale medestanders: in Aarlen (1951), Halle (1952), Hasselt (1952), Gent (1955), Vorst (1957), Bergen (1958) en Namen (heropgericht in 1958). Op Expo 58 waren er zeven grote paviljoenen gewijd aan Congo en Ruanda-Urundi met een exotische tuin en een zogenaamd inheems dorp. Aan de ingang van het hoofdpaviljoen van de Congo-afdeling stond een bronzen buste van Leopold II, met daarboven een uitspraak van hem: ‘Ik heb het Congowerk ondernomen in het belang der beschaving en voor het welzijn van België.’

Onverwerkt koloniaal verleden

Naast J. Stengers (1922 – 2002 ) (Congo, Mythes et Réalités. 100 ans d’histoire, Duculot, 1989) en Afrikaanse auteurs zoals bijvoorbeeld I. Ndaywel è Nziem en J. Omasombo Tshonda, wierpen van Vlaamse zijde in de twee laatste decennia van vorige eeuw de publicaties van J. Marchal (1924 – 2003/schuilnaam A.M. Delathuy) en D. Vangroenweghe – wars van de naoorlogse koloniale propaganda en patriottische geschiedschrijving – een fundamenteel ander licht op het beleid van Leopold II in Congo. Voor velen werd het een hard ontwaken uit de Belgische amnesie over het koloniale verleden. Bleek immers dat de nietsontziende rooftocht van Leopold II in ‘zijn’ Congo Vrijstaat (1885 – 1908) minstens een derde van de Congolese bevolking het leven heeft gekost (Bart Brinckman, De Standaard 01.05. 2018).

Een maatschappelijk debat werd opgestart, waaraan Afro-Belgen en andere Congolezen actief moeten deelnemen. Bij dit debat vormde King Leopold’s Ghost. A story of Greed, Terror, and Heroism in Colonial Africa (1998) van A. Hochschild (een bestseller die ook naar het Nederlands werd vertaald) onmiskenbaar een schakel of doorgeefluik tussen de wereld van het academisch onderzoek en het bredere publiek.

Dit debat werd nieuw leven ingeblazen in het vooruitzicht van de heropening eind 2018 van het AfricaMuseum. Koning Filip was weliswaar niet aanwezig op die heropening, maar voor- en nadien werd het maatschappelijk debat weeral geruggensteund door nieuwe wetenschappelijke werken: J.-L. Vellut – Congo. Ambitions et désenchantements 1880 – 1960 ” (2017), P.-L. Plasman – Léopold II, Potentat Congolais. L’action royale face à la violence coloniale (2017), L. Renders – Koloniseren om te beschaven. Het Nederlandstalige Congoproza van 1596 tot 1960 (2019), Lucas Catherine – Het dekoloniseringsparcours. Wandelen langs Congolees erfgoed in België (2019), M.Z. Etambala – Veroverd Bezet Gekoloniseerd Congo 1876 – 1914 (2020) en I. GODDEERIS, A. LAURO & G. VANTEMSCHE (Red.) – Koloniaal Congo. Een Geschiedenis in Vragen (2020).

En toen kwam Black Lives Matter en werden witten terecht geïnterpelleerd door de veertienjarige Noah N.L.: Je ziet toch ook geen standbeeld van Adolf Hitler in Berlijn? (DS 03.06.2020 / Het Salon van Sisyphus, 26.06.2020).

Spijtbetuiging van Koning Filip is niet voldoende

Vanzelfsprekend moeten er, na de betuiging van diepste spijt door koning Filip voor geweld- en gruweldaden ten tijde van Congo-Vrijstaat (1885 – 1908) en voor leed en vernederingen toegebracht gedurende de periode van Belgisch Congo (1908 – 1960), nog verdere concrete stappen worden ondernomen.

Het collectieve geheugen (resp. de verantwoordelijkheid) is weliswaar niet hetzelfde voor de eerste en de tweede periode. In 1908 bestond de Congostaat uit een honderdtal posten, die slechts bemand werden door een paar honderd witte officieren en ambtenaren – niet allemaal Belgen (en de eerste administrateur-generaal in Congo Vrijstaat in 1885 was een Brit: Sir Francis de Winton) – en een tienduizendtal zwarte soldaten – het merendeel toen reeds afkomstig uit Congo.

Het collectieve geheugen geldt uiteraard ook voor de postkoloniale periode.

Voor initiatieven om van Belgische federale zijde verdere stappen te ondernemen is het noodgedwongen wachten op een nieuwe regering.

In Halle keken velen, en alleszins vele Afro-Belgen en Congolezen, verstomd, ja zijn zij zelfs boos omdat het Stadsbestuur zich zo ‘haastte’ om het borstbeeld van Leopold II (voorlopig?) terug op zijn sokkel te hijsen. Na de koninklijke spijtbetuiging (30.06.2020) is dat nog merkwaardiger. Foto: Miel Clement

 

Bibliografie:

Benevens de in het artikel reeds vermelde titels:

  • L. CATHERINE, “Het dekoloniseringsparcours. Wandelen langs Congolees erfgoed in België”, EPO, 2019.
  • R. SENELLE (1918 – 2013) & E. CLEMENT, ”Léopold II et la Charte Coloniale. De l’Etat Indépendant du Congo à la Colonie Belge’’, ed. Mols, 2009.
  • I. NDAYWEL è NZIEM, ‘’Histoire générale du Congo’’, De Boeck & Larcier, 1998.
  • A.M. DELATHUY
    • ‘’Missie en Staat in Oud-Kongo, 1880 – 1914”, EPO, 1992;
    • ‘’De Kongostaat van Leopold II. Het verloren paradijs. 1876/ 1900 », Standaard Uitgeverij, 1989.
  • V. FOUTRY & J. NECKERS, “Als een wereld zo groot waar uw vlag staat geplant. Kongo 1885 – 1960”, BRT, 1986.
  • E. CLEMENT, in: HALLENSIA (Geschied- en Oudheidkundige Kring van Halle):
    • “Nabeschouwingen bij een bijdrage over Victor Baetens (1868 – 1896), handels agent van de S.A.B. in de Kongo Vrijstaat”, 1992, nr.2;
    • “Hallenaar A.-F. Ardevel (1874 – 1898) in dienst van Leopold II en Congo Vrijstaat (1885 – 1908) & Het monument voor Koloniale Pioniers in het Halse stadspark (1932)”, 2018, nr.4;
    • “Rosalie Baetens (soeur Marie de Bon Secours) gestorven als heldin voor de beschaving in 1906 in Kisantu. Over de missionering door de Jezuïeten en de zusters van O.-L.-Vrouw van Namen in de Vrijstaat Congo 1895 – 1908”, 2018, nr.1.

 

Dit is een samenvatting van het volledig gepubliceerde artikel op het platform Salon van Sisyphus.

 

Miel (Emile) CLEMENT (° Halle, 1947):

    • publiceerde, samen met R. Sennelle (1918 – 2013): Léopold II et la Charte Coloniale. De l’Etat Indépendant du Congo à la Colonie Belge’, ed. Mols, 2009;
    • was van 1970 tot 1973 werkzaam als leraar (sociale school en lyceum) te Lisala (R.D. Congo resp. Zaïre);
    • vervulde van 1999 tot 2009 meerdere zendingen in Centraal-Afrika, in opdracht van internationale organisaties (UNDP, IPU en AWEPA) en van de Kamer van volksvertegenwoordigers van België.

 

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!