De community ruimte is een vrije online ruimte (blog) waar vrijwilligers en organisaties hun opinies kunnen publiceren. De standpunten vermeld in deze community reflecteren niet noodzakelijk de redactionele lijn van DeWereldMorgen.be. De verantwoordelijkheid over de inhoud ligt bij de auteur.

Foto: © Malkia Mutiri
Opinie - Walter De Smedt

Wat doet de procureur met de dossiers over Conner Rousseau?

Naar aanleiding van de kandidatuur van Conner Rousseau voor de Vlaamse verkiezingen in de provincie Oost-Vlaanderen stelt Walter De Smedt wat er nu gaat gebeuren met de gerechtelijke dossiers tegen Rousseau.

vrijdag 12 april 2024 08:11
Spread the love

 

“Abderrahim Lahlali, advocaat van de Brusselse Roma-vzw Kham, vraagt dat het parket van Oost-Vlaanderen snel duidelijkheid geeft over het lopende dossier tegn Conner Rousseau. Zoniet dreigt de vzw met nieuwe gerechtelijke stappen;

De advocaat stuurde het parket naar eigen zeggen in maart 2024 een brief om aan te dringen op die duidelijkheid, maar daarop kwam nog geen antwoord. ‘We kunnen niet eindeloos blijven wachten’, waarschuwt Lahlali. ‘Als er geen antwoord komt voelt mijn cliënt zich genoodzaakt om zelf stappen te zetten.’ ( Knack, 12/04/2024).

Waarom geeft het parket geen duidelijkheid?

Het is een vraag die in het uitgebreid commentaar in de media niet wordt gesteld. Het is evenwel een erg belangrijke vraag. Wat een procureur met deze zaak kan of moet doen heeft een niet te ontkennen invloed op het verdere verloop van de kandidatuur van Rousseau. En dat is bij nader toezien wel meer het geval, ook wanneer het over het lot van de gewone burger gaat.

Vervolgen, iemand voor de strafrechter brengen, is even belangrijk als het niet te doen. Aanvankelijk was dat geen probleem. Het was de plicht voor iedere procureur om te vervolgen. Sinds de wet-Franchimont heeft de procureur nu het wettelijk recht om te seponeren.

Seponeren is geen definitieve beslissing, want dat is het monopolie van de rechter. Het betekent dat de procureur de zaak opzij legt tot ze is verjaard. Hij kan het doen omdat de zaak niet belangrijk is of onderzoek er over niets oplevert.

Hij kan het ook doen om “opportuniteitsredenen”. Wat dit laatste inhoudt staat nergens. Deze recente bevoegdheidsuitbreiding van de procureur geeft hem dus een erg grote macht.

Een benadeelde kan zich verzetten tegen een seponeringsbesluit (sepot) door zich bij de onderzoeksrechter burgerlijke partij te stellen, waardoor die rechter verplicht is er een onderzoek over te doen en de beslissing of de zaak aan een strafrechter wordt voorgelegd, niet door de procureur maar door een andere rechter, die van de raadkamer, wordt genomen.

De benadeelde kan ook rechtstreeks voor de strafrechter dagvaarden zodat de zaak in ieder geval in openbare en tegensprekelijke zitting komt. Probleem is echter dat beide vormen van verzet de tussenkomst van een strafadvocaat vereisen omdat een gewone burger niet in staat is dergelijke procedures te voeren. Bovendien kost dat behoorlijk wat geld. Bijgevolg is dergelijk verzet tegen een sepot uitzonderlijk.

Wat is er nu problematisch aan het nieuwe systeem, aan het recht om te seponeren? Volgens het oude, de plicht om te vervolgen, zouden de dossiers waarin Rousseau betrokken is, in openbare zitting komen en zouden alle partijen er hun zeg in hebben.

Dan zou de publieke opinie ook geweten hebben wat er juist in die dossiers zat. Nu weet, buiten de procureur, de betrokken speurders en de verdediging, niemand wat Rousseau al dan niet heeft uitgespookt.

Bovendien mag wegens de geheimhouding van het vooronderzoek niemand van hen er iets over zeggen. De benadeelde kan zelfs strafrechtelijk vervolgd worden wegens misbruik van inzagerecht wanneer hij het toch doet.

De wet-Franchimont was zich bewust van deze lacune en gaf zowel de procureur als de verdediging het recht om zelfs tijdens het lopende onderzoek publieke mededelingen te doen indien het algemeen belang dat vereist. Daarvan wordt slechts minimaal gebruik gemaakt. Zelfs voor parlementaire onderzoekscommissies weigeren de procureurs er gebruik van te maken.

Het probleem is dus dat enerzijds de media dagelijks berichten over de zaak Rousseau, dat grote gevolgen heeft voor de man zelf als voor zijn partij, en hij na zijn ontslag als partijvoorzitter en Vlaams parlementslid nu weer op de lijst wordt gezet.

Anderzijds weten de burgers die er in het kieshokje moeten over oordelen niet wat er in de zedendossiers staat. Dat er ondertussen heel wat gebeurt zonder dat ook maar iemand er volledige kennis over heeft ligt in handen van de procureur.

Dat die er niets over meldt heeft onmiskenbaar politieke gevolgen. Dat geeft aan het begrip “opportuniteit” een inhoud die niet in overeenstemming te brengen is met de bevoegdheid van een openbaar vervolgingsambtenaar.

De zaak Rousseau is maar een sprekend, in dit geval eerder “zwijgend”, voorbeeld van mogelijk misbruik. Het gaat samen met een nog groter misbruik. Sinds de afkoopwet heeft enkel de justitieminister de macht om het strafrechtelijk beleid te bepalen.

Voorheen was dat de bevoegdheid van de procureur-generaal, en moest zijn zienswijze beoordeeld worden door de rechtspraak en de rechtsleer, wat de rechters en de academici er over dachten.

Feit is dat deze nieuwe bevoegdheidstoewijzingen aan de justitieminister en aan de procureur een niet te miskennen macht hebben gegeven om te bepalen wat wél en niet wordt vervolgd. Bovendien is er geen enkel extern toezicht op wanneer de burger zich er niet tegen verzet.

Dat het hierbij volkomen verkeerd kan gaan werd recentelijk erg duidelijk. In de Operatie Kelk, de huiszoekingen en inbeslagnames bij de kerk kwam de toenmalige justitieminister, Stefaan De Clerck, erg actief tussen in het lopend onderzoek, wat hem door de Grondwet is verboden.

Bovendien creëerde hij een nieuwe toegang tot de rechter die langs een commissie van de kerk moest lopen en gaf hij die commissie ook de macht om te seponeren. Zijn opvolger Koen Geens ging nog verder en slaagde er in de afkoopwet door het parlement te sluizen.

Deze wet gaf grote fraudeurs de mogelijkheid om hun schuld en boete af te kopen zonder langs de rechter te gaan en zonder dat er enige vermelding op het strafregister kwam. Omdat die wet niet in overeenstemming was met de Grondwet en niet beantwoordde aan de vereisten van het eerlijk proces werd de wet afgekeurd en waren er twee wetswijzigingen nodig om het opnieuw eerlijk te maken. Niet grondwettelijk en evenmin eerlijk, dat is toch wel wat?

Voorgaande elementen tonen aan hoe belangrijk de bevoegdheidsuitbreidingen, de uitbreiding van de macht, van de justitieminister en van de procureurs wel zijn. Zij beslissen nu in de plaats van de rechter en zij doen het buiten een openbare behandeling en dus ook zonder dat de burger er weet van heeft.

Vraag is dan of deze nieuwe wijze van afhandeling thuis hoort in een democratische rechtsstaat. In ieder geval is het niet in overeenstemming met de voornaamste grondwettelijke machtstoewijzing die bepaalt dat alle macht uitgaat van de Natie.

steunen

Steun voor een nieuwe website

We hebben uw hulp nodig voor een essentiële opfrissing van de website. Om die interactiever, sneller en gebruiksvriendelijker te maken hebben we 30.000 euro nodig. Elke bijdrage, groot of klein, helpt. Met uw donatie ondersteunt u onafhankelijke journalistiek die de verhalen blijft brengen die er echt toe doen. Laat uw hart spreken.

Creative Commons

take down
the paywall
steun ons nu!