De community ruimte is een vrije online ruimte (blog) waar vrijwilligers en organisaties hun opinies kunnen publiceren. De standpunten vermeld in deze community reflecteren niet noodzakelijk de redactionele lijn van DeWereldMorgen.be. De verantwoordelijkheid over de inhoud ligt bij de auteur.

Vrouwe Justitia, niet altijd blind? Foto: Public Domain
Opinie -

Justitie, sterke arm van de nieuwe welvaartsstaat?

In deze uitgebreide analyse vat Walter De Smedt de rol van justitie in België samen, naar aanleiding van recente gebeurtenissen als het Reuzegomproces en YouTube Acid, met een terugblik op historische schandalen als de moorden op Julien Lahaut en André Cools. Hij bekritiseert verschillende disfuncties van het gerechtelijk systeem, inclusief politieke inmenging, klassenjustitie en falende hervormingen en wijst op de noodzaak van eerlijke onpartijdige justitie.

donderdag 14 maart 2024 13:55
Spread the love

I. Inleiding

In Godvergeten, de VRT-reeks over misbruiken in de Kerk, maakt de rol van justitie een belangrijk onderwerp uit. Het Reuzegomproces en de bestraffing van de YouTuber Acid herhalen de vraag naar de werking van justitie.

Nieuw is dit niet. De vraag wat justitie met de moorden op vakbondsman Julien Lahaut1 en minister van Staat André Cools2 deed is oud zeer. Wie Lahaut vermoordde werd pas duidelijk nadat wetenschappelijk onderzoek de fouten van het strafrechtelijke had aangetoond. De daders werden bestraft maar er beleven meerdere vragen onbeantwoord.

Grafportret van Julien Lahaut in Seraing. Foto: Jean Housen/CC BY-SA 4:0

Het Bendedossier3 leverde twee parlementaire onderzoeken op. Of het om een ontwrichting van de staat door extreemrechts ging is een, voor zover geweten, onbeantwoorde piste. En ook in de affaire Dutroux4 was de vraag naar de werking van het strafonderzoek het voornaamste twistpunt. Je kan er andere schandalen als onder meer het Obussenschandaal, de zaak-Fortis, het Dexia-dossier en het Publifinschandaal aan toevoegen.

Dat de vraag naar de werking van justitie in maatschappelijk belangrijke dossiers nadrukkelijk aanwezig is kan daardoor niet worden ontkend. Voor ons allen is de opdracht van justitie onbetwist. Het gaat om de toepassing en de bescherming van de bestaande maatschappelijke orde.

Omdat justitie de uitvoerder is van wat in een parlementaire democratie enkel door de wetgever kan worden gewijzigd is justitie geen instrument om er uit eigen beweging, zelf, hervormingen in door te voeren. Het overdenken van de rol van justitie kan je daarom vanuit twee richtingen bekijken.

Is justitie enkel een middel, een macht, om de bestaande maatschappelijke orde te vrijwaren of kan het ook worden misbruikt om een nieuwe door te voeren? De tweede vraag is in de geest van de modale burger en zelfs in deze van de doorsnee magistraat niet aanwezig.

De vraag stellen roept zelfs en niet in het minst bij de magistratuur verontwaardiging op. Nochtans staat het in de Gids voor de magistraten die voorschrijft wat magistraten wél en niet kunnen en mogen: “Wanneer de democratie en de fundamentele vrijheden in gevaar zijn, wijkt de terughoudendheid van de magistraat voor het recht van verontwaardiging”.

Agusta A109 helikopter H05 van het Belgisch leger. Foto: Chris Lofting/GFDL 1.2

En er waren en er zijn feiten en gebeurtenissen die dermate belangrijk zijn en tot verontwaardiging leiden dat je er niet kan naast kijken. Als je het toch doet, en het met opzet gebeurt, ben je er ook voor aansprakelijk en verantwoordelijk.

Als zelfs deze begrippen worden uitgehold valt het gehele systeem van de parlementaire democratie en de ministeriële verantwoordelijkheid in mekaar. Je hoeft echt geen hogere opleiding te hebben genoten om de gevolgen daarvan te begrijpen. Ook de modale burger “voelt” dan dat hij er door bedrogen wordt.

II. De feiten

Er zijn geen redenen om aan te nemen dat de gehele justitie faalt. Het merendeel van onze magistraten zijn mensen als alle anderen, met een verhoogde en gespecialiseerde opleiding, die iedere dag doen wat zij moeten doen en die hun opdracht ook ernstig en eerlijk nemen.

Er is echter een verschil naargelang de aard van het dossier. Wanneer de belangen van de staat en het politiek beleid er mee te maken hebben, het “systeem” in vraag kan worden gesteld, wordt recht doen heel wat moeilijker.

Wanneer een magistraat in aanvaring komt met “la raison d’état” vergt dat meer kennis en ervaring, een bredere kijk, om er doorzicht in te verkrijgen. Er is ook een merkelijk verschil naargelang het om een rechter of een parketmagistraat5 gaat. Een rechter is onafhankelijk en onpartijdig of zou minstens moeten betrachten om het te zijn.

Het nieuwe Antwerpse Justitiepaleis. Oude gewoontes in nieuwe verpakking? Foto: BrianKgs/CC BY-SA 3:0

Een procureur is een procespartij die slechts met één been in de rechterlijke macht (justitie) en met het andere in de uitvoerende macht (onder de minister van justitie) staat. Deze spreidstand die door keizer Napoleon werd bedacht om langs een achterpoortje een toegang tot justitie te verkrijgen duikt in de vraagstelling dan ook geregeld op.

De centrale vraag is welke rol justitie heeft gespeeld en nog speelt in de maatschappijwijziging die omschreven wordt als het neoliberalisme. Niemand kan nog ontkennen dat de standpunten van de toenmalige Amerikaanse president Ronald Reagan en de Britse premier Margaret Tatcher de wereldorde gevoelig hebben gewijzigd.

Het privé-initiatief werd voor het gemeenschappelijk belang gesteld, de sociale rol van de staat afgebouwd. Deze opvatting staat haaks op wat wij er in de naoorlogse periode op het continent van gemaakt hadden. In het Belgisch compromis zorgde de afwisseling van coalitiepartners in het regeringsbeleid er voor dat er een evenwicht werd bereikt waarin de welvaartsstaat zorgde voor een aanvaardbare verdeling en een gelijkberechtiging.

Dat was eigenlijk niet anders dan wat de Franse Revolutie had vooropgesteld. Opdat “La Liberté” niet zou ontaarden werd er onmiddellijk “L’Egalité” aan toegevoegd. Daarin kan je al de grote rol van justitie onderkennen: de zorg voor de gelijkberechtiging is een erg belangrijke opdracht van de rechter.

… pour tous et toutes? Foto: Flickr/K.G. Hawes/CC BY-SA 2:0 DEED

Dat met de drie federale regeringen Verhofstadt-Vande Lanotte6 ook bij ons het neoliberalisme zijn weg had gevonden is een understatement. Onze kroonjuwelen werden verpatst, de besparingen van Jean-Luc Dehaene om de euronorm te halen opgesoupeerd, het zilverfonds dat voor onze pensioenen moest zorgen was een lege doos, op het einde van de rit was de staatskas leeg.

Hoewel N-VA-voorzitter Bart De Wever een verandering beloofde werd het neoliberalisme, zelfs versterkt, doorgezet. De nu herhaalde slogan verheelt dat volgens het beleid van de Vlaamse regering de welvaartsstaat langs het belang van de grote ondernemers, de bouwpromotoren, de havenbazen en de chemiereuzen gaat.

Is justitie in deze maatschappijhervorming buiten schot gebleven? Voor een dienstig antwoord moet je naar enkele specifieke hervormingen kijken. Het gaat daarbij niet over wat wij als “de hervormingen” verstaan, de hervormingen van de staat om te voldoen aan de eis van een meerderheid van de Vlaamse politieke partijen voor meer zeggenschap.

Hoewel dit onderwerp het gehele politiek debat heeft bezwaard en het nu nog doet is dit maar de veruiterlijking van een onderliggende agenda. De Volksunie7 die een ware volkspartij was geworden streefde niet naar een onafhankelijkheid maar naar een binnen de federale staat sterker Vlaanderen.

Wat de partij deed uiteenspatten was zijn verdeeldheid in verschillende strekkingen van sociale en liberale aard. Dat had tot gevolg dat die strekkingen zich bij de partijen aansloten die er zich op beriepen.

Dat aanvankelijk enkel ex-VU-volksvertegenwoordiger Geert Bourgeois, de vader van de Nieuw-Vlaamse Alliantie, in 2003 werd herverkozen bevestigt het gemis aan draagvlak voor de voorgewende beginselverklaring.

Welke hervormingen heeft justitie in deze periode ondergaan? Er zijn er zowel van feitelijke als van reglementaire aard8. De parlementaire onderzoeken over de Bende van Nijvel stelden vast dat de onderzoekspistes en de onderzoeksstrategie bepaald werden door de procureur en dat de onderzoeksrechters9 door hem onder druk werden gezet.

Professor Michel Franchimont (l) leidde de naar hem genoemde Commissie. Foto: senate.be

Een door de toenmalige justitieminister Melchior Wathelet opgerichte commissie, de Commissie Franchimont10, bevestigde de opdracht van de onderzoeksrechter en stelde dat deze “alle maatregelen moest nemen die de rechtscolleges in staat moeten stellen met kennis van zaken te oordelen”.

Daarom deed de onderzoeksrechter ook huiszoekingen en nam hij de documenten in beslag die de strafrechter in staat moesten stellen om “met kennis van zaken” te oordelen. Tot welke “disfuncties” het overwicht van de procureur en van de Rijkswacht in het bendeonderzoek leidde werd duidelijk door het parlementair onderzoek over de “Operatie Othello”.

Dit was een door de toenmalige Rijkswacht eigenmachtig uitgevoerde observatie van de huizen van Dutroux, die voor de onderzoeksrechter Doutrèwe geheim werd gehouden. Om deze operatie af te schermen maakte het Vast Comité P11 zelfs een geheel vervalst verslag.

De vraag of de Operatie Othello tot doel had een mogelijk netwerk te ontdekken werd in de parlementaire commissie wél gesteld maar niet verder onderzocht. Iedereen ging vrijuit. De opdracht van de procureur om toezicht uit te oefenen op de wijze waarop de gerechtelijke politie functioneert en deze ook bij disfuncties te sanctioneren werd vanaf 1991 gedeeld met een ander orgaan, het Comité P, door de oprichting van een andere wijze van toezicht.

De overdracht van deze bevoegdheid naar een Vast Comité P dat de emanatie is van een permanent parlementair toezicht werd echter beperkt tot algemeenheden die de burger niet kunnen dienen, waarvan hij geen gebruik kan maken, en die daardoor ook niet worden gesanctioneerd.

Eenzelfde, en nog sterker afgeschermd, toezicht door het Vast Comité van Toezicht op de Inlichtingendiensten (Comité I) kon niet beletten dat een andere ingreep werd doorgevoerd. Voordien werkten de politie en de inlichtingendiensten volkomen gescheiden.

Daar waren verschillende redenen voor. De politieambtenaren staan, als zij hun gerechtelijke opdrachten uitvoeren, onder het gezag van de onderzoeksmagistraten en kunnen daden van gerechtelijke politie stellen. Zij moeten ook de bewijzen van de misdrijven verzamelen.

Leden van een inlichtingendienst staan enkel onder het gezag van de bevoegde minister en hebben geen gerechtelijke bevoegdheid. Omdat hun actie niet tot doel heeft misdrijven te doen bestraffen sporen zij ook geen misdrijven op maar zoeken zij naar wat bedreigend kan zijn voor de staat.

Onze inlichtingendiensten maken daarom geen deel uit van de gerechtelijke actie. Zij werken in een internationaal verband in het kader van de burgerlijke tak van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO).

Dat de inlichtingendiensten geen gerechtelijke bevoegdheid hebben en zij enkel aanwijzingen van een bedreiging en geen bewijzen van een misdrijf moeten aanvoeren was oorzaak van meerdere vrijspraken in dossiers waarin zij toch tussen kwamen.

In de zaak Ferhiye Erdal, Turkse militante van de PKK (Koerdische Arbeiderspartij) die vervolgd werd voor terrorisme, maakte het Antwerpse Hof van Beroep in een arrest van honderd bladzijden om voorgaande reden een sterk gemotiveerde vrijspraak.

De voordien volkomen afgescheiden actie van enerzijds de politiediensten en anderzijds de inlichtingendiensten werd toch omgezet in een gemengde vorm van opsporing. De leiding van deze nieuwe vorm van opsporing en vervolging werd ook niet aan de bestaande parketten12 gegeven.

Daarvoor werd een afzonderlijk federaal parket opgericht. Dit nieuwe parket werd onder versterkt ministerieel gezag geplaatst en verkreeg de bevoegdheid om dossiers aan de reguliere parketten te onttrekken en aan een gemengde beslissing te onderwerpen waarin de parketmagistraten samenzitten met de vertegenwoordiger van de minister.

Deze samenspraak tussen de procureur en de vertegenwoordiger van de justitieminister, zoals die onder meer in de zaak-Erdal bleek, is op zich al problematisch omdat de justitieminister, wegens de scheiding der machten, geacht wordt niet tussen te komen in een lopend gerechtelijk onderzoek.

De betwisting over de opdracht en de bevoegdheden van enerzijds de onderzoeksrechter en anderzijds de procureur gaf professor grondwettelijk recht en minister van Binnenlandse Zaken (1994-1998) Johan Vande Lanotte de kans om een andere belangrijke ingreep door te voeren. Het strafrechtelijk beleid dat voorheen door de rechtspraak en de rechtsleer werd gevormd werd vanaf dan het persoonlijk monopolie van slechts één persoon, de justitieminister, macht pur sang.

Ondertussen groeide de stelselmatige willekeurige of niet-uitvoering van rechterlijke uitspraken. Op zich was dat alweer een ernstige aantasting van de grondwettelijke scheiding de machten. Eens je aan het basisbeginsel tornt valt ook het gehele beletsel weg.

Stefaan De Clerck. Foto: Stevenfruitsmaak/CC BY-SA 3:0

De toenmalige justitieminister Stefaan De Clerck (1995-1998 en 2008-2011) liet een rechter strafrechtelijk vervolgen omdat die zich verzette tegen de willekeurige niet-uitvoering van zijn vorig vonnis, wat volgens hem de nieuwe feiten had uitgelokt.

In de strafrechtelijke afhandeling van de misbruiken in de Kerk maakte deze minister ook eigenmachtig een feitelijke hervorming van de strafprocedure. Dat deed hij door de creatie van een ongrondwettelijke toegang tot de rechter. die langs een procespartij, een commissie van de Kerk, moest gaan.

Hij gaf aan deze commissie ook de bevoegdheid om te oordelen over de strafbaarheid van door de slachtoffers bij de commissie aangeklaagde misbruiken. Door de latere justitieminister Koen Geens (2004-2008), een voormalig zakenadvocaat, werd gevolg gegeven aan de vraag van het door zijn kantoor vertegenwoordigde cliënteel, de grote en internationale firma’s.

De rechtbank van koophandel werd een “ondernemingsrechtbank”. In de wet op de continuïteit van de ondernemingen werd het principe van de ‘goede trouw’ vervangen door de ontwijking van een feitelijke faling. Dit heeft als gevolg dat voortaan schuldeisers opdraaien voor de voortgezette activiteit.

De diensten van de Franse president Sarkozy vroegen om de hier vervolgde Kazachsche fraudeurs uit de wind te zetten. Dat vroegen zij om de levering van Franse gevechtshelikopters aan Kazachstan mogelijk te maken.

Dit verzoek viel samen met de vraag van Antwerpse diamantairs om hetzelfde te doen in de onderzoeken die hen boven het hoofd hingen. Beide verzoeken werden door het invoeren van de afkoopwet ingewilligd.

In die wet volstond het om een akkoord te maken met de procureur over een te betalen afkoopsom om een einde te maken aan de vervolging. Om het wantrouwen van de Senatoren bij de bespreking van de wet te koelen werden andere zakenadvocaten als expert opgevoerd.

Zij overtuigden de Senatoren met de bewering dat, om schuld en boete door enkel een geldsom te vervangen, een voorafgaande schuldbekentenis noodzakelijk was. Dat deze voorafgaande schulderkenning niet in de wet was opgenomen liet dezelfde zakenadvocaten nadien toe voor de rechtbanken als verdediging het gemis aan schulderkenning te pleiten.

In het parlementair onderzoek naar de wordingsgeschiedenis van deze afkoopwet kwamen alle “disfuncties” naar boven. Parlementairen hadden gelobbyd via een door leden van de Orde van Malta gebruikte weg.

Deze orde is een parallelle machtsstructuur van de Kerk, waar machtige personen hun krachten bundelen voor gemeenschappelijke doelstellingen. De huidige Paus liet daarover een uitgebreid onderzoek doen, stuurde de leiding weg, wijzigde de werking en stelde deze onder zijn persoonlijk gezag.

Hoge parketmagistraten gingen bij de voorbereiding en de uitvoering van de afkoopwet volkomen hun boekje te buiten. De éne paste een nog niet gestemde wet toe. De andere werd betrapt op de leugen dat hij niet met de diamantairs had onderhandeld, tot bleek dat hij het zelfs had gedaan om de politieke besluitvorming te beïnvloeden.

Ondanks het feit dat aan de honderdduizenden deelnemers van de Witte Mars13 werd beloofd dat justitie menselijker en transparanter zou worden werd het tegendeel gedaan. Gebruik van inzagerecht in een strafdossier werd, wanneer dit het parket niet goed uitkwam, als “misbruik” vervolgd.

Publicatie van een voor het beleid nadelige opinie wordt niet burgerlijk behandeld maar strafrechtelijk vervolgd. Toezicht op de gemengde acties van politie en inlichtingendiensten wordt, zelfs wanneer daarbij grondwettelijke rechten worden geschonden, onttrokken aan enig rechterlijk toezicht. Dat gebeurt enkel door de oprichting van een bestuurlijke commissie die gebonden is door de regels van de geheimhouding, zoals die ook voor het Vast Comité I gelden14.

Door de wet op de burgerinfiltrant mag de procureur aan agenten en burgerinfiltranten machtiging geven om misdrijven te plegen. Om het voor een openbaar debat af te schermen werden straf uitsluitende gronden van verschoning voorzien die de procureur toelaten niet te vervolgen en het geheel buiten een rechterlijk toezicht te houden.

Tot wat het kan leiden werd in de recentste aanslag door Abedelassem Lassaoued zichtbaar15. De procureur verklaarde dat hij niet wist wat er met het dossier van zijn uitleveringsverzoek gebeurde en dat wij het ook niet zullen weten. De parlementsleden aanhoorden het en gingen ongestoord naar huis.

III. Wat doen onze volksvertegenwoordigers er mee?

Het is evenzeer de vraag hoe de wetgever, onze volksvertegenwoordigers, deze maatschappijhervorming hebben beoordeeld. Wat hebben de parlementaire onderzoeken er over vastgesteld? En wat gebeurde er met de vastgestelde “disfuncties”?

Om hier wat te kunnen aan te doen werd de strafrechtelijke aanpak vervangen door een bestuurlijk-politieke. Daarvoor werd een oude voorziening, het parlementair onderzoek, vanonder het stof gehaald. De laatste maal dat strafrechtelijke vervolging, daadwerkelijk werd gebruikt was in het Agusta-schandaal16.

Dat justitie toen zijn werk deed zoals de regels het voorschrijven, en ook het openbaar ministerie zijn functie van “openbaar“ aanklager volledig invulde is van fundamenteel belang voor wat nadien is gekomen. Op 23 december 1998 veroordeelde het Hof de voornaamste betrokkenen.

Willy Claes kreeg drie jaar gevangenis voorwaardelijk en vijf jaar verbod om een openbare functie uit te oefenen. Guy Coëme en Guy Spitaels werden veroordeeld tot twee jaar gevangenis voorwaardelijk en vijf jaar verbod om een openbare functie uit te oefenen. De rechterlijke macht had voorname vertegenwoordigers van de uitvoerende politiek dood verklaard.

Dat heeft de uitvoerende macht duidelijk niet in dank afgenomen en heeft ze aangezet om maatregelen genomen om herhaling te vermijden. Het is dus de vraag wat al die parlementaire onderzoeken die elkaar hebben opgevolgd voor gevolg hebben gehad. Aan vaststellingen heeft het niet gelegen. Telkenmale werden ernstige fouten en tekortkomingen bloot gelegd.

Om aan de gevolgen ervan te ontkomen, om sanctionering te vermijden, werd een nieuw begrip bedacht: “de disfunctie”. Disfunctie is evenwel een leeg begrip dat tot niets leidt en herhaling mogelijk maakt.

Dit door het parlementair onderzoek van de zaak-Dutroux bedachte begrip was volledig tegengesteld aan het eindbesluit van de commissie dat als volgt werd geformuleerd “de normvervaging als oorzaak van alle kwaad”. Er werd ook een oplossing bedacht om voortaan alle vastgestelde “disfuncties” uit het publiek debat te houden.

Omdat de verjaringstermijn van de feiten gepleegd door de Bende van Nijvel werd verlengd werd ook de geheimhouding van het lopende vooronderzoek aangehouden. In het onderzoek van de zaak-Dutroux verdween heel wat in het bis-dossier, een afzonderlijk dossier dat niet aan de rechtbank wordt voorgelegd.

De voornaamste vraag of de Dutroux-slachtoffers Julie en Mélissa, een hongerdood stierven onder het toeziend oog van de Rijkswacht werd wel gesteld maar door de beëindiging van het onderzoek nooit verder onderzocht. Om de vroegere wantoestanden van volledig partijpolitieke benoemingen in de magistratuur te vermijden werd een Hoge Raad voor de Justitie opgericht.

De bedoeling was duidelijk: “ In hun hervormingen zijn de beleidsmakers verder gegaan dan om het even welk land in Europa. Zij beperkten zich niet tot de oprichting van een ‘Hoge Raad voor de Magistratuur’ – een concept met corporatistische bijklank – maar beslisten tot de oprichting van een Hoge Raad voor de Justitie, waarin ook leden van de burgerlijke samenleving zetelen.”

Als vertegenwoordiger van het “maatschappelijk middenveld” werd Frank Franceus benoemd. Op dat ogenblik was deze voormalige kabinetchef van minister Geert Bourgeois chef van de enquêtedienst van het Vast comité I.

Als chef enquêtes van het Comité I, dat géén organisatie van het middenveld is, mocht Franceus volgens de Wet op het Comité I geen onderzoeken doen naar de werking van de magistratuur. Volledig in tegenspraak met die inperking van zijn bevoegdheid was dat echter de essentie van zijn taak als voorzitter van de onderzoekscommissie binnen de Hoge Raad.

Op het ogenblik van zijn benoeming verenigde Franceus in zijn persoon bijgevolg twee bevoegdheden die wettelijk onverenigbaar zijn. In 2012 werd voormalig CD&V-volksvertegenwoordiger en voormalig minister van Justitie (1998-1999) Tony Van Parijs door de Senaat benoemd tot lid van deze Hoge Raad.

Dat hij als voormalig Kamerlid bij de benoemingen van katholieke magistraten “incontournable” was en hij ook als justitieminister verantwoordelijk was geweest voor alle benoemingen was blijkbaar geen bezwaar. Ook hier kan de vraag gesteld worden naar de grondwettelijkheid van de bevoegdheid van de Raad.

De Hoge Raad doet niet enkel de selectie van de kandidaten maar pikt er tevens één uit die aan de benoeming door de Koning wordt opgedrongen. Dat is een sterke beperking van de grondwettelijke opdracht van de Koning. Dat is ook geheel tegengesteld aan één van de redenen waarom die Raad werd opgericht.

Voordien kon de Koning voor een bevordering tot raadsheer in een hof kiezen uit de selectie van vier kandidaten die door het hof en de provincieraad werd gemaakt. Deze voordrachten kregen kritiek. De voordracht door het hof leek op inteelt, deze door de provincieraad was politiek getint.

Nu is er maar één voordracht overgebleven, deze door een instelling van justitie. Is dat een verbetering of een institutionalisering van de bevochten kwaal? Zou het niet beter zijn de opdracht van de Raad te beperken tot het afleveren van een bekwaamheidsattest zodat de Koninklijke beperking en het gevaar voor corporatistische bijklank wordt opgeheven?

De disfunctie is nu zelfs regel geworden om aan iedere vorm van aanspreekbaarheid en verantwoordelijkheid te kunnen ontsnappen. In de eerste Bijzondere Kamercommissie over misbruik in de Kerk werden de vastgestelde disfuncties van de toenmalige justitieminister onder de radar gehouden door de niet onderbouwde bewering dat alles met “goede trouw” was gebeurd.

In de afhandeling van het Oosterweelschandaal17 werd de verantwoordelijkheid van de voogdijministers en de vertegenwoordigers van de stad omgezet in de ontwijkende omschrijving “een cascade van collectieve beslissingen”.

Om aan de gevolgen van een rechterlijke beoordeling te kunnen ontsnappen wordt nu door de N-VA een systeem van volksberoep voorgesteld dat een vonnis van de rechtbank moet overrulen. Omdat de Grondwet de onafhankelijkheid van Vlaanderen bemoeilijkt stelt de partij een extralegale oplossing voor (letterlijk: een oplossing buiten de wet om).

IV. Besluit

Ons land was bij zijn oprichting op het gebied van justitie een voorloper. In onze grondwet werden de waarden en principes opgenomen die nadien een universele erkenning verkregen. Om te beletten dat er misbruik zou van gemaakt worden werd een dubbele twee derde meerderheid vereist om er wijzigingen in aan te brengen.

De tijd dat premier Leo Tindemans op 11 juli 1978 naar de Koning trok om het ontslag van zijn regering aan te bieden omdat de grondwet geen “vodje papier” is, is lang voorbij. Twee justitieministers, Stefaan De Clerck en Koen Geens, schoven de grondwet opzij om hun ding te kunnen doen. Zij mogen gerust de doodgravers van de christendemocratie worden genoemd.

De eerste deed het om de clerus, de geestelijke leiders van zijn kerkgenootschap, te beschermen. Een beter voorbeeld van klassenjustitie is er niet.

De tweede deed het om de vraag van het cliënteel van zijn advocatenpraktijk, het grootkapitaal, uit de wind te kunnen zetten bij vervolging wegens fraude, alweer een duidelijke vorm van klassenjustitie.

In tegenstelling met de eigenmachtige handelingen van De Clerck volgde Geens wel de legale weg, maar hij deed dat met handigheden en “hinkstapsprongen”, met uit elkaar gehaalde stukken die in verschillende commissies werden behandeld. Er werden door hem ook experten-professoren opgevoerd die hun academische meerwaarde opofferden aan de verzuchtingen van hetzelfde advocaten-cliënteel.

  • De eerste en meest brutale miskenning van de grondwet werd door een Bijzondere Kamercommissie nog als een uiting van ‘goede trouw’ beschouwd.
  • De tweede werd door het Grondwettelijk Hof afgekeurd.

Beide vormen van klassenjustitie bleven, zoals dat ook het geval was met alle vaststellingen van alle parlementaire onderzoekscommissies, zonder verdere sanctionering. Het voornaamste wapen om soortgelijke vormen van ongehoorzaamheid aan de wet te bestraffen, het misdrijf van samenspanning van ambtenaren tegen de wet werd volkomen opzij geschoven.

Voor bestraffing van dit misdrijf is het voldoende dat ambtenaren overleg plegen tegen de wettelijke voorzieningen ongeacht of het doel al dan niet wordt bereikt.

Het is voor wie er in gelooft en vooral voor wie er deel van uitmaakt geen prettige ervaring om te moeten vaststellen dat justitie niet enkel gebruikt, maar zelfs misbruikt werd om de maatschappijhervorming naar het neoliberalisme en de klassenjustitie door te zetten.

Dat het wel degelijk is gebeurd kan je duidelijk merken door de afkeuring door het Grondwettelijk Hof van de eerste versie van de afkoopwet. Justitie werd er in misbruikt om de nieuwe ongelijkheid door te voeren.

Er waren ook twee wetswijzigingen nodig om deze wet opnieuw in overeenstemming te brengen met de vereisten van de eerlijke procesgang. Dat justitie door deze gang van zaken ongelijk en bovendien oneerlijk is geworden is geen kleinigheid die zomaar kan vergeten worden.

Is het toeval dat de vertegenwoordigers van de conservatieve “stand” binnen de christendemocratie, Stefaan De Clerck, Tony Van Parijs, en Koen Geens, justitieminister konden worden? Was dat niet in duidelijke tegenstelling met de vorige machthebbers onder premier Martens?

De passage in de memoires van Wilfried Martens over “Poupehan”18 spreekt boekdelen. “Ik kan ervan getuigen dat Poupehan geen elitaire bijeenkomst was van topfiguren uit de politieke, syndicale of financiële wereld. Ik zie ons daar nog zitten: Fons, de zoon van een veevoederfabrikant uit Zulte Hubert, een arme maar begaafde student, ikzelf, een boerenzoon en Jef, de kleermaker.”

“We wilden de samenleving door een flessenhals halen, maar we poogden tegen iedere prijs te vermijden dat daarbij angst of verdriet werd veroorzaakt bij wat wij ‘de kleintjes’ noemden, het deel van de bevolking dat met een minimuminkomen moest leven. Jef vocht tot het uiterste om de lasten en inspanningen zo rechtvaardig mogelijk te verdelen, zodat de sterkste schouders de zwaarste lasten zouden dragen.”

In het door de twee justitieministers De Clerck, die daarvoor van 1999 tot 2003 ook partijvoorzitter van de CVP-CD&V was geweest, en Geens gevoerde beleid was geen sprake meer van de bescherming van de ‘kleintjes’ maar integendeel van de bescherming van de groten ten koste van de kleintjes.

De Clerck koos voor de bescherming van de Kerk en zijn prinsen. Geens zette met zijn afkoopwet de grote fraudeurs uit de wind, beiden deden dat tegen de grote principes in.

Dat in het Arco-dossier de kleintjes binnen het ACV door hun eigen mandatarissen werden bedrogen wegens de megalomanie van de DEXIA-bankiers is een bevestiging van het toenmalig overwicht van de rechtse figuren in een christendemocratie waarin het tot Beweging.net omgevormde ACW zich terecht niet meer vertegenwoordigd en bedrogen voelt.

Dat ook magistraten, en daaronder ook zij die de christendemocratie als leidraad hebben, deze hervorming, het nieuwe aan één persoon overgedragen strafrechtelijk beleid, hebben ondergaan kan dan ook niet verwonderen.

Het geeft ook aan waarom de kritiek op het Reuzegomarrest en de veroordeling van Acid zowel als het lekken van de examenvragen in de Hoge Raad voor de justitie mogelijk zijn geworden. Dat een burger er zich tegen verzette en één jongeling wél strafrechtelijk werd aangepakt omdat hij door het zicht van het totaalbeeld één individueel element over het hoofd zag, roept begrijpelijke algemene verontwaardiging op. Dit alles gebeurt terwijl de auteurs van de hervormingen op geen enkele wijze werden gesanctioneerd.

Vraag is dan wat er nu met deze “disfuncties” gaat gebeuren. Wat zal het advies van de Hoge Raad zijn over de ongrondwettelijke tussenkomst van de toenmalige justitieminister in het onderzoek naar misbruik in de Kerk? Waren de zittingen van het hof van beroep te Brussel al dan niet regelmatig?

Daar werd beslist de in de operatie Kelk in beslag genomen overtuiging stukken aan de Kerk terug te geven, zodat de strafrechter er geen kennis kan van nemen. Gaat de huidige parlementaire onderzoekscommissie het andermaal als “collectieve disfuncties” afdoen zodat sanctionering nogmaals achterwege blijft?

Of wordt dit allemaal opnieuw over de verkiezingen heen getild zodat de kiezer dit in het kieshokje, op de enige plaats waar hij zijn verontwaardiging kan formaliseren, in de plaats van zijn volksvertegenwoordigers moet doen?

Het ziet er niet goed uit. Ook het debat over de grootste “disfunctie” van allen, de financiering van de politieke partijen wordt over de verkiezingen getild. Deze wet onttrok het geld en de daarmee samengaande macht aan de Natie en zijn vertegenwoordigers en schonk het aan grondwettelijk onbestaaande en enkel feitelijk werkende organisaties die de politieke partijen zijn.

De burger en zijn vertegenwoordigers werden er door onderworpen aan de wil van enkelingen. Het debat werd verplaatst van het halfrond naar de sociale media. De parlementaire fracties worden het woord ontnomen en alweer vervangen door de stunts van enkele ego’s die surfen op de baren van het populisme.

De burger, die vanuit de buik oordeelt, voelt wel dat het allemaal niet meer kan. Om het ook te begrijpen heeft hij echter veel tijd nodig. Intussen drijft zijn buikgevoel hem naar diegenen die er slapend rijk van zijn geworden en er natuurlijk evenmin afstand van wensen te doen.

Wanneer wordt de Witte Mars van het verleden zwart? Zijn de gele hesjes voor goed opgeborgen? Zij die aan de centen zitten weten het wél. Zolang de burger brood en spelen heeft en dat heeft hij nu in voldoende mate, dreigt er geen revolutie.

Maar het kan verkeren. Als de te verwachten besparingen ook de welvaartsstaat en het belangrijkste bestanddeel ervan, de sociale zekerheid, zal aantasten is algemene verontwaardiging sterk onvoldoende.

Want met enkel verontwaardiging bereik je niets.

Notes:

1   Julien Lahaut (1884-1950) was volksvertegenwoordiger en voorzitter van de KPB (Kommunistische Partij België). Hij werd vermoord voor zijn woning in Seraing door vier personen met anticommunistische motieven.

2   André Cools (1927-1991) was politicus van de toen nog unitaire BSP-PSB (Belgische Socialistische partij). Hij werd vermoord in Luk op 18 juli 1991.

3   Onderzoek naar de aanslagen die een bende (in de volksmond: de ‘Bende van Nijvel’) pleegde in de periode 1982-1985, waarbij 28 doden vielen.

4   In 1996 werd Marc Dutroux (°1956) aangehouden op verdenking van verkrachting en moord op meerdere meisjes. Tijdens het onderzoek kwamen talrijke dysfuncties van het gerecht en de politie aan het licht. De zaak leidde onder meer tot de afschaffing van de Rijkswacht.

5   Parketmagistraten vervolgen in naam van de gemeenschap overtreders van de wet. Zij beschuldigen en vervolgen maar oordelen niet, dat laatste doet de rechter. Zij pleiten tijdens de rechtszaak ‘à charge’ tegen de beschuldigde. Parketmagistraten worden ook procureurs genoemd.

6   Verhofstadt I (1999-2003), Verhofstadt II (2003-2007), Verhofstadt III (2007-2008).

7   De Volksunie (VU) was een Vlaams-nationalistische partij (1954-2001). De rechtervleugel is opgegaan in de huidige Nieuw-Vlaamse Alliantie (N-VA), de linkervleugel heeft geen nieuwe eigen structuur gevonden. De overblijvende volksvertegenwoordigers zijn opgegaan in de CD&V, Open VLD, Vooruit en Groen.

8   De Rijkswacht was een nationaal georganiseerde politiedienst zonder band met de gemeentelijke en stedelijke politiekorpsen. Hoewel zowat alle politiediensten bleken te hebben gefaald in het onderzoek naar de misdaden van Marc Dutroux, werd de Rijkswacht als hoofdverantwoordelijke aangeduid. In 2001 werd de Rijkswacht afgeschaft en vervangen door de huidige federale politie.

9   De onderzoeksrechter is de magistraat die op vraag van de procureur een gerechtelijk onderzoek leidt. Hij/zij beslist o.a. over te onderzoeken pistes, geeft bevelen tot huiszoeking en aanhouding van verdachten. Hij oordeelt over te ondernemen onderzoeksstappen maar spreekt zich niet uit over schuld en boete.

10   Naar de voorzitter van deze Commissie, professor Michel Franchimont. Deze commissie van juridische experten moest de knelpunten in de strafprocedure weg nemen en voorstellen formuleren voor de hervorming van de strafprocedure.

11   Het Vast Comité van toezicht op de Politiediensten (Comité P) doet o.a. onderzoek naar mogelijke disfuncties of mogelijke misdrijven bij de politiediensten. Dit orgaan is onafhankelijk en beslist collegiaal.

12   Het openbaar ministerie, de dienst van de procureur, wordt ook “het parket” genoemd. Deze benaming verwijst naar de plaats waar het parket voorheen in de zittingzaal plaats nam, niet naast de rechter, maar er voor, op het parket waar ook de andere procespartijen plaats nemen.

13    Op 20 oktober 1996 wandelden meer dan 300.000 burgers door de hoofdstad om hun verontwaardiging te uiten over de slechte werking van politie en justitie in de zaak-Dutroux. Zij eisten vooral een betere bescherming van kinderen, meer menselijkheid en meer transparantie.

14   Een burgerinfiltrant is een gewone burger die bijstand verleent in een gerechtelijk onderzoek o.a. door te infiltreren in misdaadorganisaties. Het fundamentele probleem is dat zij tijdens hun infiltratie meestal ook mededaders van gepleegde misdrijven worden. Met een wet poogde de overheid hier een mouw aan te passen.

15   Op 16 oktober 2023 schoot de Tunesiër Abdelassem Lassoued drie Zweedes voetbalsupporters neer in Brussel, waarvan er twee overleden. Hij werd daarna in een café door een politiedienst dood geschoten. Hij bleek een voortvluchtige te zijn voor het Tunesisch gerecht, dat een uitleveringsverzoek had gericht aan het Belgisch gerecht. Dat bevel was nooit uitgevoerd.

16   Bij de aankoop van Italiaanse Agusta-helikopters voor de Luchtmacht werden miljoenen Belgische frank steekpenningen beloofd aan politici van de PS en de SP (nu Vooruit).

17   Over wanpraktijken tijdens de voorbereiding van de plannen voor een verlening van de Antwerpse Ring over de noordkant van Antwerpen. Oosterweel is een dorp dat bij de uitbreiding van de haven werd afgebroken en waar zich nu de petroleumdokken bevinden.

18   Tussen 1982 en 1987 pleegden eerste minister Wilfried Martens, ACV-leider Jef Houthuys en voorzitter van de BAC-bank Hubert Detremmerie geheim overleg in het buitenverblijf van gouverneut van de Nationale Bank Fons Verplaetse in het (Belgisch) Luxemburgse dorpje Poupehan.

Creative Commons

take down
the paywall
steun ons nu!