Opinie - Lise Vandecasteele en Anne Delespaul

Wat kunnen we leren uit financiële kater van het corona contactonderzoek?

‘Factuur contract tracing te duur, call centra vragen fors door’, kopt de krant Het Nieuwsblad op 8 mei. Al maanden weten we dat contactonderzoek een essentieel element is in de strijd tegen de pandemie. Ons land kan daar nu eindelijk mee starten. Maar wat blijkt nu? Commerciële call centra sleepten het contract binnen en ze rekenen daar fors voor door. Contactonderzoek zou een belangrijk onderdeel moeten zijn van de preventieve gezondheidszorg. Het hoort niet thuis in de handen van commerciële spelers want dat komt de kwaliteit noch de kostprijs ten goede.

dinsdag 19 mei 2020 15:14
Spread the love

Het is niet dat we niet gewaarschuwd waren. Half maart trekt de directeur van de Wereldgezondheidsorganisatie al aan de alarmbel: “We zien wereldwijd een snelle toename van maatregelen rond social distance. Maar we zien geen dringende toename van de strategie van testen, opsporen en isoleren, die nochtans de ruggengraat van de strijd tegen het coronavirus is.” Toch duurt het nog bijna twee maanden, tot 11 mei vooraleer in België het contactonderzoek van start kan gaan.

Commerciële callcentra

Als pas op 20 april de regionale overheden de opdracht krijgen het contactonderzoek te organiseren, kijken ze alle drie meteen in de richting van de commerciële callcentra. Gezien de korte tijd om alles te organiseren zien ze geen andere mogelijkheden. Enkele grote ondernemers wrijven zich meteen in de handen en profiteren daarvan om de prijs fors op te drijven. Spilfiguur in Vlaanderen is multimiljonair Christian Dumolin met zijn callcenterdivisie IPG. Maar ook Limburgs VOKA-voorzitster Karin Van De Velde en miljardair Roland Duchatelet halen contracten binnen met hun callcenter CallExcell.

Het gaat hier nochtans om een gevoelige materie. Contactonderzoekers stellen vragen over je privéleven en dat is volgens de wet enkel voorbehouden voor ambtenaren. De regionale overheden hebben een eigen ‘Dienst infectieziektebestrijding’ die vertrouwd is met contactonderzoek naar besmettelijke ziektes. Er werd daarom op 6 mei met spoed een aanpassing aan het decreet goedgekeurd in het Vlaams parlement zodat externe – lees commerciële – partners kunnen ingeschakeld worden.

In andere landen lukte het wel om op enkele weken tijd een publieke dienst voor contactopsporing op te zetten. Zo was Ierland één van de eersten die van in het begin van de coronacrisis met contactopsporing begon. Elke Ier die positief test wordt opgebeld. Tot dusver werken er 200 contactopspoorders, maar in totaal hebben 1.700 mensen de opleiding gevolgd. Het gaat om mensen uit het leger, ambtenaren en gezondheidswerkers. Ook in Nieuw-Zeeland zijn het de twaalf Public Health Units die het contactonderzoek op zich nemen.

Dergelijk contactonderzoek is normaal een vast onderdeel van de preventieve gezondheidszorg. Je probeert in te grijpen voordat het virus de kans krijgt een andere persoon te besmetten. Voor seksueel overdraagbare aandoeningen gebeurt dat bijvoorbeeld door het Tropisch Instituut in Antwerpen en voor tuberculose door het VRGT (Vlaamse Vereniging voor Respiratoire Gezondheidszorg en Tuberculosebestrijding).

Wat liep er verkeerd?

Wat liep er dan verkeerd in ons land? We botsten hier op een cruciaal problemen binnen onze gezondheidszorg. Er wordt gewoon te weinig aandacht besteed aan het preventieve luik. Nauwelijks 3 procent van ons gezondheidsbudget gaat naar het voorkomen van ziektes. Dat is veel te weinig en het is dan ook geen toeval dat in oktober tientallen artsen, decanen en professoren een pleidooi aan de federale onderhandelaars om flink meer te investeren in preventieve gezondheidszorg. Bij de ondertekenaars zien we namen opduiken als Dr. André en Dr. Arrazola de Oñate die vandaag een cruciale rol spelen in de strijd tegen de pandemie. Het is dus niet dat de regering niet gewaarschuwd werd. (1)

Het ontbreken van een publieke preventieve gezondheidszorg zet de deur open voor  multimiljonairs die zich vandaag kunnen verrijken door zich te gooien op het contract van het contactonderzoek. De overheid daarentegen moet diep in de portefeuille grabbelen en de contactopspoorders zelf krijgen voor een hyperflexibele en gevoelige opdracht een zeer karige verloning. De opleiding gebeurt in verschillende callcentra ‘on the job’. Dat krijg je dus als je als overheid zelf niet investeert in preventie: lachende aandeelhouders en slechtbetaalde werknemers.

Een lichtpunt is dat ook de mutualiteiten het contactonderzoek mee zullen uitvoeren. Zij leveren de meer deskundige hulp in de tweede lijn. Pas wanneer het contactonderzoek moeilijk loopt of een huisbezoek nodig is, springen deftig betaalde krachten in.

Voor sterke preventieve gezondheidszorg

Deze coronacrisis heeft ons al veel geleerd. Het leert ons nu opnieuw dat gezondheidszorg ver weg gehouden moet worden van een commerciële logica. De logica van dure contracten maar onderbetaalde werkkrachten. Het contactonderzoek gaat bovendien over zeer gevoelige informatie. Gaan we nu echt weer het risico lopen op nieuwe privacy schandalen?

Deze crisis leert ons ook het belang van een sterke preventieve gezondheidszorg. Had ons land sneller geschakeld om contactonderzoek uit te bouwen, dan hadden ze de basis kunnen leggen voor deze pijler van de preventieve gezondheidszorg. Niet in een callcenter ver weg van de huisartsen en ziekenhuizen die de patiënten zien en corona detecteren. Maar met gezondheidscentra die ingeplant zijn in alle wijken en die zo nauw kunnen samenwerken met de eerste lijn van de gezondheidszorg en die bovendien ook makkelijker contact kunnen leggen met moeilijk bereikbare mensen. Op die manier zouden we dan eindelijk echt een gezondheidszorg hebben die vertrekt van het principe ‘beter voorkomen dan genezen’. Er zijn veel lessen te trekken uit deze crisis, maar laat dit er tenminste één van zijn.

Lise Vandecasteele is huisarts en parlementslid voor PVDA en Anne Delespaul is huisarts en woordvoerster Geneeskunde voor het Volk.

 

Creative Commons

take down
the paywall
steun ons nu!