Foto: Lucas Palmans & Demi Crapa
Interview - Lucas Palmans, Demi Crapa

‘We hebben nu eenmaal een regering die alleen denkt aan de rijke klasse’

De Centra voor Algemeen Welzijn (CAW) zullen het vanaf dit jaar met vijf miljoen euro minder moeten doen. Dat is een keuze van minister van Welzijn Wouter Beke (CD&V). Deze besparingen zouden volgens Beke geen kwetsbare mensen treffen, maar daar zijn de medewerkers van het CAW het niet mee eens. ‘We werken nu eigenlijk dubbel zo hard en doen moeilijker werk met minder personeel. Dat kan niet.’

donderdag 16 april 2020 14:56
Spread the love

 

‘We hebben hierdoor al twee full-timers moeten ontslaan. Dat klinkt natuurlijk niet zo erg, maar we zitten al heel krap’, aldus Daniëlle Boelen, teambegeleidster in CAW Maasmechelen.

Daniëlle blikt terug naar vroeger, toen ze nog met zo’n twaalf opvoedsters rondliepen in de woningen van het CAW. Mensen die anders op straat zouden staan, krijgen hier tijdelijk een onderdak. Tegelijkertijd worden ze dagelijks begeleid door de medewerkers van het CAW en proberen ze samen om hun leven terug op de rails te krijgen. ‘Nu hebben we nog maar één opvoedster, dat is echt heel weinig. Tja, we hebben nu eenmaal een regering die mensen in armoede geen aandacht geeft en die alleen denkt aan de rijkere klasse en niet aan de zwakkere. Dat is voor onze sector de doodsteek.’

Volgens Daniëlle is het belangrijk dat hun cliënten zich geaccepteerd voelen. Vroeger probeerden ze dit te verwezenlijken door zo nu en dan eens een bingo-avond te houden of een kerstfeest te vieren, maar ook daar blijkt nu geen geld of tijd voor te zijn. ‘Dat mis ik toch wel. Het bracht begeleiders en cliënten dichter bij elkaar en het schept een mooie band. Die band zorgde er ook meermaals voor dat de cliënten meer motivatie kregen om door te gaan.’

Foto: Lucas Palmans & Demi Crapa

CAW Maasmechelen biedt haar cliënten tijdelijke verblijfplaatsen aan waarin ze een half jaar tot een jaar lang in kunnen wonen. Deze woningen zijn enkel beschikbaar voor zij die anders op straat zouden moeten leven. Het CAW telt momenteel 23 plaatsen voor bewoners. Vroeger waren dit er veertig. Ook dit brengt problemen met zich mee.

‘Er is nu voor alles een wachtlijst. Dan heb ik het niet enkel over onze sector, maar ook bijvoorbeeld in de psychiatrie, in ziekenhuizen … je hebt tegenwoordig bijna overal een lange wachtlijst. We kunnen cliënten in een woning hebben waarvan we echt zien dat ze professionele psychiatrische hulp nodig hebben. In de meeste gevallen geven ze dit zelf ook aan. Ze weten dan zelf dat ze even opgenomen moeten worden voordat ze er compleet onderdoor gaan. Dat gaat echter helaas niet altijd door die lange wachtlijsten. Ze besparen tegenwoordig op alles, en dat kan zo niet meer verder.’

Gelijkstellen doet veel

Ondanks de moeilijkheden probeert Daniëlle om iedere cliënt altijd zo goed mogelijk te helpen. ‘Je moet je niet opstellen als de alwetende persoon. Dat werkt bij niemand, vooral niet bij volwassen mensen. Denk maar eens na over hoe je zelf reageert als iemand je oplegt wat je moet doen, dat werkt niet. Wij verhuren hen die kamers, dus we zijn eigenlijk ook een beetje de huisbaas. De kunst is om je niet te gedragen als een baas’, vertelt Daniëlle. ‘Gelijkwaardigheid is het belangrijkste. Je moet proberen om niet boven hen te gaan staan, maar hen juist betrekken in wat je doet. Als je eens naar het OCMW belt, vertel hun dit dan. Het heeft geen zin om iets te verbergen, het gaat uiteindelijk ook allemaal over hun leven.’

Hoewel de cliënten van Daniëlle voornamelijk in de armoede zijn geraakt wegens drugsproblemen, vertelt ze dat generatiearmoede ook nog altijd bovenaan staat. ‘Als je nooit beter ziet, dan is de kans groot dat armoede met de generaties meegaat, wat dan weer zorgt voor jongeren die in de armoede terecht zullen komen. Wat voor ons vanzelfsprekend is, kan voor hen juist helemaal niet zo zijn.’

‘Om even een voorbeeld te schetsen: stel je voor dat je in een kansarm gezin leeft. Je hebt nog drie andere broers of zussen, maar jij bent de enige die op school Latijn aan kan. Mensen die niet in armoede leven zouden blij zijn en je vertellen dat je slim bent. In een kansarm gezin kan het nogal eens voorkomen dat je dan een antwoord krijgt zoals: ‘Je denkt waarschijnlijk dat je beter bent dan ons, hè!’ Dat kunnen wij ons natuurlijk niet inbeelden. Wij denken dan meteen aan de mooie kansen die dat kind kan krijgen. Maar zij zien die kloof natuurlijk. Zij zullen eerder denken: ‘Straks gaat ons kind hier weg! Het gaat het zich schamen voor ons, hij zal niet meer bij ons horen!’ Deze mensen zullen zich jammer genoeg altijd te weinig voelen.’

Foto: Lucas Palmans & Demi Crapa

Het armoedeprobleem is dus weldegelijk prominenter aanwezig dan het in het dagelijkse leven lijkt. Organisaties zoals OCMW, CAW en nog tientallen andere zijn dag in dag uit bezig met het ondersteunen van mensen die het niet breed hebben, maar zoals eerder vermeld, wordt er op professioneel vlak flink gesnoeid bij die organisaties. Gelukkig is de goedheid van de mens nog niet helemaal verdwenen, want hoewel de ervaringsdeskundigen en experts van die organisaties nu de handen meer dan vol hebben, zijn ze ook op informeel vlak bezig met mensen in armoede te helpen.

De Babbelshop

Zo ook Cheyenne Arduini. Zij werkt als begeleidster van vrouwen bij het CAW Maasmechelen, maar ook in haar vrije tijd blijft ze bezig met die doelgroep. Nadat ze afstudeerde als maatschappelijk werker, begon ze goed anderhalf jaar geleden met een nieuw project. Dat project moest ervoor zorgen dat vrouwen in armoede zich niet sociaal uitgesloten zouden voelen.

Onder de naam ‘De Babbelshop’ opende Cheyenne een winkel, maar in de praktijk is het veel meer dan dat. Het werd een echte ontmoetingsplaats waar vrouwen van elke leeftijd, ook jongeren, die in hetzelfde schuitje zitten, ervaringen kunnen delen.

Doordat het OCMW veel in contact komt met mensen die het financieel niet zo breed hebben, neemt een begeleider elke maand een aantal vrouwen mee naar de Babbelshop. Op die manier willen de begeleiders de drempel om de stap naar de winkel te zetten omlaag helpen. Het overgrote deel blijft echter voor Cheyenne zelf.

‘Ikzelf zie het als veel meer dan gewoon een winkel. Ik probeer elke maand iemand uit te nodigen, zoals bijvoorbeeld een stylist of iemand die veel met make-up bezig is. Mensen in armoede hebben vaak niet de kans of het geld om zo’n dingen te doen. Daarom wil ik in de winkel leuke workshops aanbieden, zodat de vrouwen toch de kans krijgen om die ervaring ook eens te hebben. Op die manier probeer ik toch iets extra aan de winkel toe te voegen, alsof het een belevenis wordt.’

Foto: Lucas Palmans & Demi Crapa

‘Het is leuk om te zien wat voor leuke dingen mensen doneren. Het zijn echt hippe kleren die ikzelf ook zou dragen’, gaat Cheyenne verder. ‘Het is allemaal zo snel gegroeid. In het begin postte ik via Facebook een oproep met de vraag of mensen kleren wilden doneren, en daar kwam meteen een honderdtal reacties op. Nu maak ik duidelijke afspraken met wie en wanneer ik kleding ontvang, maar het blijven nog altijd supermooie kledingstukken.’

En die kledingstukken kosten ook niet veel, want in de Babbelshop betaal je slechts twee euro voor vijf stuks. ‘Dat is vooral een symbolische bijdrage, want we zijn een vereniging zonder winst. Veel vrouwen willen effectief wel iets in ruil geven, voor hun eergevoel. Dat geld gaat dan niet in mijn eigen zak, maar ik steek het in de volgende evenementen. Zo blijft alles toch binnen de winkel.’

Over de streep

Toch blijft het voor sommige vrouwen moeilijk om toe te geven aan hun armoede en effectief naar de winkel te komen. ‘Daarom werken we samen met contactpersonen van het OCMW. Dat is voor veel vrouwen een vertrouwenspersoon. Zij neemt hen dan de eerste keer mee naar de shop, zodat ze de symbolische grens makkelijker kunnen oversteken. Eens ze daarover zijn geraakt, gaat alles veel vlotter. Tijdens de vorige editie zag ik bijvoorbeeld twee vrouwen die elkaar na een langere periode terug ontmoetten via de Babbelshop. Dan ben je toch wel even trots op wat je hebt bereikt.’

‘Wat ik wel een beetje jammer vind, is dat de winkel steeds groter wordt. Ik vind het goed dat we steeds meer mensen kunnen helpen, maar het persoonlijke deemstert een beetje naar de achtergrond. Vroeger, toen er maar een paar vrouwen naar de shop kwamen, kon ik iedereen apart helpen. Nu is het soms zo dat er wel veertig vrouwen aan de deur staan. Dan is het moeilijker om echt contacten te leggen. Daarom ga ik nu proberen om ervoor te zorgen dat het bezoekersaantal stagneert, anders lopen we het risico dat we té groot worden. Op vlak van populariteit is dat natuurlijk geweldig, maar de band die ik dan probeer te scheppen met de vrouwen, verwatert op die manier. Desondanks ben ik nog steeds trots op het feit dat zoveel vrouwen effectief over de drempel zijn geraakt. Het geeft me echt een gevoel van voldoening.’

 

Lucas Palmans & Demi Crapa zijn studenten journalistiek aan de PXL Hogeschool.

Creative Commons

take down
the paywall
steun ons nu!