Boekrecensie -

‘Amis ennemis’: wie met wie zal regeren zal mede bepaald worden door ‘de overkant’

maandag 17 juni 2019 16:11

Belgische conflictvelden

In België bestaat een voortdurende spanning tussen drie belangrijke breuklijnen: de levensbeschouwelijke (katholieken/vrijzinnigen), de sociaaleconomische (arbeid versus kapitaal) en de communautaire (Nederlandstaligen/ Franstaligen). Rond die tegenstellingen werd een verzuild middenveld uitgebouwd met vakbonden, ziekenfondsen, eigen scholen, hospitalen, jeugdwerking, ouderen- en gehandicaptenzorg, maar ook week- en dagbladen, sportclubs, cultuurverenigingen, bibliotheken, fanfares en ga zo maar door.

Dat is een sociologische en politicologische benadering om de smeulende en soms openlijke conflicthaarden in dit land te duiden, maar ze wordt ook onderkend door de historicus Harry Van Velthoven die zich in zijn lange carrière gespecialiseerd heeft in de Vlaamse, Waalse en Brusselse beweging, natievorming, nationalisme en socialisme en de moeilijke, vaak tragische interactie tussen de laatste twee stromingen. Niet alleen in België trouwens. In die zin overstijgt dit boek de Belgische context. De voorbeelden van landen of gewesten waar nationalistische en socialistische tendensen haaks op elkaar staan zijn legio. Ook vandaag.

Op zijn 75e pakt de historicus uit met een forse studie over de geschiedenis van de Belgische socialistische partij die in de 134 jaar van haar bestaan heen en weer geslingerd werd tussen die tendensen.

‘Amis ennemis’

Dat blijkt al uit de sterke cover van dit boek: de bekende vuist met de rode roos die doormidden gescheurd wordt, symboliseert het uit elkaar groeien van de Belgische socialisten tot ‘bevriende vijanden’, de vertaling van het in het Frans beter klinkende ‘amis ennemis’ zoals Guy Spitaels, de toenmalige voorzitter van de Parti Socialiste, na de splitsing van de BSP in 1978 de nieuwe relatie tussen Franstalige en Vlaamse socialisten noemde.

Die ambiguïteit was echter geen nieuw gegeven, want ze was al latent aanwezig vanaf het ontstaan van de Belgische Werkliedenpartij (BWP) in 1885. Zo ver gaat Van Velthoven terug in de tijd en hij besteedt in zijn historische focus ook veel aandacht aan de communautaire, levensbeschouwelijke en sociaaleconomische conflictvelden, die geleid hebben tot veranderende bondgenootschappen, cruciale beslissingsmomenten en – zeer Belgisch – een aantal compromissen.

Drie identificaties

Via vier kloeke, chronologisch opgebouwde hoofdstukken (1885-1914, 1918-1935, 1935-1940 en 1945-1980) schetst de historicus de brede politieke context die geleid heeft tot de taalkundige scheuring van de vuist met de roos. Telkens vormt de politieke context en de machtspositie van de socialistische partij het uitgangspunt, waarna wordt ingegaan op de communautaire spanningen in de brede zin. Het is onmogelijk om die grondige en gedetailleerde analyse van de gebeurtenissen weer te geven – lees dit boek! – en daarom beperk ik me tot het aangeven van enkele krachtlijnen die in het oog springen.

De splitsing van de BSP in 1978 was volgens Van Velthoven het eindpunt van een lang proces, waarbij drie identificaties om voorrang hebben gestreden. De auteur gebruikt uitdrukkelijk niet de term ‘identiteit’ dat meer gestold en vastliggend is, maar gebruikt liever ‘identificatie’ dat als begrip meer gelaagd en dynamisch is met mogelijk verschuivende klemtonen. Bovendien stelt Van Velthoven, in navolging van Miroslav Hroch, dat identitaire positioneringen bepaald worden door zowel rationele overwegingen als door emotionele betrokkenheid. Ik kom daar verder nog op terug.

Tot de Eerste Wereldoorlog was de jonge BWP in de eerste plaats een socialistische antisysteempartij. De partij ontstond uitdrukkelijk vanuit een prioritaire socialistische identificatie. Hoe wilde men die socialistische maatschappij vormgeven? Via het veroveren van de staatsmacht langs parlementaire weg. Om algemeen enkelvoudig stemrecht af te dwingen moest een meerderheidsstrategie ontwikkeld worden. Reformisme dus. In die periode was de Vlaamse kwestie geen prioriteit en was er volgens de auteur sprake van een ‘reformistisch attentisme’, ingegeven door met name de vrees dat de taalkwestie de arbeidersbeweging nog verder zou verdelen.

De bezorgdheid om de eenheid van de partij was groot, groter dan de taalkwestie. Toen nog. Maar vlak voor de Eerste Wereldoorlog verdween de versmeltingsgedachte van l’âme belge – Destrées: ‘In België zijn er Walen en Vlamingen, geen Belgen’ – en ontstond naast de Vlaamse ook een Waalse kwestie. Het principe van tweetaligheid als een vorm van gelijkheid kon de BWP wel vergeten.

Na de invoering van het enkelvoudig stemrecht voor mannen begon de parlementaire opgang van de BWP, maar dat leidde slechts tot wat Van Velthoven een ‘negatieve integratie’ noemde, want de aanwezigheid van de socialisten werd slechts node geduld door de traditionele partijen. Naarmate de partij in het burgerlijke machtssysteem integreerde, groeide een Belgische identificatie die ook nog eens door de Eerste Wereldoorlog werd versterkt, maar tijdens het interbellum namen de middelpuntvliedende krachten toe. De Vlaamse en Waalse identificaties werden stilaan dominant en zorgden voor heel wat spanningen binnen de eenheidspartij en het Belgische unitarisme.

Na de Tweede Wereldoorlog belandde de BSP dan in wat Van Velthoven de fase van positieve integratie noemt. De partij was nodig voor de heropbouw en de sociale rust en leverde de premier, waardoor de grondslagen van de welvaartsstaat werden gelegd (geïnstitutionaliseerde overleg tussen patronaat en vakbonden, de grondslag voor de sociale zekerheid, etc.). De Vlaamse kwestie verdween even naar de achtergrond, maar in de partij kreeg het Waalse probleem (minorisering, en verval van zware industrie) meer aandacht. In de jaren zeventig ging het snel: in 1977 werd het Egmontpact gesloten en in 1978 splitste de BSP zich als laatste unitaire partij. De vuist met de roos zou als partijlogo verdwijnen.

Compromissen

Dit boek laat zich ook lezen als de voortdurende pogingen van een partij om in dat mijnenveld van breuklijnen de eenheid te bewaren door het afsluiten van compromissen. Ik noem er vier. Vlak voor de Eerste Wereldoorlog werd de Vlaamse kwestie binnen de BWP als ‘een vrije kwestie’ bestempeld waardoor de onoverbrugbare communautaire tegenstellingen werden losgelaten door het bestuur. Om de eenheid van de partij te redden werd in 1929 het ‘Compromis des socialistes belges’ afgesloten waarin volgens het territorialiteitsprincipe eentalige regio’s en een minimale tweetaligheid werden goedgekeurd. Harry Van Velthoven benadrukt in zijn boek dat Camille Huysmans in heel dat streven naar culturele autonomie een zeer belangrijke rol heeft gespeeld. Huysmans liep vooruit op het idee van cultuurraden. Volgens Van Velthoven begonnen de contouren van een toekomstig België zich al af te tekenen omstreeks 1914.

Een derde belangrijk compromis dateert uit 1938 en is niet van communautaire, maar eerder van ideologische aard. Op het moment dat de partij met Paul-Henri Spaak voor het eerst een premier had (1938-1939) dreven de Spaanse burgeroorlog en de eventuele erkenning van generaal Franco de tegenstellingen op de spits rond ‘Burgos’, waar de winnende Franquisten hun hoofdkwartier hadden gevestigd.

Dat stelde de socialisten voor een zeer groot dilemma: het Franco-regime erkennen of de regering laten vallen? ‘De keuze tussen morele principes en realpolitiek verscheurde de partij. In tegenstelling tot de Waalse socialisten wilden de meeste Vlaamse socialisten daarover de regering niet laten vallen.’ (p. 242) Na wat strategisch getreuzel erkende België het Franco-regime, terwijl er nochtans veel Belgische brigadisten in Spanje aan de zijde van de republikeinen meevochten – zie daarover o.a. het mooie boek van journalist Sven Tuytens ‘La mamas belgas’ . Het ‘socialisme national’ won het echter van de internationale solidariteit. En dan was er natuurlijk ook het schoolpact van 1958, een compromis dat een einde moest stellen aan de schooloorlog en aan de levensbeschouwelijke polarisering, dat andere Belgische conflictveld.

Socialisme en nationalisme

Hoezeer het socialisme ook van het nationalisme verschilde, toch kan men volgens Van Velthoven een aantal gelijkenissen onderscheiden. Dat deed hij ook al in eerder werk waarin hij het socialisme als sociale constructie bestudeerde met daarin drie belangrijke elementen. Ten eerste de opbouw van een klassenbewustzijn waaraan andere sociale identificaties ondergeschikt worden gemaakt. Ten tweede wordt het wij-zij-denken ideologisch vertaald in de klassenstrijd en dat groepsbeeld wordt met behulp van mythen, vlaggen, symbolen, feesten, verhalen etc. ingeprent via de opbouw van een collectief en selectief geheugen. Ten derde worden identitaire positioneringen bepaald door zowel rationele overwegingen als door emotionele betrokkenheid.

En dan is er het nationalisme. Om daarvan in een historische Belgische context te kunnen spreken zette Harry Van Velthoven in een interview voor ‘Doorbraak’ uit 2012 met Peter De Roover drie elementen op een rij: een wij/zij-gevoel; een eigen territorium en het geloof in een eigen bevolkingsgroep.

Ik zei het al: de probleemstelling van dit boek reikt verder dan de Belgische context en nodigt uit om na te denken over actuele situaties in een andere setting. In ‘Retour à Reims’ trekt Didier Eribon, hoogleraar filosofie en sociologie aan de universiteit van Amiens, die vaak dunne lijn tussen nationalisme en socialisme door in zijn analyse van het ogenschijnlijk tegenstrijdig stemgedrag van een Franse linkerzijde die een radicale zwenking naar uiterst rechts heeft gemaakt. [i] Eribon maakt daarvoor ook gebruik van voorbeelden uit de eigen, CP-gezinde familie.

Hij is ervan overtuigd dat een stem op het Front National moet gezien worden als een laatste poging van de volksklassen om hun collectieve identiteit te behouden.’ Vandaar dat Eribon ook stelt dat de oorspronkelijke stem voor de Franse communisten, blijk gaf van een positieve zelfbevestiging en de stem voor het Front National een negatieve zelfbevestiging was.

Niet langer de klasse, maar het volk als de ‘legitieme’ inwoners van een grondgebied, werd het nieuwe bindmiddel tegen ‘de anderen’ die klaarstonden om hun buurt, hun werk af te pakken. Niet langer de tegenstelling tussen ‘arbeiders’ en ‘bourgeois’, maar wel die tussen ‘Fransen’ en ‘buitenlanders’. Dit fenomeen doet zich natuurlijk niet alleen in Frankrijk voor, maar drong in heel Europa door en niet in het minst in Vlaanderen met het Vlaams Blok/ Belang en de N-VA, de iets zachtere politieke versie ervan.

De MPW en Catalonië

Tijdens de lectuur van ‘Bevriende vijanden’ drong zich bij mij een vergelijking op tussen het links-nationalistische Mouvement Populaire Wallon (MPW), in 1961 door André Renard opgericht, en de huidige toestand in Catalonië en dan voornamelijk in Barcelona. Daar heeft de burgerbeweging Barcelona en Comú in de voorbije vier jaar onder Ada Colau met succes een ander, socialistisch geïnspireerd bewind gevoerd, maar ze moest niet alleen een hoopvol municipalisme op de kaart zetten, maar ook voortdurend laveren tussen de centralistische en separatistische tendensen in haar land. Offeren linkse partijen de municipalistische beweging in Spanje op aan hun separatistische sympathieën?

Na de gemeenteraadsverkiezingen van 25 mei 2019 is dat gevaar zeer reëel want de links-republikeinse partij Esquerra Republicana de Catalunya (ERC) van wie Oriol Junqueras de hoofdverdachte is in het proces en 25 jaar gevangenisstraf riskeert, behaalde enkele stemmen meer dan Barcelona en Comú van Ada Colau, waardoor ERC-kopman Ernest Maragall normaal gezien de nieuwe burgemeester van Barcelona wordt. De rechterzijde is in Catalonië vrijwel onbestaande – dat ondervond ook de oud-Franse minister Manuel Valls die in 2018 in Barcelona geparachuteerd werd om de independistas af te blokken –  maar het is nu maar zeer de vraag of de ERC verder in de lijn van Barcelona en Comú zal willen besturen of eerder vanuit het stadsbestuur de separatistische kaart tegen het centralistische Spanje zal willen trekken.[ii]

Volgens historicus en Spanjekenner Vincent Scheltiens hebben de Catalaanse nationalisten zich al in de eigen voet geschoten door de val van de socialist Pedro Sánchez uit te lokken. ‘Ik snap hun strategie echt niet. Ze doen alsof het niet uitmaakt of er in Madrid een linkse dan wel een rechtse regering aan de macht is. Trouwens, het ten val brengen van de regering-Sánchez was niet alleen schadelijk voor de eigen zaak. Zijn weggestemde begroting brak voor het eerst met het harde besparingsbeleid van de voormalige PP-premier Rajoy. Hogere minimumpensioenen, sociale investeringen, daar kunnen alle Spanjaarden nu naar fluiten.’ [iii]

Scheltiens en Van Velthoven 

Het is een gelukkig toeval dat ‘Bevriende vijanden’ werd uitgegeven door uitgever Polis die ook ‘Met dank aan de overkant’ van de hierboven vermelde Vincent Scheltiens uitgaf. Beide historici spitten op hetzelfde terrein en voor een stuk ligt hun benadering in het verlengde van elkaar. Beide auteurs schrijven over nationalisme en nationale identiteitsconstructie en passen dit toe op de politieke geschiedenis van België.

Van Velthoven vanuit de geschiedenis van de BWP (BSP), Scheltiens vanuit de algemene politieke relatie tussen Vlaanderen en Wallonië. Scheltiens illustreert daarin dat, hoewel beide kanten wat graag de slachtofferrol opeisten, zowel Vlaams- als Waalsgezinden hier toch niet uit concludeerden dat de stekker uit de unitaire Belgische constructie moest worden getrokken. Beide kanten voelden zich uitgesproken ‘beste’ Belgen maar … geminoriseerd. Dat was ook lange tijd zo voor de ‘bevriende vijanden’ van Van Velthoven.

Die twee blokken werden voorgesteld als homogene, tegenover elkaar gepositioneerde gehelen – ‘rassen’ werden ze toen genoemd – met onderling verschillende belangen en mentaliteiten die onveranderlijk gemaakt, gestereotypeerd werden. Scheltiens: ‘In beide kampen die ideologisch ver uit elkaar stonden, maar die nochtans allebei voor federalisme opkwamen werd de overkant beschouwd ‘als een nationaal zelfbewust belager en het eigen volk als Lamme Goedzak’ (p. 188).

Van Velthoven (die Destrée parafraseert): ‘De Vlaming was traag, koppig, geduldig en gedisciplineerd. De Waal was levendig, wispelturig en antiautoritair. Een essentialistische Vlaamse volksaard, die men ook in flamingantische kringen aantrof, correspondeerde bijgevolg met een al even essentialistische ‘âme wallonne’. (p. 58)

Ook het spanningsveld tussen nationalistische en socialistische accenten wordt door beiden in de verf gezet. ‘Scheltiens: ‘De klassenstrijd werd door het renardisme constant ingeruild voor een ‘wij’ die de klassen oversteeg en het hele Waalse volk omvatte. Dat had als gevolg dat Vlaanderen als een zo niet vijandig, dan toch concurrentieel homogeen blok werd voorgesteld en buitengesloten.’ (p. 169) Van Velthoven: ‘In de retoriek werd de ideologische en gewelddadige collaboratie van het Vlaams-nationalisme veralgemeend tot een contrast tussen het ‘fascistische Vlaanderen’ en het ‘democratische Wallonië van het verzet’. (p. 192)

Bevriende vijanden van Harry Van Velthoven biedt evenals Met dank aan de overkant van Vincent Scheltiens een boeiend analyse-instrument om de Belgische actualiteit beter te kunnen plaatsen. Bij het verschijnen van dat laatste boek in 2017 schreef politiek commentator Ivan De Vadder: ‘Wie interesse heeft voor de Belgische politieke geschiedenis, moet dit boek lezen, het liefst vóór de verkiezingscampagne van 2019. Het zal u op dat moment helpen de taal, de beeldvorming, en de stereotypen van de communautaire geschiedenis te ontcijferen.’

Ik wil dit compliment graag herhalen voor het boek van Harry Van Velthoven, ook al zijn de verkiezingen van mei 2019 nu achter de rug, want wie met wie zal willen regeren zal mede bepaald worden door ‘de overkant’ en de ‘amis ennemis’ .

 

Bronnen:

[i] Didier Eribon, terug naar Reims, Leesmagazijn, Meppel, 2018

[ii] Terwijl ik dit schrijf komt er toch goed nieuws uit Barcelona. Ada Colau zal uiteindelijk toch burgemeester kunnen blijven want tijdens een geheime stemming haalde ‘Barcelona en Comú’ op 15 juni met haar 21 zetels, aangevuld met de acht van de PSC en de drie (van de zes) van het rechtse ‘Barcelona pel Canvi – Ciutadans’( Barcelona voor verandering- burgers), de groep van Manuel Valls, de meerderheid.

[iii] Vincent Scheltiens, De N-VA zal niet gauw dezelfde flater begaan als de Catalaanse nationalisten. Knack van 6 maart 2019

Vincent Scheltiens, Met dank aan de overkant, Polis, Kalmthout, 2017

 

Harry Van Velthoven, Bevriende vijanden, hoe de Belgische socialisten uit elkaar groeiden, Polis, Kalmthout, 2019, 292 blz. SBN 978-94-6310-405-0, prijs: 25 euro

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!