Analyse -

Verwar deeleconomie niet met platformkapitalisme

Tegenwoordig lijkt iedereen wel fan van de deeleconomie. De deeleconomie die heet innovatief, duurzaam, horizontaal en sociaal te zijn. Van liberalen tot socialisten, van hippies tot ondernemers, iedereen ziet er wel wat in. Maar dat komt vooral omdat het begrip 'deeleconomie' voor verwarring zorgt. Niet alles wat we deeleconomie noemen, is ook deeleconomie. In het geval van bedrijven als Uber of Taskrabbit is het veel correcter om te spreken over platformkapitalisme. En dat platformkapitalisme is een dystopische variant van het kapitalisme.

dinsdag 5 juli 2016 15:12

Stel je even het volgende voor: je deelt een stuk tuin met je buurman. Het gras moet regelmatig afgereden worden. Je spreekt met je buurman af om dat om de beurt doen en vraagt of je daarbij zijn grasmaaier mag gebruiken. Het zou immers geldverspilling zijn om er zelf één te kopen terwijl hij er al één heeft. Jullie stellen een regeling op waarbij wordt afgesproken wanneer en hoe vaak de grasmaaier gebruikt wordt en hoe die onderhouden wordt. Jullie delen dus de grasmaaier.

Maar stel dat die buurman wil dat je per half uur vijf euro betaalt wanneer je de grasmaaier gebruikt. Op dat moment zou niemand het in zijn hoofd halen om over delen te spreken. Wanneer je moet betalen voor het gebruik van de grasmaaier dan verhuurt je buurman de grasmaaier, maar van delen is hier weinig sprake. Of stel dat je buurman zegt dat je zijn grasmaaier mag gebruiken in ruil voor het afrijden van zijn stuk gras en dat van jou? Ook dan zou je niet spreken over delen, maar eerder over werken (in een soort loondienst).

Het verschil tussen delen, huren of werken, het lijkt heel vanzelfsprekend. Maar toch is het net dat onderscheid dat voortdurend genegeerd wordt, wanneer we het over de deeleconomie hebben. Een platform als couchsurfing bijvoorbeeld, brengt mensen met elkaar in contact buiten de markt om. Het gaat om het delen van huizen en appartement zodat er gratis overnacht kan worden. Of buren die bijvoorbeeld een auto delen met elkaar doen dat vaak om samen kosten te drukken of uit een vorm van engagement. Niet uit winstmaximalisatie. Ook zaken als repaircafés horen in die categorie thuis. We zouden dit soort economie de eigenlijke deeleconomie kunnen noemen.

Maar daarnaast heb je ook een groeiend aantal bedrijven die ook beschouwd worden als behorend tot de deeleconomie, terwijl ze in werkelijkheid gericht zijn op winstmaximalisatie via het verkopen of verhuren van goederen en diensten. Dat staat veraf van delen en zet net in op een vermarkting van relaties tussen mensen. Denk hierbij aan bedrijven zoals Uber, Airbnb en Amazon.

900 miljoen

Laat het duidelijk zijn: de Ubers, Airbnb’s en Amazons van deze wereld hebben evenveel met delen te maken als een slagerij met vegetarisme. In werkelijkheid introduceren de bedrijven die actief zijn binnen de zogenaamde deeleconomie vooral een nieuw type van kapitalisme. Je zou het ‘platformkapitalisme’ kunnen noemen. Net als in het klassieke kapitalisme zie je dat ook binnen het platformkapitalisme een grote groep mensen deelneemt aan wat je kan beschouwen als een arbeidsproces, en hoe een kleine groep de winst opstrijkt die dat arbeidsproces creëert.

Laten we bijvoorbeeld eens Airbnb onder de loep nemen. In 2015 zag dat bedrijf de inkomsten stijgen tot 900 miljoen dollar. Airbnb vraagt zowel aan de verhuurders als aan de huurders een bijdrage. Voor huurders is dat 3 procent van de betaalde prijs, voor de verhuurders varieert dat van 6 tot 12 procent van het betaalde bedrag. Eigenlijk roomt Airbnb dus gewoon een deel van de transactie tussen huurders en verhuurders af. Het produceert zelf zo goed als niks. Het creëert enkel een platform waar huurders en verhuurders elkaar kunnen ontmoeten. Het is die interactie tussen huurders en verhuurders die ervoor zorgt dat het bedrijf winst kan maken.

Je kan dus stellen dat een bedrijf als Airbnb parasitair is. Het parasiteert op de interactie tussen de leden die actief zijn op het platform en zuigt de meerwaarde die deze interactie schept genadeloos uit. Daarbij maakt het bedrijf zelf nauwelijks kosten. Het zijn de verhuurders en huurders die elkaar uit eigen beweging opzoeken, zichzelf promoten, aanprijzen en controleren. In november 2015 stelde Airbnb officieel 2368 mensen te werk. Dat lijkt veel, maar als je weet dat dat er in februari 2016 zestig miljoen gebruikers waren op Airbnb, dan is dat een peulschil. Het zijn die zestig miljoen gebruikers die in feite het echte werk verrichten, de 2368 officiële medewerkers faciliteren dat enkel.




Bringer

Ook al zijn er opvallende gelijkenissen tussen het klassieke kapitalisme en het platformkapitalisme, er zijn ook opvallende verschillen. In feite zou je het platformkapitalisme als een geperfectioneerde vorm van kapitalisme kunnen beschouwen, althans vanuit managersoogpunt. Een klassieke ondernemer moet mensen inhuren, de ingehuurde krachten inschakelen in een productieproces vergt tijd en investeringen. Er moet ook een heel controleapparaat – gaande van teamdagen tot evaluaties en sancties – ingevoerd worden dat ervoor zorgt dat werknemers het gewenste gedrag vertonen.

Niets van dat alles is het geval in het platformkapitalisme. Deze vorm van kapitalisme werkt zonder werknemers. De enige werknemers die platformbedrijven hebben zijn mensen die de werking van het platform moeten faciliteren. Diegenen die actief zijn op het platform en die eigenlijk de echte meerwaarde creëren zijn geen werknemers van het bedrijf. Het zijn individuen die op zoek zijn naar bepaalde producten, of die hopen winst te maken door bepaalde producten aan te bieden. Ze stimuleren zichzelf en worden in het gareel gehouden door de onderlinge concurrentie op het platform. Dat betekent voor de bedrijven in kwestie dat ze voorgoed verlost zijn van lastige vakbonden, tegendraadse werknemers of stakingen.

Het is niet voor niks dat een bedrijf als Bpost experimenteert met een project als Bringer. Bringer is een platform waarop mensen kunnen intekenen om een postpakket van punt A naar punt B te brengen. Je moet bijvoorbeeld toevallig van Mechelen naar Antwerpen rijden en je ziet dat iemand uit Antwerpen een pakketje verwacht dat in een verdeelcentrum in Mechelen ligt, dan kan je het tegen een verloning brengen. Bpost int een procent op die prijs. Vanuit het perspectief van Bpost is dit natuurlijk een droom: inkomsten zonder tewerkstelling en spotgoedkoop.

Meteen stoten we hier op een bijzonder markant kenmerk van het platformkapitalisme: het creëert nauwelijks of geen jobs. In het platformkapitalisme krijg je bedrijven die een gigantische omzet maken, maar daar niks tegenover stellen. Mensen die actief zijn op platforms sluiten geen arbeidscontract af, bouwen geen rechten op en hebben geen enkele vorm van zekerheid. Hoe meer het platformkapitalisme een realiteit zal worden, hoe verder we afdrijven van een klassiek sociaal model waarbij er collectief kan onderhandeld worden over betere arbeidscondities of loonvoorwaarden. Er is namelijk geen collectief van werknemers meer dat actie kan ondernemen. Het enige wat rest is een verzameling individuele micro-ondernemers (of beter micro-verdieners zoals ze in The New York Times ooit genoemd werden) die in een moordende concurrentiestrijd met elkaar verwikkeld raken.

Dystopisch

Platformkapitalisme heeft niks te maken met de horizontaliteit die soms aan de deeleconomie wordt toegeschreven. Op een heel oppervlakkig niveau lijkt het inderdaad alsof gebruikers rechtstreeks met elkaar in contact treden en volledig autonoom kunnen beslissen over wat ze doen en niet doen.

In De Morgen schreef economiefilosoof Rogier De Langhe bijvoorbeeld over het platformkapitalisme – door hem eufemistisch deeleconomie genoemd: “De lonen zijn er lager, maar je werkt wel binnen structuren die jou als doel hebben, in plaats dat jij je te pletter moet lopen voor de structuren. Je doet er werk waarin je al je talenten kwijtkunt (thuiskok, hoteluitbater, taxichauffeur), in plaats van één aspect ervan eindeloos te moeten exploiteren. Kortom, deeleconomie laat mensen toe de controle over het looprad te herwinnen en garandeert hen toegang tot het maatschappelijk leven.”

Het is deze ideologie van delen, vrijheid, horizontaliteit en flexibiliteit waarmee het platformkapitalisme zichzelf verkoopt. De realiteit staat echter mijlenver van dit rooskleurige beeld. Werken in het platformkapitalisme is meedraaien in een looprad op speed. Vooreerst is het verkeerd om zoals De Langhe te spreken over lonen. Het gaat immers om freelance-arbeid: je wordt betaald per opdracht die je weet binnen te rijven. Die opdrachten kunnen op elk moment van de dag binnenkomen. Je kan ze weigeren natuurlijk, maar dan heb je ook geen inkomen.

Als je voor je inkomen volledig afhankelijk bent van platforms, dan valt het onderscheid tussen werk en privé volledig weg. In plaats daarvan krijg je het door elkaar lopen van het privéleven en het werkleven. Niet enkel omdat je niet langer een vaste tijdsafbakening kan maken, maar ook omdat je hele persoonlijkheid in de weegschaal van de economische evaluatie wordt gelegd. Wie taken verricht via platforms wordt voortdurend geëvalueerd, die evaluaties gaan niet enkel over de manier waarop taken volbracht worden. Ook het karakter van diegene die de taken verricht wordt in rekening gebracht.

Met horizontaliteit en vrijheid heeft dit allemaal niks meer te maken. Het enige wat je krijgt is een horizontale en verstikkende concurrentiestrijd tussen de individuen die actief zijn op platforms. Verticaal staand op die horizontale strijd heb je de bezitters van de platforms, de bedrijven die procenten eisen op de prijs van geleverde goederen of diensten en zo slapend rijk worden. Het platformkapitalisme lijkt op die manier de meest dystopische variant van het kapitalisme.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!