Mythe en realiteit, ook over de pensioenen wordt veel gebazeld ... (c) Red Pepper
Nieuws, Europa, Economie, Vakbonden, Pensioenen, Senioren, Sociale zekerheid, Overheidsfinanciën, Spaargelden, Privésector, Sociale actie, Britse vakbonden -

Tien mediamythes over de pensioenen ontkracht

Dit artikel uit het Britse progressieve tijdschrift 'Red Pepper' verscheen kort voor de Britse betogingen van 30 november 2011, de grootste sociale actie in 30 jaar. Het Britse pensioenstelsel werd veel zwaarder aangevallen dan in België, maar toch is dit artikel zeer herkenbaar. Met enkele kleine wijzigingen is het zo bruikbaar als weerwerk tegen de neoliberale vijanden van ons pensioenstelsel.

donderdag 6 februari 2014 13:10

Richard Minns en Sarah Sexton pakken de leugens over de pensioenen aan.

Pensioenen: wat de financiële sector niet wil dat jij weet

Debatten over het pensioenstelsel lijken dikwijls zeer complex. Openbaar of privé? Persoonlijk of via het bedrijf? Op basis van je laatste salaris of op basis van je volledige loopbaan? Meestal gaan die debatten niet eens echt over de pensioenen zelf. De overvloed aan mythes over welvaart voor de mensen op een bepaald ogenblik van hun leven zaait nog meer verwarring met een mistlaag van gepassioneerde, maar obscure argumenten.

Mythes zijn echter sociale constructies van de werkelijkheid met de specifieke bedoeling om gevestigde belangen te vrijwaren. Het blootleggen van die belangen is essentieel om een andere werkelijkheid te creëren.

Nu honderdduizenden vakbondsmensen zich klaarmaken om voor hun pensioenen te staken (dit artikel werd geschreven net voor de grote Britse sociale actie van 30 november), blikken we nog even terug op de sleutelmythes die te pas en te onpas tegen hen worden gebruikt.

Mythe 1: ouder wordende mensen zijn een last voor de overheid

Laten we beginnen met een mythe die door zowat iedereen wordt rondgestrooid: het idee dat ouder wordende mensen een last zijn voor de staat, voor werkende mensen en voor de jongere generaties.

Ouderen worden dikwijls beschreven als een ‘bedreiging’, als een demografische tijdbom, als oorzaak van conflict tussen de generaties tenzij ze financieel in toom worden gehouden. Alleen, er is niets van waar.

In een groot aantal landen (maar zeker niet in alle) leven de mensen inderdaad langer en oudere mensen vormen een groot  deel van de bevolking (tenminste tot de babyboomers – de generatie jongeren van na de Tweede Wereldoorlog – sterven, of omdat HIV/aids de jongeren heeft uitgedund, of omdat de geboortecijfers dalen).

Dat betekent echter niet noodzakelijk dat de overheidspensioenen niet betaalbaar zijn. Veeleer is het zo dat de prioriteiten van de openbare uitgaven ergens anders worden gesteld, zoals de uitgaven voor defensie, nationale veiligheid of ten bate van de banken en de bedrijven.

In plaats van dus de overheidspensioenen op te drijven, wat de uitgaven van onze senioren én hun spaarrekeningen zou vermeerderen – waar dus de werkende mensen en de economie in het algemeen wel bij zouden varen – worden plannen gemaakt om ze in te perken.

Jonge werknemers worden daarmee bang gemaakt om hun persoonlijke spaargeld in privépensioenfondsen te stoppen, weg van hun afnemend netto persoonlijk inkomen, als ze niet hetzelfde lot willen ondergaan (hoewel dit soort spaarrekeningen de huidige gepensioneerden evenmin heeft geholpen).

Zoals we verderop zullen zien, is het in feite het sociaal model van de aandelenmarkten dat de conflicten verergert tussen en binnenin de generaties, de maatschappelijke klassen en de werkende mensen.

Mythe 2: de verhouding ouderen tegenover jongeren neemt steeds toe

Een andere versie van de mythe van de ‘oudere bevolking’ is dat de verhouding van ouderen tegenover jongeren zou blijven toenemen. Dat, zo wil het argument, draagt dan bij tot de ‘last’ die de senioren vertegenwoordigen en tot de toename van de ‘afhankelijkheidsratio’: het aantal niet-loontrekkende leden van de maatschappij dat afhangt, ook als is het dan onrechtstreeks, van loontrekkers.

Wat zelden wordt vermeld, is dat diezelfde maatschappijen er wel in geslaagd zijn om de babyboomers te voeden, te kleden en te onderwijzen voor de eerste 16 tot 20 jaar van hun leven, toen zij ook al ‘afhankelijk’ waren voor ze zelf begonnen te werken. Als de openbare dienstverlening steeds maar voort wordt afgebouwd, zullen de senioren meer ingeschakeld worden in kinderoppas, in gemeenschaps- en liefdadigheidswerk dat bijdraagt tot een actieve economie.

De historische cijfers wijzen uit dat de algemene afhankelijkheidsratio (loontrekkers tegenover niet-loontrekkers) over de jaren min of meer constant is gebleven, zelfs als is de aard van zij die niet werken veranderd.

Mythe 3: er is niet genoeg gespaard om te betalen voor de derde leeftijd

We worden voortdurend aangespoord om meer te sparen voor ons pensioen. Eigenlijk is er meer dan genoeg privéspaargeld op de wereld om waardige pensioenen te financieren.

Het is gewoon een kwestie van verdeling en van politieke prioriteiten – dus geen kwestie van een brood te kopen of je loon op je bankrekening te zetten. Wat niet voldoende aanwezig is, is de manier en de middelen om die spaarcenten billijk te verdelen en om rechtmatige en duurzame economie te verzekeren.

Gepensioneerden die wat geld opzij hebben gezet voor hun pensioen en zij die geld krijgen uit het belastinggeld van vandaag hangen allen af van wat de economie produceert en wat de maatschappij voorziet op het ogenblik dat ze met pensioen gaan en tegen welke prijs – tenzij ze voor twintig jaar conserven, gedroogde melk en een nieuwe heup of twee opzij zetten.

De mythe dat je de financiering van pensioenen op voorhand moet doen, dient enkel om een conflict te verbergen over hoe het huidig nationaal inkomen moet worden verdeeld en wie dat zou moeten krijgen.

Mythe 4: openbare pensioenen zijn bevoorrecht

Dat brengt ons naar de pensioenen van de openbare sector. Die worden meer en meer voorgesteld als overdadig genereuze stelsels voor ‘geprivilegieerde’ ambtenaren in tegenstelling met het stelsel in de privésector die door de Grote Financiële Crisis worden afgesloten of in waarde verminderen.

In de context van de wereldwijde economie zijn de overheidspensioenen echter niet alleen betaalbaar en bescheiden, maar de Britse overheidspensioenen zijn bij de laagste van de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling).

Het probleem zit niet bij de overheidspensioenen, maar bij de spectaculaire instorting van de privépensioenfondsen. Ironisch genoeg is het zo dat de financiële instellingen van de privésector worden aangesproken om de staat te ‘verlossen’ van zijn zogenaamde pensioenlasten, terwijl het echte effect is dat men daarmee de mislukking van de privésector opvangt.

Tezelfdertijd heeft de Amerikaanse manager van RBS (Royal Bank of Scotland, een nu genationaliseerde Britse bank) net een pensioenbonus ontvangen van 855.861 euro, wat ons er aan herinnert waar mythes eigenlijk voor dienen – het zijn sociale constructies die de werkelijkheid van gevestigde belangen afschermen.

Mythe 5: het taalgebruik in de pensioensector

De woordenschat die wordt gebruikt om pensioenen te omschrijven, is een mythe op zichzelf – een die de meeste debatten over pensioenen overheerst.

‘Last’ is een favoriet om senioren en pensioenen te omschrijven, ‘crisis’ een andere. ‘Spaargeld’ is altijd goed, maar ‘belastingen’ zijn slecht, ook al zijn die twee concepten in de wereld van pensioenen feitelijk hetzelfde. Het verschil is dat ‘spaargeld’ verwijst naar de financiële privésector en ‘belastingen’ naar de overheid (hoewel de financiën van de overheid nu grotendeels door het financieel kapitaal zijn ingepalmd).

De mensen overtuigen van de noodzaak om meer te sparen voor hun pensioen is eigenlijk een politiek debat: ‘sparen’ is makkelijker te verkopen dan ‘belasten’.

Als er al een pensioencrisis is, dan is het dat er te veel mensen op oudere leeftijd in armoede leven wegens de werkloosheid, lage lonen en een verschuiving van de inkomensverdeling van lonen naar winsten, zoals dat de laatste 50 jaar met de pensioenen is gebeurd.

Mythe 6: de financiële privésector weet het best

In Groot-Brittannië begon de mythologie rond de pensioenen zo een 50 jaar geleden toen opeenvolgende regeringen een deal overeenkwamen met de vakbonden over het systeem van ‘laatste salaris’ als basis voor de pensioenberekening: pensioenkassen, beheerd door de werkgever en de financiële privésector, gebaseerd op de loonschaal van de laatste werkende jaren, (voor het grootste deel) gegarandeerd in ruil voor onmiddellijke loonmatiging.

Tot dan hadden de bedrijven afspraken met de vakbonden over pensioenstelsels op basis van de laatste lonen in ruil voor loonmatiging. Ten gevolge van deze praktijk werden pensioenen meer en meer beschouwd als ‘uitgesteld loon’.

Deze deal was fake. In de praktijk kwam het neer op een enorme transfer van economische macht van de werknemers naar het financieel kapitaal, waarvan de gevolgen nog steeds niet volledig zijn uitgeklaard. We zitten vandaag echter nog steeds met die erfenis: de financiële privésector zou zogezegd de beste arbiter zijn om te bepalen waar de spaartegoeden op de meest efficiënte manier worden geplaatst om ze zo toe te wijzen aan investeringen, die dan de middelen zouden toen groeien om de mensen van hun pensioen te verzekeren.

Mythe 7: privépensioenfondsen zijn goed voor de economie

Volgens deze mythe is het goed om mensen aan te moedigen of veeleer te dwingen een deel van hun loon in privépensioenfondsen te stoppen, niet alleen voor henzelf, maar ook voor de economie in het algemeen. Het idee daarachter is dat deze fondsen het geld zullen investeren, vooral in de aandelenmarkt en meer en meer in alternatieve producten zoals hefboomfondsen.

Dat zou dan het financieel kapitaal doen toenemen, de aandelenmarkt zou groeien, evenals de investeringen van de bedrijven en de productiviteit. Dat zou dan resulteren in hogere nationale welvaart om pensioenen te betalen, allemaal in theorie natuurlijk.

Deze theorie werd al ontkracht voor de financiële crisis toesloeg. De Wereldbank, één van de leidende pleiters van deze mythe over de laatste 20 jaar of zo, gaf toe dat zelfs als deze privatisering de pensioenen niet had doen groeien het tenminste toch heeft geleid tot een groei van de aandelenmarkten over de hele wereld – een toegeving die de echte prioriteiten achter deze mythe ontmaskert. De cijfers van de Wereldbank tonen een toename van de aandelenmarkten, wat echter niets te maken heeft met de economische groei.

Mythe 8: pensioenfondsen stimuleren innovatie

Voorstanders van het Britse en Amerikaanse pensioenstelsel op basis van de aandelenmarkten beweren dat dergelijke stelsels niet alleen in hogere economische groei resulteren, maar ook meer geld vrijmaken voor risicokapitaal dat innovatie produceert, wat groei-economieën nodig hebben.

De meeste innovaties zijn echter ontstaan uit ondersteuning door de overheid: pensioenfondsen en andere privé-investeerders engageren zich pas later wanneer de staat reeds de initiële hoge risico’s heeft genomen en de zaak doorverkoopt.

De privatisering van pensioenen heeft noch tot betere pensioenen voor de mensen geleid, noch tot grotere economische groei – en het heeft waarschijnlijk zelfs bijgedragen tot de financiële ineenstorting. Neem alleen maar het aantal pensioenfondsen dat de toegang heeft afgesloten voor nieuwe leden en zelfs bestaande leden heeft afgestoten tegenover het argument dat dit systeem zo belangrijk was voor ons systeem.

Mythe 9: de overheid kan geen pensioenen beheren

Zelfs als de openbare pensioenen niet werden betaald uit ons onmiddellijk belastinggeld of uit sociale bijdragen en zelfs als de staat zijn eigen kapitalisatiesysteem zou opzetten, zelfs dan zou men de staat gaan bekritiseren. Nu heerst de mythe dat de staat helemaal geen pensioen kan verzekeren.

Zo heeft de Wereldbank in zijn rapport van 1994 over ‘het afwentelen van de crisis’ van de derde leeftijd (hun oplossing: bescherm de senioren door economische groei te promoten) beweerd dat het kapitalisatiefonds een ‘achterdeur naar nationalisatie’ was, reden voor grote bezorgdheid!

Tussen haakjes, de Wereldbank is een openbare instelling die zijn werknemers met één van de beste pensioenstelsels ter wereld verwent.

In het kapitalisatiefonds van Singapore, waar de overheid alle pensioenen beheert, bedragen de pensioenbijdragen 1,5 procent. In Chili, het schoolvoorbeeld van privatisering, liggen die bijdragen boven de 15 procent.

Landen zoals Chili en Argentinië, die een enorme privatiseringsgolf ondergingen van onder andere de pensioenfondsen, gaan nu in de compleet omgekeerde richting. Chili geeft staatssteun aan mensen die het zelf niet kunnen betalen en Argentinië heeft het volledige pensioenstelsel opnieuw genationaliseerd.

Mythe 10: privépensioenen hebben meer zin omdat mensen dan een keuze hebben en beter voor zichzelf kunnen zorgen

De echte topper in de mythologie over de pensioenen is wel die van de ‘persoonlijke pensioenen’: ieder kan beter voor zichzelf zorgen als je een grotere keuze hebt en meer ‘macht’ over hoe zijn toekomstige pensioen kan gered en verzekerd worden.

In werkelijkheid wordt 40 tot 45 procent van de pensioenbijdragen opgesoupeerd aan allerlei administratieve kosten, wat de pensioenfondsen wel winstgevend maakt.

Deze individuele persoonlijke pensioenen hebben niet geleid tot een toename in de binnenlandse spaartegoeden die productieve investeringen en economische groei konden ondersteunen, wat betekent dat die pensioenen in geen geval vroeger kunnen worden uitbetaald.

Al wat deze pensioenmythes hebben gedaan, is meer inkomsten herverdelen naar de financiële sector en de hoogst betaalde personen, terwijl ze bleef rekenen op de openbare sector om ze te subsidiëren en om die mensen te blijven ondersteunen waar geen winst uit kon worden gehaald.

Het fenomeen van de privépensioenen verhoogt het risico op onveiligheid op hogere leeftijd in plaats van het te verminderen: de enorme expansie van de risico’s van de financiële markten blijft de gepensioneerden blootstellen aan een ernstige ineenstorting van de beschikbare financiële activa.

Richard Minns en Sarah Sexton

Richard Minns en Sarah Sexton zijn redacteurs bij het Britse progressieve blad Red Pepper.

(Vertaling uit het Engels: Lode Vanoost)

(Voor de bronnen van dit artikel verwijs ik naar de oorspronkelijke weblink hieronder)

take down
the paywall
steun ons nu!