De fazenda Nova Esperança, een plattelandsschool in de staat Piauí, staat ten dienste van de diverse scholen, alsook van de landbouwers in de omgeving. Het woord 'fazenda' is wat verwarrend, want het doet denken aan de fazendeiros, die immense gebieden binnenrijven (foto: FUNACI.com.br).
Reportage, Nieuws, Economie, Milieu, Biologische landbouw, Brazilië, Veeteelt, Pesticiden, Fetraf, Droogte, Fazendeiros, Boerenlandbouw, Agrobiodiversiteit, Agronegócio, Eiwittransitie, Landbouwonderzoek, Piauí, Escolas Família Agrícola, Teresina, Fazenda Nova Esperança, Fungicide, Druppelirrigatie, FUNACI -

Escolas família agrícola

Het was boeiend: in de Livraria Cultura spreken voor de vegetariërs van Recife. Nadien 15 uur met de bus naar een heel andere realiteit: Teresina, hoofdstad van Piauí. Naar boerenmiddens, waar vlees en zuivel wel centraal staan. Zoals in Europa. Twee werelden? Onoverbrugbaar?

dinsdag 21 mei 2013 17:30

Bij vegetariërs spreek ik over de ‘reële wereld’ van de boerenlandbouw. Bij boeren durf ik toch te spreken over de hoognodige eiwittransitie. Minder afhankelijkheid van overzeese soja én consumptie van minder dierlijke eiwitten. Voor de meesten is dit nog bijzonder virtueel.

Pionier

Ik ben hier uitgenodigd op voorstel van het Belgische Disop. Gerard Verhelst, een in Brazilië geboren Belg, hoorde me in het Gentse Vredeshuis over Brazilië spreken. Wervels pleidooi voor de bescherming van de Cerrado en Europa’s verantwoordelijkheid sprak hem blijkbaar aan. Hij mailde naar zijn partners in Piauí. Opzet is om de realiteit van deze armste deelstaat van Brazilië te leren kennen, met vooral de bijdrage van de ‘Escolas Família Agrícola

Ik ben te gast bij de jezuïeten. Jezuïeten hebben dikwijls pioniers in hun midden. Deze gemeenschap herbergt zo eentje: Humberto Pietrogrande. Als Italiaan werkt hij al meer dan vijftig jaar in Brazilië. Eerst in de zuidelijke staat Espírito Santo, later in Piauí. Hij leerde in Italië de familiale landbouwscholen kennen. Een model dat op zijn beurt in de jaren dertig in Frankrijk ontstond.  

Uitslaand succes

Omdat hij in de jaren zestig al met de plattelandsvlucht geconfronteerd werd, ging hij inspiratie opdoen in Italië en nodigde Brazilianen uit naar de scholen in Italië. Het was het begin van de eerste landbouwschool met een ‘alternerende’ werkwijze.

Door de studenten niet uit hun context weg te rukken, maar door hen telkens opnieuw te laten terugkoppelen aan hun thuissituatie, hoopt dit model de plattelandsvlucht op zijn minst te verminderen. En de hoop op een waardig leven op het platteland mogelijk te maken.

Het model sloeg aan. Momenteel zouden er in Brazilië al meer dan 270 zulke scholen zijn. In de deelstaat Piauí alleen al 18.

Alweer ‘familie’?

Voor geseculariseerde, geïndividualiseerde, Europese oren klinkt het misschien wat raar, maar in Brazilië wordt de ‘família‘ zeer benadrukt: Fetraf is de vakbondskoepel van de Agricultura Familiar; de scholen in dit communautaire systeem heten ‘Escolas Família Agrícola‘. Misschien is het wel de Italiaanse invloed, waar ‘la mamma‘ en de familie erg centraal staan. Oerkatholiek ook natuurlijk. Tenslotte zijn er veel Italiaanse immigranten en afstammelingen in Brazilië.

En toch, de realiteit is hier niet altijd zoals de benaming doet vermoeden. Mijn gids vertelt me dat in zijn school tot 80 procent van de studenten uit éénoudergezinnen of uit andere niet-klassieke varianten komt. De context is hier natuurlijk de hoofdstad en omgeving. Dat is op het platteland minder het geval, maar het is wel één van de eigenschappen van ontworteling in de steden.

Gebroken gezinnen is een probleem voor het opzet van dit vernieuwende schoolmodel, want vanuit de studenten wil het project mee de families op duurzame landbouwsporen zetten. De studenten verblijven 15 dagen in internaatsverband op school. Nadien gaan ze 15 dagen terug naar het gezin of naar de vervangers ervan (grootouders, oom, tante,…).

Soms is het wel een gezin, maar willen de ouders niet mee, omdat ze geen toekomst meer zien in de landbouw. Dan kan het opzet niet slagen en wordt de student gevraagd om van school te veranderen. Lukt het wel, dan wordt het gezin meegenomen in het vormingsproces. Het is enigszins vergelijkbaar met het project dat begin april van start ging in Zuid-Brazilië.

Zij moeten leeftijdsgenoten mee vormen in hun thuisbasis (de drie zuidelijke staten van Brazilië). Hier is het de bedoeling dat de opgedane kennis in het eigen gezin wordt overgedragen.

Integrale aanpak

Dit model (1), waarin niet alleen technische overdracht centraal staat, maar ook affectieve banden (op school en in de familie), cultuur, spiritualiteit, coöperatief leren werken, etc. slaat erg aan. Er wordt dan ook sterk geïnvesteerd in persoonlijke relaties. De leerling heeft een persoonlijke begeleider en de gezinnen worden ook regelmatig vanuit de school opgevolgd.

Eén van de problemen op het hele Braziliaanse platteland is dat de plattelandsscholen gesloten werden en dat de overheid nog alleen bussen inlegt richting de stad. Daar worden de jongeren dagelijks ondergedompeld in een stadscultuur met andere waarden, een andere taal, andere praktijken. Vervreemding alom dus.

Thuis doet de tv-god het verdere werk: dagelijkse propaganda van de agronegócio met zijn grootschalige exportlandbouw, telenovela’s (soaps) die alweer een (dikwijls blanke) stadswereld als ideaal voorstellen. Al moet worden gezegd dat deze novela’s soms maatschappelijke thema’s opnemen: homoseksualiteit, negros (nvdr: de positie van zwarten, of mensen van Afrikaanse origine, is in de Braziliaanse samenleving nog vaak die van tweederangsburgers, maar daarover bestaan vele taboes) de geschiedenis van de slavernij en de fazendeiros (grootgrondbezitters).

Fazenda Nieuwe Hoop

Elke school staat op zich, maar toch in een netwerk met elkaar verbonden. De fazenda Nova Esperança staat ten dienste van de diverse scholen, alsook van de landbouwers in de omgeving. Het woord ‘fazenda’ is wat verwarrend, want het doet denken aan de fazendeiros, die immense gebieden binnenrijven.

De bedoeling van padre Humerto was om de kloof tussen de twee landbouwmodellen wat te overbruggen. Of dat ooit slaagt, is een andere vraag. Ook hier is het een kwestie van andere waarden, al is er vooral een machtsongelijkheid in het geding.

Als ik vraag of de fazenda tot agroecologia opleidt, dan is het antwoord: “Nee, we vertrekken vanuit de realiteit van de boeren zelf en dat is een realiteit waar soms op een gevaarlijke manier gif wordt gebruikt. Hier op fazenda wordt wel zo ecologisch mogelijk gewerkt met zo weinig mogelijk externe middelen om de autonomie van de bedrijven te bevorderen. Pas in laatste instantie wordt er chemie gebruikt.”

Creatief omgaan met water

Omdat we in het Noordoosten zitten met enorme droogteproblemen, wordt nogal ingezet op spaarzaam omgaan met water. Druppelirrigatie bijvoorbeeld in plaats van besproeiing, wat veel meer water vereist. Ze geloven ook in productie op substraatwol. Geleerd in Nederland: grondloos, zoals bij ons veel witloof. Een werkwijze die door de biologische landbouw niet aanvaard wordt. Biologische landbouw vraagt om grond.

Ik heb ook mijn reserves, maar het is toch een creatieve weg voor bedrijfjes met amper grond en met weinig water. Ze gebruiken lege colaflessen, waarin het substraat wordt gedaan. Het geheel aan flessen staat op een rek, onder een afdak dat beschut tegen te veel zon. Het water met de mineralen loopt doorheen de opengesneden flessen. Er gaat geen water verloren.

Van chemie wordt soms alleen fungicide gebruikt. Als er schimmels optreden. Voor een sla zou 2,5 liter water nodig zijn, terwijl bij irrigatie in volle grond 9 tot 15 liter nodig is. Het geeft te denken: grondloos, met weinig water en weinig chemie toch een grote productie hebben. Hoe zou het met de smaak zitten? Zijn landbouw en voeding toch niet meer dan het samen klutsen van mineralen?

Interessant is wel dat ik juist op dit moment een e-mail binnenkrijg dat een Europees project de grondwitloof in Brabant wil ondersteunen. Ook de provincie en de Vlaamse overheid willen mee zorgen dat een jonge generatie enthousiast wordt voor deze teelt, die meer dan 100 jaar geleden in de omgeving van Brussel ontstond (2).

Vaca holandesa?

Bij de melkkoeien kan ik een vraag niet onderdrukken: “Waarom vaca holandesa (de hoogproductieve Holsteiner)?” Deze koe werd wereldwijd vanuit Europa opgedrongen: in India, in Brazilië. Dus ook hier.

Embrapa (landbouwonderzoekscentrum van de overheid) diende als doorgeefluik. De mantra is steeds opnieuw: hogere productie. Ja, maar wat daar bij hoort, is naast gras krachtvoer: soja en maïs. Tenzij je een heel creatieve boer bent, zoals Rony Aerts die in Herselt met gras-klaver en een beetje maïs evenveel melk ophaalt.

Niet alleen de voedervereisten is een probleem van deze Hollandse dominantie. De genetische diversiteit neemt wereldwijd angstwekkend af, zowel in de Europese Unie als bijvoorbeeld in Brazilië. Het gekke is dat de EU eerst subsidies geeft om dit hoge productiemodel door te drukken.

De laatste 15 jaar werd dan opgemerkt dat de streekrassen in heel Europa uitsterven. Nu geeft diezelfde EU geld aan boeren, die de agrobiodiversiteit met deze zeldzame huisdierrassen willen in stand houden: koeien, geiten, schapen. Iets gelijkaardigs gebeurde met hoogstamfruit.

Genetische erosie

De leraar beaamt mijn vragen. Met de geiten in Piauí werd het belang van genetische, streekeigen diversiteit tijdig ingezien. Embrapa is in de school ook met een interessant project bezig met varkens die de mensen hier eeuwen gecultiveerd hebben. Geen Europese import dus. Voor de koeienrassen is het nog niet te laat, maar herstel van diversiteit dringt zich toch op.
 
In de industriële kippenhouderij zijn de genetische lijnen bijzonder verarmd. Wereldwijd worden kuikens en moederkippen voor 80 procent nog vanuit twee  multinationale bedrijven aangeleverd: eentje uit de VS en een tweede opereert vanuit Duitsland. Zo zou de helft van de vrachtvluchten van Lufthansa voor kuikens en bevruchte eieren zijn! Ook vanuit Zaventem worden miljoenen kuikens en eieren richting Afrika versast.
 
Is het dat wat we willen? Wat gaan we doen, als er weer eens vogelgriep uitbreekt? Genetische diversiteit kan de kippen alleen maar versterken.

Cajú. Cajá. Jáca

Geef mij dan maar de cajú, bij ons bekend als de cashewnoten. Niet te verwarren met caja en jáca. Ja, Brazilië herbergt een schat aan te commercialiseren fruit en noten. De caju is een belangrijke vrucht in de economie van Piauí. Tot nu toe oogsten de boeren alleen de noot, terwijl er ook goed vruchtvlees aanhangt.

De Fazenda Nova Esperança wil nu de jongeren en de boeren uit de omgeving begeleiden om zowel de noot als het vruchtvlees te oosten. Fruitsap zou hun inkomen op niet geringe wijze kunnen verhogen.  

Luc Vankrunkelsven

Luc Vankrunkelsven is medewerker bij Wervel vzw (Werkgroep voor een rechtvaardige en verantwoorde landbouw) en publiceerde in 2012 het boek ‘Legal! Optimisme-realiteit-hoop’ (ISBN 9-789081-486828), gebaseerd op zijn reizen en contacten in Brazilië, over de gevaren en uitdagingen van het heersende socio-economisch ontwikkelingsmodel dat steunt op agrobusiness.

(Teresina, 6 april 2013)
 

Voetnoten

(1) Meer info op: www.funaci.com.br. Funaci heeft 6 van de 18 Escolas Família Agrícola in zijn netwerk. Een school leidt jongeren op voor toerisme (hotelwezen, restaurants, bars) en een andere leert diverse ambachten en vaardigheden aan buiten de landbouw. Verder is Funaci nog intens bezig met gezondheidszorg (o.a. met een kliniek), crèches, sociale assistentie en diverse andere projecten.

(2) http://www.vilt.be/Vlaams_Brabant_wil_vakkennis_grondwitlooftelers_delen

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!