'Kinshasa Kids' is een ode aan de overlevingsdrang en de creativiteit van de straatkinderen van Kinshasa (foto: Wajnbrosse Productions).
Nieuws, Afrika, Cultuur, Congo, Recensie, Afrika Filmfestival, Kinshasa, Papa wemba, Straatkinderen, Filmdocumentaire, Filmrecensie, Mooov-filmfestival, Kinshasa Kids (film), Marc-Henri Wajnberg, Duiveluitdrijving, Eglises du Réveil, Bebson de la Rue, Congolese muziek, Shégués, Rachel Mwanza, Wajnbrosse Productions -

Straatkinderen zonder miserabilisme in Kinshasa

Films over straatkinderen of sloppenwijkbewoners dreigen al vlug te verglijden in goedbedoelde, maar meelijwekkende beelden die de creativiteit en de overlevingsdrang van de betrokkenen onrecht aandoen. Met zijn nieuwste speelfilm 'Kinshasa Kids' wist de Belgische regisseur Marc-Henri Wajnberg die valstrik gelukkig te vermijden. Het Kinshasa dat we te zien krijgen, bruist van leven - ondanks alle miserie - en vooral van muziek.

woensdag 24 april 2013 11:45

De film oogt als een documentaire, maar is dat beslist niet. Want, behalve de akelige openingsscène, waarbij we getuigen zijn van een rituele duiveluitdrijving bij een kind dat van hekserij wordt beschuldigd in een van de talloze Eglises du Réveil (vooral de evangelische pinksterkerken zijn berucht voor deze praktijken) die Congo rijk is, is de rest van de film pure fictie.

De volledige cast bestaat uit niet-professionele acteurs die Wajnberg letterlijk van de straat heeft geplukt. Hun uitzonderlijke acteerprestaties geven de film zijn belangrijkste uitstraling en geloofwaardigheid.

Het is dus fictie, maar gebaseerd op wat duizenden straatkinderen dagelijks meemaken in hun overlevingsstrijd in de stedelijke jungle van miljoenenstad Kinshasa.

Grensoverschrijdend genre tussen pure fictie en documentaire

Tijdens de persvoorstelling van Kinshasa Kids in de Brusselse bioscoop Vendôme, in het hartje van Matongé, benadrukte Wajnberg dat zijn nieuwste film geen documentaire is, zelfs geen ‘docudrama’, “maar een grensoverschrijdend genre tussen pure fictie en documentaire in”.

Wajnberg was oorspronkelijk van plan om een documentaire film te draaien over het sprankelende muziekleven in de Congolese hoofdstad, maar door allerlei problemen en obstakels kwam dat idee niet echt van de grond. De straatkinderen, die Wajnberg overal in de stad tegenkwam, inspireerden hem echter om hun lot in beeld te brengen op een niet-miserabilistische manier.

Zij spelen letterlijk de hoofdrol in de film en nemen de camera vaak op sleeptouw in hun zoektocht naar een beetje geluk en een waardig bestaan, waarbij de muziek hen een kans biedt om aan de grauwste ellende te ontsnappen en te kunnen dromen van een betere toekomst.

Camera volgt chaotische bestaan van de kinderen

De nerveuze camerabewegingen volgen het chaotische bestaan van de kinderen. Soms richten de personages zich expliciet tot de camera, wat de indruk wekt toch naar een documentaire te kijken. Wajnberg zet je voortdurend op het verkeerde been.

Muziek loopt als een ritmische rode draad door de film. Toch is het niet de muziek op zich, maar het leven en de noodzakelijke vindingrijkheid om te overleven van de straatkinderen die centraal staan. Wajnberg volgt de acht kinderen, de toevallige vrienden-lotgenoten van José, de jongen die erin geslaagd is om te ontsnappen aan het duiveluitdrijvingsritueel van de openingsscène in het dorp van zijn moeder.

Hij vlucht met een overvolle trein naar de hoofdstad in de hoop er een beter leven te vinden, maar komt terecht te midden van lijmsnuivende en zich prostituerende lotgenoten die beschutting zoeken bij elkaar onder kartonnen dozen langs modderige wegen, drukke en lawaaierige markten en het grillige dakenlandschap van een typisch Afrikaanse metropool. Alleen de stank moet je er als bioscoopbezoeker zelf bij verzinnen.

Steeds zijn ze op hun hoede voor de vele gevaren die dreigen wanneer ze hun ‘zaakjes’ regelen en de afpersingen door corrupte politiemannen – die eveneens moeten zien te overleven – waarvan ze het slachtoffer worden.

Bebson de la Rue als impresario

De jongeren willen echter een muziekbandje oprichten en hopen via concerten in de openlucht bekendheid, eeuwige roem en de bijbehorende sterrenstatus te verwerven. Dat zelfs een icoon van de Congolese muziek als Papa Wemba even in de film te zien is, versterkt dit gevoel alleen maar.

Zo komen ze in contact met kleurrijke figuren zoals de ‘manager-impresario’ Bebson Elemba aka ‘Bebson de la Rue‘, een rapper die hen zal begeleiden bij hun muzikale odyssee door een stomend Kinshasa. Ondanks alle ellende bruist de stad van levenslust en overlevingsdrang. Alles wat ze kunnen vinden is bruikbaar als instrument, aan creativiteit geen gebrek.

Als naam voor hun groep kiezen ze voor ‘Le diable n’existe pas‘: een soort van bezweringsformule om het bijgeloof dat hen tot ‘heksenkinderen’ veroordeelde, te doorbreken.

Heksenkinderen overleven in Kinshasa

In Congo worden volgens schattingen ongeveer 30.000 kinderen beschuldigd van ‘hekserij’. Vaak gaat het om kinderen uit een vorig huwelijk van de moeder die niet echt welkom zijn in het gezin van de nieuwe partner omdat weer een extra mond moet worden gevoed.

Kinderen worden dan van hekserij beticht als ‘oorzaak’ van alle miserie en armoede die de familie overkomt. Als ook rituele duiveluitdrijvingen dan niet blijken te helpen, worden ze verstoten en belanden vervolgens op straat als shégués (straatkinderen), aangewezen op zichzelf om te overleven van kleine diefstallen en toevallige klusjes.

Marc-Henri Wajnberg: “We hebben de kinderen op straat gevonden. Ze waren door hun ouders verstoten. Het meisje Rachel Mwanza prostitueerde zich en verkocht alcohol. Na onze film speelde ze zelfs de hoofdrol in de Canadese film ‘Rebelle‘ en kreeg de prijs voor Beste Actrice op het filmfestival van Berlijn.”

“Voor de kinderen is er veel veranderd door in deze film mee te spelen. Ze weten nu dat het mogelijk is om uit de ellende te ontsnappen en dat hun verdere leven zich niet noodzakelijk op straat moet afspelen.”

Alle kinderen die in de film meespeelden, gaan ondertussen naar school en krijgen begeleiding van een NGO die zich met de integratie van straatkinderen bezighoudt. Op het einde van de film openbaart een van de jongens zijn toekomstdroom: “politieman worden, want dan mag je stelen zonder dat je gestraft wordt”. Kinshasa, het leven zoals het is.

Wajnberg regisseerde vooral documentaires

Marc-Henri Wajnberg (°1953) is een Belgische scenarioschrijver, regisseur, acteur en producer. Hij regisseerde vooral documentaires (onder meer over de vorig jaar overleden Braziliaanse architect Oscar Niemeyer uit 1999: ‘Oscar Niemeyer, un architecte engagé dans le siècle‘), kortfilms, animatiefilms en een speelfilm over jazz uit 1993 ‘Just Friends‘ met onder meer Josse De Pauw.

Als producent maakte hij een serie van 33 documentaires voor de Frans-Duitse televisiezender Arte, evenals een docufictie met Lars von Trier. Kinshasa Kids is nog maar zijn tweede speelfilm.

Kinshasa Kids ging in wereldpremière op het 69ste filmfestival van Venetië in september 2012 en werd ook al geselecteerd voor meer dan twintig filmfestivals over de hele wereld (Toronto, Busan, New York, Londen, Marrakech, …). De film won al diverse prijzen, waaronder de publieksprijs voor de beste film op het festival van Zagreb en ontving de Prix Odyssée voor de Mensenrechten van de Raad van Europa in Straatsburg.

‘Kinshasa Kids’ op festivals en in de bioscoop

Kinshasa Kids loopt al sinds 6 februari in bioscopen van Brussel en Wallonië. De Vlaamse première was voor het Afrika Filmfestival in Leuven op 28 maart en later volgen nog andere plaatsen in Vlaams-Brabant, onder meer in Haacht op vrijdag 26 april. De film staat ook geprogrammeerd op het nieuwe MOOOV-festival in Brugge en Turnhout. Vanaf begin mei zal Kinshasa Kids ook in de betere Vlaamse filmzalen te zien zijn.

Om te weten in welke zalen en wanneer Kinshasa Kids de volgende weken wordt vertoond:
http://www.cinebel.be/nl/film/1010387/Kinshasa%20Kids

KINSHASA KIDS

België, Frankrijk, 2012, 85 min.  
– scenario: Marc-Henri Wajnberg
– camera: Danny Elsen en Colin Houben
– editing: Marie-Hélène Dozo
– muziek: Bebson ‘de la Rue’ en Trionyx, Diable Aza Te
– geluid: Luc Cuveele, Marc Engels en Cyril Mossé
– cast: José Mawanda, Rachel Mwanza, Emmanuel Fakoko, Bebson ‘de la Rue’ Elemba, Gabi Bolenge, Gauthier Kiloko, Joël Eziegue, Mickaël Fataki, Samy Molebe, Papa Wemba, Joséphine Nsimba Mpongo, Django Abdul Bampu Sumbu, Jean Shaka Tshipamba en Emmanuel E. M. Ndosi El Bas
– producer: Marc-Henri Wajnberg, Serge Guez, Peter Krüger, Georges Abranches en Riva Kalimazi
– productie: Wajnbrosse Productions, Inti Films, Crescendo Films
– coproductie RTBF, met steun van Centre du Cinéma de la Fédération Wallonie-Bruxelles en VOO, Vlaams Audiovisueel Fonds, Eurimages, Belgische Ontwikkelingssamenwerking DG-D, Centre National de la Cinématographie et de l’Image animée (CNC), France Télévions en Canvas
– wereldwijde distributie: MK2, 75012 Paris, France (www.mk2pro.com)

Trailer: http://www.youtube.com/watch?v=sfJ4orwaMQo

Trailer Kinshasa Kids (Toronto Film Festival): http://www.youtube.com/watch?v=uOhcgq8cNSY

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!