Paul Bremer moet zich bukken als Yasser al-Samarani zijn eerste schoen naar hem werpt.
Nieuws, Politiek, Irak, Internationaal Strafhof, Oorlogsmisdaden, Analyse, Paul Bremer -

Irakees werpt schoenen naar oorlogsmisdadiger Paul Bremer

Paul Bremer, de eerste civiele bestuurder van Irak was onlangs te gast in Londen. Een Iraakse man gooide zijn schoenen naar Bremer en werd ontzet uit de zaal, terwijl hij uitriep: “You fucked up my country, you destroyed the country. Fuck you and fuck your democracy." Neocon Paul Bremer is de man die een extreem neoliberaal model heeft geïmporteerd in Irak, die het land mee hielp vernietigen en zei: "We gaan het land runnen als een kolonie."

donderdag 14 februari 2013 12:05

Paul Bremer, belaagd door Yasser Al-Samarani

Toen hij de voorbije week een toespraak gaf tijdens een door de neoconservatieve Henry Jackson Society georganiseerd evenement in Londen, werd de voormalige Amerikaanse civiele bestuurder van Irak, Paul Bremer, geconfronteerd met de erfenis van de menselijke catastrofe die hij mee heeft helpen veroorzaken tijdens zijn ambtstermijn in dat land.

In een op video vastgelegd incident, stond een Iraaks man recht die zei dat hij was gedwongen om Irak te ontvluchten nadat ‘de VS zijn land heeft verwoest’, waarna hij zijn schoenen gooide naar een schijnbaar verbouwereerde Bremer. Hij werd verwijderd uit de zaal terwijl hij uitriep: “You fucked up my country, you destroyed the country. Fuck you and fuck your democracy.”

Nadat Bremer bekomen was van de commotie zei hij dat de Iraakse man “beter moet leren mikken, als hij dat soort dingen wil doen”. Bremer zei verder nog: “Als hij dat had gedaan terwijl Saddam Hoessein had geleefd, dan was hij nu dood.” En verder: “Veel Britse en Amerikaanse soldaten hebben hun leven gegeven om de man deze rechten te geven.”

Bij het horen van Bremers woorden, barstte de verzamelde neoconservatieve denktank in applaus uit, tekenend voor de arrogantie die de juridische straffeloosheid heeft gegenereerd voor de architecten van één van de ergste humanitaire rampen van de 21ste eeuw.

Paul Bremer, die vaak verwijst naar zijn ‘liefde voor het Iraakse volk’, wanneer vragen worden gesteld over de fenomenale kost in menselijk leed tijdens zijn civiel bestuur, wordt geconfronteerd met één van diezelfde Irakezen en vindt nog steeds dat de VS ‘democratie’ heeft gebracht in Irak. Dit is een indicatie van zijn morele faillissement en dat van de neoconservatieve beweging, waarvan hij een prominent vertegenwoordiger is.

Oorlogsmisdadigers moeten worden berecht

In een rechtvaardige samenleving zou men mogen verwachten dat neoconservatieven zoals Bremer, die de leiding had over de regelrechte strategische en humanitaire ramp in Irak, juridisch zou worden vervolgd, dat zijn carrière zou zijn afgelopen en dat hij uitgesloten zou worden van het publieke debat.

Helaas is dit niet het geval. Voormalige figuren van de regering Bush, zoals Donald Rumsfeld, John Yoo en Dick Cheney, hebben over de hele wereld strafklachten lopen, van Duitsland tot Maleisië, maar veel van de meest prominente figuren in de neoconservatieve beweging in Amerika negeren nog steeds de beginselen van een rechtsstaat en verdedigen nog steeds hetzelfde beleid van agressieve militaire actie zoals 10 jaar geleden.

Figuren zoals John Bolton, Elliot Cohen en voormalig woordvoerder van Bremer, Dan Senor, leuren nog steeds publiek met dezelfde rampzalige politieke ideologie die miljoenen doden en vluchtelingen heeft veroorzaakt in Irak, die aan de Verenigde Staten drieduizend miljard dollar heeft gekost, die duizenden soldaten het leven heeft gekost en de morele en politieke legitimiteit van de VS in het Midden-Oosten heeft geruïneerd.

De weigering van de regering-Obama om ‘terug te kijken’ op het vroegere wanbeleid, heeft de voortzetting mogelijk gemaakt van dergelijke misdaden. De geschiedenis herhaalt zich, want dezelfde neoconservatieve haviken spuien opnieuw in het openbaar loze beweringen over massavernietigingswapens in Syrië en Iran en proberen dezelfde agressieve militaristische ideologie te doen herleven.

De desastreuze politiek van Paul Bremer

Bremer zelf, voorheen de bestuurder van Irak tijdens de militaire bezetting, is misschien wel het meest prominente voorbeeld van een man die omwille van deze straffeloosheid, nog steeds ongestraft kan verkondigen dat hij vrijheid en democratie naar Irak heeft gebracht.

Onder zijn rampzalig bewind als Coalition Provisional Authority-bestuurder werd het Iraakse leger ontbonden, gingen miljarden publieke dollars verloren aan corruptie en omkoping, ondernam hij niets tegen de plunderingen van ’s lands musea en de teloorgang van de rijke, culturele geschiedenis, muilkorfde hij de kranten, overzag het folterschandaal in Abu Ghraib en verleende juridische immuniteit voor Amerikaanse contractors (huurlingen) die daarvan profiteerden om slachtpartijen onder de Iraakse burgers aan te richten.

Bremer keerde terug naar de Verenigde Staten, zonder geconfronteerd te worden met enige afkeuring voor de monumentale ramp die zijn ambtstermijn had veroorzaakt voor het Iraakse volk, noch voor zijn rol in het mis-management van Amerikaanse strategische belangen in de regio.

Bij zijn terugkeer naar het privéleven zei Bremer over de oorlog die hij hielp ‘vergemakkelijken’, dat ‘Irak een betere plek geworden is’, en dat de gevolgen van de invasie en bezetting ‘absoluut de moeite waard waren’. Naast zijn beweringen dat Irak een vreedzaam land was geworden, deed Bremer ook nog een aantal andere rampzalige, onjuiste voorspellingen, bijvoorbeeld dat ‘Irak een stabiele en soevereine regering zou hebben na de machtsoverdracht in 2004’.

De koloniale overheersing van Irak

Bremers eigen neoliberaal wereldbeeld geeft inzicht in de hardvochtigheid waarmee hij zijn rol als beheerder van de burgerbevolking ziet. Terwijl de regering-Bush verklaarde dat de invasie een poging was om Irak te bevrijden, ging Bremer nog een stap verder en verklaarde: “We gaan het land runnen, bijna zoals een kolonie.”

Nadat de bevolking in opstand kwam tegen Bremers incompetentie en brutaliteit tijdens zijn beheer en de vijandigheid jegens de Amerikaanse aanwezigheid in de regio toenam, zou hij zijn eigen desastreuze rol vergoelijken: “Deze mensen haten de Verenigde Staten niet om wat we doen, maar om wie we zijn en wat we vertegenwoordigen.”

Vandaag is Bremer een frequente en gelauwerde gastspreker op evenementen van neoconservatieve denktanks. Hij is een fervent voorstander van Samuel Huntingtons Clash of Civilizations en waarschuwt voor de noodzaak van een groeiende confrontatie met de moslimbevolking in westerse landen.

Trots over zijn centrale rol in de grootste Amerikaanse buitenlandse politieke ramp van de afgelopen generatie, leidt Bremer vandaag een rustig bestaan, zonder dreiging van juridische maatregelen voor zijn daden. Hij is nu een gevierd kunstenaar. Olieschilderijen van naakten en landschappen van het platteland van New England sieren menige neoconservatieve huiskamer.

Schoenen werpen is niet genoeg

Van tijd tot tijd wordt de luchtbel van zelfverzekerdheid en overmoed van rijke en machtige oorlogsstokers doorprikt door degenen die het slachtoffer zijn van hun excessen. Tony Blair heeft het al meermaals mogen meemaken.

De Iraakse man die zijn schoenen gooide naar Bremer in Londen, net als de miljoenen andere Irakezen die werden gedood, verminkt of gedwongen hun huizen te verlaten als vluchteling – evenals de duizenden Amerikaanse soldaten en hun gezinnen, die de ultieme prijs betaald hebben als gevolg van de oorlog en de bezetting, die Bremer hielp gestalte te geven- vertegenwoordigen de naamloze slachtoffers van onbestrafte officiële criminaliteit.

Hoewel we een zekere mate van vluchtige emotionele bevrediging ervaren bij het aanschouwen van de publiekelijke vernedering van een oorlogsmisdadiger zoals Bremer, zal echte rechtvaardigheid ongrijpbaar blijven en deze oorlogsmisdaden zullen zich blijven herhalen tot de Amerikaanse regering besluit om formeel ‘terug te kijken’ naar de misdaden tijdens het War on Terror-tijdperk.

De waanzin van de oorlogslogica

David Edwards (Medialens): “Als je gedurende vele jaren over staatsmisdaden leest, is het verleidelijk om te proberen de mentaliteit van politieke leiders te doorgronden. Wat gaat er in hun hoofd om als ze sancties opleggen die honderdduizenden kinderen doden? Hoe voelen zij zich als zij onnodige oorlogen voeren die letterlijk miljoenen mensenlevens vernietigen? Zijn ze wanhopig wreed, hersenloos dom?”

“Denken ze dat ze leven in een soort hel waar zij monsterlijke misdaden moeten plegen om nog slechtere toestanden te vermijden? Zijn ze onverschillig, enkel gericht op wat hen op korte termijn politiek en economisch gewin zal brengen? Zijn ze moreel gecorrumpeerd? Beschouwen ze zichzelf als machteloos, geconfronteerd met onoverwinnelijke politieke en economische krachten: ‘als ik het niet deed, zou iemand anders het doen’.”

Peter Van Buren, een 24-jarige veteraan in het ministerie van Buitenlandse Zaken, verzoekt zijn landgenoten om hun verantwoordelijkheid te nemen: “Er is een specifieke nachtmerrie die Amerikanen moeten onder ogen zien; in het eerste decennium van de eenentwintigste eeuw was mensen folteren een nationale beleidsrichtlijn. Op een dag zullen we geconfronteerd worden met de realiteit van wat dat betekende, welk effect het had op de slachtoffers en ook op ons, die dit beleid gedoogd, gesteund, of in ieder geval hebben laten gebeuren, hetzij passief of met schuldig verzuim.”

“Foltering gaat niet zomaar weg. Je kan het niet doen verdwijnen, zoals het lichaam van een politieke gevangene, of zes meter diep onder de grond begraven en gewoon verder doen alsof het nooit gebeurd is, of de bureaucratische ogen sluiten. Na de feiten kan foltering alleen worden behandeld door die nachtmerrie, die ons veranderd heeft, die ons leert recht in de ogen te kijken -en of we dat nu leuk vinden of niet-, bijgedragen heeft tot wie we nu zijn.”

Een natie van folteraars en massamoordenaars: verzet tegen oorlogslogica is nodig

Wij zijn met z’n allen mede verantwoordelijk om gerechtigheid te eisen voor de inwoners van de landen die wij illegaal mee hebben helpen vernietigen, omwille van zogenaamde ‘NAVO-verplichtingen’. Wij hebben met z’n allen de plicht om ons te blijven verzetten tegen de zogenaamde ‘humanitaire interventies’ die niets anders zijn dan koloniale veroveringsoorlogen.

Tijdens het proces van Nürnberg na de Tweede Wereldoorlog, werd een principe gesteld dat thans nog steeds in het internationaal recht wordt aanvaard. Dat principe is dat iedereen die kennis heeft van misdaden tegen de menselijkheid, de plicht heeft om zich daartegen te verzetten.

Morele plicht gaat boven het opvolgen van wettelijke orders die deze misdaden mogelijk maken. In deze geest is ook het Internationaal Strafhof opgericht. De VS, die zich tegen dit Strafhof verzet, heeft een wet goedgekeurd om het mogelijk te maken Nederland binnen te vallen als een VS-onderdaan door dit Hof zou worden berecht.

Hoe lang zullen wij deze straffeloosheid nog blijven tolereren? We moeten blijven ijveren om allen die schuldig zijn aan massamoorden, ter verantwoording te roepen, niet alleen Afrikaanse leiders dus, maar vooral diegenen van de imperiale machten, die illegaal andere landen binnengevallen zijn, inclusief ons land.

Dirk Adriaensens

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!