Doha 2012 COP18
ACV, Internationaal Vakverbond (IVV), Doha klimaatconferentie -

Doha, weer een gemiste kans!

maandag 10 december 2012 17:26

Philippe Cornélis van de studiedienst van het ACV nam deel aan de klimaatconferentie in Doha. Hij brengt verslag uit van wat er op en rond de conferentie gebeurt.

Het Kyotoprotocol redden was de belangrijkste uitdaging van de klimaatconferentie in Doha. Dat is op het laatste nippertje gelukt. Er werden ook een aantal mijlpalen uitgezet om op termijn tot een bindend akkoord met alle landen te komen. De problematiek van “loss and damage” (vergoeding door de ontwikkelde landen van schade in ontwikkelingslanden veroorzaakt door de klimaatopwarming) werd op de agenda van de volgende conferenties gezet. Maar laat ons duidelijk zijn; indien we het uiteindelijk doel voor ogen houden, nl. de opwarming van het klimaat te beperken om grote en onomkeerbare schade te vermijden, dan is Doha weeral een mislukking.

Zonder in te gaan op de details van de onderhandelingen, iets waar enkel de betrokken onderhandelaars helemaal zicht op hebben, zijn dit de grote lijnen van het klimaatakkoord van Doha:

  1. De tweede verbintenisperiode voor het Kyotoprotocol werd bevestigd. Die zal lopen van januari 2012 tot december 2020. Er zullen echter minder landen deelnemen dan tijdens de eerste periode. De Verenigde Staten hebben natuurlijk nooit deelgenomen. Canada heeft zich teruggetrokken uit het protocol net zoals Rusland, Japan en Nieuw-Zeeland. Enkel de lidstaten van de EU en nog tien landen waaronder Australië, Noorwegen, Zwitserland en Oekraïne engageren zich tot bindende klimaatdoelstellingen onder het Kyotoprotocol. Komt daar bij dat die doelstellingen ruimschoots onvoldoende zijn om de opwarming een halt toe te roepen. Gelukkig werd er afgesproken de doelstellingen te evalueren (en hopelijk op te trekken) in 2014  indien het nieuwe rapport van de klimaatwetenschappers van het IPCC beschikbaar is. Een ander probleem dat we blijven meeslepen zijn de grote overschotten aan quota’s uit de eerste periode Kyotoperiode waarover landen zoals Rusland, Polen en Oekraïne beschikken. Door deze quota te verkopen kunnen zij gemakkelijk geld verdienen. Gelukkig hebben de EU, Australië en andere landen zich geëngageerd om dergelijke quota niet (meer) te kopen om hun doelstellingen te halen.
  2. Tijdens de klimaatconferentie van Kopenhagen in 2009 hebben de ontwikkelde landen beloofd om tegen 2020 te zorgen voor jaarlijks 100 miljard dollar aan klimaathulp voor de ontwikkelingslanden. Hun vraag om ook tussentijdse bedragen tot 2020 vast te leggen werd afgewezen. Ondertussen is er ook een ander thema op de tafel van de onderhandelaars gekomen: de schade en het verlies (loss and damages) veroorzaakt door de opwarming. De vraag hoe de ontwikkelingslanden vergoed moeten worden voor deze schade komt wel op de agenda van de volgende klimaatconferentie in 2013 in Warschau. De ontwikkelingslanden voeren de druk op, de VS en andere zijn grote tegenstander. Het valt nog te zien wat het resultaat zal zijn volgend jaar.
  3. De voorbereidingen voor een globaal bindend akkoord dat in 2015 afgesloten moet worden (om in 2020 in werking te kunnen treden) werden verder gezet. Het gaat hierbij echter meer over organisatorische aspecten, in plaats van inhoudelijke aspecten die voor effectieve emissiereducties moeten zorgen.

Welke conclusies kunnen hieruit getrokken worden? Dat we hoogdringend overal waar we kunnen aan het werk moeten. In België betekent dit aan het werk gaan in de bedrijven, bij de overheid, door de beleidsmakers en in ons dagelijks leven. Hoewel een multilaterale aanpak via wetgeving absoluut noodzakelijk is, wordt het steeds duidelijker dat deze weg veel te traag gaat. Ondanks het uitzonderlijke werk van vele onderhandelaars kunnen we niet anders dan vaststellen dat de onderhandelingen vast zitten. Alle belangrijke beslissingen worden steeds weer uitgesteld en doorgeschoven naar de toekomt. Naar welke toekomst? Ronald Jumeau, onderhandelaar  voor de Seychellen,  heeft de absurditeit van deze aanpak perfect samengevat toen hij zich in Doha richtte tot de vertegenwoordiger van de Verenigde Staten: “Indien we ambitieuzer waren geweest [met emissiereducties in rijke landen],  dan hadden we zoveel geld niet moeten vragen om ons aan te passen [aan de klimaatverandering]. Indien we meer geld hadden gekregen om  ons aan te passen, dan moesten we nu geen geld vragen om de schade en het verlies te vergoeden. Wat is het volgende? Het verlies van onze eilanden?”[1]

 Philippe Cornélis 
Studiedienst van het ACV

[1] Geciteerd in The Guardian, 8 december 2012.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!