Staking, Vlaanderen, Poliargus, 14 november, Stakingsdagen -

Staken Walen echt zoveel meer dan Vlamingen?

vrijdag 16 november 2012 13:37

Het is tegenwoordig hip om alles uit te leggen in termen van Vlaanderen vs. Wallonië. Zo ook als het over staken gaat. De trend in de berichtgeving over de Europese actiedag van 14 november 2012 was duidelijk: de Walen, dat zijn stakers. De hardwerkende Vlaming daarentegen, die werkt liever door. Telkens worden enkele filmploegen naar de oude industriële bekkens van Luik & Charleroi gestuurd om deze uitspraak met wat beelden te staven. Maar wat zeggen de cijfers? Zijn de Walen écht zo’n stakers en zijn de Vlamingen écht zo tegen stakingen?

De absolute cijfers: Vlamingen staakten tot 2007 méér dan Walen

Het enige cijfermateriaal dat beschikbaar is om hierover uitspraken te doen, komt van de RSZ. Deze houden namelijk statistieken bij over de ‘gelijkgestelde periodes’. Dit zijn periodes waarop niet gewerkt wordt, maar die voor bepaalde berekeningen (o.a. pensioen) wel meegerekend worden als ‘gewerkte dagen’. Een van deze gelijkgestelde periodes zijn de dagen waarbij een werknemer betrokken was bij een staking of lock-out(1) Aangezien lock-out’s zelden voorkomen in België, kunnen we deze cijfers interpreteren als het aantal ‘stakingsdagen’ in België.

Deze cijfers hebben beperkingen (2) maar geven toch een goed beeld over de stakingsactiviteit van de Belgische bevolking. Het aantal stakingsdagen word gelinkt met enkele gegevens over de werknemer en het bedrijf. Zo worden ze opgedeeld per arrondissement en per gewest. Dit wordt gedaan op basis van de hoofdzetel van de werkgever. Hier treedt er dus een belangrijke vertekening op. Stakende werknemers (Vlaamse en Waalse) die werken in een bedrijf met een Brusselse hoofdzetel worden zo bij de Brusselse stakingsdagen geteld.

In grafiek 1 hebben we het aantal stakingsdagen afgebeeld per regio voor de periode 2003 – 2011. De enorme piek in 2005 is te wijten aan de stakingen tegen het generatiepact. Uit deze grafiek blijkt dat er in Wallonië, in absolute cijfers tegenwoordig lichtjes meer gestaakt wordt dan in Vlaanderen. In de periode van 2003 – 2007 was de situatie echter omgekeerd. In die jaren overschreed het aantal stakingsdagen in Vlaanderen het aantal stakingsdagen in Wallonië.

De relatieve cijfers: hogere stakingsbereidheid in Wallonië

Natuurlijk zeggen deze absolute cijfers niet alles. Zo zijn er eenvoudigweg meer mensen actief als loontrekkende in Vlaanderen, waardoor de relatieve stakingsbereidheid van de Vlaming nog steeds lager kan liggen dan die in Wallonië. Om dit te controleren werd het aantal stakingsdagen gedeeld door het aantal loontrekkenden in een regio. Hierdoor krijgen we een relatieve indicator van het aantal stakingsdagen in de verschillende regio’s. Hier treedt echter een ander probleem op de voorgrond. Het aantal loontrekkenden per regio is namelijk berekend op basis van de woonplaats van de inwoners van België, terwijl de stakingsdagen toegekend worden aan een regio op basis van hoofdzetel van het bedrijf. Hierdoor krijgen we een grote overschatting van het relatieve aantal stakingsdagen in het Brussels gewest (door de vele pendelaars).

Aangezien er alleen maar informatie is over het aantal loontrekkenden tussen 2006 en 2010, is grafiek 2 tot deze periode beperkt. Naast de overschatting van de stakingsbereidheid in het Brusselse zien we ook hier dat de stakingsbereidheid in Vlaanderen lager is dan in Wallonië. Dit was echter niet altijd zo. In 2007 staakten de Vlamingen zelf een beetje vaker dan de Walen. Sinds 2008 wordt er echter significant vaker gestaakt in Wallonië dan in Vlaanderen, en dat zowel in absolute als in relatieve cijfers.

Provinciale cijfers: Antwerpen Waals!

Toch kunnen we ons vragen stellen bij het nut van een opdeling in Vlaanderen-Wallonie (om Brussel even buiten beschouwing te laten) in de analyse van het stakingsgedrag van werknemers. In grafiek 3 tonen we het aantal stakingsdagen, gecorrigeerd voor het aantal loontrekkenden per provincie. De ordening is gemaakt op basis van de resultaten voor 2006. Als we Brussel even buiten beschouwing laten, dan zien we dat het stakingsgedrag in de grootste Vlaamse provincie, Antwerpen, sterk gelijk loopt met het stakingsgedrag in de Waalse provincies Luik & Henegouwen. In het jaar 2007 was Antwerpen zelfs de provincie waar relatief het meest gestaakt werd per loontrekkende.

Daarnaast toont grafiek 3 aan dat er grote verschillen zijn in het stakingsgedrag afhankelijk van het jaar van de meting. Zo is het verschil in stakingsgedrag in Waals-Brabant tussen 2006 en 2007 frappant. Dit is natuurlijk gemakkelijk te verklaren.  Of een vakbond overgaat tot een staking heeft namelijk vooral te maken met interne ondernemingsdynamieken. Als er problemen ontstaan in een bedrijf en het moet herstructureren, zal de kans op een staking veel hoger liggen, onafhankelijk van het feit of er in dat bedrijf veel Vlamingen of Walen wonen. Spreken over ‘hardwerkende Vlamingen’ en ‘stakende Walen’ gaat dus volledig voorbij aan een veel belangrijkere verklaring voor stakingsgedrag.

Conclusie

In België worden alle problemen verklaard of gekaderd in een communautair kader, zo ook het stakingsgedrag in het noorden en in het zuiden van het land. Toch lijkt het, op basis van cijfermateriaal, kort door de bocht om te zeggen dat Waalse werknemers veel stakingsbereider zijn dan Vlaamse werknemers. Lang lag het absolute aantal stakingsdagen in Vlaanderen namelijk hoger dan die in Wallonië. Kijkend naar het relatieve aantal stakingsdagen (gecorrigeerd voor het aantal loontrekkenden) staakten de Vlamingen in 2007 nog relatief meer dan de walen. Hoewel de cijfers enkele beperkingen kennen (overschatting van de stakingsbereidheid in Brussel), geven ze toch duidelijk aan dat het mediatieke beeld van de ‘stakende Waal’ tegenover de ‘hardwerkende Vlaming’ niet zo scherp gesteld kan worden.

Meer zelfs, indien we het relatieve aantal stakingsdagen bekijken per provincie, zien we dat de provincie Antwerpen (de grootste provincie van de hardwerkende Vlaming) erg veel ‘Waalse trekjes’ heeft. Zo staakten de loontrekkenden van Antwerpen in 2007 het vaakst in vergelijking met alle andere provincies (Brussel buiten beschouwing gelaten). Daarnaast blijkt uit de grote jaarlijkse schommelingen dat stakingsgedrag vooral gelinkt is aan bedrijfseconomische dynamieken. Meer dan de taal die men spreekt verklaart dit het aantal stakingsdagen.

We concluderen dat de beeldvorming over de ‘stakende Waal’ tegenover de ‘hardwerkende Vlaming’ deels correct is (er wordt op dit moment meer gestaakt in Wallonië), maar zeker ongenuanceerd is en voorbijgaat aan de echte oorzaak van stakingsgedrag.

Stan De Spiegelaere


(1) Een lock-out is het ‘omgekeerde’ van een staking. Hier beslist de werkgever om het werk tijdelijk stil te leggen uit protest. De werknemers worden dus uit het bedrijf gehouden zodat ze niet aan de slag kunnen.

(2) Zo geven de RSZ cijfers geen informatie over de inhoud van de staking (bedrijfsstaking, politieke staking,…) en onderschatten ze het stakingsfenomeen in België. Stakingen die geen invloed hebben op de RSZ, omdat werknemers bijvoorbeeld doorbetaalt worden ondanks hun stakingsactiviteit, worden niet opgenomen in deze cijfers.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!