Stakingen in vrije val
Vakbond, Staking, Poliargus, Sociale partners, Staken -

Stakingen in vrije val

vrijdag 7 maart 2014 09:26

De kwartaalcijfers over het aantal stakingsdagen in België leveren altijd mooie krantenkoppen op: “Een record aantal stakingsdagen”, “België bij grootste stakers in Europa”. Een rapport van het European Trade Union Institute (ETUI) geschreven door Kurt Vandaele (2011)  geeft echter een ander beeld. Het aantal stakingen is overal in Europa en dus ook in België in vrije val.

Vandaele kijkt naar het aantal dagen dat er niet gewerkt wordt door een staking en vergelijkt de periode 1990-99 met de periode 2000-09. Hij komt tot de conclusie dat overal in Europa, behalve in Oostenrijk, het aantal stakingsdagen in vrije val is. In een aantal landen gaat het over dalingen van meer dan 60% terwijl het in België over een daling van ongeveer 26% gaat. De verklaring voor België moet vooral gezocht worden in de algemene staking van 1993, die veel beter werd opgevolgd dan de algemene staking van 2005.

In de Europese rangschikking stond en staat België op kop. Samen met Spanje, Frankrijk, Italië en Denemarken behoort België tot de top 5 van landen waarin veel gestaakt wordt. De stakingen in België volgen trouwens een specifiek patroon. Zo wordt er veel gestaakt tijdens het eerste semester van oneven jaren. En in het tweede semester van de even jaren. Op die momenten wordt onderhandeld over respectievelijk de cao’s op sectorniveau en de Interprofessionele Akkoorden (IPA). Het is enkel bij algemene stakingen dat dit patroon verstoord wordt.

De verklaring voor het dalende aantal stakingsdagen is te wijten aan enkele factoren. Ten eerste zien we in ongeveer heel Europa dat de vakbonden aan terrein verliezen. Enkel in België en de Scandinavische landen houden de vakbonden stand. Minder vakbond betekent vaak minder stakingen hoewel dat niet altijd het geval is. In Frankrijk staan de vakbonden bijvoorbeeld relatief zwak, maar wordt er toch veel gestaakt.

Een tweede, daarmee verbonden reden voor de daling is de de-industrialisering van Europa. Overal worden de dienstensectoren belangrijker. In de dienstensectoren zijn de bedrijven minder groot, zijn er meer bedienden aan het werk en zijn de vakbonden minder aanwezig. Dit alles leidt tot een minder grote stakingsbereidheid.

Een derde reden is volgens Vandaele te vinden in de huidige neoliberale en globale context. Onder druk van delokaliseringen en in het huidige anti-vakbondsklimaat worden personeelsleden en vakbonden gepusht om niet te staken, maar om te onderhandelen over concessies in ruil voor jobbehoud. Het staken wordt ook op verschillende manieren aan banden gelegd of ontmoedigd. In België gebeurt dit bijvoorbeeld via eenzijdige verzoekschriften om stakingen te breken.

Het beeld dat er in België (en bij uitbreiding in Europa) enkel méér gestaakt wordt klopt dus niet. De langetermijntendens in het aantal stakingen is dalend, overal in Europa en dus ook België. Meer zelfs, de onderliggende redenen voor die dalende tendens blijken structureel te zijn. Een omkering in de dalende tendens is dus niet voor morgen.

In België, net zoals in de Scandinavische landen houden de vakbonden nog stand, maar in de meeste andere landen van Europa daalt de invloed van de vakbonden zienderogen. Hierdoor zijn er niet enkel minder stakingen, maar ook minder collectieve akkoorden en minder loonoverleg wat zorgt voor een hogere ongelijkheid en lagere lonen. Of hoe een dalende trend in het aantal stakingen niet noodzakelijk positief nieuws is.

Stan De Spiegelaere

Deze tekst werd eerder gepubliceerd op www.poliargus.be

Referenties

Vandaele, K. (2011). Sustaining or abandoning “social peace”? ETUI Working Papers, 2011(05), 53.

Foto: French Stache

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!