Op 7 juni kwamen oud-militairen massaal op straat in Luanda om hun achterstallige pensioenen op te eisen. Het kwam daarbij tot harde confrontaties met de politie (foto: MakaAngola)
Reportage, Nieuws, Afrika, Politiek, Angola, MPLA, Corruptie, Pensioenen, Luanda, Rafael Marques de Morais, José Eduardo dos Santos, Presidentsverkiezingen, Legerleiding, Oud-soldaten, Oorlogsveteranen, Ministerie van Defensie -

Gedemobiliseerde soldaten protesteren in Angola

Woensdagmorgen 20 juni was er weer even paniek in de Angolese hoofdstad Luanda. Enkele honderden oud-soldaten maakten zich op voor een nieuwe protestactie om hun eisen voor de uitbetaling van achterstallige pensioenen kracht bij te zetten. Alle politiediensten werden meteen in hoogste staat van paraatheid gebracht. Op 7 juni hadden al ruim 3.000 oud-militairen luidruchtig geprotesteerd.

vrijdag 22 juni 2012 16:25

De actie van woensdag werd nog voor ze goed en wel van start kon gaan door de anti-oproerpolitie in de kiem gesmoord. Met traangas, het waterkanon en de wapenstok werden de betogers op het Largo de Maianga uit elkaar gedreven. De autoriteiten wilden absoluut een herhaling van twee weken geleden vermijden. Alle toegangswegen naar het presidentieel paleis werden afgesloten.

De oud-militairen waren woest omdat de regering nog altijd niet is ingegaan op hun eisen. Velen hebben twintig jaar nadat ze het leger verlieten nog geen pensioen ontvangen. Woensdag waren ook 50 weduwen van oud-militairen aanwezig. Toen een andere groep aanstalten maakte om naar de Amerikaanse ambassade te trekken, werd ze met traangas tegengehouden.

3.000 gedemobiliseerde soldaten marcheerden naar presidentieel paleis

Een verrassende betoging in de Angolese hoofdstad Luanda: 3.000 gedemobiliseerde soldaten marcheerden op donderdag 7 juni naar het presidentieel paleis. Ze waren het beu al maanden te moeten wachten op vergoedingen waarop ze recht hebben na jaren van militaire dienst. Sommige oorlogsveteranen eisten hun invaliditeitspensioen. De repressie was navenant.

De groep soldaten vertrok rond 9 uur aan het hoofdkwartier van de Angolese strijdkrachten (FAA). Bijna drie kilometer verder bereikten ze de poorten van het ministerie van Defensie, slechts een paar honderd meter verwijderd van het presidentieel paleis.

Met opmerkelijke organisatorische en tactische vaardigheden slaagden de voormalige soldaten erin om voorbij de sterk bemande presidentiële garde te dringen en zelfs de barrières van de talrijk aanwezige anti-oproerpolitie te verschalken. Ze vochten zich een weg tussen de wapenstokken en de honden van de politie. Volgens getuigen geraakten ten minste twee demonstranten daarbij lelijk gewond door hondenbeten.

Gedurende maximaal een uur ontstond er een patstelling aan het ministerie van Defensie. De presidentiële garde, de anti-oproerpolitie, de speciale hondenbrigade, de zwaar bewapende militaire politie kregen zo de kans om het laatste stukje terrein dat de betogers nog scheidde van het paleis in te nemen.

Op strategische punten stonden waterkanonnen opgesteld. Generaals en bevelhebbers van de politiediensten kwamen persoonlijk het bevel voeren over de operatie. De demonstranten lieten zich evenwel niet afschrikken en lieten steeds luider en onverschrokken hun protest horen. Op enkele strategische kruispunten elders in de stad stonden militaire voertuigen opgesteld als afschrikkingsmaatregel.

“Ik zal sterven in Angola, met een oorlogswapen in de hand”

Toen de anti-oproerpolitie met schilden en stokken die elektrische schokken afgeven zich klaarmaakten om in actie te komen, schreeuwden de gedemobiliseerde soldaten tegen hun voormalige strijdmakkers: “Dood ons! Dood ons! Dood ons!”

Ze wisselden die schreeuw af met een bekend Angolees lied dat de regerende MPLA (Volksbeweging voor de Bevrijding van Angola) jarenlang als strijdlied had opgelegd aan het basisonderwijs om zelfs de kinderen vanaf de leeftijd van vijf jaar te indoctrineren. Het lied luidt: “Ik zal sterven in Angola, met een oorlogswapen in de hand / Een granaat zal mijn kist zijn / en mijn begrafenis zal door een patrouille worden begeleid”.

De ex-soldaten zongen het lied uit volle borst, de meesten van hen zijn ondertussen meer dan 50 jaar oud en hebben in hun leven vooral oorlog en strijd gekend.

“We stoppen onze mars hier omdat we medelijden met hen [de president en de generaals] hebben. Als we zouden willen, slaan we ons door deze barrière en bereiken het presidentieel paleis. We willen een duidelijk signaal sturen dat we terugkomen als we niet snel betaald worden”, zei Domingos Frederico, 52, een gehandicapte oorlogsveteraan, ontslagen in 1992, zonder ooit enig pensioen te hebben gekregen.

Sinds 1992 lijdensweg om recht op pensioen op te eisen

Op 31 mei was een delegatie van 70 leden van de oud-strijders gaan aankloppen bij de Nationale Assemblee (parlement) om een dringende tussenkomst te vragen over de uitbetaling van hun pensioenen. De delegatie werd teruggestuurd het hoofdkwartier van het leger (FAA). Daar wilde echter geen enkele hoge ambtenaar tijd vrij maken om hen te ontmoeten.

Al sinds 1992 zijn de meeste van deze ex-soldaten aan een lijdensweg bezig door bij militaire en civiele instellingen aandacht te vragen voor hun problemen, maar totnogtoe zonder succes.

“Het is nu of nooit. Als de regering niet met concrete oplossingen komt in de komende weken zullen we ingrijpen tijdens de verkiezingen. Wij accepteren de leugens en uitvluchten niet langer. Wij laten ons niet meer kalmeren”, waarschuwde António Bernardo.

De oorlogsveteraan trok daarop zijn hemd uit om de zware littekens te laten zien die hij in de strijd voor het vaderland had opgelopen. In zijn broekzak had hij een map met een bundel documenten, van vele militaire instellingen, over hoe hij zijn aanspraken op een pensioen zou kunnen doen gelden. De oudste documenten dateerden al van 1988, toch heeft hij nog nooit een uitkering gehad …

Viersterrengeneraal Geraldo Sachipengo Nunda probeert gemoederen te bedaren

Om de gemoederen wat te bedaren, heeft de chef-staf van de Angolese strijdkrachten, viersterrengeneraal Geraldo Sachipengo Nunda, uiteindelijk ingestemd met een korte ontmoeting met een delegatie van de demonstranten in het ministerie van Defensie. Kort kreeg het delegatielid een microfoon om de boodschap van de hoogste militaire commandant aan zijn makkers over te brengen.

De generaal had gezegd dat het ministerie niet over een kluis met veel geld beschikt om de betogers meteen uit te betalen, en dat dergelijke betalingen alleen kunnen gebeuren na goedkeuring door de overheid. Volgens de boodschapper had de legerleiding om een maand geduld?? gevraagd, maar zouden de eisen van de oud-soldaten wel effectief worden aangepakt.

Op deze boodschap antwoordden de demonstranten met spot en luid boegeroep. “De generaals en de politici stelen al ons geld. Angola is een enorm rijk land dankzij de olie-inkomsten, hoe is het dan mogelijk dat zij [de regering] nooit iets voor ons over heeft?” riep de gepensioneerde sergeant Afonso Malembe, 51. Hij verloor een been bij de ontploffing van een landmijn in 1985. Hij volgt momenteel avondschool in de hoop alsnog leraar te worden.

De gedemobiliseerde soldaten besloten dan maar – uit vrije wil – zich terug te trekken op een ordentelijke wijze. “We kunnen nu in vrede naar huis gaan, maar als de autoriteiten volgende week weer tegen ons liegen, zullen we met nog veel meer kameraden terugkomen met een grotere vastberadenheid”, waarschuwde Tony Bumba, 47.

In een opmerkelijk vertoon van arrogantie begon de anti-oproerpolitie, op bevel van de aanwezige generaals, de terugtrekkende betogers met geweld te verjagen van de terreinen rond het ministerie van Defensie. Uit woede en frustratie begonnen enkele soldaten met straatstenen en andere voorwerpen naar de politie te gooien. Een politieagent werd door een steen aan het hoofd getroffen en bloedde hevig.

Dagelijks zien we hoe de relatie verzuurt tussen het regime van president José Eduardo dos Santos, nu al bijna 33 jaar onafgebroken aan de macht, en de rechteloze massa van de Angolese samenleving die in armoede moet zien te overleven.

Leven op het spel gezet voor partij en vaderland

Tijdens het merkwaardige oud-soldatenprotest zei Nascimento Pedro, 58: “we zijn hier allemaal voor 100 procent militanten van de MPLA, maar het is wel dezelfde MPLA-elite die al het bloed uit ons lichaam zuigt. Het is tijd om dit grondig aan te pakken”.

Om Pedro’s woorden te illustreren, toonden enkele demonstranten ostentatief hun MPLA-lidkaarten om duidelijk te maken dat er geen oppositiepartijen achter dit protest schuilgaan, zoals de officiële media het graag voorstellen. Een andere groep noemde de houding van de regeringspartij gewoonweg ‘schaamteloos’ omdat die “totaal niets heeft gedaan voor de gedemobiliseerde soldaten, die hun leven op het spel hebben gezet voor de partij en het vaderland.”

Terwijl de politie chargeerde, schreeuwde een gehandicapte ex-soldaat dat hij zijn angst al lang verloren had toen hij op een landmijn trapte en daarbij zijn ledematen verloor. “Wij verdedigden jullie macht, dieven!”, schreeuwde hij de politieagenten toe.

Op goed twee maanden voor de aangekondigde presidentsverkiezingen groeien de protesten elke dag aan. De autoriteiten lijken weinig anders te kunnen verzinnen dan met bruut geweld te antwoorden en loze beloften te verspreiden.

Door ‘onbekenden’ ontvoerd

Op zondag 27 mei 2012, precies 35 jaar na de grote zuivering van 1977, zouden voormalige presidentiële bewakers een mars houden in de richting van het presidentieel paleis om hun vraag naar pensioenen wat kracht bij te zetten. Twee van de organisatoren van deze mislukte actie, Alves Kamulingue (30) en Isaías Cassule (34), werden door ‘onbekenden’ ontvoerd.

Van hen ontbreekt totnogtoe elk spoor. Volgens geruchten werden ze zelfs dezelfde nacht nog gedood door milities die nauwe banden onderhouden met de veiligheidsdiensten. Het is niet de eerste keer dat ontvoering wordt gebruikt als afschrikkingsmiddel tegen individuen die zich al te openlijk tegen de overheid verzetten.

De president had nochtans beloofd goed te zorgen voor zijn vroegere bewakers. Maar die moeten zich nu in leven zien te houden als vuilnismannen, want nadat ze ontslag kregen, hebben ze nooit een compensatie of pensioen gekregen.

Sinds maart 2011, geïnspireerd door de gebeurtenissen in de Arabische wereld, zijn talloze straatprotesten in Angolese steden te zien geweest. Meestal gericht tegen het beleid van de president. Die heeft zich nu al bijna 33 jaar aan de macht vastgeklampt en zit nog stevig in het centrum van wanbestuur, corruptie, geweld en de plundering van rijkdommen van het land door zijn trawanten, generaals en leden van zijn MPLA-partij.

Rafael Marques de Morais

Rafael Marques de Morais is een Angolese onderzoeksjournalist die zich heeft gespecialiseerd in corruptiezaken.

(samenvatting en vertaling uit het Portugees en Engels: Jan Van Criekinge)

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!