Troepen die Ouattara steunen, hebben op 30 maart 2011 de controle over de westelijke stad Duékoué overgenomen. De weg naar de haven van San Pedro ligt nu open (foto: Jeune Afrique)
Reportage, Nieuws, Afrika, Politiek, Presidentsverkiezingen, Ivoorkust, Alassane Ouattara, Laurent Gbagbo, Abidjan, ONUCI, VN-missie, Duékoué, Patriottische jeugdmilities, Dozo-milities, Bouaké, UNMIL, Liberiaanse huurlingen, Misdaadpsychose, Crimineel geweld, Postelectoraal conflict, Christophe Yaht -

Angst en afkeer beheersen leven in Ivoorkust

Ruim een jaar na het einde van de Ivoriaanse postelectorale crisis zijn politiek wantrouwen, onzekerheid en angst wijdverspreid, constateert freelance journalist Bram Posthumus. "Er wordt gezegd dat in Abidjan niemand de stad na het donker nog verlaat, dat na 22 uur de weg naar het noorden een roversnest wordt."

woensdag 9 mei 2012 16:15

Hetzelfde geldt in Bouaké, een stad in het centrum van Ivoorkust en lange tijd het hoofdkwartier van de noordelijke rebellen. “Niemand vertrouwt elkaar”, vertelde een inwoner aan Think Africa Press. Een aanschouwelijke foto in de overheidskrant Fraternité Matin toont een minibus die van de weg is geraakt. De romp van de levenloze chauffeur is van de stoel gezakt en hangt in een vreemde hoek. “Zomaar vermoord”, leest een deel van de krantenkop.

In de omgeving van Bouaké wachten misdadigers meestal niet eens tot het vallen van de avond. Ze hebben veel tijd om hun hinderlagen op te zetten omdat de wegen zo weinig gebruikt worden. Dit gebeurt vijf tot zes keer per dag.

Na 19.30 uur zijn er geen taxi’s meer in Duékoué, een stad ten westen van het land waar in maart 2011 hard werd gevochten. “Ze zijn bang”, legt een hotelmanager uit, “er zijn te veel overvallen gepleegd”. ‘s Avonds zijn de restaurants levendig, maar alle klanten komen aan op hun goedkope Chinese motorfietsen. Het plezier houdt op net voor een groot hotel dat het nieuwe Ivoriaanse leger als hoofdkwartier gebruikt. In de rest van de straat is het donker en angstaanjagend stil.

Jagers en soldaten en nationale psychose over misdaad

Ivoorkust is in de greep van een ongekende misdaadgolf, of ten minste, van een nationale psychose over misdaad. Maar wie zijn deze misdadigers? Zoals zo vaak het geval is, hangt de uitleg af van de politieke stroming waartoe iemand behoort.

In Duékoué beschuldigt de meerderheid van de Guéré, die zichzelf als de oorspronkelijke inwoners beschouwen, het voormalige rebellenleger van de huidige president Alassane Ouattara, de Forces Républicaines de Côte d’Ivoire (FRCI), en de traditionele jagers, de Dozo’s, hiervan. “We zijn bang van hen”, zegt Bertine Monsio, die in het Nahibly-vluchtelingenkamp juist buiten Duékoué verblijft.

In maart 2011 trokken de FRCI-troepen, vergezeld van de traditionele Dozo-milities, door het westen van Ivoorkust in hun strijd tegen het leger van Laurent Gbagbo. Minstens 800 mensen werden afgeslacht na de bezetting van Duékoué. In een rapport van 30 september 2011 schrijft Human Rights Watch dat de bevelhebber van die troepen commandant Losséni Fofana was. Geen enkele actie, noch gerechtelijk, noch disciplinair, is sindsdien gevoerd tegen hem. De dorpen in en rond Duékoué liggen er nog steeds vernietigd bij. De angst is voelbaar.

De media bestendigen deze angst. Zij en de vluchtelingen in het Nahibly-kamp beschouwen Laurent Gbagbo nog altijd als hun politieke held en de uitkomst voor de crisis in het land. Gbagbo werd na een hevige strijd in en om Abidjan op 11 april 2011 door het leger van zijn aartsrivaal Ouattara, met ondersteuning van de VN-troepenmacht en Franse para’s, overmeesterd nadat hij bleef weigeren om de uitslag van de presidentsverkiezingen van 28 november 2010 te erkennen en zijn ambt over te dragen aan de verkozen president, Alassane Ouattara.

“FRCI-troepen moorden en stelen cacao in het westen”, leest een krantenkop. Vaste kost voor Notre Voie, de meest schreeuwende pro-Gbagbokrant in het land.

Hervorming van het leger

“De FRCI is geen leger in de echte betekenis van het woord”, zegt Christophe Yaht, een hoofdonderzoeker aan de universiteit van Bouaké. “Er zijn allerlei milities die zich in de loop van de strijd om de macht hebben aangesloten bij de FRCI-troepen, maar die ongeoefend en ongedisciplineerd zijn. De overheid zal hard moeten optreden om er van af te raken.”

Hoewel de regering van Ouattara heeft beloofd het leger grondig te herstructureren, is het duidelijk dat er nog genoeg criminele elementen aanwezig zijn die de lokale bevolking angst inboezemen. Bovendien hebben de FRCI-troepen er een gewoonte van gemaakt goederentransporten en reizigers te beroven, iets wat Gbagbo’s troepen trouwens ook veelvuldig deden. Dit heeft als resultaat dat Ivoorkust een van de duurste transportsystemen ter wereld heeft.

Ondertussen publiceren de aanhangers van Gbagbo in de media lange lijsten waarin de wandaden begaan door de FRCI-troepen worden opgesomd, om zo president Ouattara in een slecht daglicht te stellen. De FRCI blijft deze campagnevoerders rijkelijk van munitie voorzien.

Milities en huurlingen

Ook al zou het leger worden gezuiverd, misdadigers hebben opties genoeg om hun criminele activiteiten voort te zetten. Het postelectorale conflict tussen Gbagbo en Ouattara werd immers niet alleen uitgevochten door twee legers. Allerlei lokale milities en zelfverdedigingsgroepen sloten zich aan, evenals huurlingen uit Burkina Faso, Mali, Guinee-Conakry en Liberia.

Laurent Gbagbo bewapende lokale zelfverdedigingsgroepen (de beruchte patriottische jeugdmilities) lang voor het begin van het gewapend conflict, vooral in het westen van het land. In Duékoué is het een publiek geheim dat de overheid het Nahibly-vluchtelingenkamp wil sluiten omdat ze vermoedt dat plunderaars en struikrovers, en zeer waarschijnlijk ook voormalige leden van deze milities, zich daar schuilhouden. Binnen het kamp wordt dit nochtans hevig ontkend.

Dit is ook het geval in Bouaké. Lokale burgers beschuldigen de ex-strijders, die op hun beurt de beschuldigingen ontkennen. Deze ontkenningen verliezen echter hun geloofwaardigheid wanneer men beseft dat het favoriete wapen van de rovers de AK-47 is, een berucht oorlogswapen dat tot voor kort algemeen in omloop was in Ivoorkust.

Ook groepen uit Burkina Faso en Liberia blijven voor problemen zorgen. Zo heeft een groep gewapende Burkinezen een klein nationaal park bezet en omgevormd tot een cacaoplantage, dit tot grote ergernis van de lokale Guéré.

Ook het nabijgelegen Bangolo is berucht voor struikroverij. Liberiaanse huurlingen werden tijdens de postelectorale crisis ingezet door zowel Gbagbo als Ouattara. Zij steken willekeurig de sterk beboste gemeenschappelijke grens over om wapens aan beide zijden te verbergen, mijnsites en dorpen aan te vallen en daarna te vluchten met de buit.

Zowel de Liberiaanse als Ivoriaanse politie verklaren dat ze niet over de middelen beschikken om het probleem effectief te bestrijden: er is een tekort aan personeel en gevangeniscellen en er zijn nauwelijks voertuigen en motorfietsen om doeltreffend te patrouilleren in het grensgebied.

En de VN?

Twee belangrijke militaire spelers blijven ondertussen verrassend genoeg afwezig, namelijk de ONUCI en de UNMIL, de VN-vredesmissies voor Ivoorkust en Liberia, hoewel er honderden nutteloze jeeps geparkeerd staan achter het VN-hoofdkwartier in Monrovia. “Niemand zou hen missen als ze zouden vertrekken”, bekent Bamba, een chauffeur die vaak de 100 km tussen Duékoué en Daloa aflegt.

Wanneer Bamba gevraagd wordt hoe de veiligheidsproblemen in het land opgelost zouden kunnen worden, antwoordt hij dat het de FRCI-troepen zijn die de boeven vangen. “En ik ken transportondernemers die Dozo’s voor beveiliging inhuren.” Hem vragen welke partij hij steunt, is dus overbodig.

Bram Posthumus

Bram Posthumus is een onafhankelijke pers- en een radiojournalist met meer dan 20 jaar ervaring. Hij woont en werkt in West- en Zuid-Afrika. Afwisselend tussen Dakar en Amsterdam rapporteert hij over politieke, culturele en economische gebeurtenissen voor verschillende radio-, pers- en internetmedia.

(vertaling uit het Engels door Zorana Belic)

(oorspronkelijk artikel op Think Africa Press: Fear and Loathing in the Ivory Coast. A year on from the end of the country’s post-electoral crisis, political distrust, insecurity and anxiety are widespread by Bram Posthumus)

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!