ACW  moet afstand nemen van CD&V
Opinie, Samenleving, ACW -

ACW moet afstand nemen van CD&V

“Het ACW moet afstand nemen van zijn bevoorrechte band met CD&V en die vervangen door een bevoorrechte band met alle politici en partijen die voorrang geven aan het zoeken van oplossingen voor een sociale en rechtvaardige samenleving.” Dat schrijven Omer Mommaerts en Jef Mariën van de Beweging voor een strijdbare en politiek zelfstandige christelijke arbeidersbeweging

maandag 17 mei 2010 15:04


doc

Rerum
Novarum 2010: een andere wereld is nodig … en mogelijk!

Ieder
jaar vieren de socialistische en christelijke arbeidersbeweging hun
ontstaan en bestaan. De socialistische arbeidersbeweging doet dat op
1 mei, de christelijke op Hemelvaartsdag. Hemelvaartsdag valt op de
40ste
dag na Pasen en wanneer Pasen valt wordt bepaald door de stand van de
maan. Twee jaar geleden, op 1 mei 2008, was een van die zeldzame
keren dat de stand van de maan ervoor zorgde dat beide feesten op
dezelfde dag vielen. Sinds het ontstaan van beide feestvieringen was
dit nog maar de tweede keer. De vorige keer was in 1913 en de
volgende keer (?) zal in 2160 zijn.

Rerum
Novarum: het ‘handvest’ van de christelijke arbeidersbeweging

Op
15 mei 1891 verschijnt – met de beginwoorden ‘rerum novarum’
[over nieuwe zaken, toestanden] – de eerste pauselijke tekst of
encycliek die volledig gewijd is aan het ‘sociale vraagstuk’
zoals het zich in die tijd stelde. Aan het ontstaan van die encycliek
ging een hele voorgeschiedenis van interne discussie vooraf over de
vraag welke houding de katholieke (kerk)gemeenschap moest aannemen
tegenover de alsmaar erger wordende sociale gevolgen van het
kapitalisme. Het antwoord op die vraag was des te dringender geworden
door het toenemende succes van de socialistische beweging en haar
antwoord om door klassenstrijd een einde te stellen aan deze
situatie. Rerum Novarum had dan ook een drievoudige boodschap: een
afwijzing van het socialisme dat tot maatschappelijke wanorde leidde
en het katholieke geloof ondermijnde; een veroordeling van de
excessen van het kapitalisme en dan vooral van de sociale gevolgen
hiervan en tenslotte de boodschap dat niet klassenstrijd maar veeleer
klassensamenwerking de enige goede strategie kon zijn om tot een
oplossing van het sociale vraagstuk te komen. Met deze encycliek had
de pas opgerichte antisocialistische, later christelijke vakbeweging,
meteen een stevige ideologische basis in de strijd om de steeds meer
in socialistisch vaarwater terechtgekomen arbeidersklasse in ons
land. De herdenking van Rerum Novarum, aanvankelijk op de
verschijningsdatum van 15 mei en later op Hemelvaartsdag, groeide in
ons land na de Eerste Wereldoorlog uit tot de ‘christelijke’
tegenhanger van de 1 meiviering van de socialistische
arbeidersbeweging.

Ons
sociaal model is waardevol en niet te koop

Het
is een historisch feit dat
de
christelijke vakbeweging ontstaan is vanuit het antisocialisme. In
onze verzuilde samenleving speelden de politiek-ideologische
ontstaansachtergronden en bindingen gedurende lange tijd een grote om
niet te zeggen dominerende rol. De organisatorische verdeeldheid van
de arbeidersbeweging werd hierdoor in stand gehouden en zelfs
versterkt. Deze verdeeldheid heeft de verdediging van de
werknemersbelangen heel wat schade berokkend. In sommige periodes en
sommige sectoren leek (lijkt?) het er soms op dat niet de werkgever
maar wel de andere vakbond – en dit was wederzijds – de grotere
vijand was. Onnodig te zeggen wie uit deze houding het grootste
voordeel haalde.

Maar
sinds het ontstaan van beide arbeidersbewegingen in ons land is er al
heel wat water naar de zee gestroomd. Aan beide zijden groeide steeds
sterker het inzicht dat samenwerking noodzakelijk was om de belangen
van alle werknemers ten volle te kunnen behartigen. De strategische
tegenstelling tussen klassenstrijd en klassensamenwerking verloor
heel wat van zijn scherpte. Beide arbeidersbewegingen verzoenden zich
in het geloof in het sociaal overleg. ‘Strijd’ werd ‘actie’
die achter de hand werd gehouden indien dat sociaal overleg niet de
verwachte resultaten opleverde.

Die
doorheen de geschiedenis gegroeide band tussen beide
arbeidersbewegingen in ons land kwam duidelijk tot uitdrukking in de
gemeenschappelijke verklaring ‘Ons sociaal model, waardevol en niet
te koop’, aan de vooravond van de weliswaar gelijktijdige maar
(nog) niet gezamenlijke viering van 1 mei en Rerum Novarum in 2008.

:
“Als sociale bewegingen hebben wij een duidelijke gemeenschappelijk
visie op de samenleving. We willen daartoe vandaag, aan de vooravond
van 1 mei en Rerum Novarum, een belangrijk en eensgezind signaal
geven. We bundelen onze krachten om ons sociaal model te behouden, te
versterken en te vernieuwen. We bundelen onze krachten om de troeven
van ons systeem uit te dragen. We bundelen onze krachten om neen te
zeggen tegen een verdere vermarkting ervan. We scharen ons achter een
gemeenschappelijke verklaring die onze tien prioriteiten verwoordt.”

Tien
prioriteiten ter verdediging van ons sociaal model

  1. Ons
    sociaal model is té waardevol voor een uitverkoop
    .
    We moeten de troeven in de verf zetten en internationale bondgenoten
    zoeken die onze waarden onderschrijven. Ons sociaal model is geen
    rem, maar een opportuniteit voor stabiele economische groei.

  2. Solidariteit
    tussen personen, dé hoeksteen van ons sociaal model.

    De federale solidariteitsmechanismen, waaronder de sociale
    zekerheid, moeten op federaal niveau georganiseerd blijven.

  3. De
    sociale zekerheid mag niet verglijden tot een armoedig
    bijstandsstelsel.

    Ze moet voldoende sociale bescherming bieden aan iedereen, zodat er
    een breed maatschappelijk draagvlak voor behouden blijft en zodat
    extra private verzekeringen geen noodzaak zijn. De overheid moet
    zorgen voor een solidaire, stabiele en voldoende financiering.

  4. De
    welvaartsgroei moet rechtvaardig worden verdeeld.

    De koopkracht van werknemers en niet-actieven moet gevrijwaard en
    verhoogd worden.

  5. Armoede
    hoort niet thuis in een sociale welvaartsstaat.

    Armoedebestrijding vergt een geïntegreerd beleid, zowel inzake
    inkomen, arbeid, huisvesting, onderwijs en samenleven.

  6. De
    sociale zekerheid en de sociale diensten mogen niet ondermijnd
    worden door de commerciële markt.

    De waarden van ons model staan haaks op de uitgangspunten van
    winstgerichte organisaties.

  7. De
    overheid moet een sterke rol blijven spele
    n,
    bij uitstek in sectoren waar de vermarkting al zijn intrede heeft
    gedaan, zoals bij een deel van de nutsvoorzieningen.

  8. Sociaal
    middenveld: nodig en springlevend.

    De overheid moet de rol van het sociale middenveld versterken in
    plaats van uithollen.

  9. Europa
    moet ook een sociaal en fiscaal Europa worden
    ,
    dat niet enkel intern meer recht doet aan sociale doelstellingen,
    maar ook mee de bakens uitzet voor een sociale globalisering.

  10. De
    globalisering moet een duurzaam en sociaal karakter krijgen
    .

De
crisis van de eeuw

Ondertussen
weten wij wat we op 1 mei 2008 nog niet wisten. In de voorbije twee
jaar werd heel de wereld geconfronteerd met de grootste economische
crisis sinds de jaren dertig. De recente gebeurtenissen rond de Euro
en het dreigende faillissement van meerdere Europese lidstaten hebben
onmiskenbaar duidelijk gemaakt dat deze crisis nog lang geen eindpunt
en misschien zelfs nog niet haar dieptepunt heeft bereikt. Misschien
staan we zelfs voor de grootste economische crisis van de moderne
tijd überhaupt. In het licht van deze kennis klinken de tien punten
uit de gemeenschappelijke verklaring van 2008 bijna profetisch. “Ons
sociaal model is té waardevol voor een uitverkoop”. En dat is nu
juist wat dreigt te gebeuren als gevolg van de financieel-economische
crisis. En dat terwijl dit sociaal model op geen enkele manier
verantwoordelijk is voor deze crisis. Daarom stelden de vakbonden bij
ons en over heel de wereld terecht: wij zijn niet de schuld van deze
crisis, wij gaan ze dan ook niet betalen. Maar wat hebben we gezien?
De banken werden gered door de financiële tussenkomsten van de
nationale overheden, zeg maar door het belastinggeld van de burgers.
De rekening werd betaald door miljoenen bijkomende werklozen en dus
door de collectieve verarming van de werknemers. De economie kwam in
een zware recessie terecht en ging voor het eerst in heel de wereld
achteruit. De nationale overheden tekenden ongeziene
begrotingstekorten op en zagen de overheidsschuld sterk toenemen. Het
was in ons land niet anders. Met een begrotingstekort van bijna 20
miljard euro en een toename van de overheidsschuld tot 100% van het
BBP werden ons voor de komende jaren zware besparingen aangekondigd.
En toen begon ‘de tweede ronde’ van de crisis. Speculanten over
heel de wereld zagen hun kans schoon om de verzwakte nationale
overheden verder op de knieën te dwingen om nieuwe en nog grotere
winsten te maken. Na IJsland, Ierland en een aantal Oost-Europese
staten was Griekenland nu het eerste slachtoffer in de Eurozone en
een opstapje om nog sterkere landen uit die Eurozone en uiteindelijk
de Eurozone in zijn geheel aan te vallen. Een eerste reddingsfonds
van 110 miljard euro voor Griekenland bleek onvoldoende om de
speculanten tot de orde te roepen. In een ultieme poging slaagde de
Europese Unie erin om met een gigantisch reddingsfonds van 750
miljard euro aan financiële waarborgen een wapenstilstand af te
dwingen. Maar de zegebulletins hierover waren direct verbonden met de
aankondiging dat forse besparingen in heel de Europese Unie nu niet
langer mochten worden uitgesteld. En hoe diep die besparingen in het
vlees van de gewone burgers kunnen snijden is reeds duidelijk
geworden in Griekenland. Door draconische maatregelen op het vlak van
de lonen en in de sociale zekerheid zullen de Griekse burgers hun
inkomen in de komende jaren zien dalen met 10 tot 20 procent.

BHV
: Belast Hoge Vermogens

Ook
in ons land ontkent geen enkele politicus dat de komende jaren, wat
ook de samenstelling van de komende regering(en) zal zijn, in het
teken zullen staan van harde en omvangrijke besparingsmaatregelen.
Besparingsmaatregelen die blijkbaar noodzakelijk zijn geworden door
de economische crisis en het daaruit voortvloeiend hoge
begrotingstekort en opnieuw groeiende overheidsschuld. Besparingen
die vooral de lage en middeninkomens zullen treffen. En dat terwijl
de inkomensongelijkheid nu al meer dan 15 jaar blijft toenemen. De
armoede treft in ons land meer dan 1,5 miljoen mensen en in
toenemende mate ook mensen die werk hebben. De werkloosheid zal op
twee jaar tijd met meer dan 100.000 eenheden toenemen en voor jaren
op het hoogste niveau van heel de naoorlogse periode staan. De
sociale zekerheid komt door de vergrijzing maar nog veel meer door de
gulle verminderingen van de zogenaamde werkgeversbijdragen steeds
meer onder druk te staan. En het wettelijk pensioen volstaat steeds
minder om aan ouderen een welverdiend en fatsoenlijk levensniveau te
garanderen. Je zou dan denken dat de regering Leterme gevallen is
omdat de politieke partijen het niet eens konden worden op welke
manier deze prangende problemen het best kunnen aangepakt worden.
Niets is echter minder waar. De regering Leterme is gevallen omdat de
politieke partijen geen akkoord konden bereiken over een volgende
stap in de staatshervorming of nog beperkter, omdat er geen akkoord
kon worden bereikt over de splitsing van BHV. Alsof dat het probleem
is waar de meeste Belgen van wakker liggen. Alsof de splitsing van
BHV ook een antwoord zou geven op de echte vragen van de mensen:
werk, inkomen, pensioen. Tenzij natuurlijk dat BHV zou staan voor
Belast Hoge Vermogens, een slogan die nu reeds enkele jaren door de
militanten van ACV-Kempen wordt meegedragen in diverse optochten en
betogingen. Want dan krijg je een heel ander verhaal. Met een
dergelijke BHV zouden de vakbonden hun stelling kunnen realiseren dat
de werknemers deze crisis niet zullen betalen. Met een dergelijke BHV
zou men op termijn hoopgevende antwoorden kunnen geven op de
problemen van werk, inkomen en sociale zekerheid.

Anders
kan ook

Onder
dit motto voerde het ACW dit jaar actie. Een sterk motto dat
vertrouwen in eigen kracht uitdrukt en dat men best nog een paar
jaar aanhoudt. Want het kan niet alleen anders, het moet ook anders.
Daarvoor zijn de problemen en uitdagingen veel te groot. De vraag is
dan natuurlijk waarvoor dat ‘anders’ staat en meer bepaald in het
licht van de komende verkiezingen, een nieuwe regering en een nieuw
beleid?

Staat
dit ‘anders’ voor een resolute keuze voor een meer sociale en
rechtvaardige samenleving? Als dat zo is, en eigenlijk willen we
daaraan niet twijfelen, dan is het onvoldoende om de ‘schuld’
voor de huidige vervroegde verkiezingen eenzijdig in de schoenen te
schuiven van de Open VLD en haar ‘onervaren’ jonge voorzitter.
Dan moet het ACW ook in niet mis te verstane bewoordingen de
opstelling van N-VA en haar visie dat enkel in een onafhankelijk
Vlaanderen alle problemen kunnen opgelost worden, aanklagen en
afwijzen. Maar nog crucialer is dat het ACW diezelfde opstelling en
visie binnen de CD&V aanklaagt en afwijst. Crucialer, niet alleen
omdat CD&V –voorlopig nog- de grootste partij in Vlaanderen is,
maar vooral omdat het ACW weliswaar geen exclusieve maar toch nog
steeds een bevoorrechte band heeft met CD&V. En die bevoorrechte
band hypothekeert de resolute keuze van het ACW voor een meer sociale
en rechtvaardige samenleving. Want hoe kan je die resolute keuze
waarmaken met een partij waarin communautaire problemen voorrang
krijgen op sociale problemen? Hoe kan je die resolute keuze waarmaken
met een partij waarin steeds meer de overtuiging groeit dat een
‘beter’ sociaal beleid mogelijk is wanneer je de voorrang geeft
aan het ‘eigen’ volk met ‘Vlaams’ kindergeld, met een
‘Vlaamse’ hospitalisatieverzekering, met een ‘Vlaamse’
zorgverzekering, kortom met een eigen Vlaamse sociale zekerheid?
Waarom zegt het ACW niet met zoveel woorden dat een sociale en
rechtvaardige samenleving niet enkel het behoud maar zelfs de
versterking van een federale sociale zekerheid inhoudt en dat alle
voorstellen die deze keuze ondergraven, voor het ACW onaanvaardbaar
zijn?

Wij
twijfelen er niet aan dat het ACW echt werk wil maken van een sociale
en rechtvaardige samenleving waarin solidariteit per definitie een
solidariteit is die over alle grenzen in deze wereld reikt. Maar dan
zal het ACW afstand moeten nemen van zijn bevoorrechte band met CD&V
en die vervangen door een bevoorrechte band met alle politici en
partijen die niet enkel in woorden voorrang willen geven aan het
zoeken van oplossingen voor de echte problemen van de mensen met het
oog op een sociale en rechtvaardige samenleving. Als dat de boodschap
zou zijn van het ACW op Rerum Novarum dit jaar, dan praten we echt
over ‘nieuwe zaken’, over Rerum Novarum anno 2010. Dan toont het
ACW dat het ook echt anders kan.

Omer
Mommaerts en Jef Mariën

Beweging
voor een strijdbare en politiek zelfstandige christelijke
arbeidersbeweging

take down
the paywall
steun ons nu!