Wetenschap versus democratie? Aardappelen ten spijt.
Democratie, Wetenschappelijk onderzoek, Ggo-aardappelen, Field liberation movement - Laszlo Kosolosky

Wetenschap versus democratie? Aardappelen ten spijt.

dinsdag 7 juni 2011 15:00

Dat de actie van de ‘Field Liberation Movement’ zo uitvoerig besproken zou worden had niemand durven voorspellen. Niettegenstaande raakt de discussie aan aloude thema’s zoals wetenschappelijke integriteit, burgerlijke onvrede, wetenschappelijke patenten, enzovoort. Naast de academische wereld, is ook de politieke wereld op de kar gesprongen met uitspraken gaande van burgerlijke ongehoorzaamheid tot eco-terrorisme. Tijd om de misvattingen over de rol van wetenschap binnen onze representatieve democratie op te helderen.

Wetenschappers verdedigen hun onderzoek door zich te beroepen op recht op onderzoek. Politieke theorie leert ons echter attent te zijn voor de valkuil dat dergelijke argumentatie kan leiden tot de isolatie van wetenschap van sociale en politieke betrokkenheid. Belangrijk in dit debat is dat het opeisen van een recht op onderzoek geen garantie mag zijn voor de wenselijkheid van een bepaalde onderzoekslijn. Rechten beschermen keuzes; ze leiden geen keuzes. Zo kan het als een verbod op recht van onderzoek ervaren worden wanneer men onderzoek naar de link tussen ras en I.Q wettelijk verbiedt, maar dergelijke studie kan nog steeds onverstandig zijn omwille van wetenschappelijke, ethische en/of politieke redenen. Het erkennen van een moreel of constitutioneel recht op onderzoek zou begrepen moeten worden als een manier om publieke deliberatie over overheidsonderzoek op gang te trekken in plaats van het te besluiten. Dit dient zich toe te spitsen op de wenselijkheid, inhoud en werkwijze. Een vruchtbaar debat is niet gebaat bij het vernielen van eigendom of het criminaliseren van minderheidsgroepen.

Wij maken allen deel uit van een representatieve democratie waarbinnen een arbeidsdeling tussen experten en leken vereist is, onder meer omwille van de voortdurende specialisatie binnen de wetenschap en het cognitieve en temporele onvermogen van leken om zich te verdiepen in onderliggende argumenten. Deze arbeidsdeling staat of valt met een zelfbewust reflectief vertrouwen in experten. Dit vertrouwen kan aangesterkt worden door een geïnstitutionaliseerde cultuur van publieke controle en engagement. Publiek engagement is een must en dit niet enkel bij technisch falen of publieke controverse. Het is een voortdurende vereiste om te verhinderen dat onrechtvaardige machtsrelaties verstrengeld raken in wetenschappelijke consensus. Laat publiek engagement niet ter discussie staan, maar net de manier waarop des temeer.

In plaats van wetenschap te willen zuiveren van machtsinvloeden, dient de macht van wetenschap verspreid te worden over verscheidene instituties en sociale groepen. In plaats van leken uit te sluiten en de sociale perspectieven van experten te verbergen, moeten raadgevende wetenschappelijke organen een bredere representatie van diverse sociale en professionele groepen voorop stellen. Wetenschappelijke commissies, burgerpanels, (experten)raden, consensus conferenties en publieke wetenschapsfora zijn concrete voorbeelden van dergelijke instituties.

Het is dan ook aan te raden dat minderheidsgroepen zich via deze kanalen weten te uiten en op die manier hun stempel drukken op discussie. Hen criminaliseren brengt hier geen aarde aan de dijk, het afschilderen van dergelijke acties als burgerlijke ongehoorzaamheid al evenmin. De mogelijkheid om burgerlijk engagement te uiten via de voorziene instituties is een stap in de juiste richting, die perfect te rijmen valt met de representatieve democratie en rechtstaat die België is. Wetenschap is niet gebaat bij het ambiëren van een waardevrij ideaal, ver van de wetenschappelijke praktijk verwijdert. Wetenschap is geen eiland in de maatschappij en pretendeert dit ook niet te zijn. ‘Wetenschappelijke ware antwoorden’ ontdekken vereist waarde engagement, beslissingen en oordelen. Wat belangrijk is in een representatieve democratie is dat burgers toegang hebben tot deze diverse vormen van representatie om op die manier hun stem te kunnen laten horen en dat, misschien zelfs nog belangrijker, aan die stem daadwerkelijk gehoor wordt gegeven. Misschien is er dan geen reden meer voor organisaties als de Field Liberation Movement om zich buiten wat strikt toegelaten is te plaatsen (DWM, Maarten van Dyck, 7 juni)? Of misschien ben ik hier te utopisch?

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!