Democratie, particratie en meritocratie
Democratie, Verkiezingen, Burgerparticipatie, Particratie, Manifest, Alternatief, Progressief, Nieuw links, Meritocratie, Eenheidsdenken, Directe inspraak, Politieke afvaardiging, Parlementarisme -

Democratie, particratie en meritocratie

zondag 2 februari 2014 11:02

1)      De democratie dient terug centraal te staan. Wij zijn resoluut tegen de particratie en de gratuite meritocratie.

De democratie wordt beknot door een ongeziene en ongezonde partijdiscipline. Partijstandpunten worden opgelegd aan individuele mandatarissen en binnen meerderheid wordt er zelden afgeweken van het opgelegde stemgedrag. Particratie overheerst de gezonde werking van elke democratie. Wij zijn een voorstander van een gezonde meritocratie, maar niet van de gratuite variant, waarbij politici ongeacht kennis posten toebedeeld krijgen vanwege hun loyauteit. Politieke mandaten zijn te belangrijk om zomaar weg te geven als middel om ongeduldige partijleden te sussen, te belonen of de mond te snoeren. Wij geloven in een directe democratie.

Reeds vanaf het moment dat in het Oude Griekenland de eerste voorzichtige pogingen ondernomen werden om het volk een stem te geven, hoe beperkt en relatief dit ook was, was de samenleving op zoek naar een juist evenwicht tussen directe inspraak en politieke afvaardiging. In een radicale benadering van democratie is directe inspraak een streefdoel dat op alle domeinen maximaal moet opgezocht worden. Directe inspraak komt bijvoorbeeld voor bij een volksraadpleging of referendum. Deze handelen vaak over een duidelijk afgebakend, maar daarom niet minder complex, onderwerp, waarbij er doorgaans twee opties worden gegeven, niet zelden “ja” of “neen”.

Wanneer de directe inspraak puur en onversneden is, dan is het resultaat van het referendum ook bindend. Indien niet, dreigt het een zoethoudertje te zijn van de machthebbers om de schijn van participatie hoog te houden. Politieke afvaardiging daarentegen komt in bijna elk democratisch systeem voor, aangezien de schaal van het politieke landschap te groot is om te alle tijden directe inspraak te garanderen. Dit is zelfs in de praktijk het geval voor lokale entiteiten. Zo is het volgens sommigen verre van evident om pure democratie te introduceren in een gemeente van vijfduizend inwoners. Dit kan makkelijk betwist worden, maar dat directe inspraak beperkt zal zijn in een stad van een miljoen of een land van tien miljoen is al moeilijker te weerleggen. Toch moet de reflex aanwezig blijven om de politieke werking zo democratisch mogelijk te houden, met een maximale inspraak van de burger, een veelheid aan instrumenten om het beleid mee te sturen, en het evenwicht met de politieke klasse, die nog steeds de burger vertegenwoordigd, niet te verliezen.

Vandaag de dag is dat evenwicht de facto op elk niveau zoek. Het is zelfs zo, misschien ietwat contradictorisch, dat hoe lager men gaat, en hoe makkelijker het in theorie lijkt, hoe beknopter deze is, en hoe groter de vrije, slecht afgebakende politieke afvaardiging. Dit verlies van democratische, participatieve inspraak wordt enkel vergroot door het feit dat de afvaardiging van en vertegenwoordiging door een politicus geëvolueerd is naar de afvaardiging van en de vertegenwoordiging door een partij. De grip van individuele politici op het beleid verkleint steeds, omdat de beleidslijnen, de lijstvorming en het stemgedrag gedirigeerd worden door voorzitters en partijbesturen.

Waar dissidentie vaak nog aanwezig is op federaal en regionaal vlak, vaak ingebed in strategische overwegingen en versterkt door de gemediatiseerde context, is dit vreemd genoeg doorgaans lokaal afwezig. Als het binnen de lokale partijen tot een ruzie komt, is het ook zelden over de ideologische lijn, maar vaak het gevolg van kleinzielige persoonlijke conflicten en botsende ego’s. De particratie, en het democratisch deficit dat dit impliciet tot gevolg heeft, is uiteindelijk verhoudingsgewijs het grootst op het lokale niveau, omdat daar de  burger het meest directe inspraak zou kunnen hebben, maar al te vaak botst op een gesloten, strak geregisseerd College van burgemeester en schepenen en gemeenteraad. Dorpspolitiek is vaak een slecht toneelstuk met erbarmelijke acteurs, waarbij directe democratie en inspraak vaak het slachtoffer van zijn.

Particratie is, zoals reeds gezegd, een flauw maar nefast afkooksel van echte democratie, waarbij de stem van het volk zelfs niet meer wordt uitgedragen door de volksvertegenwoordigers, maar wel door de partijbonzen. Het zorgt ervoor dat inhoudelijke meningsverschillen gedistilleerd en geproblematiseerd worden, en dat geëngageerde politici met visie en vista gedemotiveerd geraken. Maar wat nog belangrijker is, de macht van de partijen wordt enkel maar verder versterkt, als een zelf aangestuurde neerwaartse spiraal. Zeker in tijden van verkiezingen, en in ons land is er altijd wel ergens een of andere verkiezing, manifesteert het strategisch stemmen en het stemmen in blok zich sterker dan ooit, aangezien de prijzen op de verkiezingslijsten duur zijn, en uitgedeeld worden aan zij die het verdienen, lees: de partij en het door de partijtop uitgestippelde beleid hondstrouw verdedigen en ondersteunen.

En dat brengt ons bij het derde element: meritocratie. Ook meritocratie is, net als democratie, een mooi principe, als het ook principieel en positief wordt toegepast. Wij denken graag dat wij vandaag tot een meritocratische samenleving zijn gekomen, en dat wie hard werkt of constructieve bijdragen aan de maatschappij levert, en bijgevolg moois verdient, dit ook krijgt. Dit is uiteraard een illusie, zeker in de politiek. Meritocratie is in ons politiek landschap op twee manieren scheefgetrokken.

Ten eerste is het verdienen van een bestuurlijk ambt of mandaat omwille van bewezen kennis en bekwaamheid vervangen door het verdienen van een ambt of mandaat op basis van trouwheid aan de partijlijn, het kennen van de juiste mensen, of, het kan haast niet ridiculer, het toevallig beschikken over de juiste woonplaats of het juiste geslacht. Particratie speelt hier op in, omdat het verdedigen van een centraal uitgestippelde partijlijn primeert op eigen individuele overtuigingen, hoe sterk deze ook kunnen afwijken, en trouw beloont wordt met de belofte van bestuurlijke participatie en politieke invloed. Daardoor lijkt het soms dat besturen over consolideren gaat, en niet langer over realiseren, als een hamster die op een rad loopt, zonder ergens te willen geraken. Onze samenleving wordt individualistischer, onze politiek trekt net de teugels strakker.

Anderzijds worden verkiezingen zo georganiseerd dat positieve, meritocratie amper een rol kan spelen. Individuele kandidaten scharen zich steevast achter een voorgekauwde partijlijn, om hun toekomstige, al dan niet op voorhand gegarandeerde plaats te verdedigen. Het systeem van de kiesdrempel en de lijststem maken dit nog couranter, aangezien men zich individueel niet per se moet bewijzen, zolang men maar op een verkiesbare plaats staat. Hoe lager men gaat, hoe minder dat de voorkennis en de inhoudelijke bagage van de individuele kandidaat een rol speelt.

Burgemeesters worden gekozen omdat ze sympathiek overkomen op pensenkermissen en genoeg handjes schudden, terwijl parlementairen vaak kunnen teren op een paar oneliners in Villa Politica. Door particratie, een gebrek aan transparantie, maar evenzeer het gebrek aan inhoudelijke kennis en interesse van de kiezer gaan de verkiezingen al lang niet meer over de inhoudelijke standpunten van individuele politici, maar de algemene krijtlijnen van politieke partijen, die ook nog eens steeds dichter naar elkaar toe kruipen.

Dat particratie en gratuite meritocratie een belangrijke oorzaak zijn van het democratisch deficit en de antipolitieke sentimenten bij de burgers, wil nog niet zeggen dat men hier in dient te berusten. De partijstructuren zijn sterk georganiseerd en verankerd, maar niet dermate dat het een utopie zou zijn om te denken dat men hieraan kan morrellen. Is het evident? Neen. Zijn de alternatieven utopisch? Misschien. Maar wie de democratie echt genegen is, moet continu zoeken naar alternatieven voor de ons-kent-ons particratie, ten einde terug te keren naar een écht meritocratische democratie.

Er zijn verschillende mogelijkheden en denkpistes om de macht van de partijen te doorbreken, en de directe inspraak opnieuw te versterken. Minimaal moet de kiesdrempel afgeschaft worden, de benoeming van de ministers verschuiven naar de publieke ruimte (d.w.z. op z’n minst de parlementen), moeten partijen zelf werk maken van een politiek ethisch reveil, waarbij de lijstvorming direct gekozen wordt door de leden van de partij en waarbij interne en externe dialoog aangemoedigd worden. Daarnaast zijn er ook enkele minder voor de hand liggende alternatieven, die de partijen niet wensen te reorganiseren, maar hen net de macht deels tracht te ontnemen. Deze vereisen een volledig andere insteek op politiek en democratie. Zo zouden kandidaten per beleidsdomein kunnen verkozen worden, waarbij in een volgende fase partijen terug fungeren als losse verbanden, gestoeld op een gezamenlijke kernideologie, maar waarbij de individuen, en bijgevolg hun inhoudelijke expertise, terug een belangrijke rol speelt. Wie weet kan er op termijn wel gestemd worden op ideeën, los van mandatarissen.

Dit zou misschien niet tot gevolg hebben dat er minder politieke afvaardiging is, maar wel dat de directe inspraak in hoe de politieke afvaardiging verloopt, en welke spelregels er worden gehanteerd, meer in de handen van de kiezer komt te liggen, en niet langer van de partijbureaus. Uiteraard kunnen er veel bedenkingen geformuleerd worden bij de alternatieven die in dit kader worden voorgesteld. We zien bijvoorbeeld dat de macht van het individu binnen de Amerikaanse politieke partijen al te vaak zorgt voor destabilisering van de machtsstructuren, en dat compromissen worden afgesloten op individueel vlak, vaak vanuit een cliëntelistische of regionale reflex. Het mag echter niets afdoen van het feit dat de nieuwe politiek moet vertrekken vanuit een radicaal democratische reflex, met een zoektocht naar het stimuleren naar stemgedrag en beleid op meritocratische basis, en een afkeer voor en bestrijding van de buitensporige macht van de partijbesturen en –voorzitters, die zo de democratische werking fnuiken in functie van eigen strategisch profijt.

In een huidige parlementaire democratie is het inderdaad nodig om tot een algemene visie te komen, een lijn die al dan niet geënt is op een traditionele ideologie, en op die manier de individuele politici een langetermijnsproject aanbiedt waar men zich binnen een partij of fractie kan in vinden. Het is echter niet normaal als afwijkend stemgedrag bestraft wordt, politici wiens koers afwijkt van de algemene lijn worden teruggefloten en partijvoorzitters krampachtig de touwtjes in de handen wil houden, hierbij een “verdeel de postjes en heers”-tactiek hanterend. Een terugkeer naar een directere democratie, zonder bemiddeling van partijen en met een minimum aan bemiddeling door individuele politici is een lastig en lang proces, maar wie democratie genegen is, breekt hier maar al te graag het hoofd over.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!