Bij DeWereldMorgen.be schrijven we niet voor de clicks.

We maken media voor een betere wereld.

Samen met vele vrijwilligers en burgerjournalisten.

Om dit te blijven doen hebben we uw steun meer dan nodig!

Steun onafhankelijke media!

Ja, ik doe een gift

about
Toon menu
Reportage

's Werelds grootste coöperatie ingehaald door de financiële crisis

Mondragòn, een stad in Spaans Baskenland, heeft zijn naam gegeven aan een groep van coöperaties die 80.000 mensen tewerkstelt. Maar dit sociale en solidaire economische model verkeert in crisis sinds één van de historische coöperaties, Fagor Electrodomésticos, eind 2013 failliet ging. Heeft competitiviteit de solidariteit ingehaald? Een reportage vanuit het hart van een vallei die gekenmerkt wordt door 50 jaar strijd voor een alternatieve economie.
maandag 22 september 2014

"Het is hier een beetje zoals het dorp van Asterix", legt een inwoner onmiddellijk uit. "Hier", dat is Mondragòn-Arrasate, een klein industrieel stadje met 25.000 inwoners, genesteld in een vallei van de provincie Guipuzkoa, in het hartje van de autonome communiteit van Spaans Baskenland. Een experimentele stad, het experiment van een concrete utopie die steunt op drie pijlers: de samenwerking, de Baskische geschiedenis en cultuur en een onvermurwbare weerstand. Immers, Mondragon is eveneens de naam van wat één van 's werelds grootste coöperatie geworden is.

Een coöperatie tegenover de mondialisatie

De groep Mondragòn bestaat uit meer dan 120 coöperaties, een honderdtal filialen, een stichting en een handvol onderzoeks- en ontwikkelingscentra. Goed voor 14 miljard omzet! Er is ook een bank, Laboral Kutxa; een organisme dat losstaat van de sociale zekerheid, dat de naam Lagun Arokreeg en zelfs een universiteit. Zoveel entiteiten die met elkaar verbonden zijn en ongeveer 80.000 mensen tewerkstellen. De helft van de inwoners van de stad werkt rechtstreeks voor de coöperaties. De hele samenleving is doordrenkt van de geest van de coöperaties, van de lagere scholen tot de universiteit, de verenigingen en zelfs de nog steeds bloeiende traditionele structuren, zoals de gemeenschappelijke kantines (Elkartea) en de jeugdcentra die in eigen beheer zijn (Gaztetxe).

Maar in november 2013 heeft de faillissementsaanvraag van Fagor Electrodomésticos – gekend fabrikant van elektrische huishoudtoestellen en boegbeeld van de groep – grote krantenkoppen opgeleverd aan weerszijden van de Pyreneeën. Niemand had zich namelijk kunnen voorstellen dat "het monster", zoals de inwoners van Mondragòn-Arrasate de fabrikant noemen, directe erfgenaam van de eerste coöperatie van de stad, de handdoek in de ring zou gooien. De voortekens waren nochtans zichtbaar. Fagor Electrodomésticos verkeerde sinds 2010 in grote moeilijkheden. De economische crisis heeft het bedrijf niet gespaard. Is Mondragòn met de val van Fagor een hersenschim geworden, ingehaald door de kapitalistische mondialisatie? Ter plaatse blijft het coöperatie ideaal in ieder geval zeer levend. Misschien, zo vertrouwen de inwoners ons toe, omdat ze er van kleins af in ondergedompeld zijn.

Een "rode" pastoor, apostel van de coöperatie

Het verhaal van Mondragòn begint met een seminarist. Geboren in 1915 in de provincie Biscaya, wordt José María Arizmendiarrieta snel aangetrokken door het politieke tumult van die tijd. Als theologiestudent werkt hij mee aan twee tijdschriften. Eén over de verdediging van de Baskische taal en een tweede genaamd Eguna, niets minder dan de stem van de nationalistische Baskische partij. Bij aanvang van de Spaanse burgeroorlog kiest hij de kant van de republikeinen tegen Franco. Hij wordt aangehouden in 1937 en ontsnapt ternauwernood aan het lot van vele Baskische pastoors die door de franquisten geëxecuteerd werden. Met hulp van de bisschop van Bilbao, vestigt hij zich in 1941 in Mondragòn-Arrasate. Hij beslist dan zich in te zetten voor de heropbouw van de stad. Hij wordt in 1943 tot priester gewijd en sticht datzelfde jaar een beroepsschool op om er technisch onderricht te geven en de principes van de sociale christelijke leer te verspreiden.

In 1954 nemen vijf jonge ingenieurs, vers gevormd in de polytechnische school van Arizmendiarrieta, een klein verwarmingsbedrijf over. Dit wordt de eerste coöperatie van de stad en zal hernoemd worden tot Fagor Electrodomésticos. In 1957 ziet de gebruikerscoöperatie San José het licht. Snel daarna zien de coöperanten in dat ze moeten beschikken over autonome financiële middelen om zich te kunnen ontwikkelen en te investeren in nieuwe activiteiten. Tezelfdertijd weigeren de Spaanse banken hun krediet te verlenen. Dus richten ze in 1959 een coöperatieve bank op, de "Volkswerkkas" (Caja Laboral Popular, die tegenwoordig Laboral Kutxa heet). In datzelfde jaar sluit het Spaanse ministerie van Werk de coöperanten van Mondragòn uit van het algemene stelsel van sociale zekerheid omwille van hun statuut van werkers/eigenaars. Wat doet het ertoe? Een onafhankelijk organisme van sociale zekerheid en financiering van de pensioenen ziet het licht: Lagun Aro, "Vriend van Allen".

Solidariteit bestand tegen het faillissement

De figuur van Don José María Arizmendiarrieta is nog steeds zeer aanwezig vandaag de dag. In het centrum van de stad is er een fresco opgedragen aan hem en zijn standbeeld troont in het midden van de universiteitscampus. Hij heeft zelfs zijn eigen kleine museum in het Palacio Otalora, een mooi gebouw dat het centrum voor managementsopleiding van de groep Mondragòn huisvest. De priester, die in 1976 van het toneel verdween, is vooral aanwezig in de herinneringen. Herinneringen van diegenen die hem van dichtbij gekend hebben, zoals Pilar Arzamendi, één van de oprichtsters van de eerste vrouwencoöperatie van de stad. Voor Pilar, een energieke 80-jarige, was "Arizmendiarrieta een bewonderenswaardig man". Ze verheugt zich erover dat de "apostel van de coöperatie goed op weg is naar een heiligverklaring in het Vaticaan." Andere inwoners herinneren zich de "rode" pastoor liever als dicht bij het volk staand. "Ja, religie heeft een rol gespeeld in het begin van de coöperatie", erkennen ze, "maar het is omdat de pastoor aan de kant stond van het volk dat hij gerespecteerd werd, zelfs door hen die niet gelovig zijn."

Het is onmogelijk om in Mondragòn-Arrasate en omstreken niet te horen spreken over de coöperatie. Alle inwoners werken of hebben immers gewerkt voor de coöperatie, of kennen iemand die er tewerkgesteld is. Ineens heeft iedereen zijn zegje over de waarden van de coöperatie en de actuele crisis. Het faillissement van Fagoris nog altijd niet verteerd. Het heeft meerdere oprichtingsprincipes opnieuw in vraag doen stellen. In de eerste plaats het principe van de solidariteit tussen de coöperaties. Er werd 300 miljoen euro in de gemeenschappelijke pot gestoken en uitbetaald om de tak van de elektrische huishoudtoestellen te onderhouden, maar uiteindelijk moesten de andere coöperaties het "monster" loslaten, omdat ze een sneeuwbaleffect vreesden dat de hele groep zou verzwakken.

1800 leden in moeilijkheden

Een ander principe dat opnieuw in vraag gesteld wordt, is dat van de levenslang gegarandeerde tewerkstelling. Van de ene dag op de andere bevonden de 1800 leden van Fagor Electrodomésticos – van wie de loontrekkenden minstens een sociaal aandeel van de onderneming bezitten – zich in moeilijkheden. Zonder daarbij de loontrekkenden die niet tot de coöperatie behoorden en de onderaannemers op te tellen. Er zijn inspanningen geleverd om de leden onder te brengen in andere coöperaties en van de groep. Maar velen onder hen zijn hun dromen verloren en hebben er zelfs hun vingers aan gebrand. Sommigen hadden al hun spaargeld in de coöperatie gestoken om hun geld te doen opbrengen, maar tezelfdertijd om een onderneming te steunen waarvan zij mede-eigenaar waren.

Dit is ook het geval voor Lourdes Zabala, 60 jaar, met prepensioen en tamelijk gedesillusioneerd. Zij geeft uiting aan haar bitterheid: "Ik heb gedurende 40 jaar voor Fagorgewerkt in de montage van koelkasten. Ik ben in 1972 als lid toegetreden tot de coöperatie en ik ben in 2010 met prepensioen vertrokken omwille van de slechte economische situatie. Maar toen ik vertrok heb ik mijn geld niet kunnen recupereren." Bij de toetreding tot de coöperatie moet elk lid een kapitaal investeren waarvan hij enkel de interesten mag recupereren. Hij mag vervolgens al zijn spaargeld of een deel ervan in de coöperatie steken.

"In het begin waren we allemaal gelijk, maar dat is ontaard"

Wat Lourdes Zabala betreft, is de coöperatie gesloten wegens slecht beheer. "We hadden vertrouwen in de directie, maar zij hadden de goede postjes en waren niet zo begaan met de arbeiders", legt zij uit. Een toespeling op de salariskloof die gedolven is tussen de inkomsten van de werknemers en die van de directeurs: van een verhouding van één op drie bij aanvang van de coöperatie is de kloof gegaan naar één op vijf in het merendeel van de eenheden. En de voorzitter van de groep ontvangt negen keer meer dan het basissalaris. Ter vergelijking: in Frankrijk verdient een CEO in de ondernemingen van de CAC 40 (= Cotation Assistée en Continu, aandelenindex van de 40 belangrijkste bedrijven aan de Franse beurs) gemiddeld 77 keer meer dan zijn loontrekkenden. "Persoonlijk geloof ik niet meer in de principes van de coöperatie", legt zij uit. "Toen we begonnen, bestond er een eenheid tussen arbeiders en directie, maar ik heb al mijn geld en alle vertrouwen verloren dat ik in Fagor gestoken had. Ik heb geen hoop voor de toekomst." Aan haar zijde staat haar vriendin Aratxa en zij meent: "In het begin waren we allemaal gelijk, maar dat is ontaard."

In Udalaitz, waar de lokale berg de vallei overschaduwt, geniet Esti van de zon. Zij is sinds een tiental jaar lid van Fagor Electrodomésticos en werkt in de fabriek Geyser Gastech, een joint venture tussen de coöperatie en de Duitse fabrikant Vaillant. Zij is gedetacheerd bij Vaillant en bekent "geen schrik te hebben om haar job te verliezen". Zij voelt nochtans een zekere woede, "omdat zij ons nooit verteld hebben wat de werkelijke situatie van het bedrijf was. We zijn te groot geworden, we hebben te veel filialen opgekocht, niemand was in staat te anticiperen, te zien wat er ging gebeuren. Er was geen echte transparantie, geen communicatie." Esti gelooft nog steeds in het coöperatieve systeem en denkt dat de leden van de andere coöperaties zullen leren uit deze trieste gebeurtenis. Zij meent zelfs dat dit "zou mogelijk maken dat competentere mensen de teugels van de coöperaties in handen zouden nemen." "Als mijn bedrijf een naamloze vennootschap wordt of wordt overgenomen door een pensioenfonds, vertrek ik, want ik wil in het coöperatieve systeem blijven", argumenteert ze. "Ik voel me onderneemster. Hier zijn we allemaal ondernemers."

Afgeleide van het systeem

Joseba Ugalde, gepensioneerd oud-lid van het bedrijf, levert ook zijn kritische versie. "Het is heel frustrerend dat een coöperatie van de draagkracht van Fagor, moeder van alle coöperaties, genoodzaakt was het faillissement aan te vragen", betreurt hij. "Kijk wat er gebeurd is met het opkopen van het Franse merk Brandt in 2005 of met de internationalisatie in China. Het grootste deel van het ontwikkelingsproces heeft zich afgespeeld van 2008 tot 2013, ten tijde van de economische crisis. Honderden miljoenen euro's zijn verloren gegaan door slechte beslissingen die genomen zijn binnen in de groep, maar ook op het niveau van de zetel."

Het is soms moeilijk voor de leden om over solide competenties te beschikken om te kunnen doorwegen op de algemene vergaderingen, of zelfs om zich te verzetten tegen beslissingen zoals de diversificatie of de opkoop van buitenlandse bedrijven. Joseba legt uit dat om het hoofd te bieden aan het faillissement en hun belangen te behartigen, de socios (leden) zich tegenwoordig georganiseerd hebben in protestplatformen en niet aarzelen om de vinger te wijzen naar wat zij vinden wat een afgeleide is van het systeem. Nog nooit gezien in Mondragòn, waar elke vakbondsbetrokkenheid als nutteloos werd beschouwd. "En terecht zijn wij allemaal eigenaars van de productiemiddelen!" roept Joseba uit. Van deze platformen zijn de twee aanvallendste Baskideak en Ordaindu. Ze eisen dat de leden hun vrijwillige bijdragen kunnen recupereren die ze in de coöperatie gestoken hebben.

Ontslag van de CEO

Joseba heeft nog altijd vertrouwen in het basisprincipe van de coöperatie, maar hij benadrukt het probleem van het laddersysteem – "Een coöperatie mag niet te groot of te klein zijn" – en het belang de democratie van dag tot dag te doen leven in het bedrijf. "Een coöperatie waar de arbeider enkel zijn machine kent, gaat noodzakelijkerwijs problemen tegemoet. We waren terechtgekomen in een situatie waar slechts 10 procent van de mensen besliste voor de overige 90 procent." Voor hem is de werkelijke verantwoordelijke de uitvoerend directeur, want hij heeft de uitbreiding in alle richtingen voorgesteld. Internationalisatie moet men doen als men de middelen daarvoor heeft."

Gontzal, journaliste bij Mondraberri, een lokaal digitaal dagblad in het Baskisch, komt terug op de manifestaties die de stad sinds het faillissement opgeschud hebben. "De laatste weken zijn de mensen moe, maar de eerste dagen waren ze erg woedend. De optochten telden tot 2000 mensen en de manifestanten waren razend op de directeurs van de groep en de directie." Txerna Gisaola, de voorzitter van de algemene raad van Mondragòn, het equivalent van de administratieve raad, heeft trouwens op 17 januari 2014 ontslag genomen. "Het is de enige die zijn functies neergelegd heeft", onderstreept Gontzal. "Hij heeft gezegd dat hij om persoonlijke redenen vertrok, maar tot de herfst van 2012 was hij voorzitter van Fagor."

"Er is hier veel geld, het is een rijke stad"

"Toen ik vernam dat Fagor ging sluiten, voelde ik me ontgoocheld en zelfs een beetje gedeprimeerd", vervolgt hij, "want ik wist dat dat zich zou vertalen in stempelen en lijden in mijn stad. Ik weet niet of we ons op een keerpunt bevinden. Sommigen denken dat de directeurs van de groep de coöperatie willen transformeren in een gewoon bedrijf. Ik hoop dat dat niet het geval is." Zijn vrees: "Dat we onze solidaire cultuur aan het verliezen zijn. Er is hier veel geld, het is een rijke stad. In Mondragòn-Arrasate hebben we vandaag één bibliotheek en zijn er tien schoonheidssalons. Misschien heeft het succes van de coöperatie ervoor gezorgd heeft dat de mensen rijker geworden zijn en minder samenwerken?", vraagt hij zich af. Hoe ziet de toekomst eruit gezien vanuit de krant waar hij werkt? "We hebben reeds vergelijkbare crisissen meegemaakt, namelijk in de jaren tachtig en we zijn er steeds in geslaagd eruit te geraken. Wat ons zou kunnen helpen om deze nieuwe crisis te overwinnen, is net de solidariteit."

En die wordt ondanks de crisis doorgegeven. Het jeugdhuis van Mondragòn-Arrasate heeft alles weg van een kraakpand, maar dat is het niet. Het is een Baskische traditie: die gaztetxes zijn centra voor cultuur en politieke expressie die door de jongeren zelf beheerd worden. Deze bizarre instellingen zijn vooral een kans voor een groot deel van de jeugd om bekend te raken met zelfbestuur en de coöperatie. "De gaztetxe van de stad bestaat reeds 23 jaar", legt Iraiz uit. Hij is één van de jongeren die verantwoordelijk zijn voor de plek. Hij toont ons de vleugel van de grote kubus bestaande uit beton en glas, die het jeugdhuis huisvest. Dit bestaat uit een bar, een grote concertzaal, een gemeenschappelijke keuken, een zeefdrukatelier en kamers voor voorbijtrekkende musici.

Coöperatie, business en competitiviteit

"We houden ons met zijn vijftien met deze plek bezig", legt hij uit. Elke donderdag worden er "identitaire" punkrockconcerten georganiseerd – een andere sterk gewortelde Baskische traditie die dateert uit de transitieperiode, de periode volgend op de dood van Franco in 1975. Op zondag worden er films vertoond, noodzakelijkerwijs politieke. Die avond wordt de documentaire The Shock Doctrine geprojecteerd, gebaseerd op het boek van de andersglobalistische Canadese schrijfster Naomi Klein, in zeer beperkt gezelschap. Iraiz is toegewijd, maar maakt zich nochtans weinig zorgen om de coöperatie, die amper bijval vindt in zijn ogen: "De jongeren die geen werk hebben, krijgen er enkel contracten van bepaalde duur te pakken. De coöperatie buit uit, net als de andere bedrijven."

In de stad is er een radicale sfeerverandering aan de gang in de zetel van de groep. Hun gebouw ziet er aan de buitenkant heel banaal uit, maar binnenin ziet het eruit als een vilten zeepbel. Het betoog is er beschaafder en zelfs defensief. "Wij zijn geen standaardgroep, maar de coöperaties zijn ondernemingen, zij moeten zakendoen en winst maken", promoot communicatieverantwoordelijke Javier Marcos van bij de aanvang. Wat hem betreft zijn de industriële wortels van de groep Mondragon robuust en diep, "maar we moeten onze business aanpassen om competitief te blijven, daarom trachten we altijd nieuwe projecten met grote toegevoegde waarde te ontwikkelen, zoals de robotica". Met als hoofddoel "het creëren van jobs", wil hij benadrukken. De slogan die door de groep Mondragon in 2008 aangenomen werd, is trouwens Humanity at Work (De mensheid aan het werk), een heel programma!

Kleine les in managementspedagogie

Zeker, in het geval van Fagor Electrodomésticos gaat het eerder om een verwoesting van jobs. "Maar in de volgende jaren gaan we de leden van Fagor kunnen integreren in andere coöperaties. Tot op heden zijn meer dan 800 onder hen opnieuw ondergebracht in 55 coöperaties. De 1100 anderen ontvangen compensaties. Er bestaat ook de mogelijkheid om vanaf 55 jaar op prepensioen te gaan. Ongeveer 200 mensen komen in aanmerking voor deze optie. Momenteel hebben we voor 700 werknemers nog geen oplossing gevonden, maar we gaan er binnen twee of drie jaar voor zorgen. Ons doel op termijn is evenveel plaatsen creëren voor socios als er verdwenen zijn." In zijn betoog is er geen plaats voor mea culpa, noch voor een koerswijziging. Men vindt er, net zoals elders in de stad, een dosis optimisme in terug. "Een goed leider moet de coöperatie kunnen leiden zoals een bedrijf waar men gemeenschappelijke waarden deelt en het idee van de coöperatie kunnen bevorderen bij de werknemers. Bovendien hebben we leiders nodig die een visie hebben voor de toekomst. Ik denk dat dat het geval is."

In het Palacio Otalora, waar het Management Training Center van Mondragon gehuisvest is, verschijnt Mikel Lezamiz van achter een bocht in de gang. Hij heeft gedurende 30 jaar in verscheidene entiteiten van de groep gewerkt, voor hij toetrad tot de zetel van de coöperatie. Hij leidt eveneens het opleidingscentrum voor management. Hij begint snel een precieze opsomming te geven van de verdiensten van de groep Mondragon en hij toont zich onuitputtelijk als het erop neerkomt de geschiedenis van de groep Mondragon uit de doeken te doen en, in het geval van de teloorgang, de puntjes op de i te zetten. "Mondragon bestaat tegenwoordig uit meer dan 120 coöperaties. De zetel van de groep verenigt 60 mensen, namelijk de directeurs van de verschillende entiteiten. Het zijn allemaal leden. De rol van de zetel is het netwerk van coöperaties te bezielen, de mensen een nieuwe plaats te geven ten opzichte van elkaar, het geld te doen rollen, strategische voorstellen te doen, de doorgifte van kennis en bekwaamheid tussen de coöperaties te verzekeren."

"Het is geen paradijs en wij zijn geen engelen"

Op de algemene vergadering van de groep Mondragon, het hoogste orgaan waar alle belangrijke beslissingen aan een stemming zijn onderworpen, "zijn het de verschillende coöperaties en de leden die de macht hebben. Weet u, de beslissingen worden genomen in de coöperaties, niet op het niveau van de zetel." Met een handgebaar veegt hij de klachten weg van leden die vinden dat de stichtingsprincipes verloren gegaan zijn, in het bijzonder het principe waar de coöperatieve onderneming op gebouwd is – "een mens, een stem" – en dat ervan uitgaat dat alle coöperanten over evenveel informatie beschikken en voldoende in kennis gesteld zijn om goede beslissingen te nemen. "De anciens zeiden al dat we onze waarden verloren waren, maar de coöperatie bestaat nog steeds", merkt hij op.

Hij onderstreept dat de leden van Fagor Electrodomésticos, die in andere coöperaties ondergebracht zijn, zich vandaag in een betere positie bevinden dan toen de tak van elektrische huishoudtoestellen vleugellam was. Geen woord daarentegen over het feit dat de nieuwe onderkomens tijdelijk zijn, dat de werknemers hun ledenstatuut kwijt zijn en in sommige gevallen, al hun spaargeld. "Wat mij betreft is er nog steeds een hele grote solidariteit", besluit hij, "we behouden de originele waarden. Mondragòn is geen paradijs en wij zijn geen engelen, maar ik blijf er meer dan ooit van overtuigd dat deze eeuw de eeuw van de samenwerking is."

Coöperatie, versie ecologische start-up

We gaan richting Mondragon Assembly, een kleine ultramoderne fabriek gelegen in de gemeente Aretxabaleta en uiterst representatief voor de nieuwe strategie die naar voren geschoven wordt door de groep: de wil om vernieuwende sectoren te ontwikkelen met hoge toegevoegde waarde. Mondragon Assembly is zeker een coöperatie en telt 90 leden. "Slechts vijf à tien procent van onze werknemers zijn hier minder dan twee jaar en hebben dus het statuut van coöperant niet", legt commercieel directeur Javier Otano uit. "Onze hoofdactiviteit is de vervaardiging van op maat gemaakte assemblagemachines. We leveren ook wereldwijd productiefabrieken van zonnepanelen af met sleutel-op-de-deur."

Javier heeft een deel van zijn studies in Nantes gedaan. Hij legt in detail de structuur van zijn bedrijf uit en de noodzaak om vestigingen in het buitenland te hebben die zelf niet onder het statuut van coöperatie vallen. "We hebben fabrieken in Spanje, Frankrijk, Duitsland, Mexico en China en binnenkort in Brazilië. Wij zijn voor 100 procent eigenaar van onze filialen in het buitenland." Die filialen stellen in totaal 100 mensen tewerk, het zijn hele kleine structuren. "In het begin werkten we enkel in de vallei. Sinds 1990 zijn we beginnen vestigen in de rest van Spanje. Dan hebben we gemerkt dat het belangrijk was eenheden te hebben dicht bij de klant."

Als goede bepleiter van de mondialisering vertelt Javier wat hij gezien heeft tijdens zijn laatste reis in China, die hem leidde langs het industriepark van Kunshan, wat tot de groep Mondragon behoort. "Er zijn tien of twaalf vennootschappen die daar gevestigd zijn en die voor de lokale markt werken. In het midden van het industriepark hebben we een Baskisch huis gebouwd dat de algemene diensten huisvest. Het interieur is half Baskisch, half Chinees ingericht", glimlacht hij. "De arbeidsomstandigheden [in onze Chinese fabrieken] zijn redelijk vergelijkbaar met die welke we hier hebben. Maar het zijn geen coöperaties. Hier begrijpen we het coöperatieve systeem omdat we erin geboren zijn, maar we slagen er niet altijd in ze over te brengen naar andere landen." Nogmaals moeten we de stichtingsprincipes goed levend houden.

De oorspronkelijke versie van dit artikel vind je op Bastamag. Vertaald door Marisa Abarca.

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig.