Morrissey Autobiography: paint a vulgar picture
Boek, Cultuur, Morrissey -

Morrissey Autobiography: paint a vulgar picture

zondag 2 februari 2014 11:18

Eind vorig jaar publiceerde Penguin Classics de autobiografie van Morrissey. Die afdeling van de uitgeverij is voorbehouden voor klassieke literatuur van doorgaans lang overleden auteurs. De publicatie van de autobiografie op verzoek van Morrissey zelf betekent ofwel het failliet van haar geloofwaardigheid ofwel de uitzonderlijke kwaliteit van het werk. Of beiden. 

Het boek is weliswaar prachtig geschreven, in uitstekend Engels om duimen en vingers bij af te likken, maar het is ook een litanie van zelfbeklag die slechts in beperkte mate, pakweg twee derde van het boek, spannend blijft. Daarna wordt het onvervalst gezeur. Een beetje typerend voor drama queen Morrissey en zijn carrière.

A child from those ugly new houses

Steven Patrick Morrissey werd op 22 mei 1959 geboren in Davyhulme Park Hospital, Manchester, als tweede kind van Peter Morrissey en Betty Dwyer. Ierse ouders die een jaar voor zijn geboorte  van Crumlin (Dublin), naar Manchester waren gekomen met zijn oudere zus Jackie. Vader was portier en moeder bibliothecaresse. Hij groeide op in het centrum van Manchester. In 1969, toen er hele wijken werden afgebroken, verhuisden ze naar King’s Road in Stretford.

  • More brittle and less courteous than anywhere else on earth, Manchester is is the old fire wheezing its last, where we all worry ourselves soulless, forbidden to be romantic. (p4)
  • We Irish catholics know very well how raucous happiness displeases God, so there is much evidence of guilt in al we say and do, but nonetheless it is said and done. (p5)

Rolmodellen waren popsterren als David Bowie, Sandie Shaw, Marianne Faithfull en Billy Fury. En verder uiteraard: Roxy Music, New York Dolls, Lou Reed, Mott the Hoople, Patti Smith, the Ramones, Iggy & the Stooges en Sparks. Literaire helden: Hillaire Belloc, W.H. Auden en John Betjeman, Robert Herrick, A.E. Housman en natuurlijk Oscar Wilde.

Belligerent ghouls run Manchester schools

De adolescentie was een periode van eenzaamheid en depressie, in die mate dat hij er medicatie voor moest nemen. De depressie, die later nog af en toe de kop opstak, werd mee veroorzaakt door trauma’s op St. Mary’s Secondary Modern School en Stretford Technical School. Voortdurende vernederingen, ontmoediging, uitsluiting en misbruik. Alleen Engelse literatuur bleek daar nog een lichtpuntje te zijn.

  • This is the Manchester school system of the 1960s, where sadness is habit-forming, and where shame is cattle-prodded into kids who are in pursuit of bliss amid the unrelenting disapproval. (p11)
  • Putrid smells reduce me to a pitiful pile, and none are more vomitarian than school dinners. (p53)
  • For five years I witness the monumental loneliness of (Headmaster) Vincent Morgan as he busies himself day after day with the beating of small boys. (p55)
  • “What’s that scar down your stomach, Steven?” – but his eyes are lower, and these are the moments that cause you to check certain words in dictionaries … (p60)

Allemaal redelijk deprimerend, maar zijn conclusie is, een beetje buiten verwachting, helemaal niet bitter: It is their weakness, not ours. (p61)

Af en toe schreef hij voor de New Musical Express en Melody Maker recensies en brieven en na een onfortuinlijk avontuur als klerk en een sollicitatie voor postbode (hij werd niet aangenomen) kiest hij uiteindelijk voor “een carrière in de werkloosheid”. Hij schreef wel 3 boeken: The New York Dolls (1981), over de gelijknamige band (hij is absolute fan) en James Dean is Not Dead (1983). Exit Smiling, over B movie acteurs, werd eerst geweigerd en uiteindelijk gepubliceerd in 1998.

Nog enkele leuke weetjes: Strangeways is een gevangenis in Manchester, Oasis is de naam van een rommelwinkel op Market Street en Morrissey speelde een gastrolletje in Coronation Street.

The Smiths

Redelijk plots besluit hij “zanger” te worden en met Billy Duffy vormt hij de Nosebleeds. Ze treden enkele keren op maar Billy stelt hem al snel Johhny Marr voor, “een betere gitarist dan ikzelf”. Morrissey had Marr al ontmoet tijdens een concert van Patti Smith in de Ardwick Apollo, vandaar mogelijk The Smiths. Johnny Marr brengt Andy Rourke (bas) en Mike Joyce (drums) mee.

Ze tekenden bij Rough Trade en zouden dat de rest van hun carrière betreuren. De platenmaatschappij was toen volgens Morrissey een collectief van halvegare postmoderne weirdo’s die een commercieel succes vies vonden en er dus ook geen enkele moeite voor wensten te doen. Hoewel ze snel steun kregen van John Peel kwamen de eerste singles en albums nauwelijks op de radio.

Rough Trade baas Geoff Travis wordt zwaar op de korrel genomen in een bladzijden durende tirade. Wat nu juist het probleem is en waarom ze dan bij Rough Trade tekenden blijkt pas op het einde: het was de enige platenmaatschappij die hen wou. Tegelijk geeft Morrissey ruiterlijk toe dat ze zelf ook niet echt veel initiatief namen: The mass of constraints that are evident in the final mix are really and ultimately the fault of the band themselves – for failing to press STOP. (p160)

Maar anderzijds, als ze Geoff Travis How soon is now? laten horen, toch een instant classic, is zijn verdict: That is just noise! (p178). Tony Wilson betreurt achteraf uitgebreid dat hij de Smiths nooit voor Factory heeft getekend.

Op de tweede plaat drukken ze hun ideeën beter door: Meat is Murder klinkt heel wat steviger en is gebalanceerd opgenomen. Het album komt binnen op 1 in de hitlijsten, maar de radio speelt er geen nummers van vanwege hun militant karakter. Morrissey’s absolute weigering om zelfs maar in een restaurant te vertoeven waar vlees wordt bereid, ontlokt de voorkomende David Bowie de verzuchting: You must be hell to live with. Veel mensen vinden hem (dan al) “a bit much”.

The Queen is dead

Ze werken verder met Stephen Street als producer voor het magistrale The Queen is Dead. Het album kwam pas uit in 1986, vertraagd door alweer een juridisch dispuut met Rough Trade. Ze jennen Travis met het weinig flatterende Frankly, Mr. Shankly maar tegen dan was Johnny Marr het lange touren en opnemen al meer dan beu. 

Meer frustraties met Rough Trade en groeiende problemen tussen Morrissey en Marr (onder meer over diens samenwerkingen met andere muzikanten) zorgden ervoor dat de groep in 1987 splitte, na een fake artikel in de muziekpers dat die split net voorspelde. 

Toch kwam er nog een vierde album, en zeker niet het minste: Strangeways, here we come was, we both knew, The Smiths’ masterpiece, with everything in it’s perfect place (p217). Geoff Travis is not amused met Paint a Vulgar Picture, de vlijmscherpe analyse van de hebzucht van de platenindustrie.

Royalties dispute: that joke isn’t funny anymore

Morrissey en Marr kregen elk 40 % van de royalty’s, terwijl drummer Mike Joyce en bassist Andy Rourke elk 10% kregen. Het was dan ook niet echt een verrassing dat beiden een rechtszaak tegen hun voormalige oversten startten. Joyce won die rechtszaak en kreeg 1,5 miljoen pond toegewezen. Marr betaalde, maar Morrissey weigerde aanvankelijk en heeft later de zaak zelfs bij het Europese Hof aangekaart. En passant haalt hij in het boek de rechter ook nog eens compleet onderuit. Niet geheel ten onrechte, moeten we toegeven.

Al bij al een treurige zaak. Bovendien doet Morrissey het voorkomen alsof de drie andere Smiths meelijwekkende figuren waren die nauwelijks uit hun woorden kwamen tijdens de rechtszaak, terwijl hijzelf het stralende en miskende genie was dat door de rechter onheus werd behandeld.

From The last of the famous international playboys …

Zo begon hij noodgedwongen aan een solocarrière, en dat ging aanvankelijk vlot: met producer Stephen Street leverde hij binnen een half jaar Viva Hate af. Die plaat haalde moeiteloos de toppositie in de Engelse hitlijst, vergezeld door 2 singles, het geweldige Suedehead en het majestueuze Everyday is like Sunday.

Aanvankelijk veranderde alles wat Morrissey aanraakte in goud, maar op zeker moment liep de samenwerking met Street spaak over (eens te meer) achterstallige royalty’s. Opnames voor het vervolg album Bona Drag liepen helemaal niet soepel en werden medio 1990 afgebroken. Uiteindelijk werd het met wat B-kanten en eerdere singles alweer een compilatiealbum.

Er ontstond misbaar over The National Front Disco, waarin hij het verhaal vertelt van een jongen die zich aansluit bij de extreemrechtse partij. Toen Morrissey optrad met de Union Jack om zijn schouders gedrapeerd reageerde de Britse muziekpers furieus. Zijn relatie met en vertrouwen in de pers was al flink gedeukt en dit incident verbeterde het niet. Op hoge poten verhuist hij naar de Verenigde Staten. Daar verkoopt hij The Hollywood Bowl sneller uit dan The Beatles destijds.

… to a crashing bore?

Pas in 2004 leverde hij opnieuw een toegankelijk album af: You Are the Quarry. Het verkocht het best sinds Viva Hate. Ringleader of the Tormentors was eveneens een schot in de roos qua verkoop. In 2009 bracht hij Years of Refusal uit, gevolgd door Swords, alweer een verzameling van B-kantjes. Meer kan ik er niet over kwijt want inmiddels had ik eerlijk gezegd al lang afgehaakt. En zo komen we terug uit bij: Paint a Vulgar Picture.

Op de vraag over wie dat nummer nu eigenlijk gaat antwoordt men doorgaans: Oscar Wilde en/of Dorian Gray. “Paint a vulgar picture” zou een quote van Wilde zijn, maar voor mij is het gewoon de uitdrukking: een ontluisterend beeld schetsen. Het nummer gaat duidelijk over een rockster en de platenmaatschappijen en niet over een schrijver of schilder.

Maar wie is dan “on their hands – a dead star”?

Als eerste zwaktebod gok ik op David Johansen van de New York Dolls omdat Morrissey hen gewoonweg aanbad. Ik betwijfel nochtans of de Dolls of hun platenmaatschappij echt uitverkoop hebben gehouden met hun catalogus. Wel was er het ietwat beschamend Buster Pointdexter moniker van Johansen met de novelty hit HotHotHot. Bovendien is Johansen niet dood.

Een betere gok is dan Ian Curtis: die is wel dood en woonde in Manchester als tijd- en buurtgenoot. Ian (Curtis) stays with his grandmother on Milner Street, which leads off King’s Road, and he telephones me a few times to test my palette of words (p116). Curtis kon hem dus ook kennen als “a kid from the ugly new houses”. Morrissey was zeker fan van Joy Division en de eerste single Transmission was zonder meer een nummer om je benen bij af te dansen (“I danced my legs down to the knees”).

Er was een connectie met België in de relatie van Curtis met de actrice Annick Honoré, tevens vertegenwoordigster van Les disques du crépuscule, de Belgische tak van Factory. (Vandaar “please the press in Belgium”). Met alle Joy Division platen is meermaals een uitverkoop gedaan, zij het veel later. En veel fans gedroegen zich als typische “sycophantic slags” (slijmende sletten): “I knew him first and I knew him best”.

Er zijn dus meer elementen die naar Ian Curtis wijzen, maar echt 100% overtuigend is het nog altijd niet. Wel zeker is dat het nummer ook de carrière van de Smiths zelf beschrijft. De “star” is Morrissey zelf. Ook niet dood natuurlijk, maar dat hij zijn eigen “true love” is klopt alvast als een bus en heel veel materiaal is op alle mogelijke manieren uitgegeven en heruitgegeven, en niet vanwege filantropische overwegingen.

Dit alles wordt tot in den treure uit de doeken gedaan. In feite klaagt Morrissey zo lang en zo hard over die hemeltergende onrechtvaardigheid door Rough Trade, Sire en EMI dat de lezer op den duur dezelfde conclusie trekt:

   But you could have said no

   If you’d wanted to

   You could have walked away

   …Couldn’t you ?

Stop me (if you think that you’ve heard this one before)

Het boek werd in Engeland gemengd ontvangen. Voor de enen is het een meesterwerk, voor de anderen is het allemaal wat veel.

The Telegraph gave the book a 5-star review that called it “the best written musical autobiography since Bob Dylan’sChronicles“, while The Independent criticised the book’s “droning narcissism”. For The Guardian, Autobiography “comes close to being a triumph”, but focuses unduly on Morrissey’s legal battles with Mike Joyce.

Inderdaad geweldig goed geschreven, gevat en geestig, maar ook langdradig en vermoeiend. Het had veel aangenamer kunnen zijn, als hij meer aandacht aan de positieve aspecten van hun carrière had besteed in plaats van eindeloos uit te weiden over alle tegenslag en onbegrip. Maar desalniettemin: prachtig Engels. Enkele voorbeelden om af te sluiten:

  • Over het tv feuilleton Lost in space: Dr Smith’s voice is the caustic cattiness of a tetchy dowager rising in pitch as each line ends, hands-a-flutter with “away you, my child” intolerance. (p48)
  • …Nico sings in the background like a big bale of black coming towards me through moorland mist. (p131)
  • Thatcher: Neither iron, nor a lady, Thatcher is a philosophical axe-woman with no understanding of personal error. (p.143)

Morrissey

Autobiography

Penguin Classics 2013

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!