“Mijn moeder haar kleren vlogen in brand. Ze liep in paniek de tuin in. Ik schoot haar achterna, in mijn nachtkleed. Ik stond zelf ook in brand. Maar voor mijn moeder was het te laat”
Cultuur, De Wereld Morgen, Vzw, Kamiel Sergant, interview Kamiel Sergant, mensen helpen mensen, armoedebestrijding, vrijgevigheid, armoede in Aalst, Daens, Louis Paul Boon, Ajuinenstad, Oiljst, Aalst carnaval, Carnaval 2014 -

“Mijn moeder haar kleren vlogen in brand. Ze liep in paniek de tuin in. Ik schoot haar achterna, in mijn nachtkleed. Ik stond zelf ook in brand. Maar voor mijn moeder was het te laat”

woensdag 16 oktober 2013 17:15

Samen met Jonathan Bal -een Ajuin die zowel in zijn vrije tijd en als vakbondsman tegen armoede strijdt- trok ik enige tijd terug bij Kamiel Sergant voor een interview. Kamiel is bekend als de man van carnaval die elk jaar met veel animo ‘weir doen voesj’ roept, maar doorheen het jaar is hij vooral bezig met zijn vzw: Mensen helpen Mensen. In een openhartig gesprek, legde hij uit waarom hij op een zaterdagvoormiddag maar liefst 400 mensen eten, kleren en zelfs speelgoed geeft. Veel heeft te maken met zijn moeder, die hij op een vreselijke manier verloor. Kamiel kampt met een zwakke gezondheid, dus hopelijk was dit niet een van zijn laatste interviews…


Toen we langs gingen was hij al de hele nacht wakker en sloot zijn centrum juist de deuren. Maar mensen bleven aanbellen en op de ruit kloppen. De lokale scouts brachten nog bakken vol eten en speelgoed. Ondanks de sluitingsuren en de vermoeidheid liet Kamiel ze toch binnen. Tijdens het interview kwamen vrienden hem halen om voor de eerste keer na zijn hersenbloeding een pint te gaan pakken. Hoewel hij ons een zeer triest verhaal vertelde, kon hij met zijn maten toch grappen maken. We zagen een zeer veerkrachtige man, met een groot hart voor mensen. Over zijn schijnbaar tomeloze energie zei hij ‘ik heb vroeger nog gekoerst en ik heb nog doping over en het smaakt, hoor!’

Hoe is het zo gekomen dat u zo’n groot liefdadigheidsproject hebt opgezet?

          Kamiel Sergant Om dat te begrijpen moeten we ver terug gaan in de tijd. Ik ben al 77 he. Ik ben geboren op de zelfde dag als Elvis. Elvis kon even goed zingen, als ik kan liegen. (lacht) Toen ik kind was, tussen de twee wereldoorlogen, zag ik veel armoede. Vlakbij waar ik woonde, leefden veel daklozen. Eerste kampeerden die in het stadspark, maar uiteindelijk brachten ze houten barakken over van het front, van de eerste wereldoorlog nog. Die zetten ze terug op, hier in Aalst. Ze maakten daar een kachel in en de mensen leefden daar in. Dat was een zeer armetierige bedoening. De ratten krioelden daar. De kinderen zaten onder de vlooien en de luizen, maar dat waren mijn speelkameraadjes. Ik woonde er vlakbij he. We waren altijd buiten om te ravotten. Het nadeel was natuurlijk dat ik ook onder de luizen en de vlooien zat. Ik had geen haar meer! Om van die luizen af te komen, goten ze een bijtend product over onze hoofden. Maar dat brandde alles weg, de luizen én mijn haar. Op school zat ik naast die arme kinderen. De vlooien sprongen mij zo voorbij op de lessenaar. Die kinderen waren er erg aan toe. De helft stierf.

En die miserabele toestanden hebben u geïnspireerd?

            Kamiel Sergant Die niet alleen. Toen de tweede wereldoorlog uitbrak, was er plots nog veel meer armoede. De mensen hadden geen eten. Hier vlakbij was toen een goederenstation. Met een depot van de Duitsers. Overdag werd dat bestookt door Engelse vliegtuigen. Dat was daar zeer gevaarlijk. De Duitsers bewaakten dat natuurlijk goed. Maar wij waren kinderen, wij slopen daar toch naar toe. Die Duitsers durfden op kinderen niet schieten. Die bewakers dat waren al wat oudere mannen, die nergens anders inzetbaar waren. Ze hadden waarschijnlijk zelf kinderen, ze kregen het niet over hun hart om op ons te schieten. Ze riepen wel ‘raus, raus’, maar op ons schoten ze niet. Dus we konden het wel riskeren. Geheel ongevaarlijk was het niet. Een jongen raakte onthoofd door een rijdende trein. (zucht)

          Wat we pikten, verdeelden we dan. Het is zo dat ik leerde organiseren. Die solidariteit is mij altijd bijgebleven. Ik ben opgegroeid met die gewoonte om met elkaar te delen. Mijn moeder was ook zo. Mijn vader was handig, hij herstelde fietsen en hij vulkaniseerde banden. Hij bracht brood op de plank. Maar mijn moeder die was enorm vrijgevig. Als we iets konden missen, gaf ze het weg. Mijn vader foeterde dan, maar mijn moeder zei: ‘Och, kom, wat van voor buiten gaat, komt langs achter direct weer binnen’

Die vrijgevigheid heeft u geërfd van uw moeder?

            Kamiel Sergant Ja. Als kind had ik polio. Zij heeft mij daar met het grootste geduld van de wereld daarvan genezen. Langzaamaan, stapje voor stapje. Toen ik onlangs die hersenbloeding kreeg, moest ik weer van voor af aan beginnen. Net zoals ik als kind die polio moest overwinnen. Maar mijn moeder heeft mij deze keer ook geholpen (blikt dankbaar omhoog)
Helaas heb ik mijn moeder snel moeten afgeven. Dat is een beeld dat ik nooit zal vergeten. (met tranen in de ogen) Mijn moeder was in brand gevlogen! Mijn vader gebruikte de brandbommen van de Engelsen om banden te vulkaniseren. Maar het ging mis. Mijn moeder haar kleren vlogen in brand. Ze liep in paniek de tuin in. Ik schoot haar achterna, in mijn nachtkleed. Ik stond zelf ook in brand. Maar voor mijn moeder was het te laat. Haar bril stond in haar gezicht gebrand.

       Ze heeft nog even in de kliniek gelegen. Ik dwong mijn vader om mij bij haar te laten. Maar ik mocht niet. Ik liep naar boven en ik dreigde er mee om door het raam te springen. Uiteindelijk hebben ze mij bij haar gelaten. Ze hadden ventilators bij haar gezet om wind te maken, dan had ze wat minder pijn, want meer konden ze voor haar niet doen. (blikt omhoog en zegt richting hemel) ‘Daar hebt Ge mij toch fameus wat aangedaan’

Ontvangt u iets van subsidies voor Mensen helpen Mensen?

            Kamiel Sergant Nee, ik wil geen subsidies. Ik hang af van wat de mensen willen geven en kunnen missen. Als ik subsidies aanvaard, kan ik totaal mijn zin niet meer doen. Dan ben ik afhankelijk van een centraal depot in Brussel. Als ik subsidies ontvang, mag ik zelfs geen kleren meer geven. Ik ben zelf een tijd van plan geweest om geen kleren meer te geven. Maar het kan niet. De mensen vragen er om.

Merkt u dat er meer vraag is door de crisis?

            Kamiel Sergant Ja, absoluut. Vandaag alleen waren er 8 nieuwe inschrijvingen. Er komen er nu 250 nieuwe per jaar bij. Ik veronderstel dat daar ook wel bedriegers tussen zitten, die het niet echt nodig hebben. Maar we hebben geen systeem om te schiften. Dat is onbegonnen werk. We pakken er iedereen bij. Vandaag kwamen er 400 mensen over de vloer. Ze stonden hier al om 5u30. Ik zet dan koffie. Vroeger was er veel drempelvrees, de mensen schaamden zich. Dat is weg nu. De crisis heeft de drempel om hulp te vragen enorm verlaagd. Wat wil je? De lonen zijn te laag en tegelijk is alles duurder geworden. Dat leest ge nooit in de gazetten, hoe duur alles is geworden! Mensen drinken malt in plaats van koffie! Zo diep zit de crisis. De opstandigheid van de mensen begint toe te nemen, merk ik. Maar de mensen zijn te veel gewend. Ze zijn gewend aan een comfortabel leven. Ze weten niet wat vechten is.

Hoe gaat u om met kritiek? Sommige mensen bekritiseren u, omdat u veel vreemdelingen helpt.

            Kamiel Sergant (met tranen in de ogen) Als hier voor mijn neus een Armeniër staat met vier kinderen en hij zegt dat hij geen eten heeft, wat moet ik doen? Ze wegsturen? Ik zou die mensen die kritiek hebben dan eens in mijn plaats willen zien! (slaat kwaad met zijn vuist op tafel) Een mens is en blijft een mens. Welke kleur en nationaliteit hij ook heeft. Ik help veel asielzoekers. Er zijn er veel niet in orde met hun papieren, maar kan men die gewoon in de kou laten staan daarom? Moet ik ze laten verhongeren, omdat hun papieren niet in orde zijn?

Ziet u een uitweg uit de crisis?

        Kamiel Sergant  De mensen zitten vast in een cocon. Ze kennen elkaar niet meer. Er is geen solidariteit meer. Het is de politiek die alles kapot maakt. Die verdeelt de mensen. Er is geen sociale controle meer. Mensen zouden meer samen moeten werken. Er zou meer onderlinge liefdadigheid moeten zijn. Die mentaliteit is made in USA: ikke, ikke, ikke en de rest kan stikken. De onderlinge verdeeldheid maakt de mensen kapot. Nochtans, samen kunnen we heel veel.

Weet ge wat echt veel helpt? Goede woorden. Die zijn beter dan eender welk medicijn. Mensen zitten soms echt vast in de stront, maar met woorden kunt ge hen er uit halen. Echt waar. Ook humor lost heel veel op. Maar het is moeilijk. Eens ge in de armoede zit, geraak er dan maar eens uit he. Ik probeer de mensen dan te ondersteunen, opdat ze zouden volhouden. Ik probeer te vermijden dat het niet van kwaad naar erger gaat. Ouders wijs ik op hun verantwoordelijkheden, zodat ze niet ook nog eens hun kinderen afnemen. Armoede maakt meer armoede he. Voor hoeveel jobs moet je geen auto hebben? Maar als je arm bent, dan kun je je geen auto permitteren he? Dus die jobs gaan al aan je neus voorbij.

Ziet u ook lichtpunten?

           Kamiel Sergant Wel, ik schrik soms op een positieve manier van de jeugd. Jonge mensen lijken vaak met niet meer bezig te zijn dan uitgaan en van die boenkeboenkemuziek, maar als je er dan mee praat, verschiet je toch. Je moet ze niet onderschatten. Ze weten vaak heel goed hoe de vork aan de steel zit. Ja, het verzet tegen de crisis groeit. En sorry, gasten, maar nu wil ik met mijn maten een pot gaan pakken. Ik mag voor de eerste keer buiten sinds mijn hersenbloeding. De striptease begint maar om 16u, we kunnen eerst nog eten! Ik zal mij eerst een verse onderbroek aantrekken. Ja, jongens, excuseer mij, ik ben opgegroeid onder het volk, ik spreek de taal van het volk. (bulderlacht)

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!