De vijf en een halve tentakels van de Egyptische contrarevolutie
Revolutie, Egypte, Neoliberalisme, NDP, Moslimbroeders, Egyptisch leger, Koptische Kerk -

De vijf en een halve tentakels van de Egyptische contrarevolutie

donderdag 10 maart 2011 19:58

Vandaag had ik een interessant gesprek met Sabri Zaki, een onderzoeker bij het Hisham Mubarak Law Center, een centrum dat zich inzet voor de rechten van politieke en sociale activisten. De gebeurtenissen van de voorbije dagen stemmen Zaki ongerust. De contrarevolutie lijkt momenteel de bovenhand te hebben, wat zich onder andere uit in het verdrijven van de betogers van het Tahrir-plein. Maar wat verstaan we precies onder de gewichtige noemer van ‘krachten van de contrarevolutie’? Zaki herkent zes groepen die een rol spelen in het tegenwerken van het revolutionaire proces: de officierenkaste, de NDP, het Ministerie van Binnenlandse Zaken, de neoliberale zakenmannen rond Gamal Mubarak en Ahmed Ezz, de Koptische Kerk en de Moslimbroeders – hoewel deze laatste groep, zoals gewoonlijk, een dubbelzinnige positie in het hele proces speelt.

Het leger werd door de betogers als bevrijders onthaald, maar Zaki haast zich te zeggen dat de voornaamste pijler van het oude regime eigenlijk uit het leger bestaat. Aan het hoofd van het Egyptische militaire apparaat staat de officierenkaste die de voornaamste economische macht in Egypte is. Het leger bezit eigen fabrieken en toeristische resorts, militairen bouwen wegen en infrastructuur en het defensiebudget wordt niet door het parlement gecontroleerd. Het Egyptische leger is werkelijk een staat binnen de staat met eigen politieke en economische belangen. Het militair-industrieel complex is in de eerste plaats geïnteresseerd in de accumulatie van rijkdom via haar economische activiteiten. Het leger is dan ook geïnteresseerd in een sterke staat die de militaire economie ondersteunt en sociale rust. De officierenkaste is bijgevolg gekant tegen een revolutie die de fundamenten van de Egyptische samenleving overhoopt gooit. Politieke activisten dienen terug naar huis te gaan en de onderhandelingen tussen militaire en burgerlijke vertegenwoordigers niet te verstoren. Stakers moeten opnieuw aan het werk en mogen de accumulatie van kapitaal niet verstoren. Nu Mubarak van het toneel is verwijderd en er een halfslachtige ‘democratische transitie’ aan de gang is, moet het leven zo snel mogelijk zijn gewone gang gaan. Het leger handelt echter voorzichtig tegenover zowel betogers als stakers aangezien het zijn imaginaire ‘neutrale’ positie niet wil verliezen en een Libisch scenario wil vermijden.

De leden van de Nationaal-Democratische Partij vormen een andere kracht. Zij zijn de grote verliezers van de revolutie en zien hun patronagenetwerken, lucratieve onderaannemingen en postjes binnen de staatsbureaucratie en -bedrijven bedreigd. NDP-leden willen hun vroegere macht en invloed behouden en proberen daarom de verdieping van de revolutie met alle macht tegen te gaan. Samen met het Ministerie van Binnenlandse Zaken levert de NDP vaak de stoottroepen voor de reactie. Net zoals het leger vormde dit Ministerie een staat binnen de staat, met de gevreesde amin ad-dawla, de staatsveiligheid, als voornaamste pijler. Corruptie, machtsmisbruik en afpersing maakte van politieofficieren en bureaucraten lokale en regionale potentaten. De ontmanteling van de gehate staatsveiligheid vormt dan ook een van de eisen van de revolutionaire beweging.

Tegenover de ‘nationale kapitalisten’ van het leger staan de neoliberale zakenmannen die in de jaren ’90 en vooral sinds het kabinet van Ahmed Nazif in 2004 aan macht en invloed gewonnen hebben. Gamal Mubarak en Ahmed Ezz vormen de spil van deze groep. Tot ongenoegen van de militaire kapitalisten en de oude NDP garde wisten de neoliberalen een deel van het staatsapparaat en de economie in te palmen. Voor het leger was de volksrevolutie een opportuniteit om deze concurrerende factie een zware slag toe te dienen. De neoliberalen zijn verzwakt, maar beschikken nog steeds over een zekere economische macht in de geprivatiseerde sector.

De Koptische Kerk speelt een jammerlijke contrarevolutionaire rol vanwege haar band met het oude regime. Onder Mubarak mocht de Koptische leider Shenouda uit zijn ballingschap in Wadi Natrun terugkeren. Sindsdien is de Kerk met handen en voeten aan het regime gebonden. Bovendien speelde het Koptische instituut – tegen de wil van de meeste Kopten in – vaak zelf de sektarische kaart, volgens Zaki. In plaats van een nationaal burgerschap ijverde Shenouda voor een modern millet-systeem, waarbij de Kerk de Kopten zou reguleren. Deze reactionaire droom viel in het water door de revolutie waar de eenheid tussen Moslims en Kopten centraal stond. Tijdens de revolutie riep Shenouda de Kopten bijgevolg op om braaf thuis te blijven.

Ten slotte: de Moslimbroeders. Zaki legde hun houding heel plastisch uit. Hij stelde zich recht, benen stram naast elkaar. “De Moslimbroeders denken dat je snel omvalt door zo te staan.” Hij zette zijn één been een pas voor het andere. “Zo sta je stabieler. De Moslimbroeders staan met hun ene been in de revolutie en met hun ander in het regime.” De leiding van de Moslimbroeders weigerde te mobiliseren voor het protest van 25 januari. Ze werden tegen hun zin in de revolutie meegesleept, onder druk van hun jongeren die wél een belangrijke rol speelden in de organisatie van het verzet. Vandaag is de leiding van de Moslimbroeders er als de kippen bij om hun leden te demobiliseren en een deal te sluiten met de officierenkaste. Hun economische belangen en corporatistische ideologie sluiten immers nauw aan met het nationaal-kapitalisme van de militairen.

Dit is een overzicht -in vogelvlucht- van de voornaamste contrarevolutionaire krachten. Met dank aan Sabri Zaki voor zijn input.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!