Magnum Revolution: 65 years of fighting for freedom
Revolutie, Magnum, Vrijheid, Fotoboek, Burgeroorlog, Che Guevara, Tiananmen, Magnum Revolution, Stuart Franklin, Patrick Zachmann, Robert Capa, Praagse Lente -

Magnum Revolution: 65 years of fighting for freedom

donderdag 28 februari 2013 22:26

Je herinnert je een beroemde foto, maar je bent vergeten wie haar gemaakt heeft? De kans is groot dat het van een Magnum-fotograaf is. Che Guevara met sigaar in de mond, het Afghaans meisje van National Geographic, de Chinese jongeman voor een rij tanks, … allemaal Magnum. Een reeks Magnum-foto’s over burgeroorlog en revolutie is recent in boekvorm verschenen.

“Dit boek gaat over een tijd van revoluties. Beginnend bij de hedendaagse revoluties van het Twitter-tijdperk die de Arabische wereld in 2011 in beroering brachten, en eindigend bij het hoogtepunt van de Koude Oorlog met de Hongaarse opstand van 1956. In beeld gebracht door Magnum-leden en vergezeld van een beperkte keuze uit het werk van niet-leden uit de archieven van het agentschap. Het is overdonderend hoe veel de wereld is veranderd in een tijdspanne van een mensenleven, en ook hoe weinig.”

Allen hebben ze de Tweede Wereldoorlog meegemaakt. De oprichters van Magnum (1947), onder wie Robert Capa, hebben hun talenten ook nadien veelvuldig aangewend om oorlog en revolutie vast te leggen en te verslaan. Zo ook hun opvolgers, en onderzoeksjournalist Jon Lee Anderson is uitermate lovend over dat werk. “Dit boek is een getuigenis”, schrijft hij in zijn inleidend essay op Magnum Revolution, “van een opmerkelijke periode in de menselijke geschiedenis. Eén die vastgelegd werd door een even opmerkelijke groep mannen en vrouwen. Het zou wel eens kunnen dat we zoiets nooit meer te zien krijgen.”

Revolutie en vrijheid. Het zijn de kernbegrippen van het boek. Maar het is niet altijd even duidelijk wat zij betekenen en hoe de foto’s uit het boek er zich tot verhouden. De Magnum-fotografen hadden soms zo hun eigen reden om een conflict te verslaan. Anderson gaat er in zijn essay daarom dieper op in en elk hoofdstuk uit het boek wordt voorafgegaan door informatie en achtergrond van de hand van journalist Paul Watson. Interviews met de fotografen doorspekken het geheel.

Revolutie

“Dit boek toont dat wat wij als “revolutie” beschouwen niet echt veranderd is in de voorbije 65 jaar”, schrijft Anderson. Maar het boek biedt ook meer dan enkel een inkijk. “De geschiedenis van revoluties is zo oud als de mensheid; maar het is pas sinds de uitvinding van de fotografie dat we in staat geweest zijn de realiteit van deze conflicten in de tijd te doorgronden. Dit begeesterende en belangrijk boek biedt, voor de eerste maal, een collectief begrip van de universele droom van vrijheid en de onvermijdelijkheid van verandering.”

Om te beschrijven wat een revolutie is, citeert Anderson twee zinnetjes van Che Guevara. Die zou ooit hebben gezegd dat een revolutionair geleid moet worden door een gevoel van liefde, maar ook getraind moet worden om te kunnen doden uit pure haat. Anderson noemt het de paradoxale essentie van revoluties: om haar doel te bereiken – of het nu gaat om de kwaliteit van het leven te behouden, te beschermen of te verbeteren –, moet de revolutie geregeld ook dood en vernieling zaaien.

“Dit boek is een getuigenis van een opmerkelijke periode vastgelegd door een even opmerkelijke groep mannen en vrouwen”

“We moeten besluiten, welke middelen we ook hebben om revolutie mee te voeren, over hoe veel digitale middelen we ook beschikken, wij zijn nog steeds mensen van vlees en bloed, en uiteindelijk is dat het materiaal waar de meeste revoluties, zij het nu goed of slecht, van gemaakt zijn.” Of “om de negentiende-eeuwse Franse auteur Alphonse Karr te citeren, ‘hoe meer de dingen veranderen, hoe meer ze hetzelfde blijven’.”

Buiten het inleidend essay worden we niet veel wijzer van wat een revolutie betekent. De typisch Engelse journalistieke stijl van Anderson en Watson maakt het er ook niet beter op. Gemaakt om bondig te informeren en vlot te lezen, vergroot die stijl de kans dat de auteur kort door de bocht gaat. “Het simpele besluit de andere kaak niet meer te tonen, zou enkele Arabische dictaturen teisteren en miljoenen van de vrijheid doen proeven.” Zo schrijft Paul Watson over “de revolutie die Bou’azizi deed ontvlammen” in Tunesië in 2010.

In realiteit was deze beslissing lang niet zo simpel. Uit wanhoop stak Bou’azizi zichzelf in brand. Hij overleed niet alleen, hij was bovendien niet de enige die dat ooit deed. Het was een samenloop van omstandigheden die er uiteindelijk voor zorgde dat zijn vonk wel oversloeg. Niet in het minst door de wereldwijde crisis. De voorstelling van de uitkomst van de revolutie in Egypte valt ook te bekijken: “hetgeen waar velen van dachten dat het een revolutie was, begon meer en meer te lijken op een cynische georkestreerde militaire machtsgreep.” De foto’s uit het boek houden het bij 2012, maar de revolutie zelf is nog altijd niet ten einde.

Vrijheid

Gerept wordt er over vrijheid in veel mindere mate. De titel suggereert dat het eerder gaat over de strijd om vrijheid, een synoniem voor revolutie. Anderson wijdt er in zijn essay weinig of geen woorden aan hoewel het woord geregeld valt. Vrijheid is dan een doel. Het hoeft zelfs geen uitkomst te zijn, zoals de burgeroorlog in Afghanistan toont. Watson geeft ons in zijn conflictbeschrijvingen en in zijn interviews met de fotografen wel een beeld van vrijheid. Al is het goed zoeken.

Zo is vrijheid in de woorden van de Italiaanse fotograaf Alex Majoli een moment in de ontwikkeling van de revolutie. Het gaat om het hoogtepunt. Zo deed het meest pure moment van de revolutie in Egypte zich volgens Alex Majoli voor op het Tahrir-plein. Het was 11 februari 2011, de dag waarop dictator Hosni Moebarak aankondigde dat hij zijn macht zou afstaan. Voor een moment kon het volk de overwinning vieren. Kort daarna was de roes uit.

Vrijheid als hoogtepunt van revolutie, het moment waarop de duizenden of zelfs miljoenen hun eerste (en laatste) overwinningen boeken, komt ook aan bod in het verslag van die andere lente vijftig jaar eerder. “Vluchtige momenten van een gedoemde opstand.” Zo beschrijft Watson de foto’s van de Tsjech Josef Koudelka. “Praagse Lente”. We herinneren ons allemaal de beelden. De tramsporen opgebroken. Brandende, achtergelaten tanks besmeurd met witte verf. Een jonge Tsjech die de nationale vlag zwaait bovenop zo’n tank.

“Dit boek toont dat wat wij als “revolutie” beschouwen niet echt veranderd is in de voorbije 65 jaar

Watson beschrijft de ontwikkelingen rond het radiogebouw. “Een geagiteerde massa zwermt schreeuwend rond een eenzame tank heen. De soldaten zijn zenuwachtig. Een vrouw treurt terwijl ze een Tsjechoslowaakse vlag hoog houdt die eruit ziet alsof ze bebloed is. Een grijze man met muts, en zijn leren tas aan een arm, gooit met zijn vrije hand en alle kracht die hij kan sparen een baksteen naar een Russische tank op armlengte van hem verwijderd. Een soldaat richt zijn automatisch geweer, een Kalashnikov, naar een ongewapende betoger die het radiogebouw verdedigt. De stem van de vrijheid wordt stilaan stilgelegd.”

Een tankscène die veel meer bekendheid geniet is die van Tiananmen 1989. De beroemde foto van Stuart Franklin kon vanwege het leger zijn appartement niet meer uit. Toen hij vanop zijn balkon tanks dreigend richting het plein zag rijden, filmde hij dat. En toen plots vanuit het toekijkende publiek een jongeman de tanks tegemoet liep, was Franklin ontgoocheld. Hij wilde de kracht van het protest vastleggen, en vond dat hij door zijn grote afstand het gebeuren geen recht aandeed. Het werd niettemin iconisch.

Wie er wel bij was, was de Franse fotograaf Patrick Zachmann. Hij toont ons massale volksvergaderingen, jongeren die op het plein overnachten, soldaten en betogers die met elkaar communiceren… Het plein lijkt een vrij forum. Voor even. De betogers wilden geen kapitalisme, noch de vernietiging van de communistische partij. Ze wilden “vrijheid”: echte sociale hervormingen die een einde zouden maken aan de corruptie en de uitbuiting die de verwezenlijkingen van de revolutie ondergroeven.

Conclusie

Als binnenlandse machten en buitenlandse mogendheden hun belangenconflicten door en onder de bevolking laten uitvechten, dan wordt revolutie een overlevingsstrijd. “Uiteindelijk kan een revolutie zich niet baseren op vendetta’s, kan het geen oude wrok settelen, en gaat het niet om de dingen draaien die een volksopstand enkel maar zouden vergiftigen.” Moises Saman richtte in 2011 en 2012 zijn lens op de ontwikkelingen in Egypte, Libië en Tunesië. Hij trok ook naar Syrië, waar hij zag hoe een regime alles uit de kast kan halen om de revolutie te ontwrichten.

Vlees en bloed, inderdaad. In veel opzichten raakt het boek aan de essentie van wat revolutie is en hoe het zich kan ontwikkelen. Maar bloed hoeft niet enkel te vloeien. Dreiging en geweld – zij het door kogels en stenen of door massaprotest en wapenvertoon – kenmerken de revolutie niet alleen. Denkwerk, strategie en tactiek doen dat eveneens. Dat tonen is de verwezenlijking van Patrick Zachmann (Tienamen 1989), John Vink (Tsjecho-Slowakije en Hongarije 1989), Guy Le Querrec (Portugal 1974) en Bruno Barbey (Frankrijk 1968).

Hun reeksen zijn de enige die dieper ingaan op deze rustiger en meer besloten facetten van revolutie: volksvergaderingen, congressen, debatten en discussies. Vrijheid, tonen deze foto’s, is niet enkel een kortstondig machtsvacuüm. En revolutie beperkt zich niet tot de meest explosieve, fotogenieke momenten. Vrijheid en revolutie zijn vooral een politiek middel waar al dan niet bewuste revolutionairen gebruik van maken om hun eisen te realiseren en de samenleving op nieuwe leest te schoeien. Iets wat moeilijk op fotopapier te vatten is.

En toch deden ze het maar. Historische beelden maken ondanks de beperkte middelen van massamedia om te verslaan wat niet in hun verwachtingspatroon past. Ondanks alle moeilijkheden die autoritaire regimes opleggen om de verspreiding van informatie te voorkomen. Ondanks alle levensbedreigende situaties. Als de bijna exclusieve aandacht voor geweld, dreiging en wapenvertoon een gebrek is, dan doet dat niet af aan het nalatenschap van dit collectief. Magnum Revolution vat enkele van de meest representatieve beelden samen van wat een opmerkelijke groep was in een al even opmerkelijke tijd.

Magnum Revolution: 65 years of fighting for freedom (Engels), 255 pagina’s, 30 x 25 cm

Enkele beelden

Abbas, Afghanistan 1986, Stuart Franklin, Tienamen 1989, Moises Saman, Syrië 2012, Josef Koudelka, Tsjecho-Slowakije 1968, Bob Henriques, Cuba 1959

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!