Egyptes revolutionaire ‘civil society’
Vakbonden, Revolutie, Egypte, Arbeidersbeweging, Linkerzijde, Civil Society -

Egyptes revolutionaire ‘civil society’

donderdag 24 maart 2011 06:16

Sinds de jaren ’80 leidde een autoritaire staat en een gedemobiliseerde straatpolitiek tot een zwakke Egyptische civiele samenleving. Oppositiepartijen kregen weinig bewegingsruimte, de vrije pers werd sterk aan banden geleged, onafhankelijke vakbonden waren uit den boze en de staatsvakbonden overschaduwden elke vorm van autonome belangenorganisatie.

Enkel conservatief-religieuze instellingen en bewegingen ontsnapten aan de staatscontrole en vormden een on-‘civiel’ middenveld, dat langzaam maar zeker het maatschappelijk debat in Egypte begon te sturen. Een versterking van de staatsmacht ging zo hand in hand met de dominantie van een puriteinse, conservatieve islam in de samenleving.

De oprichting van onafhankelijke NGO’s, onderzoeksinstellingen en juridische centra in de jaren ’90 betekenden een kentering in de aftocht van de seculiere, democratische en linkse oppositiekrachten.

In de arbeidersbeweging gaf het Center for Trade Union and Workers’ Services (CTWS) van Kabbal Abbas de mogelijkheid om buiten de staatsvakbond om vorming te geven, discussies te houden en verzet te organiseren. De vrouwenbeweging kreeg een duwtje in de rug met organisaties zoals de New Women Foundation. Arbeiders en democratische activisten werden gesteund door juridische diensten zoals het Hisham Mubarak Law Center (HMLC). Deze instellingen hergroepeerden de democratische en linkse oppositiekrachten en stonden hen toe opnieuw een rol in de samenleving te spelen.

Dergelijke centra vormden echter geen politieke massabewegingen die grote groepen burgers, arbeiders of boeren onder hun vaandel verenigden. De mogelijkheid tot massaorganisaties kwam er pas dankzij politieke en sociale strijd.

Op het platteland ontstonden de eerste, onafhankelijke boerenorganisaties op het einde van de jaren ’90 dankzij de collectieve bezettingen van de landen die de grootgrondbezitters opeisten. De studenten en de stedelijke middenklasse verenigden zich in politieke organisaties naar aanleiding van de betogingen tegen de oorlogen in Afghanistan en Irak en vooral doorheen de Kefaya-beweging rond 2005.

De strijd van de arbeidersklasse tegen de neoliberale hervormingen, die sinds 2006 volop woedt, versterkte ook binnen de bedrijven, fabrieken en werkplaatsen de roep naar een onafhankelijke vakorganisatie. Vorig jaar reeds consolideerden zich vier autonome vakbonden voor respectievelijk leraren, gezondheidspersoneel, gepensioneerden en belastingsambtenaren voor gebouwen. De revolutie bracht de ontwikkeling van deze linkse en democratische civiele samenleving in een stroomversnelling.

Nieuwe partijen schieten als paddenstoelen uit de grond. Men kan de fragmentatie van democratische en linkse politieke krachten een jammere zaak vinden, maar het is een grote troost dat zowel traditionele als nieuwerwetse partijen voor het eerst sinds lang een actieve ledenbasis kennen. Vooral de massale intrede van jongeren in de politiek is opmerkbaar. Zij importeerden Tahrir in hun eigen leefwereld. Ze voeren acties in hun wijken, scholen en universiteiten.

Ik had het genoegen aanwezig te kunnen zijn op de startvergadering van de Unie van Socialistische Jongeren, een organisatie die jonge actieve linkse activisten boven de partijgrenzen (en de autoriteit van de inactieve oudere generatie) heen wil verenigen en organiseren. Er werden comités opgericht die het werk onder studenten, arbeiders en de volkswijken zullen coördineren.

Verder heeft de revolutie de arbeidersbeweging de moed gegeven om definitief met de oude, corrupte staatsvakbond te breken. De vier onafhankelijke vakbonden hebben het initiatief tot een autonome federatie genomen en de onderhandelingen tot aansluiting van arbeiders in de metaal-, textiel-, cement-, en andere sectoren zijn volop bezig. Ook de discussie over een algemene staking die de sociaal-economische eisen van de revolutie wil afdwingen wordt gevoerd.

Rechtse krachten zoals de salafisten proberen ook hun greep op de samenleving te vergroten. De linkerzijde staat organisatorisch nog zwak in haar schoenen, maar heeft als voordeel dat zij over een concreet programma beschikt dat meer aan de verzuchtingen van de massa’s tegemoetkomt dan de holle slogan “islam is de oplossing”.

Links mag dan (nog) niet in staat zijn om de staatsmacht te veroveren, de weg naar een revolutionaire civil society ligt open.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!