Quote by Ed Finkelstein. quotehd.com
Boekrecensie - Wil Heeffer

Consultancy, geldslurpende bloedluis met onverzadigbare winsthonger

‘De Consultancy industrie - Hoe consultants bedrijven verzwakken, overheden uithollen, economieën schaden’ van VS-econome Mariana Mazzucato is de vertaling van haar boek met de even lange titel ‘The Big Con: How the Consulting Industry Weakens our Business, Infantilizes our Governments and Warps our Economies’ dat ze schreef samen met collega Rosie Collington. In hun boek staat de immense en zeer dubieuze uitgroei van de consultancy-sector centraal.

woensdag 21 februari 2024 16:42
Spread the love

 

Mariana Mazzucato richtte in 2019 het Institute for Innovation and Public Purpose op. Ze schreef De Consultancy Industrie samen met Rosie Collington die in 2020 als promovenda bij dit instituut ging werken.

Besturen is keuzes maken. Openbaar bestuur vraagt daarbij om transparantie en het afleggen van verantwoordelijkheid.

Grote projecten vergen vaak lange termijnvisies maar vanwege de korte houdbaarheidstijd van hedendaagse politici – elke vier jaar stemmen vergt van de verkozenen inwerken en lang voor afloop van de zittingstijd het zich inzetten op nieuwe verkiesbaarheid – staat vooral korte termijn politiek centraal.

Politici moeten net zoals CEO’s scoren om hun plaats veilig te stellen. Consultancy kreeg vooral op het einde van de XXste eeuw vleugels. Bedrijfsmanagers wilden aandeelhouders tevredenstellen en durfden niet langer op eigen kompas te varen.

En ook politici en ambtenaren voelden nadrukkelijker de hete adem in de rug van een sceptisch wordende bevolking, opgeroepen door een toenemende vertrouwenscrisis tussen burgers en overheid.

Elke misser of vergissing, elk schandaal wordt in de media uitvergroot. Volgens de auteurs heeft angst ertoe geleid dat meer dan ooit de hulp van consultants wordt ingeroepen om verantwoordelijkheid af te wentelen.

Door het inhuren van adviseurs gaat veel kennis bij overheden en bedrijven verloren wat tot verlies van specifieke deskundigheid – het verlies van het ‘interne geheugen’ – leidt.

Als zodanig heeft de consultancy-sector bijgedragen aan de opkomst van een specifieke kijk op de economie die wereldwijd tot disfunctionaliteiten bij de overheid en het bedrijfsleven voerde, zo schrijven de auteurs van dit boek.

Het gaat daarbij om enkele bureaus in het bijzonder. Ze worden ook wel de de big-three, de big-four en de big-six genoemd:

  • de big-three voor strategische kwesties zijn McKinsey, Boston Consulting Group en Bain & Company;
  • de big-four op het gebied van accountancy zijn: PWC, Deloitte, KPMG en EY;
  • de big-six betreft de accountancy-bureaus Price Waterhouse, Peat Marwick McLintock, Coopers & Leybrand, Ernst & Young, Deloitte Touche Tohmatsu en Arthur Andersen.

Zij controleren de boekhouding van 494 van de Fortune 500-bedrijven. Zonder veel risico slokken ze als adviseurs van overheden een immens deel van de belastinggelden op.

Ze dragen weinig bij aan de reële economie en vullen op brutale wijze hun eigen zakken en die van hun aandeelhouders.

In de negentiende eeuw waren het de ‘confidence tricks’ van de zwendelaars in de Amerikaanse Gilded Age, het gouden economische tijdperk, die geen windeieren legden.

‘Zij maakten misbruik van persoonlijke informatie, indrukwekkende technologie en taalkundige trucs voor criminele handelingen als diefstal en illegale vormen van vermogensonttrekking’, schrijven de auteurs.

Het werd indrukwekkend geïllustreerd in de recent uitgebrachte film Killers of the flower moon. Die film liet zien hoe gewetenloos witte Amerikanen omstreeks 1920 in Oklahoma te werk gingen om de Osage-gemeenschap[1] volledig uit te roeien.

Heden ten gebeurt datzelfde ‘via contracten met uitgeholde en zwakke overheden en ondernemingen die gefixeerd zijn op maximale aandeelhouderswaarde.’ Het leidt ertoe dat de consultancy-sector private inkomensgroei genereert die ver uitstijgt boven de waarde van de geleverde diensten.

In feite is het verwerpelijk dat kennis bij de overheid wordt weggezogen door wetenschappers die zich lucratief te gaan inzetten voor consultancybureaus.

Expertise die, zoals Mazzucato het eerder uitwerkte, is opgedaan in publieke instituten zoals universiteiten. Gemeenschapsgeld wordt zo uit winstbejag omgezet in private toe-eigening van het gemeenschappelijk verworven bruto inkomen.

Dat het hier niet om een fenomeen van vandaag of gisteren gaat, illustreert de eerdere verwijzing naar de negentiende eeuw. Wat in die tijd is ontstaan, is – zoals de auteurs schrijven – ‘een diepgewortelde en wederzijds versterkende relatie tussen de consultancy-sector en de huidige overgeleverde bestuursvormen in het bedrijfsleven en bij de overheid.

Het succes van de sector is uniek vanwege de structurele macht die de grote adviesbureaus uitoefenen via omvangrijke contracten en netwerken in de hele economie, en door de historische reputatie van objectieve makelaars in expertise.’

Mazzucato en Collington verduidelijken de werkwijze van consultants door de metafoor van de psychotherapeut ‘die niet is geïnteresseerd is in de vraag of zijn of haar cliënten mentaal gezond op eigen benen leren staan, maar de kwaal gebruikt om afhankelijkheid te scheppen en zo steeds meer honorarium te ontvangen’.

Ontstaan van ‘consultancy’

Adviseurs zijn er in alle tijden geweest. Het verschil met adviseurs die in dienst waren van vroegere machthebbers is echter dat de huidige consultants verbonden zijn aan private, op winstgroei uit zijnde consultancybureaus. Zij zijn slechts indirect verbonden met overheden of captains of industry.

Mariana Mazzucato on taking back control from the consulting industry (32:38):

Ze opereren als ‘maatschappijen met beperkte aansprakelijkheid’ (Ltd achter hun bedrijfsnaam staat voor Limited) en hebben daardoor een mate van ondoorzichtigheid in hun opereren die niet is weggelegd voor vele multinationale ondernemingen die vaak tevens hun klanten zijn.

Ze verzamelen een ongelooflijke hoeveelheid data die tot een voorsprong in kennis leidt. Bovendien is er vaak een samengaan met outsourcing, voor velen allemaal lastige maar indrukwekkende Engelse termen.

Het begrip staat voor: het uitbesteden of het inschakelen van een derde persoon of organisatie die op afstand staat van het consultancybureau om bepaalde zakelijke activiteiten uit te voeren.

Je kunt daarbij denken aan hulpkrachten zoals schoonmakers die als een soort van ZZP-organisatie (zzp = zelfstandige zonder personeel) door de consultants wordt aangetrokken en vaak per direct kunnen worden ontslagen.

Bedriegers die het vertrouwen van mensen misbruiken noemt men in het Engels ‘con men’ met de ‘con’ van ‘confidence’. Foto: Mobilus in Mobili/CC BY-SA 2:0

De opkomst en ontwikkeling van de consultancy industrie vindt een oorsprong in de late negentiende eeuw, ‘met het optreden van ‘‘raadgevende ingenieurs’’ in Europa en de Verenigde Staten, de populariteit van ‘‘scientific management’’ en de ideeën van Frederick Taylor twee decennia later, en de ontwikkeling van methodes van ‘‘kostencalculatie’’ die tot de opkomst van McKinsey in de jaren twintig leidde.’

Vooral vanaf de periode Thatcher-Reagan zette de groei van deze sector fors aan. Men ging de publieke sector steeds meer bedrijfsmatig organiseren wat uiteindelijk tot de kloof tussen burger en politiek heeft geleid: de burger werd klant, een calculatie-factor in een systeem dat zich instelde op efficiëntie in de hoop op meer effectiviteit in dienstverlening.

Een ander fenomeen dat zich voordeed, was het verlies aan competentie bij de omzetting van het handgestuurd invoeren van gegevens naar hun hedendaagse gecomputeriseerde verwerking: voor de opkomst van informatiesystemen namen vrouwen het leeuwendeel van de administratieve taken voor hun rekening terwijl in de periode die daarop volgde het werken met gedigitaliseerde informatieverwerking meer een taak van mannen werd.

De consultancy-industrie werd ‘van meet af aan in hoge mate gedomineerd door mannen waardoor de ‘‘masculinisering’’ van IT bij de overheid en elders hand in hand ging met de groei van het aantal consultants’ , schrijven de auteurs. Het zijn zo van die interessante tussendoortjes die hun boek indringend en meer dan boeiend maken.

Botsende belangen

In hun boek illustreren de auteurs hoe zogenaamde ontwikkelingslanden en landen in Latijns-Amerika afhankelijk zijn gemaakt van een neoliberaal beleid waarmee ooit in het Chili van Pinochet voor het eerste werd geëxperimenteerd.

Dat beleid is ontwikkeld door academici uit instellingen in het Mondiale Noorden en heeft ertoe geleid dat consultancybureaus werden ingezet om verdere privatisering in het Mondiale Zuiden uit te rollen. Het zorgde ervoor: ‘dat de neoliberale transformatie van het kapitalisme’ mondiaal vorm kreeg.

Uitvoerig legt het boek uit – veelal aan de hand van Noord-Amerikaanse of Angelsaksische voorbeelden – waarom het bijvoorbeeld bij een prestigieuze doelstelling als Obamacare mis ging door toedoen van een overvloed aan uitbesteding van vaak dure opdrachten aan consultancybureaus.

Consultants liepen elkaar in de weg door een stapeling van contracten, ze handelden op grond van eigen belangen en lieten in de lucht hangen hoe besluiten inhoudelijk tot stand kwamen, etc. Het probleem schuilt in het niet onderkennen van het gegeven dat publieke dienstverlening en publieke zorg zich niet als markt gedragen.

Tony Blair en Bill Clinton, ‘con men par excellence’  zijn grote fans van privé consultancy voor de overheid (2000). UN Photo

Vooral het tekort aan kennis in overheidsinstellingen op het gebied van digitalisering en dataverwerking gaf de consultancy industrie vleugels en maakte overheden afhankelijk van specifieke kennis. Het verzamelen en het gebruik van persoonlijke gegevens kwam in handen kwam van private instellingen. Over privacy gesproken!

In alles denken consultancybureaus in termen van marktwerking, omzetgroei, afhankelijkheid creëren en private zelfverrijking. En dat botst met het realiseren van publieke belangen, sociale rechtvaardigheid en de instandhouding van een sociaal zorgsysteem.

Het legt bovendien nog een ander probleem bloot en dat is dat de meeste volkeren bij geopolitiek besluitvorming afhankelijk zijn geworden van leiders die zich van het volk hebben losgezongen.

Het boek gaat daartoe in op de neveneffecten van de zogenaamde Derde Weg die president Bill Clinton en Brits eerste minister Tony Blair insloegen.

In augustus 2023 tekende de Australische regering een contract van 21.000 dollar met een consultant, om hen te adviseren over hoe ze best omgaan met consultancy-bureau’s… Foto: memedroids.com

Clinton was erg onder de indruk van het boek Reinventing Government (1992) van de consultants David Osborne en Ted Gaebler. Hun opvattingen werden versterkt door Anthony Gibbens, hoogleraar aan de London School of Economics.

De Derde Weg zou een middenweg moeten bieden tussen het staatssocialisme van ‘Oud Links’ en de markthervormingen van ‘Nieuw Rechts’ waarin – zo schrijven de auteurs – ‘elke notie van sociale rechtvaardigheid ontbrak’.

Een voorbeeld uit het aantal dat besproken wordt, betreft de ondergang van het bedrijf Carillion, in 2018 een van de grootste outsourcingsbedrijven ter wereld met contracten voor een hele reeks publieke diensten, van onderwijs tot transport, van energie tot gezondheidssector.

In feite bleek dit consultancybureau niet meer dan een piramidespel te zijn vol gestapelde contracten, een dominospel van als er eentje valt, vallen we allemaal.

Iets dat we zagen ten tijde van de bankencrisis – to big to fail – toen private verliezen gesocialiseerd werden. Een socialisering van onvermogen en arrogantie dat werd afgewenteld op de beurs van alledaagse mensen.

Organisaties uithollen is hun business

Het hoofdstuk Organisaties uithollen is onthullend over hoe er in de COVID-periode met overheidsgeld werd omgesprongen. Het is een hoofdstuk over nepotisme en onkunde, over corruptie en vriendendienst.

In Groot-Brittannië hadden ze Owen Paterson die in dienst was als betaald adviseur. In Nederland hadden we Sywert van Linden en zijn maten. In Spanje was er de ongekroonde koningin van Madrid Isabel Díaz Ayuso wier broer tonnen verdiende aan de mondkapjes. Dit wijst zowel op incompetentie als falend politiek bestuur.

Het zou echter kortzichtig zijn, zo schrijven de auteurs, om alles te betitelen als ‘vriendjespolitiek’. Dit kon alleen maar gebeuren door uitholling van alle interne aanbestedingen. Zij wijzen op de noodzaak van checks-and-balances en voegen toe:

‘In betere tijden zou een minister die gunsten wilde verlenen aan een oude zakenpartner of goede vriend, worden geconfronteerd met bestuurders die ervoor zorgen dat aanbestedingen op een transparante en eerlijke wijze verlopen. Deze ambtenaren zouden over de capaciteiten en middelen beschikken om het algemeen belang te dienen.’

En onder verwijzing naar een verrechtsing van de samenleving – het populisme – schrijven zij.

‘In een wereld waarin fanatiekelingen een algemeen gevoel van politieke vervreemding in hun eigen voordeel zullen aanwenden, wordt de teloorgang van de kwaliteit in de publieke sector mede door het inhuren van consultancybureaus versterkt… het afhankelijk worden van marktpartijen met belangen die vaak in strijd zijn met de publieke belangen, maar ook de politieke ontgoocheling die samenlevingen in de hele wereld in zijn greep heeft, lijkt aan te wakkeren.’

Het laat zich raden op wie zij doelen. En zo wordt dit boek ook een boek vol ondertonen over een democratie in crisis.

We zien dat democratisch falen nu – om even een zijweg in te slaan – ook bij leiders als Netanyahu die de zeggingsmacht over wat er met zijn volk en de Palestijnen moet gebeuren geheel naar zich toetrekt.

We zien het bij iemand als Poetin – waarbij iedereen hoopt dat het spoedig Put-out wordt – die militairen, politie en rechterlijke macht nietsontziend naar zijn hand zet en het volk opsluit in de ‘kooi’ monddood. Zolang een politie- of militaire macht niet de kant van de burgers kiest, is verandering in zo’n land onmogelijk.

We zien het bij leiders die de trom van oorlog roeren en het volk uitleveren aan dood en geweld. Leiders die zich vormen tot een bondgenootschap van getrouwen zonder zich nog het lot van hun burgers aan te trekken: soldaten moeten sterven om het land – een abstractie – te redden.

Het is alsof in Oekraïne de ellende van de loopgravenoorlog uit de Eerste Wereldoorlog zich herhaalt. Hoeveel gezinnen laat het niet achter met gewonde of gedode vaders, broers en zonen. En wie bekommert zich daar uiteindelijk om?

We zien dat falen van de democratie in het toedelen van functies in de Europese banencarrousel waarin de Nederlandse premier Rutte alles inzet om NAVO-secretaris-generaal te worden.

We zien het in de manier waarop de voorzitter van de Europese Raad Charles Michel naar een andere functie dong en in de manier waarop één staatshoofd de hele Europese Raad kan gijzelen.

We zagen het bij bestuurders als oud-eurocommissaris  Neelie Kroes die in het geniep lobbyde voor het Amerikaanse taxibedrijf Uber. We zien het in het monddood maken van Julian Assange, de oprichter van WikiLeaks over wiens lot op 20-21 februari wordt beslist.

Consultancy heeft geleid tot een incrowd die door consultancy is gecreëerd. Of zoals C. Wright Mills het al in 1956 schreef in zijn boek The Power Elite – een boek dat de auteurs aanhalen – dat individuen in machtsposities doorgaans kennissen hebben in machtsposities. Het is de wereld van ‘ons kent ons’ en de wereld van de banencarrousel.

Conclusie

Aan het einde van het boek concluderen de auteurs dat democratisch gekozen regeringen de hoofdrolspelers zijn die de economie zo vorm moeten geven dat ‘grote economische en maatschappelijke problemen kunnen worden opgelost… zij moeten leren in hun eigen mensen te investeren, andere organisaties mobiliseren en bedrijfsinvesteringen aantrekken door op lokaal, regionaal en nationaal niveau doortastende maatregelen te nemen om systemen en infrastructuren te vernieuwen en uiteindelijke democratisch besloten programma’s te verwezenlijken.’

Daartoe doen zij een aantal aanbevelingen. Dit boek van Mazzucato en Collington is weer zo’n boek dat niet alleen verplichte literatuur voor politici zou moeten zijn maar evenzeer voor iedereen die in organisaties of bedrijven werkt waarin de aandeelhouders belangrijker zijn dan de mensen op de werkvloer.

Ze verschaffen inzicht in de grote leugen over de toegevoegde waarde van consultancybureaus die wegkomen met hun narratief, waarin de overheid wordt voorgesteld als incompetent en traag en de private industrie als innovatief en superieur.

Ofschoon hun flitsende folders anders willen doen geloven, voegen de machtige consultancy bedrijven niets toe aan de waardevermeerdering in de reële economie. Ze zijn er voor eigen gewin.

Het boek is onderhoudend geschreven en erg toegankelijk vertaald. In alles dus, net zoals het vorige boek van Mariana Mazzucato over De ondernemende Staat van destijds, een regelrechte aanrader.

 

Mariana Mazzucato en Rosie Collington. De consultancy industrie, Hoe consultants bedrijven verzwakken, overheden uithollen en economieën schaden. Nieuw Amsterdam, 2023, 352 pp. ISBN 978 9046 8313 73

Note:

[1] De Osage (een verbastering van ‘Eau Sage’) is de naam die de Europese kolonisten gaven aan het autochtone volk van de Wazhazhe. Ongeveer 47.000 Osage leven nog in één reservaat in de staat Oklahoma.

Creative Commons

take down
the paywall
steun ons nu!