Boekrecensie -

Over de wortels van IS

De berichtgeving en informatie rond IS in het Nederlandstalig gebied is doorgaans weinig diepgaand en beperkt zich meestal tot wat impressionistisch Facebookgeklets. Twee recente publicaties – van Patrick Loobuyck en Pieter Van Ostaeyen – ontsnappen aan deze verleiding. Ze kunnen als een boeiende diptiek worden gelezen, waarin plaats is voor nuancering en analyse, en niet voor het grote gelijk.

woensdag 24 juni 2015 10:39

Volgens
Patrick Loobuyck, professor levensbeschouwing en samensteller van De lokroep van IS, Syriëstrijders en
(de)radicalisering
, is de verleiding
van IS niet minder dan een mysterium tremendum et fascinans: het angstaanjagende stoot de Syriëstrijders af en trekt hen aan. Maar het is vooral
een mysterie waarrond heel wat onbeantwoorde vragen bestaan en weinig
onderbouwde antwoorden. Deze verzamelbundel probeert daarop in te gaan en
bestaat uit drie kloeke delen waarvoor Loobuyck dertien auteurs heeft weten aan
te trekken.

Het
eerste deel ‘Syriëstrijders: de cijfers en hun verhalen’ heeft vooral oog voor
het microperspectief en de individuele drijfveren en processen van de
Syriëgangers. De bijdrage van filosoof Tarik Fraihi is descriptief en die
cijfers zijn behoorlijk verontrustend: in februari 2015 waren er 438 personen
geregistreerd die verondersteld werden in Syrië te strijden. 114 keerden terug,
46 werden aan grensposten tegengehouden en 278 zijn Syriëstrijders van wie er
vermoedelijk 51 sneuvelden. Fraihi wijst er ook op dat het jihadisme op
Belgisch grondgebied niet helemaal nieuw is. Terloops verwijst hij naar Muriel
Degauque en haar man Issam Goris die al in 2005 als zelfmoordterroristen in
Irak optraden.

Antropoloog
Eric Leman probeert op basis van concrete contacten en interviews met
betrokkenen te begrijpen wat er gebeurt met mensen die radicaliseren. Het is
jammer dat ook Chris De Stoop hiervoor niet aan het woord komt, want met ‘Vrede
zij met u, zuster’ probeert hij op zijn bekende indringende manier een portret
te schetsen van Muriel Deguque en het radicaliseringsproces dat zij in het
Brusselse doormaakte. Leman verwijst naar gelijkaardige processen bij
sektevorming.

Dat
doet ook de criminologe Marion Van San in haar boeiende bijdrage ‘Tragiek van
de heilige overtuiging’ waarin zij het plaatje van de Syriëgangers opentrekt en
zich de vraag stelt hoe ‘gewoon’ die jongeren die vertrokken zijn nu wel
degelijk waren. Zij verwijst daarvoor naar het uitstekende werk van de
Nederlandse socioloog Bram De Swaan ‘Compartimenten van vernietiging. Over
genocidale regimes en hun daders’. Op de achtergrond doemt voor mij het
sociaalpsychologisch experiment van de Amerikaan Stanley Milgram op en het werk
van Hannah Arendt, die al meer dan vijftig jaar geleden onderzoek deden naar de
grenzen van gehoorzaamheid die in bepaalde gevallen grenzeloos bleek – blijkt? –
te zijn.

Verantwoordelijkheid van het
Westen




Het
tweede deel ‘Politieke en religieuze context‘ opent zeer sterk met een
bijdrage van Ludo De Brabander van Vrede vzw die de politieke context
schetst waarin het jihadisme heeft kunnen ontstaan. Hij is niet mals in zijn
analyse: het Westen heeft haar eigen monster van Frankenstein gecreëerd door
een dubbelzinnige buitenlandse politiek en de gevaarlijke strategische
uitgangspositie ‘de vijanden van mijn vijanden zijn mijn vrienden’.

De
Leuvense islamologen Stijn Aerts en John Nawas tonen in hun bijdrage aan dat
een literalistische lezing van de islamitische tekstbronnen een complete
vertekening brengt van het geloof dat daardoor een wervende ideologie wordt
waarin alleen plaats is voor wit-zwart denken dat ultiem leidt tot de
rechtvaardiging van gruwelijke slachtpartijen. Zeer sterk is de bijdrage van de
Frans-Marokkaanse islamoloog Rachid Benzine over de Koran en geweld in
historisch perspectief. Hij analyseert een aantal verzen waarmee IS graag
uitpakt en relativeert ze door naar de maatschappelijke context te verwijzen
waarin ze zijn ontstaan.

Hoe reageren op radicalisering?

Het
langste en misschien wel belangrijkste deel van De lokroep van IS, Syriëstrijders en (de)radicalisering is het
derde hoofdstuk ‘Hoe als samenleving reageren?’ Jessica Soors schrijft vanuit
haar ervaring als deradicaliseringsambtenaar van de stad Vilvoorde over het
belang van een gelaagd, integraal en multidisciplinair lokaal beleid. Mohamed Achaibi,
ondervoorzitter van de Belgische moslimexecutieve, bekijkt zelfkritisch de rol
die de georganiseerde islam zou moeten opnemen in de strijd tegen radicalisme
en moslimextremisme.

Criminologen Lieven Pauwels en Bryce De Ruyver beschrijven
wat er in België gebeurt in de strijd tegen gewelddadig extremisme en
terrorisme. Zij pleiten tevens voor een aanpak waarbij preventie, repressie en
nazorg gezien worden als complementaire strategieën. Een andere boeiende
bijdrage ‘Onderwijs in tijden van onmacht’ is van de hand van Karin Heremans,
directrice van het atheneum Antwerpen met heel veel moslimleerlingen, waarin
zij het project toelicht dat, gebaseerd op wederkerigheid, al jarenlang op die
school centraal staat.

De
meest cruciale bijdrage komt volgens mij van Patrick Loobuyck en Brahim
Laytouss, hoofdimam in Gent. Zij houden een pleidooi voor islamvernieuwing.
Volgens hen biedt de transnationale schok die IS en co teweegbrengen de kans om
het bestaande islamitische vernieuwingsdebat te intensifiëren, zowel in de
islamitische wereld als bij de moslims in Europa. Loobuyck en Laytouss
positioneren zich tegenover islampessimisten die verkondigen dat de islam niet
kan veranderen en in essentie incompatibel is met de ideeën van vrijheid en
gelijkheid. De vernieuwing die het tweetal voorstaat, moet ertoe leiden dat
moslims in staat zijn de islam te belijden op een manier die
vrijheid en gelijkheid als politiek uitgangspunt van onze samenleving respecteert.

Jihadisme op het terrein

Van kruistochten tot kalifaat,
Arabische lente, jihad, Islamitische Staat
, het
boek van Pieter Van Ostaeyen, gaat in op twee aspecten die in de verzamelbundel wel
worden aangeraakt, maar door de opzet niet diepgaander worden uitgewerkt. Als
historicus probeert Van Ostaeyen in het eerste deel van zijn boek in te gaan op
de vraag hoe we de opkomst van groepen als IS vanuit een historisch oogpunt
kunnen kaderen en verklaren. Vandaar de titel Van kruistochten tot kalifaat,
die gezien de eerder beperkte omvang van het boek misschien wat te grote
verwachtingen oproept.

Van
Ostaeyens bedoeling is om in een notendop aan te geven hoe een in se
democratische beweging, de zogeheten Arabische lente, geëscaleerd is tot een
regionale oorlog waarin radicaal islamitische groeperingen een grotere impact
hebben verworven dan ooit tevoren. Hij bespreekt daarvoor eerst de
ontwikkelingen van de ‘gefaalde revoluties’ in Tunesië, Libië en Egypte, voor
hij een versnelling hoger schakelt en het jihadisme aanpakt zoals het zich ontwikkeld
heeft in Irak en Syrië. De historicus ontpopt zich dan als een Arabist
die door zijn talenkennis en zijn reizen naar die landen veel minder een
buitenstaander blijft dan de doorsnee journalist.

Klassieke
veiligheidskanalen




Pieter
Van Ostaeyen maakte een Facebookpagina aan en afficheerde zich als een jahidist.
Daardoor kon hij doordringen tot de digitale wereld waarin de lokroep van IS
versterkt wordt. Vanaf dat ogenblik krijgt het boek echt vaart en leest het als
een boeiende speurtocht van een erudiete einzelgänger naar de motivatie van een
aantal Europese jihadisten om zich aan te sluiten bij – voornamelijk – IS. In
zijn eentje slaagt Van Ostaeyen erin een vrij correcte databank op te stellen
van Belgische Syriëgangers (480 strijders, van wie een honderdtal zijn
teruggekeerd en 55 gedood) waardoor hij al gauw op televisie als expert werd
binnengehaald.

Ook
professor Gino Schallenbergh, docent Arabistiek en islamkunde, bevestigt in
zijn inleiding hoe belangrijk Pieter Van Ostaeyen is voor het aanleveren van
informatie over Vlaamse jihadisten. Dat zegt natuurlijk veel over de
kwaliteiten van Van Ostaeyen, maar allicht nog veel meer over de onmacht van de
klassieke veiligheidskanalen in ons land.

Evenwichtsoefening

De
aantrekkingskracht van IS via het internet is niet gering. Daarom doet de
geïnteresseerde lezer er goed aan om na het uitstekende De lokroep van IS
ook Van kruistochten tot kalifaat te lezen. Beide publicaties kunnen
bijdragen aan de verheldering van het denken en handelen rond
(de)radicalisering. Pieter Van Ostaeyen vooral door zijn historische en actuele
informatie, Patrick Loobuyck en zijn medeauteurs door aanzetten voor de
moeilijke evenwichtsoefening om radicalisering op een constructieve,
geïnformeerde en democratische manier te bestrijden.

Hoe
minder het fenomeen van de Syriëstrijders alleen maar als een mysterium
tremendum et fascinans
wordt beschouwd, hoe geringer de kans dat er aan
beide zijden aan spierballenpolitiek wordt gedaan.

Patrick Loobuyck (red.), De lokroep van IS, Syriëstrijders en (de)radicalisering. Pelckmans, Kalmthout, 2015,
284 blz. ISBN 978-90-289-8361-8

Pieter Van Ostaeyen, Van kruistochten tot kalifaat, Arabische lente,
jihad, Islamitische Staat,
Pelckmans, Kalmthout, 2015, 152 blz. ISBN 978-90-289-7374-9

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!