(alle foto's coalface.be/Danny Veyt)
Interview -

“Wie oosten Oekraïne ‘pro-Russisch’ noemt, ontkent ware aard conflict”

Paul Boutsen is opbouwwerker in de Limburgse mijnregio, waar hij al jaren werkt aan de reconversie van de lokale economie na de sluiting van de steenkoolmijnen. Zo kwam hij in 2007 in contact met mijnwerkers in andere landen, onder meer in het oosten van Oekraïne. Recent was hij in de stad Dnepropetrovsk. DeWereldMorgen sprak met hem.

dinsdag 28 april 2015 14:56
Spread the love




“Ik
ben geboren in de schaduw van de ‘schachtbok’ (foto) van de mijn van
Zolder. Mijn vader was daar bediende. Zo heb ik de problematiek van
de mijnstreek reeds als kleine jongen ervaren. Zelf heb ik sociale
school gevolgd in Geel, waarna ik een aantal jaren buurtwerk deed in
Mechelen. Uiteindelijk was de roep van mijn roots te sterk en sinds
1989 werk en woon ik in Heusden-Zolder.”

Sluiting van de Limburgse mijnen

“Tijdens
de rellen van Zwartberg in 1967 was ik nog wat klein om te beseffen
wat er gaande was. Ik herinner me vaag dat er doden waren gevallen
tijdens de betogingen. Ik heb de stuiptrekkingen van de
steenkoolmijnen echter wel bewust meegemaakt. In 1989 werd de mijn
van Beringen gesloten. In 1992 ging de mijn van Zolder als laatste
dicht. Een historisch tijdperk was ten einde.”

“De
gemeenschap van deze streek heeft specifieke kenmerken: een
gemengde bevolking, hoge werkloosheid. In die context van gesloten
mijnen en hoge werkloosheid ben ik hier beginnen werken als
buurtwerker voor een organisatie die nu STEBO.be heet. Nu is dat een grote organisatie, toen waren wij pioniers. “

“Je
kan de ondergang van de steenkoolmijnen in Limburg op twee manieren
bekijken, nostalgisch of als een uitdaging. Wij kozen voor het
tweede. Een van de initiatieven om te werken aan een nieuwe toekomst
heb ik mee opgericht. Het Vervolg.org is een projectcentrum voor de mijnstreek.”

“Samen
met werknemers- en werkgeversorganisaties en de overheden werkten en
werken we hier aan ‘reconversie’. Concreet betekent dat het
heruitvinden van nieuwe vormen van economische activiteit die
rekening houden met de context van de mijnstreek. Die
aanpak was aanvankelijk zeer top-down, maar werkte een tijd goed.”

Een nieuwe economie

“Een
en ander is uiteindelijk verkeerd gelopen, met onder meer het
KS-schandaal, waarbij enorme hoeveelheden overheidssteun verdwenen
zijn. Tyl Ghyselinck, manager van de mijnsluitingen, pompte toen bijvoorbeeld miljoenen in een filmstudio die op een mijnsite zou komen.
Het project bleek op zand gebouwd te zijn.”

“Het
fundamentele probleem met die reconversie is het gebrek aan
langetermijnvisie van de overheid. Het is erg om zeggen, maar zowat
elke opeenvolgende Vlaamse regering maakte er werk van om de
verwezenlijkingen en de aanpak van de vorige regering compleet om te
gooien. Het warm water werd telkens opnieuw uitgevonden. In 1999 is
zo het streekplatform, de enige organisatie die wel aan lange termijn
denken deed, ten onder gegaan.”

“Een
van de zaken waar ik sindsdien aan gewerkt heb, is het vinden van
nieuwe bestemming voor het mijnpatrimonium. De mijnen hadden hier
enorme gebouwen en terreinen. Dat zijn stevige constructies, gebouwd
voor de eeuwigheid. Daar kan heel wat mee gedaan worden. Er zijn hier
ook heel wat mogelijkheden voor toerisme, wandelen, fietsen, bossen.
Oud-mijnwerkers bijvoorbeeld zijn prachtige verhalenvertellers voor
wandelingen als gids.”

“Sindsdien
ben ik zelfstandig consulent, vooral voor lokale overheden, gemeentes
en provincie, onder meer voor Genk, Houthalen, altijd over dezelfde
problematiek. 25 jaar na de sluiting van de mijnen is het nog altijd
een strijd om de bestaande culturele krachten hier te herwaarderen.
Een recenter initiatief van Het Vervolg is coalface.be
dat vanuit de lokale context van Limburg aan de beeldvorming en de
identiteit van (post)industriële gebieden werkt, voornamelijk aan de
hand van fotografie, video en multimedia. Internationaal werkt
coalface mee aan een netwerk van mensen die wonen en werken in
gebieden waar zware industrie een impact op de eigen leefwereld
heeft.”



(coalface.be/Danny Veyt)

Het
Engelse woord ‘coalface’ (‘koolgezicht’) is een technische term voor
de steenkoollagen die door de mijnwerkers ondergronds zichtbaar
worden gemaakt. Het slaat ook op het zwartgeblakerde aangezicht van de mijnwerkers. Figuurlijk betekent het ‘aanwezig zijn waar de
actie is’.

“Door
dit werk in Limburg zijn mijn collega’s en ikzelf in contact gekomen
met andere streken waar ze met dezelfde problemen zitten, eerst en
vooral in eigen land in Wallonië, maar ook in Frankrijk, Italië,
Duitsland, Spanje, Polen en later dus ook Oekraïne, meer bepaald met
mijnwerkersverenigingen in de Donbass, die een tentoonstelling van
coalface.be hadden gezien. Zij wilden weten hoe de reconversie in de
Limburgse mijnstreek was verlopen.”

Globaliseringsgolf jaren 1980

“Al
die steenkoolgebieden werden sinds de jaren 1980 getroffen door de
globalisering van de energiemarkt. De overheden namen de
verlieslatende mijnen over om ze te sluiten en zo de markt naar
andere energiebronnen uit te breiden. Alleen de Oekraïense Donbass
is daar tot voor kort aan ontsnapt.”

“In
het oosten van Oekraïne werken nog steeds 450.000 mijnwerkers, een
enorm aantal. Die zijn zeer ongerust over de plannen van de nieuwe
regering in Kiev. Die wil nu immers hetzelfde doen als wat in de EU
is gebeurd: sluiten. Die mensen zien dat hen geen enkel economisch
alternatief wordt aangeboden door deze nieuwe regering.”

De
Donbass (‘Donetski Bassin’ = het bekken van Donetsk) is de regio in
het zuidoosten van Oekraïne waar de grote steenkoolmijnen en
staalfabrieken gelegen zijn. Deze regio ligt voor een groot deel, maar
niet volledig, in het afgescheurde gebied dat nu wordt bestuurd door
etnisch Russische verzetsgroepen, die de afzetting van de vorige
president en de nieuwe regering in Kiev niet als legitiem aanvaarden.

“Door
die contacten kwam ik in 2007 voor het eerst in Oekraïne. Ik ben er
sindsdien vijftien keer terug geweest, uiteraard vooral in de Donbass zelf
maar ook in andere regio’s en in de hoofdstad Kiev, dikwijls samen
met Waalse collega’s.”

Limburgse Oekraïeners

“Er
was voor die samenwerking ook hier belangstelling. Er leeft immers
nog een kleine etnisch Russische Oekraïens-Belgische gemeenschap in
Genk, die samenwerkt met hun landgenoten van weleer. Die zijn hier
veel minder zichtbaar dan de Italiaanse en Spaanse emigratie. Ze
kwamen hier toe samen met Polen en ook wat Russen. De meesten van hen
zijn later naar Canada geëmigreerd. Van de oorspronkelijke
Oekraïense mijnwerkers hier zijn er nog twaalf in leven, allemaal in de
tachtig. Hun kinderen en kleinkinderen zijn volbloed Limburgers, maar
eren hun afkomst nog steeds.”

“Een
van de kleinzonen van deze lokale gemeenschap in Genk is meermaals
meegereisd als tolk. Het zijn immers Russisch sprekende Oekraïners.
Dat kan raar klinken, maar niet minder speciaal dan Duitssprekende
Oostenrijkers of – jawel – Nederlands sprekende Vlamingen. Zo
vreemd is dat dus niet.”

“Ik
heb sindsdien onder meer de mijnsteden Zhdanovka, Gorlovka, Tores en
Enakievo bezocht. Die liggen nu in het afgescheurd gebied. Zhdanovka
is al jaren verbroederd met Houthalen. Ik heb ook een paar keer
Sildova bezocht, dat aan de andere kant van de frontlijn ligt. Samen
met de jeugdorganisatie JINT hebben we meegewerkt aan uitwisselingsprogramma’s voor jongeren. Zo
stimuleren we het leren van Engels in de scholen, hier en ginder.”

“Bij
die bezoeken heb ik tot in 2013 nooit enige taalanimositeit gevoeld
tussen Russisch sprekende en Oekraïens sprekende Oekraïners. Ja, de
Russisch sprekende Oekraïners voelen zich ‘Rus’, maar voor hen is
zonder enige aarzeling Oekraïne hun vaderland. Rusland is voor hen
zoiets als Nederland voor de Vlamingen, ze spreken daar dezelfde
taal, met een ander accent en zo. In ieder geval voelen zij zich net
zo goed Oekraïners als hun Oekraïens sprekende landgenoten.”

De tiende Belgische provincie



Een Belgisch aandeel in de koolmijn van Pobedenko

“Als
er al enige onvrede was, was dat veeleer gemoedelijk. Men vond in de
Donbass wel dat zij daar de rijkdom van het land produceerden, waar
de rest van het land wel bij vaarde, maar waarvoor zij te weinig
erkenning kregen. Dat ging dan echter nooit over ‘Russisch’ tegen
‘Oekraïens’ maar over ‘Donbass’ tegen de rest.”

“De
Donbass heeft trouwens een Belgische geschiedenis. Ooit werd dit
zelfs de tiende Belgische provincie genoemd. Op een bepaald ogenblik
waren Belgische industriëlen voor 62 procent aandeelhouder bij
de mijnen in de Donbass. Als ik zeg dat ik Belg ben, hebben de mensen
het direct over de ‘Belgische’ mijnen, waarmee ze de mijnen bij hen
bedoelen die ooit door Belgische industriëlen werden gebouwd. Tot
voor kort werkten er nog Belgische mijnbouwingenieurs in de regio.”

“We
deden ter plaatse veel onderzoek naar mogelijke nieuwe activiteit in
dat mijngebied. Bijvoorbeeld, de steenkoolwasserijen kunnen
omgevormd worden tot installaties voor de verwerking van
huishoudelijk afval. Er liggen hier ook enorme lappen ongebruikte
grond, steppen eigenlijk waar ze niets mee doen. We deden er
onderzoek naar de teelt van koolzaad.”

“Dit
maakt dat ik de mensen hier in de Donbass goed ken. Mijn ervaringen
over deze streek gaan terug tot voor het recente conflict uitbrak.
Tot in november 2013 kon men zich hier niet voorstellen dat er een
burgeroorlog zou kunnen beginnen. Er was onvrede, ja, er waren
spanningen, maar die waren politiek. De gewone mensen gingen met
elkaar om. Er was tussen de mensen zelf geen taalanimositeit.”

“Wij zijn Russisch én Oekraïens”

“Tot
in 2005 gebeurde het leven in de Donbass volledig in het Russisch. In 2005
werden de verkiezingen geannuleerd die door Russisch Oekraïener
Janoekovitsj waren gewonnen. Na de Oranjerevolutie en nieuwe
verkiezingen kwam Viktor Joesjtsjenko aan de macht. Een van zijn
allereerste beslissingen was het verbod op de Russische taal in het
onderwijs in het hele land. Dat was een schok voor de mensen hier.”

“Die maatregel ging verder dan een verplicht vak Oekraïense taal, alle vakken
moesten in het Oekraïens, terwijl daar geen leraars voor waren.
President Joesjtsjenko maakte er daarna zo een corrupt potje van,
dat Janoekovitsj in 2010 opnieuw werd verkozen. Ditmaal erkende de EU
zijn verkiezing wel.”

“In
de Donbass stemde bijna iedereen voor Janoekovitsj. Die man was
zonder twijfel corrupt, maar dat waren zijn tegenstanders ook. Het
politieke systeem in dit land is altijd door en door corrupt geweest,
van het lokale gemeentehuis tot de ministers in de regering. De
gewone Oekraïners behielpen zich. Wij hebben daar ook mee leren
omgaan. Dat bemoeilijkt de start van projecten wel, maar de lokale
mensen helpen ons daar bij.”

“Iedereen
stond hier achter Janoekovitsj. Men verwijt hem nu onder meer dat hij
een ex-communist is. Dat klopt, zeggen ook de mensen hier, maar dat
geldt wel voor alle toppolitici en voor alle presidenten sinds de
onafhankelijkheid van 1991. Allemaal komen ze uit het oude apparaat
en allemaal zijn ze sinds 1991 rijk geworden met het bestelen van de
staat. Ook de huidige president Poroshenko is zo rijk geworden.”

Herhaling van de Oranjerevolutie

“Bij
het begin van de rellen in 2014 dacht men hier dat dit een herhaling
van de Oranjerevolutie zou worden. Na de slachting op het
Maidanplein – die hier in de schoenen van de huidige regering wordt
geschoven (de regering in Kiev weigert nog steeds een gerechtelijk
onderzoek over de sluipschutters te beginnen), maar vooral de
slachtpartij in Odessa – is men hier beginnen overwegen om gewapend
verzet te plegen. Bovendien had de nieuwe regering in Kiev net als in
2005 als een van de eerste maatregelen de Russische taal verboden.
Dit keer kwam de EU echter tussenbeide en de wet werd ingetrokken.”

“De
gewelddadige repressie van de protestbewegingen hier tegen de nieuwe
regering werd niet geapprecieerd. De EU had de protesten tegen de
regering van Janoekovitsj gesteund, maar nu zij dat ook deden, vond
de EU het blijkbaar geen probleem dat even hardhandig werd
opgetreden.”

“Na Odessa zijn de eerste groeperingen zich beginnen te
bewapenen. Moeilijk was dat niet. Een groot deel van alle wapens van
zowel het Russische als het Oekraïense leger worden immers in deze
regio gebouwd.”

Extremisten duiken op

“Vanaf
dan zijn er ook extremistische bendes op de kar gesprongen, dat lijdt
geen twijfel. Die hebben ook wreedheden begaan. Niemand spreekt dat
hier tegen. Maar als het gaat om wie begonnen is, wijst men hier
zonder aarzelen naar de huidige regering in Kiev.”

“De
dingen zijn gaan escaleren. Veel mensen zijn dan bij het gewapend
verzet gegaan uit verontwaardiging. Dat die direct met tanks kunnen
rijden is niet verwonderlijk. Ze hebben ze zelf gemaakt. Hetzelfde
voor alle wapens. Mijn aanvoelen is dat er drie stromingen zijn
binnen het verzet, die ook overeenkomen met strekkingen bij de
bevolking in het algemeen.”

“Er
is inderdaad een groep mensen die aansluiting bij Rusland willen. Dat
is echter een kleine fanatieke minderheid. Daar zitten zeker ook
Russische extremisten tussen. Groter is de stroming die een
onafhankelijk Novarossia wil. Maar de overgrote meerderheid hier wil gewoon meer autonomie binnen het bestaande Oekraïne, net zoals
de meerderheid van de Vlamingen pro meer bevoegdheden is
voor het Vlaamse Gewest en tegelijk nog altijd wil dat België samen
blijft. De hamvraag is echter of dit land dat door zijn eigen
regering dagelijks wordt gebombardeerd nog te herstellen is tot één
land.”

Eénzijdige berichtgeving

“Ik
sta echt versteld van de uniforme eenzijdigheid waarmee de media hier
dat conflict voorstellen. Wij zijn de goeden, zij zijn de slechten,
wat een groteske vertekening. Alles wordt hier herleid tot Poetin.
Dat hij de Krim annexeerde is ook een apart verhaal. De Russen daar
hebben een andere relatie met Rusland dan de etnische Russen hier.
Bovendien was het Poetin wellicht om het behoud van de zeemachtbasis
van Sebastopol te doen.”

“Hier
in het zuidoosten is dat een heel ander verhaal. Poetin is helemaal
niet gediend met het gewapend verzet hier. Meer nog, de eigen
regering van de DPR (Donetsk People’s Republic) heeft ideeën waar
Poetin allesbehalve blij mee is. Die willen onder meer alle
industriële activiteiten ‘nationaliseren’ en onder sociaal volksbeheer
plaatsen. De DPR heeft alle oligarchen hier aan de dijk gezet en wil
zelfbeheer in de fabrieken. Dat zijn niet bepaald ideeën die Poetin
in Rusland zelf wil zien verschijnen. Bovendien kost dit conflict hem
handenvol geld door de sancties. Neen, de mensen hier zien dat heel
anders dan wat wij in onze kranten te lezen krijgen.”



Monitors vand de OVSE op stap in het conflictgebied (OSCE Mission to Ukraine)

“Ik
ben op 26 maart 2015 terug geweest
voor een conferentie Life after Coal op uitnodiging van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking
in Europa (OVSE). Die is daar al jaren met de OSCE Special Monitoring Mission to Ukraine (foto) aanwezig. Ik gaf er een lezing in
de stad Dnjepropetrovsk over de reconversie van Limburg. Die stad
ligt ook in de Donbass, maar aan de andere zijde van het front, onder
leiding van Kiev. In feite was mijn boodschap – en die van andere sprekers – eenvoudig.”

“Doe het niet
zoals wij in West-Europa hebben gedaan, maar valoriseer de
grondstoffen en energiebronnen die er zijn op een zo hoog mogelijk
niveau.”

Oligarchen




“Heel
de stad Dnepropetrovsk is in feite eigendom van de oligarch Ihor Kolomoyskyi (foto), de
derde rijkste man van Oekraïne. Die was door president Poroshenko
benoemd tot gouverneur van de opstandige provincie in het oosten. Die
man heeft toen direct bussen met extreemrechtse skinheads uit Kiev
naar het oosten gebracht om de opstanden – toen nog ongewapend – uiteen te slaan. Dat zijn hier echter mijnwerkers en staalarbeiders,
geen doetjes en die skinheads moesten onverrichter zake vertrekken.”

“Kolomoyskyi
heeft vroeger al fabrieken overgenomen met paramilitaire groepen, die
arbeiders en bedienden met wapens wegjoegen. Hij heeft als gouverneur
vervolgens meerdere gewapende bataljons gefinancierd en ingezet in de
regio. Daarbij zijn meerdere wreedheden begaan, die weerwraakacties
hebben uitgelokt. Die man heeft persoonlijk de burgeroorlog hier
gesponsord. Op 25 maart 2015 besloot president Poroshenko onder zware
druk van de EU om hem af te zetten als gouverneur.”

Fanatici nemen de zaak over

“Het
drama is dat in een dergelijke gewelddadige escalatie de meest
fanatieke elementen de overhand nemen. Dat is aan beide zijden zo.
Het blijft echter – zoals ik al zei – een groteske vertekening om het verzet in het
oosten ‘pro-Russisch’ te noemen. Ondertussen is de DPR-regering serieus
bezig met zich als alternatieve overheid te vestigen met eigen
ministeries en met de heropbouw van Debalstevo en andere door de
bombardementen vernielde gebieden.”

“Het
is echter twijfelachtig of het huidige vredesakkoord standhoudt. Het
leger van Kiev schendt dagelijks de regels van het bestand met
prikacties. Dat kan je vinden op de website van de OVSE in Oekraïne.
Daar besteden de westerse media geen enkele aandacht aan. Die
wachten op de eerste reactie vanuit de opstandige provincie.”

“Overigens
denkt men in Kiev niet dat men de regio nog gaat terug heroveren,
toch niet op korte termijn. Waarom het leger de opstandelingen dan
blijft bestoken? Om hun het leven onmogelijk te maken. Met al de
industriële capaciteit die hier is, is een succesvolle afscheiding
van de regio het laatste wat Kiev wil.” (zie hier voor de dagelijkse updates van schendingen van het vredesakkoord)



Paul Boutsen (foto DeWereldMorgen.be)

“Nog
een laatste opmerking. Staat men er hier ook maar even bij stil hoe
vernederend en beledigend het is dat de EU niet deelneemt aan de
herdenkingen van het einde van de Tweede Wereldoorlog? Dat is de
Russen op hun ziel trappen. Dat is niet de manier om een vreedzame
oplossing te vinden voor het conflict.”

take down
the paywall
steun ons nu!