NAVO-hoofdkwartier te Brussel (foto nato.int)
Opinie -

Spreidstand van regering-Michel over defensie

Op maandag 17 november 2014 stelt federaal minister van defensie Steven Vandeput (N-VA) zijn beleidsnota aan de Kamer van Volksvertegenwoordigers. Ludo De Brabander blikt vooruit op een komende 'spreidstand', hoe besparen en tegelijk een 'geloofwaardige' NAVO-partner blijven.

zondag 16 november 2014 15:25

Het is uitkijken naar de beleidsnota van minister van Defensie Steven Vandeput maandag 17 november in de Kamer van Volksvertegenwoordigers. Hij zal spitsroeden moeten lopen. Niet alleen staan de ambities in het regeerakkoord haaks op de budgettaire realiteit, maar ook in het leger zelf groeit de ongerustheid.

Terug middelen krijgen en toch besparen

In het regeerakkoord staat dat het leger ‘terug de middelen krijgt’ om zijn opdrachten te vervullen, maar nu blijkt dat defensie de komende jaren 1,5 miljard euro zal moeten besparen. Deze regering toont daarmee een spreidstand waar kop noch staart aan te krijgen is.

Het regeerakkoord is immers heel uitvoerig over de ‘centrale rol’ van de NAVO in onze veiligheids- en defensiepolitiek. België wil zich opstellen als een ‘solidaire’ en ‘geloofwaardige’ partner en wil er ook voor pleiten dat de NAVO blijft inspelen op nieuwe uitdagingen.

Even opfrissen, op de NAVO-top in Wales van 4-5 september 2014 zijn de staats- en regeringsleiders (dus ook België) overeengekomen dat de dalende trend van de defensiebudgetten moet omgekeerd worden. Meer nog, de NAVO-lidstaten voor wie dat nog niet het geval is, moeten er ‘binnen de tien jaar’ naar streven om het defensiebudget op te trekken tot 2 procent van het Bruto Binnenlands Product (BBP).

Over deze budgettaire norm is nooit een debat gevoerd. In het parlement lijkt niemand zich daarover zorgen te maken. Nochtans, als dit engagement – een herbevestiging van een eerdere NAVO-afspraak uit 2006 – door België wordt uitgevoerd, dan betekent dit een verdubbeling van het defensiebudget. In het regeerakkoord doet de regering daar cryptisch over: “De regering zal aan het leger terug de middelen geven om haar taken naar behoren te vervullen”.

Defensie en de muur van de financiële haalbaarheid

Als we het regeerakkoord lezen, dan zal het defensiebudget inderdaad niet alleen op hetzelfde niveau moeten blijven, maar zelfs drastische moeten stijgen. Er zullen “belangrijke investeringsbudgetten moeten worden voorzien” voor nieuw militair materieel.

Met dat doel voor ogen bereidt de federale regering een programmawet1voor, specifiek voor defensie-uitgaven voor de komende 10 jaar met mogelijks ‘alternatieve financieringswijzen’ zonder enige verdere, uitleg hoe die financiering er dan moet uitzien.




De huidige gevechtsvliegtuigen worden vervangen en er zal ook gekeken worden naar de vervanging van fregatten, mijnenjagers, drones en het materieel voor de landmacht. De regering plakt nog geen cijfers op deze investeringen, maar dat er vele miljarden euro’s mee gemoeid zijn, staat buiten kijf.

Hoe gaan we dat betalen? Vanaf wanneer? Al deze ambities zijn onmogelijk zonder een immense verhoging van het defensiebudget, maar intussen heeft minister van Defensie Vandeput laten verstaan dat defensie toch zal moeten inleveren. In het parlement lijkt niemand echt wakker te liggen van deze spreidstand .

NAVO heeft vijanden nodig

Deze regering blaast dus warm en koud. Onze transatlantische trouw botst op de muur van de financiële haalbaarheid. Er is dan ook dringend nood aan een fundamenteel debat over de toekomst van het leger en het lidmaatschap van de NAVO. Het gaat dan niet alleen over budgetten, maar ook over de wijze waarop we begrippen als vrede, veiligheid en stabiliteit invullen en vertalen naar de praktijk met beperkte middelen.

In dat opzicht zijn er veel vraagtekens te plaatsen bij onze gretige deelname aan gevechtsmissies en hun gevolgen. In Afghanistan en Libië kan je immers bezwaarlijk van een succesvol resultaat spreken. Beide landen zijn in een spiraal van geweld weggezonken, ondanks (of dankzij) de vele miljarden die in deze oorlogen zijn gepompt.

Nu wordt de dreiging uit Rusland opgeklopt vanuit een eenzijdige benadering, terwijl de EU en de NAVO evenzeer een grote verantwoordelijkheid dragen voor de escalatie van de crisis in Oekraïne. Rusland heeft de voortdurende uitbreidingen van de NAVO richting Russische grens, de verklaringen dat Oekraïne op termijn lid kan worden van het bondgenootschap of de NAVO-manoeuvres die in dat land worden gehouden altijd beschouwd als een bedreiging voor zijn veiligheid.

Moskou heeft duidelijk boter op het hoofd en voert onmiskenbaar een agressieve Oekraïne-politiek, maar de NAVO heeft er ook alles aan gedaan om Rusland op gevoelige tenen te trappen en heeft sterk bijgedragen tot de escalatie waarin we nu zijn beland.

De waarheid is dat de NAVO dergelijke crisissen nodig heeft om niet alleen haar bestaansrecht te rechtvaardigen, maar ook om er de nodige argumenten uit te putten, zodat we blijven investeren in gevechtscapaciteit voor een groot geostrategisch machtsspel tussen grootmachten.

Gevechtsoperaties in plaats van aanpak humanitaire noden

België betoogt geregeld dat het een buitenlands beleid wil voeren waarin de bescherming van de mensenrechten een belangrijke prioriteit vormt. Maar terwijl we maandelijks 14 miljoen euro stoppen in een gevechtsmissie in Irak die onmogelijk een oplossing kan bieden voor het sektarisch geweld in dit compleet ontwricht land, luidt het VN-agentschap voor de vluchtelingen de alarmbel omdat het 47 miljoen euro tekort komt om de Iraakse en Syrische vluchtelingen de winter door te helpen.

Dat is bijna evenveel als het budget van de Belgische deelname aan de ‘coalition of the willing’ in Irak. Met andere prioriteiten en andere middelen zou ons land hier een veel grotere bijdrage kunnen leveren aan vrede, veiligheid en de stabiliteit in de regio.

Dit is waarschijnlijk een te revolutionaire gedachte. Onze regering kiest voor repressie in plaats van conflictpreventie en civiele conflictbeheersing, begrippen die je tevergeefs zal zoeken in het federale regeerakkoord.

Nood aan maatschappelijk debat over internationale vrede en veiligheid

Er zijn weinig aanwijzingen dat onze politici bereid zijn om dit fundamentele veiligheidsdebat te voeren. Er valt bovendien te vrezen dat deze ‘besparingsregering’ ons voor voldongen feiten zal plaatsen. Dat ze tegen het eind van de legislatuur peperdure defensiecontracten gaat tekenen waarvan de factuur zal betaald moeten worden onder een volgende regering.

De discussies in pers en parlement en de vrijgegeven cijfers hebben de verwarring alleen maar groter gemaakt. Er klopt iets niet aan dit alles en het is aan onze parlementairen en de regering om de burgers te vertellen hoe de vork nu in de steel zit.

De centrale vraag daarbij is: blijven we kiezen voor de NAVO, voor buitenlandse oorlogen en voor meer bewapening of gaan we naar een compleet ander en betaalbaar defensiebeleid dat bijvoorbeeld kiest voor minimale defensie en zachte vormen van internationale vredeshandhaving in VN-verband?

1 Een ‘programmawet’ wordt ingediend samen met de begroting en is bedoeld voor de concrete uitvoering van een specifiek deel van het budget. Het omvat meestal een meerjaren-investeringsprogramma. Daarmee engageert de regering zich reeds voor een deel van de begroting van de komende jaren. De begroting zelf is immers een wet die elk jaar opnieuw moet worden goedgekeurd.

take down
the paywall
steun ons nu!